De bloemist | Harry koopt bloemen, lekker voor zichzelf

Willem en Harry. FOTO LC

De handel van florist Willem de Graaf uit Leeuwarden bloeit volop in coranatijd. Toch draait het hier om veel meer dan alleen geld verdienen. Vandaag aflevering 2 van een docusoap.

Een mens moet wat met zijn geld als-ie niet naar de kroeg kan. Dan maar bloemen kopen. Toch? Gerrit Bouma, relaxed, handen in de zakken van zijn joggingbroek, stapt de zaak van Willem de Graaf binnen. Het is vrijdag en mistig buiten in Bilgaard. ,,Een bosje voor mien moeke, Willem.’’ Gerrit, die in Hempens woont, moest naar de fysio - rugperikelen - en was in de buurt, dus, nou ja, toch maar even bij kiosk van z’n maat De Graaf langs.

Gerrits oude moedertje woont nog steeds zelfstandig. Ze is 85 en longpatiënt, dus doet het voorzichtig aan. Maar ze ziet haar kinderen nog wel. Voor zijn moeder heeft-ie doorzichtige mondkapjes op de kop getikt trouwens, hartstikke handig, tien voor 15 euro, via internet. Het is een rare tijd, vindt Gerrit, maar als we allemaal een beetje normaal doen en het koppie er wat bij houden, moet het lukken. En intussen moet een mens er zelf maar voor zorgen dat het gezellig blijft.

De vrijdagmiddagborrel in het Oranje Bierhuis is een borrelsessie geworden bij iemand van de vaste vriendenclub thuis. Niet te veel, maximaal met zijn vieren, daar is Gerrit - ,,Ik ben een sociale drinker’’ - gewoon heel duidelijk in. Zegt-ie ook tegen zijn zoon van 22: NIET meer dan drie mensen uitnodigen!

loading

loading

Dan komt Eslö van den Bovenkamp, met een kloeke blauwe mondkap voor, aarzelend binnenwandelen. De laboratoriumanalist komt twee bossen roosjes kopen in opdracht van zijn schoonmoeder, Jitske van der Helm die in woon- en zorgcentrum De Hofwijck woont. ,,Ze wil ze aan de verpleging geven omdat ze ziet hoe ongelofelijk druk die het heeft.’’ En nu is er ook nog eens corona in De Hofwijck en moet Elsö’s schoonmoeder wéér op haar kamer blijven. ,,Ik ben haar contactpersoon met de buitenwereld’’, zegt hij terwijl hij een schuin oog houdt op bloemist Willem de Graaf. ,,Doe je er wel wat blaadjes groen bij, Willem?’’ Tuurlijk jong.

loading

Willem kent veel zijn klanten bij naam. ,,Daar hebben we Harry!’’ Een forse kale man met een grote boodschappentas vol chips en boerenkool stapt de kiosk binnen. ,,Zoooo…. het weekeinde kan beginnen zeker’’, zegt Willem, die de roosjes voor de schoonmoeder van Elsö voorzichtig in het plastic rolt. Harry van Krugten koopt een grote herfstachtige bos, voor zichzelf. Hij komt sinds een maand voor twee weer in de zaak, nu zijn chemo’s en bestralingen achter de rug zijn. Blaaskanker, moeilijk te opereren. Vandaar: chemo en bestralingen. En nu maar hopen dat het even wegblijft, of beter nog, helemaal niet meer terugkomt.

Het was heel gek, zegt Harry, die met zijn hondje Lola en zijn aquarium vol vissen in een flat aan de Gealanden woont, maar toen hij in mei te horen kreeg dat hij ziek was, had hij zijn hondje nog maar net. Zij heeft hem er doorheen gesleept. Wacht even. Hij laat een foto van haar zien, van zijn schatje. Ja, zegt Harry, een mens verandert wel door zo’n ziekte hoor. Vroeger liep hij door het Leeuwarder Bos en als hij dan een vogel hoorde fluiten, dacht hij: o daar fluit een vogel. Dat is nu heel anders. ,,Nu denk ik: whoooowwwwwwww! Hoor eens! Whhhhoowwwww! Een vogel!!!!’’ Genieten, daar gaat het om, zegt Harry. Als hij wegloopt, zegt Willem: ,,Toen ik Harry voor het eerst zag, moest ik meteen aan mijn overleden zwager denken. Aan Pieter. Die had ook kanker. Zo heb ik Harry leren kennen. Hij kwam aanlopen en ik zei: ‘Weet je waarom ik zo naar je sta te kijken, omdat je me aan iemand doet denken. Zo is het contact ontstaan, nu komt hij iedere week.’’

loading

Het is wel een ochtend van oude bekenden, want daar komt Dirk Dijkstra ook ineens aan. De man die 83 is maar die zich 63 voelt. ,,Mijn oudste klant’’, zegt Willem stralend. ,,Jij kocht nog bij opa Willem toch, Dirk?’’ Dat zou best kunnen, zegt Dirk. ,,Ik ben op mijn 23ste getrouwd en toen is het zo’n beetje begonnen met de bloemen.’’ Hij is wat later dan anders, maar er was gedoe over de nieuwe minibieb in het portiek van zijn flatgebouw. Een lieve bewoner had er een kastje met boeken neergezet en wat denk je? Na een dag alles foetsie! Daar heeft Dirk zich even tegenaan bemoeid.

Dirk heeft een getransplanteerde nier en moet medicijnen slikken die zijn immuunsysteem onderdrukken. Ja, corona is gevaarlijk voor hem. Het is al met al een beetje een unheimische, lastige tijd, vindt hij. Het doet me denken aan de periode 1940-1945. Ik was acht en Nederland was bezet, je liep rond met een gevoel van gevaar, maar je wist niet waar het vandaan kwam. Dat is nu ook zo.’’ Maar goed, bloemen zijn er altijd. Dus doe Dirk ook maar een bosje, Willem.