De shockroom voor corona patienten op de afdeling spoedeisende hulp in het Amsterdam UMC, locatie AMC. Het ziekenhuis heeft zich voorbereid op de behandeling van patienten met het coronavirus.

Dagboek verpleegkundige Joep: 'Het is begonnen, we zijn los'

De shockroom voor corona patienten op de afdeling spoedeisende hulp in het Amsterdam UMC, locatie AMC. Het ziekenhuis heeft zich voorbereid op de behandeling van patienten met het coronavirus. FOTO ANP/ROBIN VAN LONKHUIJSEN

De intensive care-afdelingen van de noordelijke ziekenhuizen maken zich op voor een toevloed aan doodzieke corona-patiënten. Joep de Jager is ic-verpleegkundige in Ziekenhuis Tjongerschans in Heerenveen. Vorige week deelde hij voor het eerst zijn verhaal van dag tot dag met de krant. Dit is deel twee.

Lees hier deel één | Dagboek verpleegkundige Joep: ‘Laat de golf maar komen’

Maandag 23 maart

Onze corona-intensive care is nog leeg. Dat komt omdat de echt zwaar zieken en de lichtere patiënten in Brabant blijven. Alleen de middengroep wordt verplaatst, maar die mensen zijn tot nog toe niet ziek genoeg voor de ic.

Hoe het met onze beschermingsmiddelen is? We hebben genoeg spatbrillen op voorraad en ik zag dat we babyfoons krijgen. Die zijn handig voor de communicatie want de corona-ic is geïsoleerd en de deur naar de centrale teampost is afgeplakt. Als je op zaal bent, kun je niet even gauw met elkaar praten en heen en weer lopen.

Vandaag had ik dagdienst en dat was best druk omdat we anesthesie-collega’s hebben ingewerkt. Zij gaan ons ondersteunen en moeten kennis en kunde hebben van onze apparatuur. Ook heb ik twee extra beademingsmachines aangepast zodat we straks langdurig kunnen beademen.

Verder wachten we nog steeds op de golf. De landelijke vereniging van intensive care schat dat er deze week zo’n 500 tot 1000 extra IC-bedden nodig zijn.

Ik zag een kort internetfilmpje van een patiënt die nog net niet aan de beademing lag. Je zag dat hij al zijn kracht moest gebruiken om lucht in te zuigen. Hij was nog maar met een ding bezig, en dat was met ademhalen. Echt, je zou het eens een minuut moeten proberen.

Op de stranden en in de bossen was het dit weekend dus onverantwoordelijk druk. En op onze afdeling zeiden we vandaag tegen elkaar: ,,Eigenlijk zou je iedereen die zich niet aan de regels houdt een stempel moeten geven. Als ze dan bij ons komen om hulp zijn zij de laatste in de rij.’’ Ja, dat was een grapje. Een grimmig grapje.

Of ik bang ben? Nee niet bang. Wel bezorgd, vooral voor mijn vrouw en kinderen. Je loopt continu met een knoop in je buik omdat je niet weet wat er komt. Als we eenmaal bezig zijn gaat dat vast over.

En stiekem denk ik ook: kunnen we, als dit allemaal achter de rug is, alsjeblieft doorgaan met snel besluiten nemen? Waar zijn de zorgkantoren? De verzekeringsmaatschappijen? Hoor je ze? Zie je ze? Nee, ze hebben gewoon besloten dat alle zorg gecompenseerd zal worden zodat we kunnen doen wat nodig is. Alle stroperigheid is weg. Over en weer is er vertrouwen. Dat zou ik graag mee willen nemen naar hierna.

Dinsdag 24 maart

Nog steeds is onze corona-ic onbezet. Wel moesten we even de collega’s van de gewone corona-afdeling helpen. De telefoon ging en ik nam op en zei een beetje jolig: ,,Met de corona-ic.’’ Aan de andere kant antwoordde iemand: ,,Ja met de corona-afdeling.’’ Dan schiet er wel wat door je heen. Ik was ineens niet meer jolig. Maar ze hadden het gewoon druk en vroegen of we twee nieuwe Brabantse corona-patiënten vanuit de ambulance naar boven wilden brengen.

Ineens sta je je dan met een ic-collega om te kleden. Ik zette mijn kapje op, deed mijn spatbril over mijn gewone bril die vervolgens meteen besloeg en dacht: o ja, zo gaat dat. Straks wordt het gewoonte. We hebben maar meteen ons eigen, strenge ic-protocol gevolgd, om de routine er in te krijgen.

Daarna gingen we met de trap naar beneden, langs allerlei verboden toegang-borden via de triage-afdeling naar de tent waar de ambulances aankomen. Hoe de patiënten eraan toe waren? Aanspreekbaar. Maar een was wel heel ziek. In zijn bagage zat een boek. Ik haalde het eruit maar hij zei: ,,Doe maar weg.’’. Hij had de hele nacht geen oog dicht gedaan. Ik kan het me indenken: je bent benauwd, en bezorgd, en bang.

Wat ik ze vertel als ik ze uit de ambulance ophaal? Ik zeg: ,,Ik ben Joep, welkom in het ziekenhuis. Bent u al eens eerder in Heerenveen geweest? Nee? Nou, we gaan proberen om er het beste van te maken. Dit ziekenhuis heeft vier verdiepingen en we gaan nu naar de tweede.’’

Je probeert de mensen een gevoel van controle te geven want er overkomt ze van alles en de regels zijn heel stringent: Ze mogen geen bezoek ontvangen.

Dat is heftig hoor. Dan ben je heel erg ziek, word je ver weg in een ziekenhuis geplaatst en weet je ook nog eens dat je je familie een hele tijd niet kunt zien. Sterker nog, als het fout gaat ben je alleen. Dan zijn wij de bakens. Dan houden wij je hand vast.

Hoeveel mensen ik heb zien sterven? Ik zou het niet weten. En nee, ik ben nog steeds niet bang om zelf te sterven. Ik wil alleen liever niet morgen, of overmorgen, of na overmorgen al dood.

En wat gek was, ineens, in die beschermende kleding, bij de corona-patiënten voelde ik het gevaar. Het is vreemd hoor, om alles plotseling met handschoenen aan te moeten doen. Om bij de deur te denken: Hee dit is anders, die deurklink raak ik nu met handschoenen aan.

Of die knoop in mijn maag, die ik gisteren nog had, er nog is? Goh nee. Eigenlijk voel ik hem helemaal niet meer. Ik weet niet of het door het contact met de corona-patiënten komt of door de voorbereidingen. De knoop is weg. En de eerste patiënten uit de eigen regio komen nu binnen. In totaal liggen er nu elf corona-patiënten in Heerenveen. Ruwweg tweederde komt nu uit Brabant en eenderde uit Friesland. Allemaal zijn ze niet ic-behoeftig. Maar in heel Nederland liggen er nu 546 op intensive care-afdelingen. Het komt dichterbij.

Woensdag 25 maart

Ik ben vandaag vrij, thuis hout kloven. Wel even lekker.

Bij de ingang van ons ziekenhuis staan twee dozen. In de ene kun je babyfoons doneren, in de andere kun je vuurwerkbrillen leggen voor als onze spatbrillen op zijn.

Vanavond arriveren de eerste IC-patiënten in ons ziekenhuis. Het zijn er twee, ze komen met een helikopter uit Zuid-Nederland.

En we gaan opschalen. Onze roostermaker vroeg 41 extra diensten voor de komende twee weken. Anderhalf uur later waren er al 30 ingevuld. Iedereen zet z’n schouders eronder. Ik heb twee extra nachtdiensten genomen.

Donderdag 26 maart

De plannen werden toch anders. Onze allereerste ic-patiënt kwam vannacht met een ambulance uit Venlo. De andere arriveerde vanochtend met een traumahelikopter.

Ja, ik las dat Diederik Gommers van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care zei dat het gevoel van urgentie bij de noordelijke ziekenhuizen ontbrak. Maar wij geven iedere ochtend onze vrije capaciteit door. We voelen wel degelijk dat we hard nodig zijn.

Vandaag was ik nog vrij maar ik ben blij dat ik morgen mag werken. Je moet er niet te lang tegen aanhikken. Al zal mijn hartslag, als ik morgen naar mijn werk rijd, wel hoger zijn dan normaal.

Het is begonnen. We zijn los.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct