Als kind raakte schrijver Flip van Doorn gefascineerd door Friesland, de geboortegrond van zijn opa die er gloedvol en met onverholen trots over kon vertellen. Het resulteerde veertig jaar later in een toegankelijk geschreven boek. ,,Ik heb me vaak verbaasd tijdens mijn zoektocht. De Friezen hebben echt overál gezeten.’’

Vanuit de weidsheid ben ik teruggekeerd naar een land dat strikt genomen niet mijn heitelân is, maar wel dat van mijn grootvader en zijn voorgeslacht. Een land waar ik – tegen beter weten in – binnen elke nieuwe cirkel zoek naar iets waarin ik een kern hoop te herkennen en dat toch steeds weer de rand van een volgende cirkel blijkt te zijn. (Uit: De Friezen, een geschiedenis)

Elf jaar geleden streek Flip van Doorn met zijn vrouw en drie kinderen vanuit de Randstad neer in IJlst. Hij werd niet in Friesland geboren en groeide er ook niet op, maar toch voelde het als een soort remigratie. De nu 53-jarige auteur en freelance-journalist voelt zich al verbonden met Friesland en de Friezen sinds zijn in Dokkum geboren en getogen opa hem en zijn broer in 1980 – Flip was toen 12 – de provincie liet zien. Het was Van Doorns eerste bezoek aan Friesland.

,,De trots die opa toen uitstraalde over zijn afkomst; ik merkte dat het hem wat deed’’, zegt Van Doorn. ,,Later kwam ik erachter dat opa zijn geschiedenislessen ook wel eens aandikte, stevig zelfs, en elke kans te baat nam om Friesland in een fraai daglicht te plaatsen. Ik werd nieuwsgierig: wat klopte er van zijn mooie verhalen, wat niet? Vanaf het moment dat ik hier zelf ging wonen, speelde ik met het idee er iets mee te doen en over de Friezen en hun geschiedenis te schrijven.’’

Het gesprek vindt plaats aan de keukentafel van zijn tussenwoning aan het water, waar de schrijver in lockdown-tijd bepaald niet het rijk alleen heeft. Echtgenote Mirjam is even vanuit haar geïmproviseerde thuiskantoor naar de woonkamer gekomen voor een korte koffiepauze. Zoon Teun haalt ook wat te drinken voordat zijn videoles weer verder gaat en op zijn slaapkamer zit zoon Bram al in de virtuele klas. Dochter Daantje is het huis uit.

De voertaal van het gezin is Nederlands. Flip van Doorn beheerst het Fries. Hij wilde tussen de Friezen staan, dus een van de eerste dingen die hij na zijn verhuizing naar IJlst deed was trachten de taal onder de knie te krijgen. Hij volgde een cursus bij de Afûk en dacht daarmee een flink deel van zijn ‘inburgeringscursus’ te hebben voltooid, maar dat pakte anders uit. Alleen al dat fascineerde hem.

Het is de taal van mijn pake, mijn grootvader. Een taal die ik alleen passief beheers. Ik begrijp elk woord in de folder, maar krijg er geen gevoel bij. Mijn ervaring met de praktijk is dat het Fries vrijwel alleen beklijft bij degenen die het meekregen aan de memmeboarst. (Uit: De Friezen, een geschiedenis)

,,Kijk’’, verduidelijkt Van Doorn, ,,ik spreek vijf vreemde talen vloeiend, maar de taal van mijn pake niet – ook al woon ik hier al meer dan tien jaar. Het Spaans dat ik heb geleerd, kan ik gebruiken van de Verenigde Staten tot diep in Argentinië. Met die ene taal kun je een groot deel van de wereld bereizen. Maar met het geef-Frysk, zoals ik het heb geleerd op de Afûk-cursus, word ik hier uitgelachen. Dat is een kunstmatige taal. Men corrigeert je meteen.’’

,,Ik vind dat lastig. Ondanks de verhalen van mijn opa – een schoolmeester die Friesland om economische redenen achter zich had gelaten en die mooi kon vertellen - had ik een randstedelijk beeld van de Friezen. Ik zag ze als een geheel, als een homogene groep: één vlag, een taal, een volkslied en een duidelijk karakter. Als je er dan tussen gaat wonen, blijkt het heel anders te zijn.’’

Met een schuin lachje: ,,Ik ben me eigenlijk al jaren aan het afvragen: waar ben ik terecht gekomen, hoe zit dat nou? Aan de ene kant voel ik me heel erg verbonden met dat Friese en aan de andere kant ervaar ik een afstand. Daar zit een tegenstelling in die ik de moeite waard heb gevonden om te onderzoeken.’’ Weer een lach. ,,Mijn uitgever zag het gelukkig meteen zitten.’’

Flip van Doorn werd in 1967 geboren in Zeist en groeide op in de Randstad. Het avonturiersbloed dat in hem stroomt, kon hij al op jonge leeftijd kwijt in zijn werk. Hij koos voor een bestaan als reisjournalist – aanvankelijk met de hele wereld als bestemming, sinds 2002 voornamelijk in eigen land - en werkte de afgelopen kwart eeuw voor Trouw, Algemeen Dagblad, de Vlaamse krant de Standaard en tijdschriften als Plus Magazine en FietsActief.

Hij publiceerde tal van boeken op zijn vakgebied, waaronder de vuistdikke gids ‘Nederland – 1000 plekken die je echt gezien moet hebben’. Hij geeft, buiten coronatijd, lezingen over zijn boeken en organiseert wandelexcursies in Nederland.

Verhuizen naar Friesland had geen al te grote impact op hem en zijn gezin. ,,Ik werk overal waar ik mijn laptop uit kan klappen en Mirjam kon hier ook al vrij snel werk vinden’’, zegt Van Doorn. ,,Daarbij komt dat de kinderen nog klein waren. Dus toen mijn schoonouders, die in Sneek wonen, elf jaar geleden zeiden: ‘Kom hierheen, want hier heb je de ruimte en de huizen zijn betaalbaar’, was de beslissing snel genomen.’’

Voor zijn boek ging Van Doorn – hoe kan het ook anders - op reis. Op zoek naar de Friese geschiedenis maakte hij elf tochten, door Friesland maar ook erbuiten. Per fiets, per trein, per boot. Hij kwam terecht in Allardsoog en Rinsumageest, maar ook in Rome - met zijn Friezenkerk - , de Zwitserse Alpen en het Duitse Waddengebied - Harlingerland. Hij stuitte er op sporen van de mythische Friese Vrijheid en vond de bouwstenen voor zijn verhaal van een doortastend volk waarvan de oorsprong en invloed ver voorbij de grenzen van de huidige provincie Friesland reiken. Bewonderend: ,,Wist je dat het woord Vlaanderen een Friese oorsprong heeft? In Oostende werd eerder Fries gesproken dan Nederlands.’’

,,Het zelf zien, voelen en ervaren en van daaruit schrijven, dát is mijn werkwijze. Daarbij vond ik het prettig dat ik zowel ‘randstedelijk toeschouwer’ kon zijn als Fries; ik kon wisselen van standpunt. Dat zie ik als een luxepositie, een gelukje. Het maakt het boek in mijn ogen extra interessant. Had ik een boek over Frankrijk geschreven, dan zou ik ‘de Nederlander in Frankrijk’ zijn. Maar omdat ik hier woon en toch voor een kwart van Friese afkomst ben, vóelde ik er iets bij. Ik ben met hulp van Tresoar zelfs in mijn stamboom gedoken.’’

Een mooi startpunt, voor hem persoonlijk, was zijn ontdekking dat de allereerste mensen die zich permanent in Friesland vestigden terechtkwamen in de omgeving van Dokkum – het gebied waar zijn familie van grootvaders kant vandaan komt. ,,Ik volgde de oude route van het Dokkumer Lokaaltsje. De geschiedenis van die oude spoorlijn, en ook die van de oude kustlijn van Friesland, gaat gelijk op met mijn eigen familiegeschiedenis. Ontdekkingen in mijn eigen stamboom zijn exemplarisch voor het grotere verhaal.

En daarbij: je hoeft niet naar Kreta of Verweggistan. Kijk ook eens hoe mooi het in je eigen achtertuin is. Normaal gesproken scheur je plaatsjes als Hallum of Marrum voorbij op weg naar de boot naar Ameland, maar neem eens de tijd om er te stoppen en rond te dwalen. Je staat versteld hoeveel Friese geschiedenis op die plekken is samengebald.’’

Interessant is het gevoel dat Van Doorn meegeeft, de duiding. Hij probeert niet-Friezen een inkijkje te bieden in dit eigenzinnige stukje Nederland. Tegelijk houdt hij de Friezen zelf een spiegel voor. In zijn zoektocht heeft Van Doorn ervaren dat Friezen eigenlijk alles tegelijk zijn: tegendraads en tegenstrijdig, creatief en conservatief, onzeker en zelfbewust, open en gesloten.

Je hebt de herdenking van de Slach by Warns bijgewoond. Een ontnuchterende ervaring.

Bedachtzaam: ,,Ik ben met de beste wil van de wereld naar de betinking gegaan, maar heb me nog nooit zo ontzettend niet-Fries gevoeld als daar. Dat was een hele rare gewaarwording. Ik twijfel geen seconde aan de goede bedoelingen, voelde daar bij die mensen ook dezelfde trots als die mijn opa had, maar er knaagde toch iets. De behoudzucht, het naar binnen gekeerde!

Moet je het Fries zien als iets waar je dijken omheen legt, moet je het beschermen tegen alle invloeden van buitenaf? Of is je taal, je identiteit iets wat je uitdraagt en met de wereld deelt? Ik denk dat het laatste beter werkt. Durf ook om de Friese cultuur kruisbestuiving aan te laten gaan met andere culturen.’’

,,De eerste cd die ik kocht toen ik hier kwam wonen, was Leonard Cohen yn it Frysk . Schitterend. Dankzij die plaat heb ik de rijkdom en de diversiteit van de Friese taal leren ervaren. Het Fries is zoveel poëtischer dan het Nederlands. Maar het gekke is: luister naar de Friese top-100 bij Omrop Fryslân en dan blijken ‘Leonard Cohen’ en ook Nynke Laverman met haar Friese fado stukken lager te staan dan Gurbe Douwstra en Piter Wilkens. Voor een randstedeling is dat onbegrijpelijk.’’ Minzaam: ,,Daar zie je dan toch weer aan dat de Friezen liever binnen die eigen dijken blijven.’’

Dat was vroeger wel anders. Je bent nadrukkelijk op zoek gegaan naar de roemruchte Friese Vrijheid. Het is in feite de rode draad van je boek.

,,Klopt. Daar heb ik veel over geleerd. De ontdekking dat Vrij en Fries in wezen hetzelfde is, vond ik echt fantastisch. Bij mijn reizen door de Alpen en naar Rome ontdekte ik dat de Friezen in de Middeleeuwen overal zaten, die waren Europeser dan de meeste Europeanen van nu. Het neutrale Zwitserland van nu is beïnvloed door de Friese Vrijheid van voor 1500. Die Middeleeuwse Friezen hadden iets wat anderen inspireerde. Daar had ik voordien geen weet van. Ik denk ook dat het meer aandacht verdient.’’ Lachend: ,,Er is namelijk niks mis met trots, zolang het geen overdreven vormen aanneemt.’’

,,De belangrijkste conclusie: als je alle laagjes van de terp afgraaft, dan blijft er één ding fier overeind staan: die Friese vrijheidsdrang. Die bestaat nog steeds. Het grappige is, dat ik die buiten Friesland het sterkst ervaren heb. Bij een logeerpartij in Nord-Friesland, in Duitsland, ontdekte ik waar het in de kern eigenlijk altijd om heeft gedraaid bij de Friezen: je leeft met een kleine gemeenschap op je eigen terp, redelijk naar binnen gekeerd, maar je weet dat je het met de groepen op die andere terpen moet zien te fiksen. Je bent van elkaar afhankelijk.’’

,,We zijn eigen baas, over ons eigen land, en niemand staat boven ons - geen heer, geen meester, geen hertog, geen graaf. Zo was het in de periode 500 voor Christus tot circa 700 na Christus, het begin van de Frankische tijd, die volgens mij heel vormend is geweest. Ik denk dat daar bij heel veel Friezen tegenwoordig nog steeds iets van terug te vinden is. De échte vrijheid, die de Friezen toen kenden, is door latere heersers steeds een beetje verder ingeperkt. Totdat er zo rond 1500 niks meer van over was.’’

Wat is er bij huidige Friezen nog wel van over?

,,Vooropgesteld: dé volksaard is lastig te vangen. Friese Vrijheid is niet exclusief voorbehouden aan geboren en getogen Friezen. Het is meer iets wat bij wijze van spreken hier in de bodem zit en dat ook mij, als import-Fries, beïnvloedt. Het vrije en ongebonden gevoel komt vanzelf over je als je je hier vestigt. Het is dus niet zozeer afkomst, maar toekomst: wat maak je er zelf van, wat doe je er zelf mee. Je kunt het in je opzuigen. Ik zag laatst een reportage over Habtamu de Hoop (PvdA-politicus uit Wommels, red.). Hij is hier niet geboren, maar is zo Fries als het maar kan.’’

De Friese vrijheidsdrang krijgt vanaf de negentiende eeuw een ander karakter?

Van Doorn: ,,Het gewest Holland werd op een gegeven moment zo dominant, dat de rest van Nederland in de verdrukking kwam. Friesland werd meer en meer ‘onderdeel van’. Er was geen houden aan.’’

,,Toen de Fransen in de negentiende eeuw verdwenen waren, wilden de nieuw ontstane natiestaten zich nadrukkelijk identificeren met hun eigen historie – of wat daarvoor moest doorgaan. Juist toen Nederland zijn vaderlandse geschiedenis ging opwaarderen, zag je dat een aantal regio’s een eigen bewustzijn creëerden. Om zich af te zetten tegen dat ‘Hollandse’. Daar ligt de oorsprong van het mythologiseren van de eigen geschiedenis. En in het geval van de Friezen lijkt er zelfs nog een schepje bovenop te zijn gedaan.’’

Zijn punt is: duik je als schrijver, als onderzoeker, ónder al die mythen, dan ontdek je dat in sommige gevallen weinig overblijft van de verhalen en ‘waarheden’. Neem alleen al Grutte Pier. ,,Dat is in feite een hele tragische figuur geweest’’, vindt Van Doorn. ,,Op het moment dat hij opstond en – grof gesteld – voor de Friese vrijheid opkwam, was die al te grabbel gegooid. Er was al niks meer van over. Zijn tegenstander was abstract, hij stond in wezen met zijn zwaard rond te hakken in de mist.’’

En wat vind jij? Moeten we bij zo’n verhaal terug naar de ijskoude feiten of is het juist goed om Grutte Pier in ere te houden, als symbool van een bepaald sentiment?

Van Doorn schuift op zijn stoel. ,,Kennelijk hebben Friezen de behoefte aan helden die hun trots belichamen. Dat is mij te simpel. De vraag is: hebben we helden nodig? Ik denk dat we meer hebben aan het uitdragen van de Friese cultuur, zoals ik eerder zei. Je moet het standbeeld van Grutte Pier niet omver halen, maar misschien is het goed om Freya (Germaanse godin van de liefde en vruchtbaarheid, aan wie de Friezen hun naam ontlenen, red.) ernaast te zetten.’’

Je pake, die je in je eerste reis naar Friesland meenam, is inmiddels overleden. Heb je het idee dat hij bij je geweest is tijdens je zoektocht?

,,Ja. Hij heeft voortdurend over mijn schouder meegekeken. Ik ben heel benieuwd hoe opa dit boek zou hebben gelezen. Ik heb een aantal dingen opgeschreven die hij niet zo leuk zou hebben gevonden, met name over het geloof. Opa was aan de ene kant streng gereformeerd en had aan de andere kant die diepgewortelde Friese trots. In mijn boek komen die twee in conflict met elkaar.

De komst van het christendom is de nekslag geweest voor de Friese Vrijheid. Daarbij: bijna alles wat we weten over de pre-christelijke periode komt uit christelijke bronnen en is dus gekleurd. Heel veel is weggemoffeld.’’ Na een korte pauze: ,,Mijn opa zou gezegd hebben: ‘laat dat maar met rust, jongen. Graaf daar maar niet in’. Nou, juist op zo’n punt wil ik verder graven.’’

loading

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Interview
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct