Fred Senator overleefde de oorlog in de onderduik bij de familie Visser in Holwerd, maar de klappen kwamen pas na de oorlog

Fred Senator in de synagoge in Zutphen, waarvan hij de sleutelbewaarder is. Foto: Sjef Prins

Fred Senator overleefde de oorlog in de onderduik bij de familie Visser in Holwerd. ‘Lytse Freddie’ kon gaan en staan waar hij wilde en knuffelde met de hond van de Duitsers. ,,Na de oorlog kreeg ik de klappen die ik in de oorlog was misgelopen.”

,,We woonden in de Plantage Badlaan, het mooiste plekje van Amsterdam, stijf naast Artis.” Fred Senator uit Eefde bij Zutphen (komende week wordt hij 84) kan zich de oorlog nog heel levendig herinneren. Hij maakte mee hoe steeds meer Joden uit de buurt verdwenen. ,,Ik weet nog dat ik met een buurjongetje fietste over de etage onder ons. Die was inmiddels ontruimd. Een ander indrukwekkend beeld is dat ik bij het leeghalen van een huis zag hoe een pot inkt uit een bureau pardoes op straat kapot viel.”

Ook weet hij nog hoe zijn vader hem in 1942, hij was vijf jaar oud, wegbracht voor de onderduik. ,,Ik zie me nog lopen met mijn vader, een koffertje en mijn doos Meccano in de hand. Hij bracht me naar station Muiderpoort en op de een of andere manier wist ik: ik zie jullie nooit meer terug.”

Op het station werd hij overgenomen. Waarschijnlijk door verzetsmensen van de Amsterdamse Studentengroep, die ook veel kinderen uit de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg via het IJsselmeer naar Friesland smokkelde, of het Utrechts Kindercomité, dat kinderen in de regio Utrecht onderbracht.

De kleine Freddie kwam bij de familie Van Dijk in Houten terecht. ,,Van dat adres herinner ik me alleen een konijnenhok. Ik heb er verder geen beeld bij en ik weet niet eens of ik er wel overnacht heb.” Vanuit Houten werd hij overgebracht naar Holwerd, waar hij terecht kwam bij Pieter Geales Visser en zijn gezin. Ze hadden een winkel en een rijwielherstelzaak aan huis aan de Voorstraat 31.

,,Ik kreeg de onderduiknaam Freddie van Dam, maar werd in de volksmond Lytse Freddie of Freddie van Pieter Geales genoemd. Ik draaide helemaal mee in het gezin. Ik ging naar de kerk, naar de kleuterschool en later de grote school, naar de zondagsschool en catechisatie. Ik leerde in de kortst mogelijke tijd Fries spreken en dat kan ik nog altijd. De eerste sport die ik zag was niet voetbal, maar kaatsen. Ik voelde me thuis in Friesland, want ik was de geur van mest en kuilgras gewend van de dierentuin.”

loading  

Vrij bewegen

Senator herinnert zich dat hij zich behoorlijk vrij kon bewegen in en om het dorp. ,,Ik vertoefde in de hele omgeving. Ik hielp boeren op het land en heb geholpen met aardappels rijden op een paard-en-wagen. Ik ging fierljeppen in de weilanden. De Duitsers kwamen ook gewoon in de winkel van heit en mem Visser. Ik knuffelde met de hond van de Duitsers en ik moest eens een gerepareerde fiets naar het veerhuis op de pier brengen. Ik kreeg crackertjes van de Duitsers als beloning. Ik had geleerd dat ik nooit iets mocht aannemen, dus die heb ik op de terugweg aan de vogels gevoerd.”

Hij beseft dat hij geluk heeft gehad met zo’n onderduikperiode. ,,Ik ben nog altijd dankbaar voor de manier waarop ik de oorlog heb overleefd. Ik heb geen hachelijke momenten meegemaakt. Ze schijnen één keer ’s nachts aan mijn bed te hebben gestaan, maar ik sliep als een baviaan. Ze zochten iemand van zestien jaar en zagen zo wel dat ik een kind was.’’

,,Honger heb ik nooit geleden. Je houdt het niet voor mogelijk dat je zulke vrijheden had. Als ik voor een klas schoolkinderen mijn verhaal vertel, zeg ik altijd: niet iedereen heeft ondergedoken gezeten als Anne Frank. Ik was voor mijn gevoel zo vrij als een vogeltje.”

Rammen op de piano

Onderduikzus Tine Mollema-Visser (nu 87 en woonachtig in Ferwert) herinnert zich de komst van Freddie nog levendig. ,,Hy wie net op syn mûle fallen en hy koe syn mantsje stean. Wy hiene wol ris wat spul mei him as er dingen die dy’t wy net mochten.”

Zo mochten er eigenlijk geen kinderen in de winkel komen als er klanten waren, maar Freddie ging waar hij wilde. ,,Wy mochten net fertelle dat wy in joadsk jonkje yn hûs hiene, mar wy hiene in piano en dan stie hy op dy piano te rammen! ‘Dat mei net!’, rop ik dan. Hy koe wol hiel erch oanwêzich wêze.”

Mevrouw Mollema-Visser herinnert zich dat er veel onderduikers in Ferwert zaten. Het dorp vormde als het ware een beschermende cocon om hen heen, zoals historicus Bert Jan Flim, die onderzoek deed naar de onderduik in Nederland, het noemt. Heel veel mensen kenden de geheimen, maar hielden die voor zich.

,,Der siet in deftich echtpear ûnderdûkt yn it kafee by ús tsjinoer. Dy man kaam wolris by ús efterom om te kaarten. Nei de oarloch krigen wy in ‘hongerkindje’ út Diemen wei te útfanhúzjen.”

Lytse Freddie had daar geen allemaal weet van. ,,Ik ben nu sleutelbewaarder van de synagoge en de Joodse begraafplaats in Zutphen. Daar ontmoette ik Ellen van Maagdenburg,. Haar moeder ligt daar begraven. Zij bleek ook in Holwerd gezeten te hebben; ze woonde op de hoge stoepjes van de Hegebuorren. Ze bleek ook bij mij op school gezeten te hebben. Kun je nagaan: meester Bijlsma is na de oorlog nog opgepakt omdat hij fout zou zijn geweest. Terwijl hij dus minstens twee, en waarschijnlijk veel meer ondergedoken kinderen op school had. Later is hij gerehabiliteerd.”

loading  

Zus Clara

Kort na de oorlog, hij weet het nog goed, ziet hij mem Visser bij de telefoon staan. ,,Kom ris even hjir Freddie”, zei ze. ,,Dyn suster komt dy aanst opheljen.”

Zus Clara had Westerbork, Auschwitz en Sobibor overleefd. Moeder was in de gaskamers omgekomen, dat had Clara zelf gezien. Van vader is niet helemaal duidelijk hoe hij is omgekomen. ,,Van mijn vader heb ik toen afscheid genomen op het perron van Muiderpoort, toen wist ik al dat ik hem nooit meer zou zien. Dan ga je als kind in de overlevingsstand.”

Na de oorlog zocht Clara in Utrecht in de Rode Kruis-lijst van onderduikkinderen. ,,Daar stond ik als Freddie van Dam met mijn geboortedatum 8 april ’37 geregistreerd. Het was de enige combinatie van voornaam en datum, dus wist ze: dat moet mijn broertje zijn. Ze kwam me ophalen en heit en mem hebben me eigenlijk stante pede meegegeven.”

Rondgang

Daarna volgde een rondgang langs pleegadressen, onder meer bij een oom en tante in Amsterdam, en uiteindelijk in Arnhem. ,,Ik was net een biljartbal: van de ene plek naar de andere. Ik zeg altijd: na de oorlog begon mijn ellende. Toen kreeg ik de klappen die ik in de oorlog was misgelopen. De eerste klap kwam toen mijn zusje de foto’s van mijn ouders aan me gaf.’’

,,Na de oorlog mocht ik niet naar school, want ik had geen officiële papieren, dus volgens de overheid bestond ik niet. Mijn opleiding is net een stuk Emmenthaler: allemaal gaten. Nu eens een klas overslaan, dan weer een tijd niet naar school. Er was voor mij en mijn lotgenoten over het algemeen weinig begeleiding.”

Hij ontmoette zijn latere vrouw, die op een heel andere manier de oorlog had overleefd. Wel samen met haar ouders, maar nu eens hier, dan weer daar, in kamertjes van 2 bij 3 meter. Ze heeft traumatische ervaringen opgedaan. ,,Tot op de dag van vandaag heeft zij verlatingsangst. Inmiddels zit ze in een geriatrisch traject.’’

,,De oorlog gaat nooit uit je leven. Ik heb incidenteel ook mijn tranen en mijn boosheid. Hoewel ik een relatief goede tijd in Holwerd heb gehad, heb ik mijn ouders verloren. Ik hoorde een jaar of tien, twaalf geleden het lied Als je moeder sterft ben je geen kind meer van Karin Bloemen op de radio. Ik werd zó kwaad! Dat zegt meer over mij dan over Karin Bloemen natuurlijk. De pijn komt ineens binnen voor je er erg in hebt.”

Slagerij

Pleegvader Mozes was slager-veehandelaar in Arnhem. Ook Freddie ging de slagerij in. Hij ging in de leer bij verschillende slagers. ,,In Doetinchem was het zo erg: daar zei mijn baas tegen me dat ze er één te weinig hadden vergast. Je werkte voor drie gulden in de week, waar reiskosten en waskosten voor de witte jassen van af gingen. ‘Je werkt niet om te verdienen, maar om te leren’, kreeg ik te horen. Later kreeg ik opslag en werd het zeven gulden.”

loading  

Later werd Senator onder meer marktkoopman. Hij spreekt zijn talen en is goed van de tongriem gesneden. ,,Ik stotter weinig en als je de waarheid spreekt hoef je niet te veel na te denken.”

Na de oorlog is hij nog geregeld terug geweest naar Holwerd voor logeerpartijen en andere bezoeken. Nog niet zo lang geleden is hij met zijn vrouw op bezoek geweest en hij belt incidenteel met zijn onderduikzussen. Ook is Eke Visser, die aan het eind van de oorlog werd geboren, met haar man en dochter eens in zijn toenmalige woonplaats Enschede komen logeren.

,,Mem belde om me te bedanken daarvoor. Ik zei: ‘Ik sis mem tsjin jo, dan is Eke myn suske, Wopke myn sweager en Petra myn nichtsje’. Ik heb mijn verhaal laten opschrijven in het boek Verweven levens , dat bij Elixer in Leeuwarden is uitgegeven. Dat is mijn morele verplichting aan Friesland. Ik ben niet alleen Holwerd, maar heel Friesland dankbaar. Wat Friesland in de oorlog voor ons heeft gedaan staat boven alles.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
De terugkeer van de Joodse kinderen
Instagram