Gjerryt Hoekstra.

De kans is bijzonder klein dat je in de Friese natuur een boa tegen het lijf loopt: 'Der wurdt oan alle kanten oan ús lutsen'

Gjerryt Hoekstra. FOTO NIELS DE VRIES

Hoe groot is de kans dat je in een Fries natuurgebied een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) tegen het lijf loopt? Klein! Op 64.000 hectare natuur zijn het er 15,5 (omgerekend naar voltijdsbanen). Van hen zijn er 5,5 op de Waddeneilanden gestationeerd.

Terreinbeheerders Staatsbosbeheer, It Fryske Gea en Natuurmonumenten zouden dolgraag meer mankracht inzetten, maar voelen zich in dat streven beknot door de provincie.

Die bedient als opperbeheerder van de Friese natuur de geldkraan van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer (SNL). De bijdragen voor het beheer en de monitoring van alle natuur- en landschapstypen komen keurig door volgens de landelijk vastgestelde normbedragen. In ruil daarvoor vergt Fryslân de uitvoerders op strikte natuurdoelen en de openstelling van gebieden. Het enige SNL-onderdeel dat de provincie niet uitkeert is de bijdrage voor toezicht en handhaving, hoewel daarvoor ook een landelijk richtbedrag staat: 17,39 euro per hectare per jaar.

Van dat bedrag - vermenigvuldig het met de 64.000 hectare van de drie beheerders en je komt op dik 1,1 miljoen euro - zouden vlot twintig boa’s op pad kunnen worden gestuurd. Dat geld is er echter domweg niet, stelt de provincie. Die wijst naar het Rijk dat bij de decentralisatie van het natuurbeheer in 2017 de SNL-stromen heeft afgeknepen.

En dus zetten natuurorganisaties de tering naar de nering. Staatsbosbeheer gaat daarin het verst. Omdat er van de aangevraagde 590.000 euro aan toezichtsgeld geen dubbeltje is uitgekeerd, kiest de organisatie er nu voor niet meer dan 2 boa’s in te zetten op 26.000 eigen hectares op het Friese vasteland.

Natuurmonumenten, verantwoordelijk voor 10.000 hectare, heeft 3 fte paraat. It Fryske Gea (20.000 hectare) komt op de wal tot 5,5 fte. Daarvan worden er 2 wél betaald door de provincie, via een apart arrangement voor de bewaking vanaf het water van Natura2000-gebieden voor de IJsselmeerkust.

‘Sûnder tafersjoch kinst ûnmooglik ôftwinge dat minsken har oan de rigels hâlde’

,,It wringt oan alle kanten’’, zegt Gjerryt Hoekstra die namens Staatsbosbeheer de boa-inzet op de vastewal en Vlieland, Terschelling en Ameland coördineert. Hij is op papier boswachter publiek én boa in district Noard-Fryslân, maar pakt het toezicht in Súdwest-Fryslân er ook bij. ,,It is eins net te ferkeapjen dat yn sa’n drokke hoeke fan de provinsje gjin tafersjoch is. Dat is hartstikke skeef.’’

En dus is Hoekstra vrijwel ieder weekend op pad en staan zijn taken op het terrein van voorlichting en educatie op een laag pitje. ,,It kin efkes net oars. Sûnder tafersjoch kinst ûnmooglik ôftwinge dat minsken har oan de rigels hâlde.’’

It Fryske Gea tast in de buidel met eigen verenigingsgeld om boa-capaciteit in de lucht te houden. Het gaat dan om ,,tussen 250.000 en 300.000 per jaar’’ waarvan een beperkt deel via de IJsselmeerafspraken wordt vergoed, zegt hoofd beheer Jack Jansen. Hij zoekt geld om het boa-korps toch nog te versterken.

,,Dat zal dan uit de zak van de vereniging moeten komen. Dat geld kunnen we dan dus niet besteden aan natuurbeheer of de verwerving van grond. Maar we willen onze terreinen gewoon beschermen. Dan is het strafrechtelijk gezien ook noodzakelijk dat je het toezicht en de handhaving regelt. Ik zie het maar als een soort van verzekeringspremie om te zorgen dat er geen dingen gebeuren die wij niet willen.’’

Oud-politiemensen

Jan Willem Zwart regelt de boa-inzet bij Natuurmonumenten. Zijn eigenlijke hoofdtaak is coördinator beheer voor Schiermonnikoog en De Slotplaats bij Bakkeveen. ,,Mar as ik net oppas ha ik in deitaak oan it koördinearjen fan alle tasichtstaken. Der wurdt oan alle kanten oan ús lutsen.’’

Bij Natuurmonumenten zijn niet alle boa’s in betaalde dienst. Zwart werkt graag met oud-politiemensen. ,,Dat binne faak ervaren en betûfte minsken dy’t goed yn it netwurk sitte. Se geane faak earder mei pinsjoen. Dan kin har algemiene opsporingsbevoegdheid flot omset wurde yn in buitengewone opsporingsbevoegdheid.’’

Zwart liet zichzelf vorig jaar ook tot boa scholen. Dat deed hij in de eerste plaats om zijn collega’s op Schier tegemoet te komen. ,,Dy wenje op it eilân en it wurdt al gau yngewikkeld ast as eilanner in oare eilanner in bekeuring jaan moast. Mar hanthavening is wol in ûnderdiel fan natuerbehear datst ha moatst.’’

,,Dêrneist moatst as natuerorganisaasje sels yn it fjild de boel ek goed yn oarder ha. Dan binne buordsjes hiel belangryk. Dêr kinne je juridysk ek wat mei. Wy ha sels ek fierste lang altyd mar aardich west. Je kinne hieltyd wol wer útlizze dat de leppelbekken ferlet ha fan rêst, mar it is gewoan artikel 461. Oars geane minsken der toch yn!’’

Kwetsbaar

Door de schrale bezetting moeten natuurboa’s in veel gevallen alleen het veld in. Dat maakt ze kwetsbaar, zeggen de woordvoerders van de drie natuurorganisaties. ,,It bart wolris datst groepen tsjinkomst dy’t eins in reprimande fertsjinje, mar dy’t der no dus dochs mei fuortkomme’’, zegt Gjerryt Hoekstra.

Wanneer meer mankracht gewenst is, moeten de boa’s terugvallen op portofoon of telefoon om collega’s en politie te hulp te roepen. Over de collegialiteit hebben ze geen klagen, maar waterdicht is het niet. Jack Jansen: ,,Bij nacht en ontij en op desolate plekken heb je niet altijd politie stand-by. Dan moeten onze toezichthouders het hebben van hun sociaal-communicatieve vaardigheden en in een aantal gevallen gewoon het hazenpad kiezen als ze geen assistentie krijgen.’’

De samenwerking met de politie en andere overheidsdiensten als Rijkswaterstaat en LNV (voor IJsselmeer en Waddenzee) en boa-partners Wetterskip Fryslân, Sportvisserij Fryslân en milieu- en omgevingsdienst Fumo is geregeld in zogenaamde toezichtskringen. De terreinbeheerders praten ook mee in het zogeheten VTH-overleg (vergunningverlening, toezicht en handhaving) onder regie van provincie en politie.

Dit VTH-overleg is tevens het podium waar de terreinbeheerders geregeld het ontbreken van financiële steun voor hun toezichtswerk aan de orde stellen. Dat dit niets oplevert ontneemt Jan Willem Zwart de lust om eindeloos mee te vergaderen over een nieuw convenant. ,,Dan sis ik: We kinne wol in nij konvenant betinke, mar ik gean der net in hiel protte enerzjy yn stekken want wy wurde der net foar kompenseard.’’

‘It Fryske Gea hat minsken yn tsjinst op de Iselmar dy’t gewoan folslein betelle wurde troch de provinsje’

Veel beter is Zwart te spreken over de praktische samenwerking met andere handhavers, bijvoorbeeld aan de IJsselmeerkust. ,,We sitte geregeldwei byinoar mei Staatsbosbeheer, It Fryske Gea en de plysje en dogge ek wol tegearre surveillances. Dat giet moai. Je sprekke deselde taal, sjogge deselde dingen en witte wat der libbet. Oan de oare kant is it wol soer dat wy dêr net foar kompinseard wurde, wylst It Fryske Gea op de Iselmar minsken yn tsjinst hat dy’t gewoan folslein betelle wurde troch de provinsje.’’

Deze uitzonderingsregeling staat helemaal los van het SNL-subsidiesysteem en de regels voor openstelling van natuurgebieden, laat de provincie weten in een schriftelijke verklaring: ,,Het is een specifieke opdracht voor toezicht die sinds 1994 wordt uitgevoerd. Destijds had de provincie zelf nog geen groene toezichthouders.’’ Deze regeling wordt steeds per vijf jaar verlengd. Het toezicht spitst zich toe op surfers, zeilers en speedboot- en jetskivaarders die ondanks verbodsborden toch afgesloten gebieden opzoeken, zegt Jack Jansen.

Bewapening

Op een ander terrein hebben de boa’s van It Fryske Gea juist een achterstand ten opzichte van hun collega’s. Waar de handhavers van landelijk opererende organisaties als Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten op pad gaan met lichte bewapening (een wapenstok, pepperspray en handboeien) hebben die van It Gea alleen hun bonnenboekje.

Voor een imponerender uitrusting is groen licht nodig van de politie Noord-Nederland. ,,We hebben de indruk dat die dat een beetje tegenhoudt op dit moment’’, zegt Jack Jansen. ,,Er is een eindeloze discussie gaande over escalatie van geweld van wel of niet gewapende boa’s. Het is ook maar de vraag welk type bewapening je wilt. Je ziet veel boa’s in steden die wel handboeien en bodycam hebben. Zo’n camera werkt preventief en is wat mij betreft ook zeer aanbevelenswaardig.’’

Gjerryt Hoekstra fan Staatsbosbeheer begrijpt de wens van It Fryske Gea. Hij zou niet zonder zijn koppelriem op pad willen gaan. ,,Sûnt wy dizze lichte bewapening ha is it tal ynsidinten in stik minder. Minsken scanne dy dochs daliks as se dy foar it earst sjogge.’’

loading

menu