Congres over taalverandering: hoeveel dialect zit er in verjaardagswensen op Facebook?

FOTO LC

Wetenschappers uit 34 landen komen deze dagen in Leeuwarden samen op een driedaagse conferentie over taalvariatie en -verandering. Die begon woensdag.

De meeste conferentiedeelnemers komen uit Groot-Brittannië, gevolgd door Nederland, Duitsland en België. Het congres 'The International Conference on Language Variation in Europe' zoals het voluit heet, is een van de belangrijkste voor de taalwetenschap en wordt om de twee jaar gehouden.

Bijzonder aan het brede internationale gehalte is ook dat de Slavische talen en de Romaanse wereld goed vertegenwoordigd zijn op deze tiende editie in het WTC, stelt Hans van der Velde, onderzoeker van de Fryske Akademy, die de conferentie ditmaal organiseert.

Gouden bergen van geschreven taal

Een van de deelsessies van de eerste dag – series beknopte presentaties van onderzoeksprojecten – ging over projecten over taalvariatie op social media(platforms). Want taaluitingen op platforms als Instagram, Snapchat, YouTube en Twitter; ze leveren gouden bergen op voor onderzoekers van taalverandering.

Leonie Cornips, verbonden aan het Meertens Instituut en de universiteit van Maastricht, toonde uitkomsten van internationaal onderzoek naar sociale media waaruit onder meer bleek dat 82 procent van de tweets uit Friesland die ook Friese taal bevatten, verstuurd worden vanuit Leeuwarden. Terwijl daarentegen in Limburg zowel in het noorden als zuiden van de provincie meerdere ‘powergroepen’ bestaan die actief in het Limburgs twitteren.

Maar die taalgebruikers blijken ook veel te mixen met Nederlands en ze gaan vaak van Nederlands over naar Limburgs in conversaties met hun volgers.

In het onderzoeksproject naar online taalgebruik werd ook de rol van het Limburgs voor identiteitsvorming van de gebruikers onderzocht.

Deens onderzoek: 2618 verjaardagsberichten op Facebook

Er was een Deens onderzoek waarin alles bij elkaar 2618 verjaardagswensen op Facebook waren ontleed. Ze kwamen van drie groepen leerlingen uit drie regio’s van Denemarken: Noord-Jutland, Zuid-Jutland en Bornholm.

In Zuid-Jutland bevatte 41 procent van de wensen elementen uit de lokale taal, tegen 10 procent in Noord-Jutland en 0 procent van de groeten uit Bornholm. Die percentages van onlinegebruik van dialect naar regio strookten volgens de onderzoekers met gebruik van dialect in de gesproken taal in de betreffende regio’s van Denemarken.

Nieuwe platforms voor gesproken taal

De discussie leidde na afloop van de sessies, met de vele verschillende achtergronden en herkenning over en weer van (praktische) problemen tussen onderzoekers in dit nog jonge maar o zo snel veranderende onderzoeksveld, tot een boeiende uitwisseling van gedachten.

Discussieleider David Britain, een linguïst uit Engeland, durfde de ‘technologische’ vraag te stellen of over twintig jaar hetzelfde onderzoek nog wordt uitgevoerd. Misschien zijn de onderzoeksvragen door de komst van nieuwe apps dan niet relevant meer, meende men in zijn vraag te horen.

Een onderzoekster zei dat ze de snelle technologische ontwikkeling wel wat beanstigend vond: ze had drie jaar geleden ‘een jaar van haar leven’ gewijd aan het analyseren van berichten op Facebook, maar wie gebruikt Facebook over enkele jaren nog?

Britain kwam zelf met twee voorbeelden om ook het verrassende van onderzoek naar online taalgebruik te laten zien. Het eerste betrof een anekdote over een wetenschapster die geen respondenten kon vinden in de leeftijdscategorie 18 - 40 voor onderzoek naar het Gaelic, maar die het benodigde aantal uiteindelijk via datingsite Tinder zomaar bij elkaar had.

Hij noemde kort daarna ook de nieuwe schrijfwijze van de Engelse frase 'oh my god', dat in geschreven tekst wel wordt gespeld als 'OMG': zulke taalvernieuwing overstijgt de populariteitsgolven van bepaalde apps of platforms en blijft de moeite van het bestuderen waard, volgens Britain.

Canadese onderzoeker: 'Mijn grootvader probeerde mij Friese limericks te leren'

Een van de hoofdsprekers op het congres is Meredith Tamminga, een wetenschapper uit Canada met Friese wortels. Haar grootouders van beide kanten emigreerden na de Tweede Wereldoorlog van Nederland naar Ontario. Haar opa van vaderskant Lieuwe (‘hier Louis’) Tamminga, komt uit Leeuwarden. ,,Toen ik voor het eerst in Friesland was, voelde ik me erg verbonden met het landschap. Het voelde goed voor mij, heel vredig, maar ook heel mooi. Voor mijn grootvader is het ook erg speciaal dat ik terug ben in zijn geboorteland’’, vertelt ze.

Haar grootvader, die later naar Grand Rapids in Amerika verhuisde, ging in Leeuwarden naar de hbs. Hij woonde aan de Lekkumerweg en in de Verzetstraat. ,,Hij gaf hier later in de kerk de jaarlijkse Friese preek. Hij gaf de eerste en vijftig jaar later de laatste. Toen stopten ze omdat er geen Friessprekende immigranten meer waren.’’

loading

Haar grootvader heeft de Friese taal echter altijd gekoesterd. ,,Hij probeert me altijd nog wat te leren. De laatste keer dat ik bij hem was probeerde hij mij Friese limericks te leren.’’

Tamminga is directeur van het Language Variation and Cognition Lab aan de universiteit van Pennsylvania, het belangrijkste onderzoeksinstituut op het vlak van taalvariatie. Ze volgde daar William Labov op, die wel wordt beschouwd als grondlegger van de sociolinguïstiek, de wetenschap naar de relatie tussen taal en de sociale groepen.

Donderdagmiddag geeft ze een lezing over onderzoek naar de vraag welke sociale en cognitieve kenmerken zorgen dat iemand een voorloper van taalverandering wordt. ,,Individuele verschillen. We weten al veel over sociale groepen. Maar wat maakt binnen groepen dat mensen verschillen van elkaar?''

,,Ik doe nu een project in Philadelphia over vrouwen met dezelfde demografische achtergrond. We willen onderzoeken waarom sommigen linguïstisch meer innovatief zijn dan andere. Zijn het vaardigheden? Is het extraversie? Zijn het meer persoonlijkheidsfactoren?''

,,We zien dat sommigen soms alleen een voorloper zijn in het gebruiken van een licht andere, afwijkende uitspraak van klinkers. Het zijn niet altijd dezelfde mensen die veranderen. Dat maakt ons denken dat er dingen zijn die deze veranderingen drijven die gelinkt zijn aan specifieke veranderingen in plaats van een algemene drift waar mensen van aan begin en eind staan.’’