Carla van der Heijde: ,,Ik was nu eigenlijk wel zover dat ik weer een beetje zin kreeg om dingen te gaan doen. En dan is zo’n coronavirus vrij lastig.’’

Carla van der Heijde, weduwe van Rients Gratama: 'Alleen is nu héél alleen'

Carla van der Heijde: ,,Ik was nu eigenlijk wel zover dat ik weer een beetje zin kreeg om dingen te gaan doen. En dan is zo’n coronavirus vrij lastig.’’ FOTO NIELS WESTRA

Corona is overal. De economie stort in, oude zekerheden zijn verdwenen. Wat doet dit met ons? Carla van der Heijde (,,65 word ik, of nee ik word 66’‘) is kunstenares en de weduwe van cabaretier Rients Gratama. ,,Ik worstel nog steeds met het alleen zijn. Maar door de corona-uitbraak weet ik ook; er is na de dood van Rients misschien niks meer aan maar ik wil niet ziek worden. Ik wil verder.’’

We zitten onder de overkapping in de tuin, tussen ons in staat een koffiezetapparaat, ernaast een schaal met cake. Het terrasje was van Rients en haar. ,,En dit (klopt op de leuning) was Rients’ stoel. In het begin zat ik er tegenover, op mijn eigen plaats. Alleen. Vreselijk. Daarom dacht ik op een gegeven moment: Ik moet in ZIJN stoel zitten. Dat was beter.’’

Voel je je dichterbij Rients als je in zijn stoel zit?

,,Ja jaaaa. We hadden elkaars kleren ook wel aan, we hadden ongeveer dezelfde maat. Ik trek nog graag een trui of een jasje van Rients aan. Ik heb een vest van hem dat ik heerlijk vind.’’

Zocht je in het begin naar hem?

,,Ja. Alles wat je terugvindt, alle stukjes Rients wil je houden. In het begin, als ik iets kwijt was, kon ik er paniekerig van worden. Foto’s, een fotoboekje van de vakantie. Dat je denkt: Hiervan zijn er toch drie? Ik mis er een. En dan het huis op de kop totdat je het vindt.’‘

Om het gat te vullen?

,,Dat is het. Als je het samen goed hebt gehad, en het houdt op, is dat natuurlijk een ramp. In de 42 jaar dat we bij elkaar waren, haalden Rients en ik vaak een lied aan, dat Friso Wiegersma schreef toen Wim Sonneveld overleed. Het was een soort mantra voor ons.’’

Citeert: ,,Trouwen is een bitter spel. Dat weet je van te voren. Heb je het dan toch gedaan. Is er een die dood moet gaan. En wie alleen blijft staan. Heeft het spel verloren.’‘

,,Dus degene die overblijft is de klos. Toen duidelijk werd dat Rients niet meer behandeld kon worden, hebben we dat vers samen opgezegd. En bij zijn uitvaart heb ik het ook gedaan. Dan gebeurt het echt. Dan ben je alleen.’’

,,Het eerste jaar is overleven. Ik was murw. En ik hield mezelf telkens voor dat het tweede jaar beter zou worden, maar dat was niet zo. Het tweede jaar wordt alles nog definitiever. Maar ik was nu eigenlijk wel zover dat ik weer een beetje zin kreeg om dingen te gaan doen. En dan is zo’n coronavirus vrij lastig.’’

Blij ineens: ,,Weet je wat ik wel heb gedaan? Samen met mijn vriendin Clara? Als de sodemieter alles in kaart brengen wat er aan werk van Rients is. Hij wilde nog een boek uitgeven met al zijn liedteksten erin.’’

,,Het eerste wat hij zei toen hij wist dat hij het niet af kon maken: ‘Ben ik toch te laat begonnen’. Dat speet hem echt. Toen dacht ik: Dat moet IK dus doen, daar moet ik voor zorgen. Ik zit nu op 400, 500 teksten. Het is een rijstebrijberg hoor. Hier in huis liggen plakboeken, tekstboeken, alles. Ik ben nu toe aan het afluisteren van live-opnames. Dat was in het begin best moeilijk. En ik heb dat nog wel hoor.’’

,,Ik vond het vlak na zijn dood heel moeilijk om te merken dat oude producenten ineens schaamteloos teksten van hem op internet gingen zetten. Mensen verdienden aan zijn dood. En meteen, he? Onmiddellijk. Terwijl ik zelf nog in paniek was.’’

Het koffieapparaat ratelt.

,,Maar er waren ook mooie dingen. Syb (van der Ploeg) maakte in 2018 het programma Simmertime, waaraan Rients ook mee zou doen. Daarin hebben Syb, Piter (Wilkens) en Maaike (Schuurmans) een herinneringsblokje gedaan. Toen ik twijfelde zei Syb heel terecht: ‘Jaaaaa, Rients is van jou, maar ook van ons’. Och ja natuurlijk, dacht ik. Je bent zo’n eerste periode ook niet altijd in staat tot een goed oordeel hè? Je wordt enorm geleid door je emoties.’’

Voer je nog dialogen met Rients in je hoofd?

,,Heel erg. Meteen na zijn dood ben ik brieven aan hem gaan schrijven. Dat had ik nodig om met hem in gesprek te blijven. Maar het leuke aan Rients was dat hij altijd dingen zei die je niet verwachtte. En ik zit nu alleen met mijn eigen gedachten. Af en toe vind ik dat vrij armoeiig.’’

,,Rients heeft een lied over verdriet gemaakt: Achter de Seedyk. Je gooit het achter de zeedijk en dan maar hopen dat de dijk het houdt. Nu ik zijn teksten aan het verzamelen ben, word ik soms blij van hoe hij de dingen heeft geformuleerd.’’

Rients was van het grote relativeren, zegt ze. ,,De laatste twee weken van zijn leven, toen het niet meer zeker was of hij het ging redden, vroeg hij aan mij: Zeg Carla, moeten we ook een zaaltje bespreken?’’ (Glimogen bij de herinnering): ,,Ik zei: Noooooouuuu, zal ik me daar dan maar mee redden dan? En hij antwoordde: ‘O ja, o nee. Dus dat hoeft niet?’ En ik zei: ‘Nee, dat hoeft niet’.’’

‘Net of mocht het niet meer’

,,Ik denk wel dat Rients al veel langer wist dan ik dat het einde in zicht was. Er waren telkens calamiteiten. Het begon in 2015 met een hartoperatie. Daarna krabbelde hij op en kreeg hij steeds wat anders. Net of mocht het niet meer.’‘

,,Hij viel op de put.’’ Ze wijst naar de put even verderop: ,,Hier. Hij struikelde en kwam er met zijn hoofd op terecht. Terwijl hij altijd zei: ‘Dy put mut fut’. Maar ja, die put is 7 meter diep, staat vol water.’‘

,,Alles bij elkaar was het een soort lange glijbaan naar de dood. En we hebben alles met zijn tweeën gedaan. Als hij in het ziekenhuis lag sliep ik daar ook. En Rients was natuurlijk een fantastische patiënt. Die riep vreugdevol: (Spreidt haar armen, brede lach) Ik ben het Prednisonnetje in huis.’‘

,,Sommige mensen noemden me mantelzorger maar daar heb ik me heftig tegen verzet. Dat woord wilde ik niet horen. Omdat ik me niet zo voelde. Dit trof ons samen. En hij was geestelijk veel sterker dan ik, gooide er steeds weer humor tegenaan. Zwart hoor, af en toe. En soms voldeed het niet meer. Maar het maakte alles licht. Het maakte het niet moeilijk.’‘

Ik kan me voorstellen dat je je na zijn dood terugtrok, als een soort gewond dier.

,,Dat is het ja.’‘

En dan keer je langzaam terug in de wereld en is er ineens bam; dat coronavirus.

,,Rients is overleden in september 2017. Toen in het voorjaar van 2018 in de tuin de eerste groene kopjes weer boven kwamen heb ik hier staan vloeken. Omdat die planten eerst waren afgestorven en daarna toch de winter hadden overleefd. Waarom geldt dat niet voor mensen?’‘

,,Je hebt heel lang het gevoel: ik wil ook wel dood. Maar op een gegeven moment wordt dat anders. Dan ontdek je: er is weliswaar niks meer aan, maar ik wil niet meer dood.’’

,,Dat besef komt ook door het coronavirus. Je weet dat de ziekte dodelijk kan zijn. En ineens voel je dat je toch je best doet om dat virus te vermijden. Dat je je best doet om niet dood te gaan. Dat betekent dus dat je helemaal niet dood wilt. Dat er nog het een en ander moet gebeuren.’’

Hoe groeide je weer in je werk?

,,Ik werd gevraagd voor een modelteken-clubje. Dat ging lekker. Ze verwachtten me. Dat hielp ook om er weer bij te komen. En ik ging modeltekenen bij Tsien, een groep van tien kunstenaars. Vlak voor de corona-uitbraak zouden we met elkaar gaan exposeren. Maar toen stopte alles.’‘

,Dus toen wist ik het even niet meer. Eerst deed ik dezelfde coronadingen als iedereen. Ik probeerde opruimen, schoonmaken, kozijnen verven en taartenbakken. Tot je denkt: Ja joh. Ik woon in een mooi huis. Een fijn huis. Maar alleen is een huis toch minder mooi.’’

,,Als ik de kozijnen verf hoort daar toch het commentaar van Rients bij. Zo van: ‘Noooo, dat sjocht der moai ut seun’. En als ik boven zat te werken kwam er ’s avonds rond twaalven meestal een mailtje van Rients: ‘Ik heb de computer dicht. Hoe liket it mei de borrel?’ Dan deden we nog even een borreltje en dan naar bed.’’

‘Alleen wonen is vrij ongezellig’

,,Ik haal altijd mijn directe inspiratie uit mijn omgeving, uit wat ik zie en denk. En ik denk nu: Alleen wonen in coronatijd is vrij ongezellig. Je merkt dat je nu wel HEEL alleen bent.’‘

Je ziet het buiten. Mensen die samen lopen, met zijn tweeën of vieren, horen bij elkaar. Die besmetten elkaar niet.

,,En ik loop duidelijk alleen, ja. En als je met iemand loopt, loop je op anderhalve meter afstand. Ik zit in een ploegje, dat noemen we ‘de leuke vrouwen’, met Froukje, Clara, Wolly en ik. Laatst hebben we 10 kilometer gelopen in Oranjewoud. Twee aan twee, met anderhalve meter ertussen, en elk een eigen thermoskan en eigen koek mee. Daarna hebben we op het parkeerterrein onze auto’s in een carré gezet. Alle vier zaten we in onze eigen auto, met de deuren open.’’

Dat is nog leuk maar als dit te lang gaat duren…

,,Dan wordt het vervelend. Het wordt nu al vrij treurig allemaal he? Ik heb overal zeep staan en stapeltjes handdoeken liggen. Maar ik ben wel weer aan het schilderen, straks zet ik mijn ezeltje in de tuin.’’

,,Ik voel weer dat schilderen lekker is. Ik doe het vrij, vrij, vrij, met een lekker grote kwast, in groot formaat. De tuin is mijn inspiratiebron zonder dat ik nou die tuin zo goed in beeld moet brengen. Na de dood van Rients was de noodzaak van mijn werk volstrekt weg. Ik vond alles onbelangrijk, oninteressant. En dat moet weer groeien, weer terugkomen.’‘

,,Tegen mijn huisarts zei ik het zo: Als Rients en ik in Parijs waren gingen we vaak met de metro. Maar in die metro kan het heel druk zijn waardoor je de kans loopt om elkaar kwijt te raken. Dan was altijd het credo; degene die per ongeluk in zijn eentje vertrekt, stapt uit op het eerstvolgende station en blijft daar wachten tot de ander na komt. Niet teruggaan. Wachten.’’

,,Dat is waar ik nu in zit. Ik ben vertrokken, hij is achtergebleven en ik sta op het volgende perron te wachten tot hij nakomt. Maar hij komt niet. En ik WEET ook dat hij niet komt. Maar ik kan het nog steeds niet opbrengen om op die volgende trein te stappen. (Korte stilte) Of misschien zit ik allang op de volgende trein, maar weet ik nog niet dat het zo is.’‘

loading

Was Rients wel eens onzeker?

,,Onzeker? (lacht) Nee. Hij was ook nooit zenuwachtig. Ik wel. Ik herinner me nog dat hij in het laatste jaar moest optreden in het Jopie Huisman Museum. Ik zat er best over in. Syb (van der Ploeg) was er ook, die zei later tegen me: Ik zag hem binnenkomen en dacht, komt dit wel goed? Maar Rients ging staan, werd drie keer groter, er kwam weer een stuk geluid uit. Dan groeide hij. Dan was het perfect. Maar toen we terug in de auto zaten, zei Rients: Ik voel me als een colablikje waar een vrachtwagen overheen is gereden. (Lacht) Nou daar hoef je niks meer aan toe te voegen.’‘

Heb je het gevoel dat hij er nog is?

,,Nou als je fantasie hebt… Ik heb het een beetje met kauwtjes. Rients had als jongen een tam kauwtje dat hij zelf had opgevoed. En de kauwtjes die hier de pinda’s opvreten van de vogels joeg ik altijd weg. Dan had Rients iets van: Oooocch, niet doen, niet doen. Dus nu denk ik ook, die kauwtjes…. niet doen, niet wegjagen.’‘

De rode draad in je werk is ‘Verwondering en weemoed over de vergankelijkheid van mensen en tijden’, schrijf je zelf .

,,Ja. Dat gevoel gebruik ik nu. Ik heb niet de neiging om alles wat ik maak te bewaren. Als iets niet goed is, smeer ik er weer verf overheen. Of ik wring het, als het nog nat is, uit. Dan krijg je gekreukeld, geteisterd papier. Soms met restanten van eerder werk erop. En dat neem ik dan weer mee naar mijn modelteken-clubjes. Daar ga ik mee verder. Eigenlijk is dat een metafoor hè? Ik borduur voort op de puinhopen van iets dat er eerder was.’‘

,,Ik zag het na de dood van Rients niet zitten om op een mooi, helder, wit stuk papier te beginnen. Ik had de behoefte om dat papier stuk te maken. En nu snap ik pas dat dat bij mijn gevoel past. In de breuklijnen van het papier, wordt de kleur donkerder. In de beschadigingen verdiept de kleur zich. Dat klopt met wat ik voel. Ik moet iets kwijt van mezelf. Ik laat mezelf weer los.’‘

Wijst naar de tuin: ,,Kijk, daar is weer een kauwtje en die eet nu de pindakaaspot leeg en daar mag ik van Rients niks van zeggen.’’

,,Maar wat ik nu heel erg mis, en dat heeft niet alleen met corona te maken, is lichamelijkheid. Samen zijn. Het goed hebben met elkaar, samen een bastionnetje vormen.’’

,,Ik lig nu in bed aan de kant van Rients. Want vanaf mijn plaats was zijn lege kant niet te verdragen. Ik kijk nu, omsloten door zijn plekje, vanaf zijn perspectief de slaapkamer in en dat is beter dan mijn eigen perspectief.’‘

,,Dus je vindt er wel wat op, en er zijn legio mensen die dat gevoel ook kennen maar het helpt niet altijd. En wat ik nu jammer vind, door die corona, is dat alles op andere vlakken ook zo armoeiig is. Je maakt geen deel meer uit van een geheel.’‘

,,Je bent allemaal kleine pionnetjes, je staat allemaal apart in je vakje en er wordt geen spel gespeeld. Er is geen leuke interactie. Maar een mens is denk ik toch een sociaal beestje. We zijn net als de kauwtjes een beetje van de zwerm. En de zwerm ontbreekt nu heel erg. Dan is er niet veel aan.’’

Jouw zwermpje zat in Oranjewoud in een vierkant, ieder met zijn eigen thermosfles.

,Ja, mijn zwerm is een heel los zwermpje.’‘

En nu?

,,Ik zit nu, door corona, weer in de wachtmodus. Dat je denkt: wanneer is het voorbij en kunnen we weer de dingen doen zoals we willen. Maar ik kan wel weer schilderen, binnen de vier muren en in mijn tuin. Godzijdank heb ik die tuin.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct