De dagvlinders hebben het moeilijk in Friesland. Met het aantal soorten gaat het nog best aardig, maar de populaties slinken. In het boek Dagvlinders in Fryslân – veranderingen vastgelegd komen de winnaars en verliezers in beeld. Samensteller Siep Sinnema: ,,Flinters binne it úthingboerd fan de biodiversiteit.’’

Het zal toeval zijn. Middenin de meest vlinderarme hoek van Friesland ligt de buurtschap Fatum. Noodlot. Hier in de uitgestrekte groenheid tussen Tzum en Wommels is van 2010 tot en met 2020 geen enkele officiële waarneming van een dagvlinder geregistreerd.

Reken maar dat vrijwilligers van de Vlinderwerkgroep Friesland hun best hebben gedaan om ze ook hier aan te treffen. In Dagvlinders in Fryslân – veranderingen vastgelegd zijn maar liefst 384.000 gevalideerde waarnemingen samengebracht. Een flink deel komt van liefhebbers en kenners die vondsten meldden via de websites Waarneming.nl en Telmee.nl en het meer specialistische Noctua.

Alle meldingen komen samen op een kaart waarop de hele provincie is verdeeld in 4000 hokken van 1 bij 1 kilometer. In 86 procent daarvan zijn vlinders gespot. Dat de meren blanco bleven, is te begrijpen. Maar de witte vlekken die oplichten in de Friese kleihoek, het westen en noorden van de provincie, zijn wel pijnlijk.

loading

,,Soks kin twa dingen betsjutte: der is net socht of der sit gewoan neat. No, ik kin dy fersekerje dat wy op de measte fan dy plakken doelgericht ekskurzjes organisearre ha: mei in man as tweintich derhinne, rûnride en elk hok ynventarisearje. Mar dan blykt somtiden dochs dat der dus gewoan neat sit’’, zegt voorzitter Siep Sinnema van de Friese Vlinderwerkgroep.

Om zeker van die conclusie te zijn, trok hij met echtgenote Jannie bijvoorbeeld meermalen van Hemrik naar de landerijen tussen Stiens en de Dokkumer Ie. ,,Dat is ien griene raaigersflakte, meand oan de sleatskanten ta. Dêr binne dus echt in hiel soad lege hokken.’’

Het betekent niet dat de rest van de provincie zich rijk mag rekenen. Er zijn ingekleurde hokjes waar van 2010 tot en met 2020 misschien één dagpauwoog is gezien. Daar staan tophokken tegenover - in de Tjongervallei bij Nijeberkoop en de duinen bij Hee op Terschelling - met meer dan 5000 hits en 30 soorten.

Digitale stroomversnelling

De ondertitel van de nieuwe vlinderatlas, ‘de verandering vastgelegd’ verraadt al dat er een eerdere versie bestaat. Die verscheen in 2000 onder de titel Dagvlinders in Friesland – het vluchtige vastgelegd . Aan dat boek was maar liefst tien jaar gewerkt door 334 vlinderaars, die zelf alle kilometerhokken opzochten met invulformulieren.

De digitale stroomversnelling die nadien losbarstte, maakte het samenstellen van deze tweede editie een stuk eenvoudiger. De productie werd weliswaar in 2015 in gang gezet, ,,mar dy fiif jier wiene in hiel stik minder yntinsyf as de foarige kear’’, zegt Sinnema, die met vijftien auteurs de teksten en soortbeschrijvingen leverde. Kaartjes van toen en nu en vliegtijdgrafiekjes maken de veranderingen inzichtelijk

loading

Van alle vlindersoorten in Nederland vertoont ruwweg de helft zich in Friesland. De atlas komt tot 47 standvlinders, trekvlinders en invasiegasten. Daaronder zijn 2 nieuwkomers: het scheefbloemwitje en de sleedoornpage. Die kunnen nu dus ook aanspraak maken op Friese namen: straalblomwytflinter en krikelbeampaazje. Daarnaast zijn 5 dwaalgasten beschreven en wordt afscheid genomen van 3 soorten: bruine eikenpage en de grote en kleine ijsvogelvlinder.

Er zijn heus vlinders die in een stijgende lijn zitten, maar de algemene trend is dalend. Sommige soorten die ergens in het afgelopen decennium nog hun atlasvermelding verdienden, staan op omvallen of zijn feitelijk al verdwenen. Sinnema noemt gentiaanblauwtje, groentje, heivlinder en oranje zandoogje. ,,In stip seit helaas neat oer it tal flinters fan in soart dat op in plak te sjen wie.’’

Terugrekenen tot 1890

Er is geen insectengroep die al zo lang en zo goed wordt gevolgd als de dagvlinder, met dank aan hun opvallende uiterlijk. CBS en Vlinderstichting kunnen terugrekenen tot 1890, de tijd van Jac. P. Thijsse. Van de rijkdom van toen is nu nog slechts 16 procent over. Dat de totale insectenstand eenzelfde duikvlucht heeft gemaakt, dringt pas sinds een paar jaar door.

,,Asto yn in natuergebiet rinst en it fladdert dêr fan de flinters, dat jout in hiel oare yndruk as wannear’st hjir en dêr om in flinterke sykje moatst. Dy jouwe kleur en fleur oan it lânskip. Se binne it úthingboerd fan de biodiversiteit. Dat it tal miggen mei 75 prosint ôfnommen is, dêr fernimme je net folle fan, wylst dat wierskynlik noch folle dramatysker is - al wie it mar om’t se it fretten binne fan in hiel soad fûgels.’’

Als Sinnema moet samenvatten wat de factoren zijn die de vlinderstand decimeren, noemt hij eenvormige landschappen, de stikstofdepositie in kwetsbare natuurgebieden, klimaatverandering en daarmee samenhangende droogte, en het gebruik van gif.

Combinaties

Geregeld zijn het combinaties hiervan die vlinders parten spelen. Sinnema licht het gentiaanblauwtje eruit. Dat heeft van de 40 kilometerhokken in de vorige atlas er op papier nog 3 over. Sinnema: ,,Mar ik doar no wol te sizzen dat er eins al fuort is en ek net weromkomt.’’ Dit vlindertje leeft in vochtige heidegebieden in een samenspel met andere soorten. Het is afhankelijk van de bloemen van de klokjesgentiaan om zijn eieren op te leggen én van mieren, die de rupsen meenemen naar hun nest en voeren.

Doordat de heide onder invloed van stikstofneerslag vergrast, gaat de klokjesgentiaan achteruit. Bovendien loopt door het veranderende klimaat de timing van vlinder en bloem niet meer synchroon. Als het te droog is, vliegen de vlinders al uit voordat de spaarzame klokjes bloeien. Goedbedoelde pogingen om terreinen flink te vernatten kunnen het ook nog eens erger maken. ,,Dan fersûpe al dy mieren.’’ Dit laatste gebeurde in het Blauwe Bos bij Haulerwijk.

De volle laag

Zo pakken maatregelen die een ander doel dienen wel vaker beroerd uit voor vlinders. De rupsen van de eikenpage krijgen de volle laag bij de bestrijding van de eikenprocessierups. Het groentje heeft te lijden van het opruimen van opschietende boompjes op heidevelden. De aardbeivlinders van het Wijnjeterper Schar moesten opnieuw beginnen nadat hun leefgebied was strakgetrokken en ontdaan van struiken en bomen.

Sinnema is best begripvol. ,,It falt foar behearende ynstânsjes ek net mei. Wat foar it iene plantsje ideaal is, kin foar guon flinters wer waardeleas wêze. Je kinne it net altyd elts nei it sin meitsje, mar it moat fansels net te gek wurde. MInsken meie graach keale heidefjilden sjen, mar foar fûgels en ynsekten is it krekt wichtich dat der ek wat beamkes steane.’’

In veel gevallen zijn vlinders geholpen met rommeligheid en rafelrandjes. Dat geldt in natuurterreinen, tuinen én de Klaaihoeke. Sinnema: ,,It lânskip moat wat fearkrêft hawwe, mei hjir en dêr wat fariaasje. Sadree’t wy alles egalisearje en maklik meitsje foar ússels, binne de flinters fuort.’’

Titel: Dagvlinders in Fryslân – veranderingen vastgelegd. Redactie Siep Sinnema, Gerard Bergsma, Gerrit Tuinstra en Luut de Zee. Uitgever: Vlinderwerkgroep Friesland. Prijs: 25 euro (192 blz.). www.vlinderwerkgroepfriesland.nl

Nieuwkomers

Scheefbloemwitje

loading

Eigenlijk is het scheefbloemwitje (straalblomwytflinter) een alpenvlinder, maar als typische tuinvlinder is hij opgerukt naar het Noorden. Dat gaat vlot omdat hij per jaar in vier of vijf generaties vliegt. Heeft een voorkeur voor tuinen met scheefbloemen (Iberis), de waardplant waarop de eitjes worden gelegd. Is best lastig te onderscheiden van het klein koolwitje (lytse wite koalflinter). Kenners kijken naar de vleugelstippen. De bovenstip op de voorvleugel is rechthoekiger dan het rondere stipje van het klein koolwitje.

Sleedoornpage

loading

De sleedoornpage (krikelbeampaazje) is een zeldzaam beestje dat de afgelopen jaren in Friesland alleen te vinden was in Wolvega. Om ze te vinden moet je in het vroege voorjaar op zoek gaan naar eitjes, want de vlinder verstopt zich in de zomer in boomtoppen in de buurt van sleedoorns, bij voorkeur in een mix van oudere en jongere struiken. Al te braaf snoeiwerk, waarbij alle opschietende struikjes worden opgeruimd, kan funest zijn, bleek vorig jaar in Wolvega. Toen waren er voor het eerst sinds 2007 geen eitjes meer te vinden.

Zwervers

Spiegeldikkopje

loading

Het is een merkwaardig gegeven dat het spiegeldikkopje (spegelgroukopke) op twee plaatsen is gezien: in 2014 bij Oldeberkoop en in 2018 en 2019 bij Wierum, stijf tegen de Waddenzee. Verondersteld wordt dat de Stellingwerfse vlinder is komen aanwaaien uit zuidelijk Nederland en de Wierumer exemplaren vanuit Noord-Duitsland. Dat dit zomervlindertje er twee jaar achtereen is gezien, kan ook betekenen dat-ie zich heeft voortgeplant.

Tijgerblauwtje

loading

Het Zuid-Europese tijgerblauwtje (tigerblaujurkje) is een rare gast die migreert met hulp van de groentehandel. Hij houdt van peulvruchten en reist als rups onbedoeld mee met bonen en peulen. Van de drie waarnemingen in Friesland is er in ieder geval één te linken aan groente. In 2017 werd een rups gevonden in een zakje sugar snaps op Terschelling. Het dier verpopte, waarna een mannetjesvlinder uitvloog.

Verdwenen

Bruine eikenpage

loading

De bruine eikenpage stond in 1990-2000 al op omvallen met slecht 5 Zuidoost-Friese waarnemingen. Daar zijn geen nieuwe bijgekomen. Landelijk is deze bosvlinder, die zijn eitjes legt op kwijnende eikenboompjes, in 30 jaar ook al met 95 procent teruggelopen.

Grote ijsvogelvlinder

loading

Terschelling was de laatste Nederlandse thuishaven van de grote ijsvogelvlinder (Skylger flinter). De soort vloog er van 1948 tot 1995. De rupsen moeten het hebben van ratelpopulieren en zwarte populieren. De vlinders zijn niet zo van de bloemen, maar halen hun voedingsstoffen liever uit mest en dode beesten.

Kleine ijsvogelvlinder

loading

De laatste Friese exemplaren van de kleine ijsvogelvlinder (lytse iisfûgelflinter) zijn gezien in de Lindevallei, maar dat was al in 1998. Nu is-ie vooral nog te vinden in rafelige bosranden en houtwallen in Twente en de Achterhoek, maar dan moeten deze wel vochtig zijn.

Verliezers

Gentiaanblauwtje

loading

Zonder klokjesgentiaan geen gentiaanblauwtje (gintsiaanblaujurkje). En juist dat bloempje heeft het zwaar door verdroging en stikstofverruiging. Deze sterk bedreigde vlinder is het afgelopen decennium nog op drie plaatsen gespot, maar lijkt intussen te zijn verdwenen.

Groentje

loading

Het groentje (grienjurkje) behoort tot de blauwtjes. Doet het goed op Terschelling en ook op Vlieland en Ameland, maar heeft het krap in het zuidoosten van Friesland. Houdt van open terrein, maar dan moeten daar wel weer hier en daar losse berken en vuilbomen staan, om te dienen als uitkijkpost. Natuurbeheerders die alles rigoureus opruimen, verliezen ook het groentje.

Heivlinder

loading

Aan de Noordzeekust, inclusief alle Waddeneilanden, is de heivlinder (heideflinter) redelijk stabiel. In binnenlandse stuifzandgebieden is het een ander verhaal. De landelijke populatie is in 20 jaar tijd gehalveerd. Dat komt door vermossing als gevolg van neerslaande stikstofverbindingen. In warmere jaren veert de stand op, maar dan moet het weer niet te droog en te heet zijn.

Argusvlinder

loading

Veel kilometerhokken, maar weinig exemplaren. De argusvlinder komt nog op veel plekken voor, maar wel met steeds minder exemplaren. Kaartjes maken duidelijk dat deze soort langzaam westwaarts naar zee wordt gedrukt. Doet het ’t slechtst van alle graslandvlinders. Moet het hebben van bloemrijke graslanden en rommelrandjes, niet van raaigras.

Winnaars

Grote weerschijnvlinder

loading

Van dwaalgast tot standvlinder. De grote weerschijnvlinder (grutte wjerskynflinter) zit in heel Nederland in de lift. In Friesland groeide hij van 7 kilometerhokken in 1990-2000 naar 36 in 2010-2020, met de nadruk op Zuidoost-Friesland. Het opwarmende klimaat speelt deze soort in de kaart. Dat is ook terug te zien in de vliegtijden. De piek die eerder in augustus viel ligt nu in juni/juli.

Bont zandoogje

loading

Het bont zandoogje (bûnt sâneachje) is de grote uitzondering onder de Friese vlinders. Hij doet het steeds beter onder invloed van het veranderende klimaat. Daardoor heeft hij zich ontwikkeld van een typische bosvlinder tot een generalist die het overal goed doet waar geboomte te vinden is.

Koninginnepage

loading

Een soort die steeds vaker te zien zal zijn in Friesland is de koninginnepage (swellesturtflinter). Onder invloed van de klimaatopwarming rukt deze vlinder steeds verder op naar het noorden. Dat leidde tot 115 waarnemingen tussen 2010 en 2020, vooral in de warmere jaren. In de regel zijn dit zwervers. Het wachten is op een eigen populatie. Natuurvriendelijke bermen en weilanden met veel wilde peen (zijn favoriete waardplant) kunnen helpen.

Belangrijke soorten

Grote vuurvlinder

loading

Het paradepaardje van de Friese vlinders is de grote vuurvlinder (grutte fjoerflinter). Onze eigen ondersoort komt alleen voor in de veenmosrietlanden van Rottige Meenthe, Brandemeer en een aanpalend stukje Overijssel. Zijn waardplant is de waterzuring. Zorgen zijn er over de te kleine populatie, die te lijden heeft van klimaat- en stikstofproblemen waardoor zijn habitat verdroogt, verzuurt en verruigt.

Zilveren maan

loading

Friesland is een belangrijk leefgebied voor de zilveren maan (sulveren moanne), die op het vasteland te vinden is in vochtige hooi- en rietlanden in Rottige Meenthe, Lindevallei en bij Veenwouden. Op Terschelling leeft het restant van een ooit veel grotere Waddenpopulatie. Die zat sinds 2010 in de lift door de vergrassing van de duinen, maar heeft serieuze klappen opgelopen in enkele slechte winters vanaf 2016.

Grote parelmoervlinder

loading

De Waddeneilanden zijn cruciaal voor verschillende soorten parelmoervlinders. De grote parelmoervlinder (grutte parlemoerflinter) is vooral gehecht aan Vlieland, maar kan ook aarden in vochtige duinvalleien op de andere eilanden, mits daar ook het hondsviooltje groeit, zijn voornaamste waardplant. De soort is de afgelopen eeuw sterk afgenomen, al kan het beeld ietsje vertekend zijn doordat hij lastig te onderscheiden is van de algemenere duinparelmoervlinder.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Dieren
Fotoserie
Instagram
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct