W ie Jan Benes Bles zegt, zegt Friese zuivel. Hij schudt alle jaartallen en ontwikkelingen zo uit zijn mouw. Zet er nog even een internationaal perspectief naast en klaar ben je.

Maar eerst even over die grote lijst met oude familiefoto’s die tegen de wand staat in de huiskamer in Broek. Want wie zijn dat en waarom zit daar zo’n geinig bamboe wandelstokje bij in geschoven?

,,Dat binne ús pake, oerpake, in omke en in neef. Dat wiene alle-gearre feekeaplju. Skoanheit ek, dy wie in keallekeapman.’’ En daar hoorde dat stokje dus bij. Niet om een koe een pets mee te geven, maar als aanwijsstok. De mannen verdienden knap, pake Luite bezat op het hoogtepunt zelfs drie boerderijen. Maar ja, het ging mis met de aandelen in de Russische spoorwegen. Een vroege aandelenbubbel die klapte in 1917, toen de Russische Oktoberrevolutie roet in het eten gooide.

Alle leningen die ‘door de regeringen der Russische bourgeoisie’ waren opgenomen of gegarandeerd, werden ongeldig verklaard. Notaris Faber in Langweer die de beleggingen regelde ging failliet en met hem een aantal boeren. ,,Pake hâlde ien pleats oer, yn Langwar sels.’’ Heit Bene en mem Riemkje boerden er met hun gezin, dat vijf jongens en zes meisjes telde. Allemaal voorbestemd voor het boerenleven.

Allemaal, behalve Jan. Die riep al heel jong dat hij beslist geen boer wilde worden. En wat dan wel wist hij ook: directeur van de zuivelfabriek. Dankzij voorspraak van hoofdmeester Venekamp en dominee Dijkstra mocht hij naar de hbs in Sneek. Met een kleine tussenstop in Heerenveen. ,,Ik wie gjin studint en yn it tredde jier wie ik al sa faak fuortstjoerd, dat heit in brief krige dat ik net wer hoegde te kommen.’’

Heit reageerde niet. Hij zette Jan aan het melken. ,,Dat duorre in pear dagen en doe tocht ik: ik moat dochs mar wer nei skoalle.’’ Maar schooldirecteur Hotze de Boer hield zijn poot stijf. Hij regelde wel dat Jan in Heerenveen kon beginnen. ,,Dat ha ik besocht mar dat fûn ik ek neat. Dus doe ha ik wiidweidich ekskús oanbean oan De Boer en doe mocht ik werom komme.’’

Na de hbs volgde de Zuivelschool in Bolsward. En wie was de eerste die hem feliciteerde: Hotze de Boer. Jan klom al snel op van assistent-directeur in eerst een kleine en daarna een grotere zuivelfabriek en bereikte in 1961 zijn doel: directeur van de zuivelfabriek in Makkinga. En wie was de eerste die hem feliciteerde? Precies.

,,Yn 1951 doe’t ik yn ’e suvel begon wiene der noch wol in 60 fabriken. Yn 1961 wiene it der noch sa’n 15.’’ De ruilverkavelingen op het platteland vonden ook plaats in de zuivelindrustrie. De mechanisatie kwam op en de kleine fabrieken konden niet mee in deze vaart der volkeren.

Jan maakte alles mee. Hoe de kleine dorpsfabrieken plaatsmaakten voor de grote industrieën. Er kwam een centrale botermakerij bij de Frico, die later naar Wergea ging. Jan werd er directeur. Van lieverlee belandde hij in de internationale zuivelsfeer. Toen hij in 1991 met pensioen ging zat hij in de directie van de Frico. Niet het eind van zijn werkzame leven, maar het begin van een nieuw avontuur.

Met de val van de Berlijnse Muur in 1989 kwam Oost-Europa in beeld. De directeur van Meggle Milchwerke in Wasserburg belde of Jan in de Oostbloklanden wilde gaan kijken hoe het daar stond met de zuivelfabricage. Als een ware zuiveldokter bezocht hij Tsjechië, Slowakije, Kroatie, Servië, Polen, Oekraïne. ,,Dat ha ik fyftjin jier dien. Ut dy hiele mikmak is de ôfdieling Ost-Europa ûntstien by Meggle.’’

Na die vijftien jaar kon hij nog steeds niet neerploffen in een luie stoel voor Netflix, want toen hing een kennis in Venezuela aan de lijn. Of hij alsjeblieft heel snel langs wilde komen om wat problemen op te lossen in een zuivelfabriek aldaar. En ze wilden er ook wel een huis bij bouwen. ,,Mar ik wist wol dat ik myn frou der net hinne krije koe. Doe ha ik sein: ‘Ik kom foar in pear moanne. Ik hoech der net oan te fertsjinjen, mar ik wol graach it lân kennen leare’.’’ Voor hij het wist, vloog hij boven de Amazone.

,,It is sa belangryk dat jo yn it libben minsken moetsje dy’t je it lêste triuwke jouwe sadat je wer foarút kinne. Foar my wiene dat master Venekamp en Hotze de Boer.’’

En wat zei heit toen Jan zijn doel bereikt had en directeur werd in Makkum? Lachend: ,,Dy sei: ‘Do woest gjin boer wurde mar do bist no boerefeint. Want yn de koöperaasje is de boer de baas’.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Serie De tijdlijn
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct