Anne-Goaitske Breteler.

De heilige dag

Anne-Goaitske Breteler. FOTO LC

Doordat mijn vriend schilder is, maak ik zo nu en dan kennis met vakterminologie die normaal gesproken hele andere associaties bij mij oproept. Begrippen als ‘rinners’ en ‘besnijden’, maar de mooiste vind ik nog ‘de heilige dag’. Met dat laatste wordt namelijk het vergeten stukje schilderwerk aangeduid; een overgeslagen plek.

Daar moest ik direct aan denken toen ik begin deze week aan het zoomen was met de Vlaamse maker aan wie ik gekoppeld ben voor de schrijversresidentie De verwonderkamer, van het Vlaams-Nederlands huis deBuren, het festival Explore the North en Leeuwarden City of Literature . De opdracht luidde om het onvoorstelbare voorstelbaar te maken. Het riep bij ons vragen op over zingeving en heiligdom in een steeds ongelovigere samenleving.

De schilderterm werd de projectnaam, die daarmee de verschillende betekenissen van de woorden samenvoegde: het ongeverfde heiligdom op een seculiere muur. In een week tijd, hetzelfde tijdsbestek als waarin God de wereld schiep volgens Genesis, wilden we uitzoeken wat er nog te reconstrueren valt. Wat er nog overgebleven is van de onderste laag religie of hoe daar opnieuw kleur aan gegeven wordt.

Op dag drie, waarbij Hij de aarde en de zee scheidde en de planten en bomen liet ontkiemen, ging ik terug naar mijn oudst levende oorsprong die deze dag negentig werd: beppe Goitske. Ze vertelde me dat het fijn is om te geloven, maar dat twijfelen daaraan inherent is. ,,Dan tinke jo, wa hat God dan makke? En sân dagen is dochs fierstente min, dêr geane miljoen jierren oerhinne…’.

Het gereformeerde wordt breed door haar geïnterpreteerd, maar het is er altijd

Het gereformeerde wordt breed door haar geïnterpreteerd, maar het is er altijd: ,,It is in hâldfêst. Ik bring al myn soargen nei boppen. Yn de hoop dat se oankomme’’.

Op dag vier, toen God het hemelgewelf licht gaf, zon, maan, sterren, en de seizoenen, dagen en jaren schiep, bezocht ik degene die mij van jongs-af-aan het licht-donkercontrast bijbracht: heit.

Zijn godsbegrip bestaat nog steeds, al is die niet meer zo Bijbels als tijdens zijn opvoeding. ,,Ik lieauw yn in abstraktere God, tusken Ferljochting en tsjuster yn’’.

De rationaliteit en wetenschap aan de ene kant en aan de andere kant: ,,alles wat der yn de skimer slommeret, dy mytyske dingen ferklearje ik hillich’.

Op dag vijf, toen Hij het water liet wemelen van levende wezens, boven de grond vogels liet vliegen en ze zegende opdat ze talrijk zouden worden, kwam mijn broertje Hylke langs vanuit de microscopie praktijkles – hij studeert biologie. Zijn geloof is er een in wetenschap, patronen, schakels en feitelijkheden. ,,Ik fyn de Bybelske skepping bullshit. Want dat is gewoan net logysk. En omdat alles der wol koherint oan is as wêze moat, lieauw ik net yn in God’’.

Maar toch is er aan het begin en einde plaats voor een klein beetje religiositeit. ,,Der moat wat west ha dat de earste reaksje oanset hat. En oan ’e ein dochs ek. Dat der noch wat oerbliuwt’’.

Aan die gedachte houdt Hylke vast. Zoals beppe aan God, zoals mijn vader aan zijn mythische heiligheid. Na drie generaties verandering van kleur, vervaging of leegte, blijkt dat de twijfel de heilige dag nog altijd laat bestaan.

agbreteler@gmail.com

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct