Grote chaos, kleine tuin

Anne-Goaitske Breteler. FOTO LC

,,Nee wat mear nei rjochts ”, wijst beppe vanuit de tuinstoel. Haar vriend, die al aardig op leeftijd is, schoffelt op de aangewezen plek het onkruid uit de grond.

,,Dêr moatte aanst de grutte beanen yn ”, knikt ze tevreden, terwijl de rook van een sigaret om haar heen kringelt .

Beppe Goitske is bijna negentig en eigenlijk was de oogst van vorig jaar haar geplande laatste. ,,Mar ik kin it dochs net litte, it is krekt in firus.’’ Fysiek kan ze niet alles meer. Dus pake schoffelt, harkt, zaait, plukt, wiedt onkruid en luistert naar de overige aanwijzingen van zijn vriendin. Hij mocht de lupines en afrikaantjes al planten. De twintig aardappelen die ze verzameld heeft, kunnen er bijna in, net zoals de stokbonen. Niet te veel van alles, want ze hebben maar een lyts skyttúntsje’ achter de woning in Burgum. Hoe klein ze de tuin ook vinden, elk jaar biedt het hen een groots uitzicht.

Het tuinieren van beppe leek in eerste instantie niet doorgegeven aan het nageslacht. Mijn vader legde eens een groentetuin aan van vier strookjes grond, voor ieder gezinslid één. Het succes duurde maar even, want na twee seizoenen verdween de goede bedoeling alweer tussen het gras

Zelf heb ik ook nog eens een poging gedaan, toen ik in Amsterdam woonde en bij de Albert Heijn moestuintjes bij mijn boodschappen kreeg. Ik installeerde de kartonnetjes achter het raam van mijn studentenkamer. Jammer genoeg vergat ik ze water te geven.

Maar het kan verkeren, zelfs in mijn geval. De afgelopen weken ben ik druk in de weer om voor het eerst in mijn leven een degelijke tuin te realiseren. Nu nog voornamelijk in potten, gevuld met bollen en kruiden, maar ook al met een stukje grond waarin de planten voorzichtig wortelschieten. Gefascineerd kijk ik naar mijn ervaren pake en beppe, maar ook schoonouders en een goede vriendin die de prachtigste bloemen en planten boven de grond weten te orkestreren. Ze adviseren en stimuleren me, met wijze woorden of nieuwe stekjes.

,,In minsk moat gewoan yn ’e grûn omklauwe’’, zei mijn schoonvader laatst. Daar heeft hij een goed punt, want het is al lang bekend dat tuinieren een therapeutisch effect heeft. Wetenschappers bestuderen niet voor niets de psychologische werking ervan, want – zo zegt de psychiater Sue Stuart-Smith – ,,wie in de aarde wroet, ploegt ook in het hoofd”. Vooral tijdens deze chaotische en onzekere tijd biedt het een idee van controle. Vierkante meters overzicht en perspectief. Waarbij iedere stap in het proces eigen verantwoordelijkheid vereist, maar dan ook het verwachte resultaat oplevert.

De zaai- en oogstcycli zijn bekend en wederkerig, daar kan op ingespeeld worden. Tijd en het verstrijken ervan biedt daarmee zekerheid in de tuin, terwijl het ons daarbuiten vaak een onzeker gevoel oplevert. Vooral nu: we kunnen niets zeggen over de duur van het coronavirus. Iedereen hoopt maar dat de verwachte patiëntenpiek eind mei mee zal vallen. Maar gelukkig wéét ik dat er dan een pioenroos in mijn tuin bloeit.

agbreteler@gmail.com