De CO2-uitstoot is nog net zo groot als in 1990

ANP

De Nederlandse uitstoot van koolzuurgas (CO2) was in 2017 even groot als in 1990 – het jaar waaraan in de klimaatpolitiek de reductiedoelen worden afgemeten.

Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van de emissieregistratie van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De jaaremissie van CO2 beliep vorig jaar 163 megaton (163 miljard kilogram).

Andere broeikasgassen waren, uitgedrukt in ‘CO2-equivalenten’, goed voor 29 miljard kilogram. De uitstoot van deze chemische verbindingen (methaan, lachgas en fluorhoudende gassen) is tussen 1990 en 2007 wel flink aan banden gelegd: van 58 megaton naar circa 30 megaton. Sindsdien zijn de jaarlijkse emissies net als die van koolzuurgas gestabiliseerd.

Aan de jongste RIVM-cijfers kan de klimaatpolitieke ambitie van het kabinet worden getoetst. Volgens het regeerakkoord moet de uitstoot over twee jaar 25 procent lager zijn dan in 1990.

Haperende reductie

Dit betekent bij gelijkblijvende uitstoot van andere broeikasgassen dat de CO2-uitstoot in drie jaar met 16 procent moet dalen. Zo’n snelle reductie heeft zich sinds 1990 nog nooit voorgedaan. De afgelopen tien jaar – waarin ook veel klimaatplannen zijn gesmeed – bleef de totale reductie van CO2 steken bij nog geen 6 procent.

Het wil volgens het CBS niet zeggen dat er niks gebeurt. Het aantal huizen nam in ruim een kwarteeuw met 32 procent toe, terwijl bij de verwarming van alle gebouwen 17 procent minder koolzuurgas vrijkwam. Dat scheelt 5 megaton.

Deze vermindering werd royaal overtroffen door 9 megaton extra koolzuurgas-emissies bij de opwekking van elektriciteit en 3 megaton extra door toename van het wegverkeer.

Het RIVM becijfert ook hoe groot de koolzuurgasemissie per gemeente is, uitgedrukt in kilogram per vierkante meter. Het overzicht maakt duidelijk dat elektriciteitscentrales, hoogovens en een deel van de chemische industrie de grootste bronnen zijn.

Een kwart van het gemiddelde in Drenthe

Met Friesland en Flevoland is Drenthe over de hele provincie gerekend de kleinste CO2-producent. Per vierkante meter ligt het niveau in deze industriearme landbouwprovincies op slechts een kwart van het nationale gemiddelde. De provincie Groningen haalt door de energieproductie en -consumptie in Eemsmond en Delfzijl per vierkante meter de helft van het Nederlandse gemiddelde.

Voor de veronderstelde klimaatverandering door broeikasgassen doet de spreiding over het land er overigens niet toe. Als de hoogovens van IJmuiden in China zouden staan, komt dit qua vermoedelijke klimaatimpact op hetzelfde neer.

Bij beperking van de uitstoot van broeikasgassen wordt aan landelijke regio’s met weinig industrie wel een voorname rol toegedicht. Ze herbergen veel relatief goedkope hectares grond, die begeerlijk zijn voor de aanleg van wind- en zonneparken en voor de teelt van energiegewassen.

willem.bosma@ndcmediagroep.nl

home
net-binnen
menu