De Tijdlijn: Allrounder op Ameland

In honderd jaar kan er een boel gebeuren. Deelnemers aan De Tijdlijn weten er alles van. In iedere aflevering zet iemand met veel levenservaring een punt. Wat was voor hem of haar een bijzonder moment of speciale gebeurtenis?

Oense Straatsma, 16 juli 1925 in Leeuwarden

Het zeegat uit, naar Ameland. De Tijdlijn praat met huisarts-in-ruste Oense Straatsma die 1957 bijschrijft op de lijst, het jaar waarin hij op het eiland neerstreek en daar als tweede huisarts zijn praktijk begon. Hij stopte dertig jaar later, op 1 januari 1988. Hij kent een boel eilanders van binnen en buiten. Letterlijk.

Omweg

Een gesprek met eilanddokter Oense is ook een gesprek met Heiltje. Niet alleen zijn echtgenote maar ook zijn professionele sidekick, om maar eens een moderne term te gebruiken. Tegenwoordig horen bij een beetje huisartspraktijk verschillende assistentes en verpleegkundigen maar in Straatsma’s tijd werkte een doktersvrouw hard mee.

Oense werd huisarts met een omweg. De schilderszoon uit Stiens ging naar de hbs en maakte na de oorlog de kweekschool af. Maar dat was het toch niet helemaal. In 1947 begon hij aan een studie geneeskunde in Groningen. Hij liep stage in Wergea bij dokter Van Drogen, die hem tipte dat er op Ameland behoefte was aan een tweede huisarts.

,,Der is yn al dy jierren in protte feroare mei de opkomst fan it fremdlingenferkear’’, zegt Straatsma. Hij heeft daaraan zelf actief meegewerkt. Zat in het bestuur van het dorpsbelang van Ballum, zorgde dat er een camping kwam (ontstopte zonodig zelf de toiletten), werkte mee aan de oprichting van een natuurcentrum en is al jaren lid van de stichting De Ouwe Pôlle Ameland. Hij stelde een aantal kloeke boeken samen over het eiland, in november verschijnt er weer een.

Doe-het-zelver

Als huisarts op een Waddeneiland was Straatsma een allround doe-het-zelver. Dierenarts, tandarts, er werd voor van alles een beroep op hem gedaan. Dat krijg je als er een spaarzame verbinding met het vasteland is. Voor spoed- en noodgevallen was het improviseren.

Zoals die keer dat de dierenarts verkering had op de wal. Een ongeruste boer meldde zich bij Straatsma. ,,De ster kin de ham net kwyt’’, sprak hij cryptisch. Medische vertaling: een net bevallen bijzondere merrie had moeite met de nageboorte. ,,Ik wie net sa’n fan de hynders’’, zegt Oense. ,,Eins wie ik in bytsje benaud.’’

,,Dat ik belle in freon mei kennis fan saken om rie. Dy sei: ‘Gewoon van achteren erin en lospellen’. Ik sei: dan begjint er te skoppen fansels. Witst ek wat oars?’ ‘Ja, even een hek tegen de kont van het paard zetten’. Ik sei: ‘Witst ek noch wat oars?’ ‘Ja, een injectie met piton (oxytocine, hormoon om weeën op te wekken, red.)’.’’

,,No dat hie ik wol yn myn ferlostas. Doe ha ik it hiele fleske yn in spuit dien.’’ Heiltje: ,,In dosis foar hûndert froulju moatst tinke.’’ Oense: ,,It hat wol holpen. De boer belle fuort de oare deis: ‘De boer is blij, de ham leit yn ’e wei’.’’

Als tandarts had hij wat minder geluk. Toen hij verging van de pijn moest hij zichzelf behandelen. Na verdoving trok hij zijn eigen tand eruit. Helaas was het de verkeerde. ,,Ik stie foar de spegel’’, grinnikt hij.

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement