Bijna tegelijk verschenen twee boeken over de luchtoorlog boven Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoe verschillend ze ook zijn, de vliegbasis van Leeuwarden, die bij de Duitsers in gebruik was, speelt in allebei een belangrijke rol.

Heerenveen had de Friese primeur. Begin augustus 1910 kwam de Nederlandse vliegenier Clément van Maasdijk een demonstratie geven met zijn tweedekker: het luchtruim in! Extra treinen en stoomboten werden ingezet om de duizenden belangstellenden naar dit technisch mirakel te brengen. Het was een groot succes.

Aan het eind van die maand kwam Van Maasdijk, 24 jaar, om het leven toen hij bij Arnhem neerstortte. In Leeuwarden was er twijfel of de allereerste vliegweek daar nu wel moest doorgaan. Maar de voorbereidingen waren al te ver gevorderd en de Leeuwarders wilden ook wel eens een vliegmachine zien. Ook al schreven mensen naar de Leeuwarder Courant , dat ze het maar roekeloos vonden, toch kwam op 15 september vliegenier Jan Olieslagers, bijnaam ‘de Antwerpsche duivel’, naar Leeuwarden. Een juichende massa verwelkomde hem al bij het station.

Kwart voor vijf speelt de kapel op de Wilhelminabaan Wien Neêrlands Bloed , Olieslagers stapt in en begint aan een vlucht van 32 minuten ,,statig schommelend’’ (zoals deze krant het beschreef) de kant van Stiens en Marsum op. Keer op keer kwam hij terug om over de massa te scheren.

Sporen van de luchtoorlog

Die dag kun je als het begin beschouwen van de geschiedenis van Leeuwarden en de luchtvaart, schrijft Alexander Tuinhout in Sporen van de luchtoorlog 1940-1945 . Dat boek is net verschenen in de serie stadswandeling- en fietsrouteboekjes van het Historisch Centrum Leeuwarden. Het is flink forser dan eerdere delen: dit is een duizelingwekkend vat vol weetjes.

loading

Er zitten kaarten bij, zoals het hoort bij deze boeken, langs graven, gedenkstenen en plaatsen waar bommen zijn gevallen. Soms geeft het een andere blik op de stad. Zo weten oudere Leeuwarders vast dat het fietspad vanaf de Schrans naar de Potmarge een plek is waar in 1944 huizen zijn weggebombardeerd, maar voor mij was dat nieuw. Bij dat bombardement kwam een achtjarig knaapje om het leven.

Bij die eerste Leeuwarder vlucht was een ongeluk niet ver weg. In juli 1911 kwam Olieslagers weer naar Leeuwarden, ditmaal met zijn jongere broer Max. Diens toestel reed, door een plotselinge windvlaag, recht in op het publiek op de grote tribune.

De vlieger was ongedeerd, maar ,,tusschen de verschrikte en geschokte omstanders zag men op den grond gewonden; er vloeide bloed, een kermen steeg uit de verwonde massa omhoog, noodkreten gilden. Er lagen vrouwen, één het gezicht geheel onkenbaar, er lag ook een man; kinderen schreiden.’’ Vier mensen raakten gewond, anderen liepen schrammen op, een bezoeker werd een beurs met 46 gulden uit de zak geslagen. Max was verslagen en kon er niet goed over praten: ,,De kop is mij nog te duizel’’, zei hij.

Burgerluchtvaart

Het besef dat vliegen naast fascinerend ook hachelijk kon zijn was er dus al vanaf het begin. Maar dat hield de ontwikkeling niet tegen. Het Nederlandse leger kreeg in 1913 een luchtvaartafdeling, waarvoor een netwerk nodig was van noodlandingsplaatsen. In Leeuwarden werd dat het militaire exercitieterrein bij het Kalverdijkje, waar in de jaren twintig ook geregeld nieuwe luchtvaartdemonstraties werden gehouden. In 1921 vestigde zich er een maatschappij die op Amsterdam vloog, maar de belangstelling viel tegen.

Leeuwarden wilde intussen een echt, niet-militair vliegveld. De aanleg daarvan begon in 1936, noordwestelijk van de stad. In 1938 was de feestelijke opening en startte de KLM dagelijkse vluchten naar Eelde en Schiphol. Het passagiersgebouw staat nog op de huidige vliegbasis. Lang duurde ook die burgerluchtvaart niet: bij de mobilisatie in 1939 hield het alweer op.

Fliegerhorst

In mei 1940 kwamen de Duitsers. ,,Aus diesem Fußballfeldchen werden wir mal einen richtigen Flugplatz machen’’, moet iemand van de Luftwaffe gezegd hebben (van dit voetbalveldje zullen we eens een echt vliegveld maken) en dat gebeurde. Eind 1940 waren er zo’n 7500 bouwvakkers en grondwerkers aan het werk.

De Fliegerhorst wordt geboren, een basis met Duitse Messerschmits, nachtjagers en befaamde piloten (in Duitsland dan) als domineeszoon Helmut Lent, een van de beroemdsten. Mede dankzij radarstations bij Sondel, op Terschelling en Schiermonnikoog konden de Duitsers zeker 370 geallieerde toestellen neerhalen.

Neergestort

Neergestorte geallieerde toestellen zijn het domein van het andere pas verschenen boek, Neergestort , van Gerard Groeneveld. Een fraai uitgegeven werk, met een aantal ingekleurde zwart-witfoto’s (geen boek kan tegenwoordig meer zonder), en ook beelden van Heinz Boeke, die op de Fliegerhorst werkte als Bildberichter : hij ging erop uit om vliegtuigwrakken en eventuele slachtoffers te fotograferen.

Grimmige statistieken: boven Friesland zijn zo’n 500 toestellen verongelukt (van beide kanten), deels boven land, deels boven het water eromheen. Boven heel Nederland waren het er meer dan 5500. Neergestort gaat in op vijftien gevallen. Een ervan speelde zich in Friesland af: het verhaal van de Britse Short Stirling-bommenwerper, die in mei 1942 in de buurt van Ferwert en Blije terechtkwam. De acht bemanningsleden wisten zich in veiligheid te brengen, krijgen hulp en besluiten zich uiteindelijk te laten arresteren om wraakacties tegen de behulpzame bevolking te voorkomen.

In dat verhaal komt ook de eigenaardige ruiterlijkheid van de luchtmacht naar voren. In de gevangenis van Leeuwarden krijgen de bemanningsleden bezoek van de Duitse piloot die hen neer heeft gehaald, om naar hun gezondheid te informeren. Het is of ze een spel hebben gespeeld.

Jane en Fritzi

Aandachttrekkend in dit boek is Jane, de hoofdpersoon uit een pikante Britse strip. De rondborstige hoofdpersoon, die in de strip steeds kledingstukken kwijtraakt, was populair onder geallieerde vliegeniers. Soms schilderden die afbeeldingen van Jane op hun toestellen, met haar hondje Fritzi. Egmont Prinz van Lippe-Weissenfeld, een succesvolle Duitse piloot van de Fliegerhorst uit Leeuwarden, had in 1942 een toestel neergehaald. De afbeelding van Jane met haar hondje Fritzi was onbeschadigd gebleven. ,,Als zij echt was, zou ik haar meteen ten huwelijk vragen!’’, zei de 23-jarige vlieger. Hij liet de schildering uit het wrak snijden, lijstte het in en hing haar in de officiersmess van de Fliegerhorst.

loading

Over die mess en ander officiersvertier heeft ook het andere boek iets te melden. De officieren van de Fliegerhorst hadden een gevorderde woning aan de P.J. Troelstraweg 96-98 (het pand staat er nog) in gebruik als Kasino. Daar werd gedanst, er waren films en muziekvoorstellingen. Subtiel gaat schrijver Tuinhout in op het verhaal dat de Duitsers het pand in 1945 netjes hadden achtergelaten en het erna een bende werd: ,,Na de bevrijding is het pand nog maanden bij de Canadezen in gebruik. De oorspronkelijke bewoners treffen het in 1946 in uitgeleefde toestand aan.”

Tegelijk is het militaire vliegveld natuurlijk een aantrekkelijk doelwit voor de geallieerden. Die voeren bombardementen uit die soms ook de omgeving treffen. Zo gaat al in september 1940 het huis van weduwe Grietje Woudstra uit Stiens in vlammen op. Het zwaarste bombardement in Leeuwarden was een luchtaanval op 22 maart 1944, die zes mensen het leven kostte aan de Wijbrand de Geeststraat.

Emmers

Tegen dat voortdurende, onzichtbare gevaar van boven moesten Leeuwarders hun zolders leegmaken en op elke verdieping van het huis emmers water en zand neerzetten, om beginnende brandjes mee te blussen. Om de stad niet te verraden aan nachtelijk overvliegende toestellen, moesten de ramen verduisterd worden. Uit voorzorg waren de beelden bovenop de Kanselarij vast weggehaald en om het bordes zaten houten platen.

Daarnaast is er een Luchtbeschermingsdienst opgezet. Op verschillende hoge gebouwen turen vrijwilligers naar de hemel of er iets in aantocht is. Moet er alarm geslagen worden, dan bellen ze naar de centrale aan de Grote Kerkstraat.

Filmstudio’s

Ook de Luftwaffe zelf nam voorzorgsmaatregelen. Gebouwen op de Fliegerhorst werden geschilderd alsof het boerderijen waren, op de basis werden gewassen verbouwd. En bij de Ingelumerdyk bij Menaam werd een compleet schijnvliegveld aangelegd, met lichten en een startbaan waarop houten vliegtuigen aan een verborgen kabel heen en weer konden worden getrokken. Die kwamen uit de filmstudio’s van Cinetone, in Amsterdam.

Nog zo’n filmische link: de Schotse piloot Alastair McDonald moest zich met een parachute in veiligheid brengen en landde bij Stiens. De Luftwaffe arresteerde hem en hij belandde in het krijgsgevangenenkamp Stalag Luft III, in het gebied dat nu Pools is. Daar is McDonald een van de mannen die in 1944 ontsnapt door een lange tunnel, die ze in het geniep hebben gegraven: de basis voor de film The Great Escape met Steve McQueen. Het zijn dit soort weetjes die het boek van Tuinhout zo duizelingwekkend maken.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Tweede Wereldoorlog
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct