De bloemist | Florist Willem de Graaf bloeit volop in coronatijd: 'Ik bin der gek op, ken nyt sonder'

Bloemist Willem de Graaf en collega Marloed Posthumus. ,,Hier komen gewone mensen, die hoeven geen bos van 20 euro.’’

De handel van florist Willem de Graaf uit Leeuwarden bloeit volop in coronatijd. Toch draait het om veel meer dan geld verdienen. Aflevering 1 van docusoap De Bloemist.

‘Bloemenkiosk De Graaf en dochters’ staat op de luifel van het winkeltje aan de Brandemeer. De drie dochters zijn alleen in geen velden of wegen te bekennen. ,,Dat heb ik er gewoon voor de leuk op gezet’’, lacht eigenaar Willem de Graaf (51), terwijl hij een herfstboeket samenstelt. ,,Ze hebben nooit in de zaak gestaan en ook niet de ambitie gehad, maar toen ik zo’n 32 jaar geleden begon zag je overal ‘de firma huppeldepup en zonen’. Zonen had ik niet, dus ik dacht: dan maar zo.’’

De kiosk is een plek waar de vele klanten op verhaal kunnen komen. ,,Het voelt als eigen, familie bijna. Ze vertellen me alles en niet alleen leuke belevenissen, ook de nare.’’ Omgekeerd vragen ze de vrijgezel, jaren geleden gescheiden, ook van alles. ,,Is dat je vriendin?’’, bijvoorbeeld, knikkend naar de dame met het lange rode haar, die vrijdag en zaterdag bijspringt. Zij, Marloed Posthumus (51), lacht er maar om: ,,Iederéén vraagt het.’’

,,Kom maar hoor’’, zegt Willem tegen een vaste klant op een scootmobiel. ,,Goedemorgen.’’ De 84-jarige Afke Dijkhuis parkeert haar electrische driewieler naast de kiosk en vindt, eenmaal binnen, een bos roze chrysanten voor haar schoondochter. ,,As ut moai weer is gaan ik alle middagen een blokje om en hier hewwe se hele goeie bloemen’’, zegt ze in plat Liwwadders. ,,Ik bin der gek op, ken nyt sonder.’’ Zeker twee keer per week passeert ze de kiosk, onderweg naar het graf van haar man op de Noorderbegraafplaats. Met een harkje en een bezempje en – als het even kan – verse bloemen. ,,Anders is ut so kaal.’’ Haar man was ook gek op alles wat bloeide, vertelt Dijkhuis als ze weer richting de scootmobiel loopt. ,,Al ging ut om’e laatste senten, we moesten altyd bloemen inne huus hewwe.’’

De kiosk is al drie generaties in handen van de familie. ,,Mijn vader Douwe en opa Willem zijn hier in 1969 begonnen.’’ Vader dreef de kiosk, opa stond op de markt en ging langs de deuren met een bakfiets. ,,Naar Koarnjum, Britsum, Stiens. Ik weet nog dat ik als kind in de vakanties mee mocht naar Beverwijk, waar ze destijds een bloemenveiling hadden. Dan gingen we stiekem op de bloemenkarren staan die langs de veilingklokken reden.’’

De zaken gaan prima dit jaar en daar heeft de eerste coronagolf zeker aan bijgedragen. ,,Dit voorjaar waren wij een van de weinige sectoren die draaiden als een tierelier. Dat kan iedere bloemist beamen.’’ Omdat de export stokte, daalden de inkoopprijzen, grote partijen moesten worden vernietigd. ,,In die tijd heb ik eigenlijk te veel verdiend, ik denk wel 50 procent meer.’’ Toen de export weer op gang kwam, stegen de veilingprijzen. En toch bleven de klanten komen. Wetend dat Willem staat voor een redelijke prijs. ,,Hier komen gewone mensen’’, zegt Willem, ,,die hoeven geen bos van 20 euro.’’

De bloemenbaas gaat even buiten onder de luifel een sigaretje roken. Marloed keuvelt verder: ,,Rijk worden gaat-ie niet, zeg ik altijd. Hij geeft de bloemen haast nog liever weg dan dat-ie er wat aan verdient.’’ Met stemverheffing: ,,Hè, Willem?’’ De bloemenbaas geniet van zijn peuk. Roept terug: ,,Ik hóór je niet.’’