Op de werkvloer van Frisia, december 1970.

De meisjes van Frisia, de Joegoslavische vrouwen die in de jaren zeventig naar Harlingen kwamen

Op de werkvloer van Frisia, december 1970. EIGEN FOTO

Vijftig jaar geleden, op 18 juni 1970, kwam de eerste groep Joegoslavische vrouwen aan in Harlingen om te werken bij spekjesfabriek Frisia. Van de meer dan zeventig geworven werkers zijn er velen gebleven en getrouwd. ,,We voelden ons hier thuis, als één grote familie.’'

Het avontuur begon voor Mladena Hiemstra op een julidag in 1970, in de graanvelden van haar geboortedorp Djace in het toenmalige Joegoslavië. ,,Wij waren met de buren graan aan het oogsten, met de sikkel in de hand, toen een buurjongen ons zei dat een meisje uit een dorp verderop goed werk gevonden had in Nederland’’, vertelt Mladena thuis, achter de vuurtoren in het Harlinger havenkwartier.

,,Dat was Nada uit Pridvorica. Zij werkte in Roosendaal en was toen net op vakantie terug in haar dorp. Een paar dagen later ging ik met twee buurmeisjes op het dorpsfeest van Pridvorica op zoek naar Nada. We moesten donderdag naar het arbeidsbureau in Leskovac gaan, vertelde ze ons. Dus wij daarheen. Daar troffen we de personeelschef van Frisia, Van de Witte, die een beetje Servisch had geleerd. Hij heeft twee van ons direct aangenomen en drie weken later was ik in Harlingen.’’

loading  

Zo kwam de toen 22-jarige Mladena met negen andere vrouwen op 20 augustus 1970 aan in Nederland om te werken voor de spekjesfabriek, zoals de Suikerwerkenfabriek Frisia onder Harlingers bekend staat. Een eerste groep van elf Joegoslavische werkkrachten was al twee maanden eerder, op 18 juni, gearriveerd in de havenstad

Het ging Frisia in die jaren voor de wind. Tot ver over de landsgrenzen groeide de vraag naar zuurstokken, lolly’s, spekjes en ander snoepgoed. Frisia breidde buiten het oude stadscentrum uit met een fabriekshal op het industrieterrein Hermes. Maar de snoepfabriek kon in de wijde omtrek geen werkneemster meer vinden om de sorteer- en inpakmachines te bedienen. Het werven van arbeidskrachten uit het buitenland bood uitkomst.

In het socialistische Joegoslavië, dat vooral in het economisch achtergestelde zuiden met veel werkloosheid kampte, was er juist een ruim aanbod van vrouwelijke arbeidskrachten. Nederland had in maart 1970 een wervingsovereenkomst gesloten met het land om het recruteren van gastarbeiders te vergemakkelijken. Dus besloot ook Frisia om Joegoslavische vrouwen naar Harlingen te halen.

Personeelschef Hessel van de Witte reisde begin jaren zeventig meermalen af naar Joegoslavië om zelf werkkrachten te selecteren voor de snoepfabriek. Voor het merendeel wierf hij vrouwen uit het zuiden van Servië, vooral uit de industriestad Leskovac en het omliggende platteland.

loading  

De meer dan zeventig vrouwen van Frisia vormden in die periode een van de grootste groepen buitenlandse werknemers in Friesland, samen met de Turken die bij houtfabrikant Halbertsma in Grou aan de slag waren.

Branislava Visser kwam in mei 1972 vanuit de stad Pirot naar Harlingen. ,,Ik ben met een goede vriendin meegegaan. Zij was onderwijzeres, maar had geen werk omdat er toen een overschot aan leerkrachten was in Joegoslavië. Ik had tijdelijke baantjes als notulist bij de rechtbank en de gemeente in Pirot.’’

,,We waren allemaal jong en hadden wel zin in avontuur. Onze groep is met het vliegtuig naar Nederland gekomen. De bedrijfsleider die ons van Schiphol ophaalde, droeg geen pak met stropdas maar kwam op klompen met wollen sokken. Dat vonden we heel grappig, klompen hadden we nog nooit gezien.’’

Het werk bij Frisia beviel de meeste vrouwen wel. ,,Ik vond het inpakwerk gezellig’’, zegt Mladena. ,,We waren een mooie grote groep van Joegoslaven. We voelden ons hier thuis bij Frisia, als één grote familie.’’

Maar het werktempo lag hoog en er moest vaak worden overgewerkt, soms tot diep in de avond in een fabriekspand in de Sint Odolphisteeg. ,,We moesten dan het werkschort onder onze jassen verstoppen, want niemand mocht weten dat we daar ’s avonds nog doorgingen met inpakken. Later heeft iemand dat aan de politie doorgegeven en op een avond was het afgelopen.’’

loading  

,,Elke vrijdag om twaalf uur werd ons weekloon gestort’’, vertelt Save Weewer, die tegelijk met Mladena naar Nederland kwam. ,,Zaterdag gingen we dan vaak met z’n allen in de trein naar Leeuwarden om te winkelen voor nieuwe kleren. Het was fijn om zelf je geld te verdienen en je hand niet te hoeven ophouden bij je ouders.’’

Onderkomen was door Frisia geregeld in het Sint-Annapensionaat aan de Hofstraat, waar de zusters franciscanessen destijds een rooms meisjesinternaat en een kleuterschool leidden. Voor de Joegoslavische dames werden tweepersoonskamertjes getimmerd met een stapelbed, een wastafeltje en opbergkasten. Het waren vooral de zusters Francesco Brons en Othona Kamps die hen onder de vleugels namen.

,,Ze leerden ons over de taal, de gewoontes en feestdagen, want voor ons was alles hier nieuw en anders’’, zegt Branislava. ,,Maar ze konden ook streng zijn. Wij moesten om tien uur ’s avonds binnen zijn. Dan stonden ze ons op te wachten om de deur op slot te doen. Als we heimwee hadden naar onze familie, gingen we in het pensionaat feesten, dansen en zingen. Het verdriet was dan wat minder.’’

,,We hebben wel lol gehad’’, zegt Save lachend. ,,Zuster Francesco wilden we eens Servisch dansen leren, zo met de voetjes omhoog, hup twee. Och, ze moest twee weken bijkomen van de pijn in haar voeten.’’

De meisjes trokken veel aandacht in Harlingen en binnen de kortste keren kregen ze verkering. Een berucht trefpunt was bar-dancing Black and White op de Grote Bredeplaats. Daar ontmoette Save haar toekomstige man Gerrit Weewer.

,,Wij meiden gingen al direct de eerste zaterdagavond naar de Black and White. Al die knapen kwamen op ons af en wij riepen “marš!”, dat is ‘hoepel op!’ in het Servisch. ‘Wil je een Mars?’, kregen we van ze terug. ‘We hebben geen Mars bij ons!’ We spraken geen woord Nederlands, maar met handen en voeten zijn we er wel gekomen.’’

Mladena hoefde niet zo nodig mee naar de bar. ,,Ik kwam uit een dorp en was dat niet gewend. Maar twee van ons hadden verkering gekregen met oomzeggers van mijn Durk. Op een dag zei een van hen dat ze in Midlum wel een leuke jongen voor me had gevonden. Ik moest maar even langskomen.’’

loading  

Begin 1972 noteerden de zusters in hun kloosterdagboek dat het aantal dames in het pensionaat sterk terugliep ‘door huwelijk, op zichzelf gaan wonen en terugkeer naar Joegoslavië’. In totaal zijn er zo’n veertig Joegoslavische meisjes getrouwd met jongens uit Harlingen en omstreken.

Ondertussen brachten de ervaringen van Frisia ook de Harlinger visfabrieken op het idee om werknemers uit Joegoslavië te halen. In de eerste maanden van 1974 neemt een twintigtal nieuwe meisjes hun intrek in het Sint-Annapensionaat. ,,Deze groep brengt heel wat moeilijkheden’’, meldt het kloosterdagboek.

,,Die meiden kwamen uit Belgrado, uit een miljoenenstad, die waren van een heel ander slag’’, legt Branislava uit. ,,Die kwamen hier binnen als filmsterren, dachten dat ze de modeshow gingen lopen. De meesten hadden het binnen een jaar wel bekeken in Harlingen. Wij hadden de leukste mannen toch al voor ze weggekaapt’’, grapt ze.

loading  

Branislava verliet als laatste van de club het pensionaat in 1976. Na het werk bij Frisia liet ze zich omscholen tot kantoorassistent en werkte ze een tijd bij de gemeente Harlingen. Mladena bleef nog vele jaren doorwerken voor de spekjesfabriek. ,,Toen mijn oudste dochter was geboren, bracht Frisia een bus vol spekjes bij ons voor de deur. In de schuur achter ons huis ging ik verder met inpakken.’’

Nu ze met pensioen zijn, brengen Durk en Mladena de zomermaanden gewoonlijk door in hun tweede huis in Djace, waar ook hun twee dochters, schoonzonen en kleinkinderen graag komen logeren. Ze zouden daar allang weer aan het tuinieren en klussen zijn geweest als de coronacrisis niet al het reisverkeer had lamgelegd.

Maar nu de grenzen weer zijn geopend, hebben ze net als andere rentenierende kennissen uit Harlingen de tickets naar Belgrado al geboekt. Kijk dus niet raar op als je in de Lidl in Leskovac plat Harlingers hoort. ,,Vorige zomer waren we daar boodschappen aan het doen, toen Durk zei: ‘Must es kieke wie daar binne’!’’ Het waren hun buren die in Harlingen op hetzelfde rijtje wonen achter de vuurtoren.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct