Testen in Seoul, de hoofdstad van Zuid-Korea, op het coronavirus. Zuid-Korea zet ook op grote schaal big data in in de strijd tegen het virus.

Data in de strijd tegen het coronavirus? Het middel is erger dan de kwaal

Testen in Seoul, de hoofdstad van Zuid-Korea, op het coronavirus. Zuid-Korea zet ook op grote schaal big data in in de strijd tegen het virus. FOTO AFP/JUNG YEON-JE

Het is heel verleidelijk om data in te zetten in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus. Maar als we dat doen, moeten we ons heel erg goed bewust zijn van de risico’s, zegt Oscar Gstrein. ,,Als je eenmaal dat besluit neemt, is het heel moeilijk weer terug te draaien.’’

Zou u het willen weten als een dorp- of wijkgenoot het coronavirus onder de leden heeft? En zou u willen weten waar hij allemaal is geweest de afgelopen dagen?

Of het helpt bij de bestrijding van de verspreiding van het virus is de vraag. Maar voor wie in Zuid-Korea leeft, is dit aan de orde van de dag. Van iedere coronapatiënt wordt ‘geanonimiseerd’ gedeeld waar hij is geweest in de dagen voorafgaand aan het het moment dat de eerste ziekteverschijnselen zich openbaarden. Het doel daarvan? Anderen kunnen zo eventueel voorzorgsmaatregelen nemen.

Wij leven niet in Zuid-Korea. De mate waarin de overheid daar persoonlijke informatie deelt, lijkt in West-Europa ondenkbaar, zeker in normale tijden. Toch groeit ook hier de roep om meer te delen. Kijk maar eens in de reacties onder de dagelijkse Twitter-berichten waarin GGD Fryslân nieuwe besmettingen bekend maakt. ‘Waarom maken jullie niet bekend waar deze mensen wonen?’

Surveillance

Het volgen van besmette burgers zoals ze in Zuid-Korea maar ook in China doen, is in de moderne tijd niet zo moeilijk. Je hebt er geen omvangrijk apparaat van overheidsfunctionarissen voor nodig die iedereen continu in de gaten houden. Bijna iedereen staat onder surveillance van het apparaat in zijn broekzak: de smartphone. Lees de locatiegegevens uit en je weet grofweg waar iemand is geweest en hoe lang hij daar is gebleven. Combineer dat met de gegevens van andere personen en je weet wie ze hebben ontmoet.

De Zuid-Koreanen gebruiken deze techniek maar ook Europese landen als Duitsland en Oostenrijk zijn in gesprek met telecomproviders om locatiedata te kunnen gebruiken, terwijl in de Verenigde Staten de overheid met techbedrijven als Google en Facebook naar mogelijkheden kijkt. En ook in Nederland wordt nagedacht over manieren om big data en technologie in te zetten om de verspreiding van het virus te stoppen, zo vertelde minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid dinsdag tijdens een persconferentie. Maar als we die data in zetten, ten koste van wat gaat dat dan?

Lees ook | Vijf vragen over hoe corona-apps (zouden kunnen) werken (PREMIUM)

,,Het is crisis’’, zegt Oskar Gstrein (36) over dit vraagstuk. ,,En maatregelen die onder andere omstandigheden niet normaal zijn, worden dat plotseling wel.’’ Gstrein is assistent professor Internationaal & Europees Recht aan de Campus Fryslân van de Rijksuniversiteit Groningen en doet onderzoek naar hoe de digitalisering van invloed is op hoe we denken over de universele rechten van de mens. Een van die rechten is het recht op privacy. ,,Je ziet dat ons denken daarover nu begint te schuiven.’’

De Oostenrijkse wetenschapper stipt daarmee een discussie aan die de Israëlische filosoof en historicus Yuval Noah Harari onlangs in een veelgelezen stuk in de scherp neerzette: hoeveel vrijheden zijn we bereid in te leveren in de strijd tegen het virus? Laten we het toe dat de overheid ons scherper monitort op onze handel en wandel in de publieke ruimte?

Harari schrijft ook over het theoretische concept van een ‘soap police’, agenten die controleren of we wel goed onze handen wassen. Hebben we die nodig, vraagt hij zich af? Of kunnen we erop vertrouwen dat het overgrote deel van de mensen zich gewoon aan de regels en voorschriften houdt?

Hoe staat u in deze discussie?

,,Met het inzetten van locatiegegevens of andere big data als middel om het virus te beteugelen moet je heel erg voorzichtig zijn. Elk besluit dat we nu nemen, kun je straks heel erg moeilijk terugdraaien. Daar moeten we ons bewust van zijn. We leveren vrijheden in, de overheid kan bijvoorbeeld onze bewegingen volgen, om een probleem op te lossen dat nu speelt. Maar wat betekent dat over een week, of een maand of jaar? Is het dan nog steeds nodig?’’

Maatregelen die je neemt zouden dus een tijdelijk karakter moeten hebben?

,,Ja. Dat is een hele belangrijke component. Ik pleit voor duidelijke wettelijke kaders als we al besluiten om technologie in te zetten. Hoe lang zet je het in? Wat doe je met de data die je verzamelt? Hoe lang bewaar je die gegevens? Met wie deel je ze?’’

Die regels zijn er niet?

,,Er is op Europees niveau samenwerking over hoe we dat aan zouden moeten pakken. Maar je ziet ook dat te weinig duidelijk is hoe het moet werken. Per land verschilt de aanpak. Ook omdat we in een crisis zitten, dan treden uitzonderingen in werking waardoor volgens onze redenatie regels niet meer geleden. We zouden politiek de discussie moeten voeren over hoe we hiermee om willen gaan en wat er moet gaan gebeuren. Momenteel gebeurt dat helemaal niet.’’

loading

Hoe effectief is het inzetten van big data eigenlijk in de strijd tegen het coronavirus?

,,Als je het mij vraagt is het middel erger dan de kwaal. We hebben het helemaal niet nodig. Het lost geen vraagstuk op dat we hebben. Blijf thuis. Dat is de meest effectieve maatregel. Eentje die we kunnen beteugelen. En waar geen data aan te pas hoeft te komen.’’

En toch is er die roep om het virus ook met technologie te bestrijden.

,,Vaak hebben mensen het gevoel: er moet iets gebeuren! Zonder dat ze nadenken over of iets efficiënt is. Data kan heus een rol spelen in de bestrijding van het virus. Maar lang niet zo’n grote als we denken. Als we weten waar mensen geweest zijn, welke kennis hebben we dan? Het is niet meer dan een punt op een kaart. Mensen snappen niet dat als je data hiervoor in wilt zetten het op hele grote en intensieve schaal zal moeten. Met grote investeringen. Die vervolgens zo groot zijn, dat je na de crisis een oplossing ook niet af wilt schrijven en dus blijft gebruiken terwijl het niet meer nodig is.’’

Dan gaan we de kant van Zuid-Korea op?

,,De situatie daar is anders. In Azië denkt men anders over privacy. Er wordt minder waarde aan gehecht dan in West-Europa. Dat komt doordat men leeft in een maatschappij waarin alles minder goed geregeld is. Die surveillance en monitoring geven een veilig gevoel. Wij hebben dat niet nodig. We weten dat we als maatschappij een stevig fundament hebben. Maar de digitalisering gaat ook verder, daar moeten we wel een antwoord op vinden.’’

Harari vraagt zich toch wel af of dat in het Westen wel zo blijft. Ziet u al dat ergens het denken over individuele vrijheden verandert?

,,Ik kom uit Oostenrijk en daar zie je dat ze al verder zijn in het gebruik van big data bij de bestrijding van het virus. Het Rode Kruis heeft daar een app ontwikkeld waarmee coronapatiënten zich vrijwillig kunnen laten volgen. De parlementsvoorzitter stelde zelfs voor dat iedereen die app zou gaan gebruiken. Dan kom je op een glijdende schaal. Waar houdt het dan op? In Oostenrijk zijn De Groenen, een van de coalitiepartijen, er uiteindelijk voor gaan liggen.’’

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid kondigde dinsdag aan dat de Nederlandse overheid ook zo’n soort app in wil zetten om mensen te waarschuwen als ze contact gehad hebben met iemand die besmet is met het virus. Wat moeten we daar dan van denken?

,,We lopen als het gaat om corona in alles tien dagen achter Oostenrijk aan. We zullen hier dus dezelfde discussie gaan zien. Ik denk dat veel experts en privacy-organisaties gaan zeggen dat dit eigenlijk niet mag. Je hebt erg veel data nodig, en dan is het ook nog eens zo dat gezondheidsdata heel goed beschermd moet worden. De vraag is ook: wie maakt en beheert deze app? De overheid? Of een bedrijf? Al met al heb je zulke precieze data nodig om het goed te laten werken, dat ik me afvraag of we er echt iets mee winnen.’’

Lees ook | Van wie is onze digitale identiteit? ‘In ieder geval niet van onszelf’, zegt deze professor (PREMIUM)

Gstrein wil er overigens voor waken dat de discussie gaat om de tegenstelling tussen privacy en gezondheid. Die is er volgens hem niet. ,,Het is geen keuze. Beide zijn van belang dus moeten we zoeken naar een balans. Het is niet meer privacy is minder gezondheid. Maar er verschuift nu wel iets in ons denken. Dat geeft de kans om de verhoudingen te herschikken.’’

Dat kan ten goede en ten kwade, ziet hij. ,,In de afgelopen tien jaar is er heel erg veel gebeurd. We zijn ons veel meer bewust geworden van het belang van privacy. De grote techbedrijven hebben stappen terug moeten doen.’’ Terrein dat ze verloren, proberen ze nu langzaam weer terug te claimen, merkt Gstrein. ,,Kijk naar een Google. Dat heeft plotseling de kans om locatiedata in een positief daglicht te zetten. En daar maken ze ook volop gebruik van.’’

Er zijn denkers over technologie die waarschuwen dat niet hetzelfde moet gebeuren als na de aanslagen in New York. In de strijd tegen het terrorisme zijn ons in korte tijd talloze vrijheden afgenomen.

,,Ik weet zelf niet of je die vergelijking zo kan maken. Tegelijkertijd biedt het ook zicht op de toekomst. Je ziet dat er uiteindelijk een reactie op gekomen is in de vorm van de onthullingen van Edward Snowden (de voormalig CIA-medewerker en NSA-systeembeheerder, red.) die liet zien op welke grote schaal de Amerikaanse overheid mensen afluisterde en bespioneerde. Je mag hopen dat we na de coronacrisis geen Snowden nodig hebben.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Coronavirus
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct