Jos Hooijmeijer bij de cameraval van Naturalis, die iedere 10 seconden de insecten op het gele vlak vastlegt.

De grutto is de waakvogel van ons landschap

Jos Hooijmeijer bij de cameraval van Naturalis, die iedere 10 seconden de insecten op het gele vlak vastlegt. Foto Niels de Vries

Het grutto-onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen slaat nieuwe wegen in. Hoe kunnen Zuidwest-Friese grutto’s de weg wijzen naar een biodiversiteitsvriendelijk platteland?

,,Sjoch, dat is moai. Myn favorite spantsje is der wer.’’ Vogelonderzoeker Jos Hooijmeijer tuurt met een vrolijke grijns door zijn telescoop in polder De Samenvoeging bij Koudum. Een heel eind verderop ziet hij twee grutto’s met de klinische namen Y5RLLR en B3RRLL. Die codes corresponderen met het vlaggetje en de gekleurde ringen aan beider poten.

Met het mannetje (met een geel vlaggetje op positie 5 en ringen in rood-lime-lime-rood) maakte hij al kennis toen dat pas een dag uit het ei was in de Heanmar-polder ten noordwesten van Koudum. Dat was op 9 mei 2009. Met de ringen - aangebracht door Hooijmeijer’s collega Roos Kentie – werd de band tussen de vogel en de grutto-onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen beklonken.

Bij Hooijmeijer thuis in Koudum hangt Y5RLLR in posterformaat aan de muur. De biografie van de vogel beslaat ondertussen elf jaar en meer dan 50 waarnemingen. Hooijmeijer spotte de vogel zelf twee keer in levende lijve in Senegal, blijkbaar zijn vaste overwinteringsplek. Vrouwtje B3RRLL, in 2014 als volwassen vogel geringd bij It Heidenskip, is in de winter alleen teruggezien in Spanje en Portugal .

Ieder voorjaar treffen de twee elkaar weer in De Samenvoeging, waar ze nu vredig naar wormpjes pikken in een plasdras, in het gezelschap van tureluurs en kemphanen .

Duizenden kleurencombinaties

Zoals Y5 en B3 zijn er de afgelopen jaren duizenden vogels van unieke kleurringcombinaties voorzien. Die operatie was onderdeel van een in 2004 in gang gezet mega-onderzoek - onder de vleugels van hoogleraar trekvogelecologie Theunis Piersma en met dagelijkse leiding van Hooijmeijer - naar de ‘burgerlijke stand’ en de whereabouts van onze nationale vogel. In heel Nederland, Spanje, Portugal en Afrika worden waarnemingen verzameld.

Sinds 2013 zijn bovendien meer dan 400 grutto’s voorzien van satellietzendertjes, wat nog veel meer inzichten opleverde over de verschillende trekroutes en overwinteringsstrategieën van grutto’s.

De kern van dit ‘Skriezewurk’ lag in Zuidwest-Friesland, ruwweg in de driehoek tussen Makkum, Laaksum en Heeg. Het onderzoeksgebied meet 11.550 hectare verdeeld over 62 polders, 2874 percelen en honderden grondeigenaren. Het is een mix van eersteklas vogelgebieden en intensief beboerd land.

Het onderzoek leverde een schat aan kennis op over het welzijn van de pakweg 50.000 laatste Nederlandse grutto’s. Veel opwekkend nieuws zat daar niet tussen. Het belangrijkste: de reproductie van de grutto zit in een neerwaartse spiraal. De helft van alle legsels sneuvelt voortijdig en van de kuikens die wel uitkomen komt 90 procent alsnog om, door een gebrek aan dekking en voedsel.

Hooijmeijer laat zich door zoveel triestigheid niet uit het veld slaan: ,,As wittenskipper besykje ik my foaral op te stellen as taskôger. Dat is oars foar natuerbehearders en boeren dy’t bot mei greidfûgelbehear dwaande binne en neisoargers dy’t in protte oere stekken yn it opspoaren fan nêsten. Dy sjogge dat al har wurk teneate giet. It giet my ek oan it hert, mar primêr wol ik gegevens sammelje wermei’t wy it echte ferhaal fertelle kinne. Om sa te helpen de rin fan de skiednis om te bûgjen.’’

loading

Voldragen epos

Waar dat verhaal de afgelopen jaren vooral ging over de sombere lotgevallen van de grutto, moet het de komende jaren uitgroeien tot een voldragen epos over de toekomst van ons landschap, met de grutto als gids en indicator. Hooijmeijer: ,,De nulsituaasje ha we de ôfrûne jierren wol beskreaun. No wolle we in grutte stap foarút sette.’’

De komende vijf jaar willen de onderzoekers gefundeerde kennis en inspiratie leveren aan alle partijen die toewerken naar een melkveehouderij met een bedrijfsmodel dat is gebaseerd op natuurlijke processen in bodem, water en lucht. ,,De grutto is als boerenlandvogel in staat ons te laten zien of het met deze transitie de goede kant op gaat. De aanwezigheid en een toenemend broedsucces van grutto’s indiceren namelijk een hoge biodiversiteit, een gebalanceerd voedselweb en bodems die horen bij een duurzame melkveehouderij, kortom het aantrekkelijke landschap waar we met z’n allen naar toe willen’’, is te lezen in het vijfjarenplan dat is omarmd door het ministerie van LNV.

In de samenballing van onderzoeken komen alle discussies samen waarin het schuurt tussen natuur en landbouw, van landschapspijn, uitgeputte bodems en diep ontwatering tot predatoren en insectensterfte.

,,De konstatearring dat ús plattelân folslein greidfûgelûnfreonlik wurden is, is net nij’’, zegt Hooijmeijer. ,,Mar der binne wol hieltyd mear minsken dy’t beseffe dat dit net is wat sy wolle. Dy wolle in plattelân ha dat ryk is oan wolwêzen, yn stee fan in gebiet dêr’t mar in pear minsken wat oan fertsjinje. En dat binne faak net iens de boeren. It measte jild streamt nei partijen dy’t it plattelân en de boer as in soarte fan wingewest brûke.’’

Boer zit klem

De onderzoeker ziet dat veel boeren moeite hebben het hoofd boven water te houden, klem als ze zitten in een systeem dat is gebaseerd op bulkproductie tegen een minimale kostprijs. Als ze hun bedrijfsvoering al willen omgooien, dan stuiten ze op een markt die daar niet op is ingesteld. ,,Elkenien begjint stadich tusken de earen te krijen dat oan dat goedkeape foedsel fan ús, dt wy ek nochris massaal eksportearje, in priiskaartsje hinget foar it lânskip. It wurdt de keunst om de kommende jierren te snappen oan hokker knoppen we draaie moatte om in lânskip werom te krijen dêr’t de boer noflik yn produsearje kinne, mei de natuer as byprodukt.’’

Op grond van internationale verdragen en wetgeving waaraan ons land zich heeft verbonden, is het volgens Hooijmeijer onontkoombaar dat Nederland zich inspant voor het versterken van de biodiversiteit, te beginnen met de plattelandsnatuur. ,,Dy is oer de folle breedte útklaaid , benammen troch ús oerheid. Dy hat altyd foarrang jûn hat oan lânbou en ekonomy en fan de natuer in soarte fan slútpost yn de begrutting makke.’’

,,We komme der no achter hokker konsekwinsjes dat hat. De lêste stikjes greidfûgelreservaat wurde in soarte fan snackbars foar predatoaren om’t it de iennichste plakken binne dêr’t yn de maitiid wat te heljen falt. En dan hat de lânbou ek noch fan grutte ynfloed west op alle oare natuer. Alle heideterreinen, bosken en moerassen steane ûnder ynfloed fan de side-effects fan de lânbou. Dat giet net allinnich oer stikstof, mar ek oer bestridingsmiddels en ferlege grûnwetterpeilen, dy’t ek oant fier bûten de grinzen fan agraryske perselen rikke.’’

Rovers, wormen, muizen en insecten

Verrekijker en veldboek hebben nog niet afgedaan, maar de onderzoekers van het Skriezewurk-nieuwe-stijl halen de komende jaren in technologisch opzicht alles uit de kast om de samenhang tussen veranderingen in het boerenland te peilen.

Systematisch verzamelde informatie over de predatie van weidevogels is amper beschikbaar. Wanneer zijn de vogels kwetsbaar, welke rover slaat wanneer toe? Daarover moeten tellingen op vaste trajecten, honderd cameravallen in het veld (op strategische plekken en bij nesten) en dna-monsters van gesneuvelde eieren meer duidelijk maken. Een vervolgstap, waarvoor het geld nog niet rond is, is het uitrusten van roofvogels en grondrovers met zenders om meer inzicht te krijgen in hun bewegingen.

In het Friese boerenland zijn veldmuizen belangrijke spelers. Deze woelmuisjes lijken goed te gedijen in intensief grasland met diepontwatering en eiwitrijk gras. De veronderstelling is dat weidevogels het goed doen in piekjaren omdat predatoren zich dan op de muisjes storten. Na de piek zouden vogels dan weer de sigaar zijn door het overaanbod aan rovers. ,,Sa wurdt it faak sketst, mar eins is der noait mearjierrich ûndersyk dien nei sokke relaasjes’’, zegt Jos Hooijmeijer. Met gestandaardiseerde tellingen willen de onderzoekers een begin mee maken met het leggen van verbanden tussen muizenstand en weidevogelpredatie.

Gruttokuikens moeten in 25 dagen vliegvlug zien te worden op een dieet van insecten . Dat de vogels stelselmatig aan ondergewicht lijden, lijkt dan ook samen te hangen met een gebrek daaraan. Toch zijn er nooit langjarige metingen gedaan naar het voorkomen van bijvoorbeeld mestvliegen en langpoot- en dansmuggen. Een uitvinding van Naturalis en EIS Kenniscentrum Insecten moet daar vlot verandering in brengen. Het is een camerasysteem dat alle insecten die afkomen op een geel lokvlak fotografeert, telt, meet én op naam brengt. De camera maakt iedere 10 seconden een foto en stuurt de beelden naar een database. Insecten die langer blijven hangen worden niet dubbel geteld. In Zuidwest-Friesland staan straks op 40 plaatsen meetopstellingen. De eerste drie pilotmodelen draaien al. Ze staan op turbograsland, op een maisakker en in een kruidenrijk weiland dat met droge stalmest is bemest. Hooijmeijer: ,,We sykje no de ekstremen op. Ast dêr gjin ferskil yn sjochst, wêr dan wol?’’

Volwassen grutto’s vissen met hun gevoelige snavel regenwormen uit de grond. De staat van het bodemleven zal voortaan jaarlijks worden gemonitord door op 45 vaste percelen, met verschillende grondsoorten en beheer, ieder jaar blokken van 20 bij 20 bij 20 centimeter uit de bodem te steken. Daarin worden alle rode regenwormen geteld en gemeten, om een beeld te krijgen van het ondergrondse ecosysteem en de bodemgezondheid.

Satellietbeelden leveren verrassend veel informatie op over het agrarisch grondgebruik, bodemverstoring, de vegetatie en vocht en bodemtemperatuur. Om inzicht te krijgen in landschap en landgebruik zullen al die gegevens in het Zuidwest-Friese onderzoeksgebied worden geanalyseerd. Voor een compleet beeld worden op de grond steekproefsgewijs planten gedetermineerd en bodemmonsters genomen. Die samples leveren inzichten op over de voedingsstoffen in de grond en ook over hoeveelheden bestrijdingsmiddelen en afbraakproducten daarvan.

Het onderzoek naar de grutto’s zelf gaat natuurlijk ook gewoon door. Om de waardevolle meetreeksen van de afgelopen zestien jaar te laten doorlopen worden nesten en het broed- en uitvliegsucces vastgelegd. Ook het onderzoek met kleurringen en radio- en satellietzenders en tellingen in Spanje, Portugal en West-Afrika worden voortgezet. Alle waarnemingen en tellingen worden sinds dit jaar bijgehouden en verwerkt via een app.

Het project, dat voluit ‘De staat van ons landschap: grutto’s meten het succes van de transitie in de melkveehouderij’ is gedoopt, loopt van 2020 tot en met 2024. Het moet representatieve gegevens opleveren voor heel Nederland. Daar zijn ieder voorjaar 15 onderzoekers bij betrokken. Zij rapporteren jaarlijks hun bevindingen.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct