Dagboek verpleegkundige Joep: 'Laat de golf maar komen'

De ic-afdeling. FOTO CORNE SPARIDAENS

De intensive care-afdelingen van de noordelijke ziekenhuizen maken zich op voor een toevloed aan doodzieke corona-patiënten. Joep de Jager is verpleegkundige op de intensive care van Ziekenhuis Tjongerschans in Heerenveen. Deze week had hij nachtdienst. Zijn verhaal van nacht tot nacht.

Maandag 16 maart

We voelen het allemaal, we zitten in de stilte voor de storm. Vorige week hebben we met het team een webinar gevolgd van intensivisten uit Breda, die al middenin de crisis zitten. Daar zeggen ze: Als het komt dan komt het in een golf.

Dus daar proberen we ons nu op voor te bereiden. De afgelopen dagen hebben we de intensive care-afdeling verbouwd. Normaal gesproken zijn twee van onze acht bedden met een isolatiesluis uitgerust. Nu hebben we een nieuwe sluis gebouwd waarachter zes bedden staan.

Ons team bestaat uit zo’n veertig tot vijftig mensen. Een gouden ploeg. We zijn vaak vrolijk, of vrolijk cynisch, al maken we ons diep van binnen wel zorgen dat we ook ziek worden. Maar we rekenen op bescherming.

In Brabant dragen onze collega’s over hun witte pakken blauwe overalls, met daaroverheen handschoenen, een schort, een bril en een muts. Daarover is bij ons nu verwarring. Volgens de ene richtlijn zijn de overalls niet nodig, volgens de andere wel.

Ik heb me trouwens geërgerd aan de persconferentie vorige week van minister Bruins van Medische Zorg. Hij zei dat we om elkaar moeten denken. Ik dacht: leg nou even beter uit wat je bedoelt. Want hoe denken mensen om elkaar? Door elkaar aan te spreken, door het met elkaar over corona te hebben. En dat kan best, maar dan wel op afstand graag. Ik ben echt bang dat de besmettingen door te veel onderlinge contacten straks enorm gaan pieken waardoor we Italiaanse toestanden krijgen. Het lijkt me verschrikkelijk als we moeten kiezen wie we wel of niet kunnen behandelen.

Of ik bang ben dat iemand uit ons team, of ikzelf, ziek word? Ik sluit het niet uit. Maar we doen dit samen. Tijdens het webinar zei de intensivist uit Breda ook dat je dit werk alleen maar als team kunt doen. Hij ging er daarom pal voor liggen toen in zijn ziekenhuis de mondmaskers op dreigden te raken. Zo hoort het. Iedereen, ook bij ons, werkt keihard om ervoor te zorgen dat het goed komt. Maar als er onvoldoende bescherming is kunnen we ook zeggen: zo willen we niet. Soldaten stuur je ook niet zonder uitrusting naar het front.

Maandag op dinsdag

Normaal gesproken werk ik op de intensive care en de hartbewaking. Die twee afdelingen liggen ruggelings tegen elkaar aan, met onze teampost ertussen. Nu is dat anders. Om de ic corona-proof te maken is de hartbewaking die er tegenaan ligt maandag verhuisd.

Dat merk je wel. Ik ben de hele nacht bezig geweest om de werkomgeving te leren kennen. Het is inderdaad een beetje vergelijkbaar met een nieuwe keuken waarin je telkens misgrijpt.

De veranderingen vragen best veel van je. Door de corona-uitbraak krijgen we iets voor de kiezen waarvan we nu nog niet weten wat het is en daar bovenop komt dus zo’n verhuizing. Maar het team blijft hecht. De situatie is beangstigend, dat voelen we wel, maar we hebben de skills om ermee om te gaan. En je kunt er niet voor weglopen hè?

Er is nu vooral veel papierwerk. We hebben bijvoorbeeld het aan- en uitkleedprotocol gekregen. Het aankleden gaat in tien stappen, het uitkleden in dertien. Eerst moeten we de tijd op het masker noteren, want dat mogen we niet langer dan twee uur dragen. Daarna zet je het op, plaats je een nieuw vizier in je spatbril, doe je je bril en je muts op, bind je met je buddy een schort om, trek je twee paar handschoenen over elkaar heen aan, en als je moet intuberen draag je een helm.

We krijgen ook artikelen over de beste behandelmethoden, voor zover bekend. Want het blijft pionieren en iedere corona-patiënt is weer anders. Het grootste deel van mijn werk bestaat uit observeren. We kijken naar de kleur van de patiënt, naar de bloeddruk, het hart, naar lab-uitslagen, we zitten erbovenop. We combineren de kennis van de apparatuur met de toestand van de patiënt. En telkens probeer je in te schatten wat er over vijf minuten, of over een uur kan gebeuren.

Nee, de overalls die de collega’s in Breda wel gebruiken zitten nog niet in ons aankleedprotocol. Maar wij willen ze wel graag hebben. Je wilt zo goed mogelijk je werk kunnen doen. Better safe than sorry, toch?

De angst die er nu bijkomt is wel nieuw ja. We werken wel vaker met patiënten die heel besmettelijk zijn maar dan is het er meestal maar eentje. Nu komt er iets veel groters op ons af. Op sociale media en in het nieuws gaan sterftecijfers rond. De helft van de patiënten in de ic’s haalt het niet.

Het enige lichtpuntje vind ik dat besmette kinderen tot tien jaar oud nog nergens aan het virus zijn overleden. Dat geeft een beetje lucht. En ik ben heel blij dat het langzaam mooier weer wordt. Door al die regen en wind van de afgelopen weken kreeg ik het gevoel dat de natuur ook onrustig was. Nu is het kalm. Dat doet iets met me. Dat maakt het een beetje gemakkelijker.

Dinsdag op woensdag

Met zijn allen zijn we bezig om het huis zo sterk mogelijk te maken. Alles staat op zijn plek, de medicijnen zijn netjes gerangschikt en de intubatie-bakken om beademingsbuizen in te brengen staan klaar.

Ik heb mijn teamleiders gemaild over de overalls die we graag willen hebben. Voor ik vandaag ging slapen had ik al antwoord. En toen ik vanmiddag wakker werd las ik de tweede mail: ze zijn besteld. Dat voelt goed.

Vannacht hebben we op de ic ook nagedacht over de kledinginstructies. Want moeten we ons echt telkens opnieuw voor iedere corona-patiënt in de sluis helemaal verkleden? Dat is bijna onwerkbaar. Het is beter om bij een patiënt-wissel alleen je schort en handschoenen te vernieuwen en de rest gewoon aan te houden. Normaal gesproken doen we dat ook.

Nou ja, daar stoeien we mee. Verder was het rustig. We zitten in een cocon en werken aan onze strategie. Ik heb nooit in het leger gezeten maar ik denk dat je het daar wel mee kunt vergelijken.

Ik ben trots op mijn ziekenhuis. Alles wordt supersnel geregeld en er wordt ook serieus naar de werkvloer geluisterd. Dat zegt inderdaad iets over de ernst van de situatie maar het zegt ook iets over de familiecultuur die hier heerst.

Of ik optimistischer wordt nu de besmettingsgraad in Noord-Nederland nog redelijk laag is? Nou, zelf denk ik dat onze eerste patiënt geen Fries zal zijn. Ik vermoed dat het iemand uit een ander Nederlands ziekenhuis wordt. Maar vlak daarna zal iemand uit de regio binnenkomen. Dat kan niet anders.

In het vakblad Nursing las ik trouwens een artikel met veelgestelde vragen. Een van de kwesties was: ‘Mag ik weigeren om een patiënt met corona te verzorgen?’ Die vraag was nog niet eens in mijn hoofd opgekomen. Je bent opgeleid om zorg te verlenen.

Maar ik dacht vannacht ineens ook: misschien is het een goed idee als we na een dienst even napraten. Gewoon, om het tussen de oren recht te houden. Ik denk dat je niet zonder kunt als straks mogelijk ook verpleegkundigen van andere afdelingen in de ic gaan meedraaien. Wij zien dingen die niemand ziet hè? En daar sta je niet altijd bij stil.

Ik weet nog dat ik jaren geleden een volleybaltoernooi had waar iemand onwel werd. Samen met anderen heb ik hem gereanimeerd en daarna werd hij met eigen hartslag in een ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Mooi, dacht ik. Dan gaan we nu weer verder. Toen bleek dat het hele toernooi was afgelast. Ik dacht: Hè? Daarna pas besefte ik: O ja, ik ben een vakidioot, voor mij is dit de orde van de dag maar voor anderen is het heel ingrijpend.

Ik weet niet of je wel eens een ic hebt gezien waar mensen met toeters en bellen in leven worden gehouden. Op onze afdeling is één ding zeker: Het gaat óf de ene, óf de andere kant op. De ene kant geeft trots, de andere kant verdriet.

En het klopt dat corona-patiënten deels op hun buik worden beademd. Dat is misschien vreemd om te zien maar het is de behandelwijze die nu toegepast wordt. Iedere verpleegkundige weet overigens ook; als iemand op zijn buik ligt, moet je drie keer extra kijken. Dan is de situatie heel ernstig.

Om vochtophoping te voorkomen worden corona-patiënten 12 uur op de buik en 12 uur op hun rug beademd. Het is best arbeidsintensief om ze te draaien, dat doe je met een intensivist en twee of drie verpleegkundigen erbij.

Ja, als ik het zo vertel lijkt het alsof we ons op een oorlog voorbereiden hè? Alsof we aan een oorlogsstrategie werken. Ik denk dat het zo is. Het kost veel energie, al die gedachten over wat er straks gaat gebeuren.

Of ik pieker over mijn eigen sterfelijkheid? Vannacht hadden we het er weer over. Het kan zijn dat iemand van ons team straks overlijdt. Maar dat weten we. Al veel langer. Er is een ding zeker in het leven en dat is dat je dood gaat. Ooit. En dat is goed.

Woensdag op donderdag

Het komt dichterbij.

Bij ons gebeurde eigenlijk niet veel, maar we hebben uitzicht op de ingang van de gewone corona-afdeling, waar zieken met mildere klachten binnenkomen. Telkens als de liftdeuren opengingen en er een bed uitkwam met een volledig ingepakte verpleegkundige ernaast wisten we: O dat is er weer een. Hoeveel het er waren? Dat zeg ik niet. Maar natuurlijk hebben we ze geteld. En ik ben er aan toe. Laat de golf maar komen.

Lees ook | Arts op de spoedeisende hulp: De kracht van nu