Het is maar goed dat de berenburg op het Friese Statenjacht altijd rechtop blijft staan, wie weet hoe het anders was gelopen. Maar op een memorabel slechte zomerdag in 2015 - waarop het water van het Sneekermeer net zo grauw en grijs is als de lucht erboven - gaat de kogel door de kerk: ‘Nu is de verkering aan. We krijgen in Friesland weer een universiteit, voor de komende vijfhonderd jaar!’

Donkere wolken zijn er nu, februari 2020, ook aan de horizon. Maar het hangt er sterk vanaf wie je spreekt over Campus Fryslân, of de nadruk ligt op de wolken - of de stralend blauwe lucht erachter.

De Beurs, het prachtig verbouwde universiteitsgebouw in het centrum van Leeuwarden, is vooralsnog een oase van rust. Er zouden een kleine zeshonderd studenten moeten rondlopen. Maar de praktijk weigert zich te plooien naar de theorie, met in dit studiejaar nog niet meer dan tweehonderd ingeschreven studenten.

Is dat erg?

Op het Provinciehuis in Leeuwarden krabben ambtenaren en politici zich toch even achter de oren. De provincie Fryslân heeft 17,83 miljoen euro subsidie beschikbaar gesteld om de campus door de eerste fase heen te helpen. Vanaf 2023 moet de Friese faculteit dan op de eigen academische benen kunnen staan. Daarna draait de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), die heeft beloofd minstens vijftien jaar in Leeuwarden te blijven, op voor eventuele verliezen.

Het is een van de grootste investeringen die de provincie doet. De belangen zijn groot. Arno Brok, commissaris van de koning, ondertekent 17 december 2019 een brief van Gedeputeerde Staten waarin de campus ‘nogmaals’ wordt gevraagd om ‘een Plan van Aanpak om waar nodig de groei te versnellen’. Maandag overleggen de provincie en de gemeente Leeuwarden met de universiteit.

„Zo’n initiatief als dit heeft tien, vijftien jaar nodig om tot wasdom te komen. Ik ken de verhalen, sluit mijn ogen er niet voor. Maar de discussie gaat nu over aantallen studenten, terwijl de kwaliteit voorop moet staan. Nog niet iedereen weet dat Leeuwarden een studentenstad is.’’

Aan het woord is Jouke de Vries. In zijn Groningse werkkamer spreekt hij met nauwverholen ergernis. De Vries, nu de baas van de Rijksuniversiteit Groningen, is de man die als decaan van Campus Fryslân de universiteit weer naar Friesland haalde. Velen zien hem als de verpersoonlijking van het project. Zou dat kunnen mislukken? Elke vezel in zijn lijf verzet zich tegen het idee alleen al.

„Ik vond het toen niet zo spannend om de universiteit in Leeuwarden te beginnen’’, blikt de Leeuwarder oud-wethouder van onderwijs Thea Koster (CDA) terug. „Maar wat nu als het na tien jaar tegenvalt? De komende jaren, die worden best spannend. Studenten hebben veel keuze. Het zou heel jammer zijn als het mislukt.’’

„Het valt of staat met studenten’’, zeggen onder meer Koster en Cees Buisman, wetenschappelijk directeur bij Wetsus. Het kennisinstituut over water heeft in relatieve stilte en met bescheiden middelen een stevige internationale reputatie opgebouwd. Studenten zijn de belangrijkste inkomstenbron voor een universiteit. Buisman: „Maar als je in Friesland het woord universiteit uitspreekt kan niemand meer helder nadenken.’’

Tafelen in de Koperen Tuin

Het zijn toch bij uitstek heldere denkers, die zich vanaf 2009 op gezette tijden verzamelen in de Koperen Tuin. Het Leeuwarder etablissement, fraai gelegen in de Prinsentuin, biedt alle gelegenheid om te brainstormen over het academisch klimaat in Friesland. Dat ligt mannen als Douwe Breimer, Jacob Fokkema, Taede Sminia en Jouke de Vries na aan het hart.

Mannen met een staat van dienst. Breimer, Fokkema, Sminia als voormalig rectores magnifici in respectievelijk Leiden, Delft en Amsterdam. De Vries als decaan van Campus Den Haag van de Universiteit Leiden. Maar het zijn bovenal Friezen, die kennis willen inzetten om de economische kracht van ‘hun’ Friesland te vergroten.

De vier mannen, die later de founding fathers gaan heten, komen op voorspraak van toenmalig PvdA-gedeputeerde Jannewietske de Vries (geen familie van Jouke) samen. Ze omschrijft hen als „wijze heren op oudere leeftijd die iets voor Friesland willen doen”.

Veel hoogopgeleide Friezen verlaten de provincie. Afgezet tegen landelijke cijfers gaat een aanzienlijk deel van de vwo’ers niet naar een universiteit, maar naar de hogescholen in Leeuwarden. Het is een onderbenutting van talent, dat negatieve gevolgen heeft voor de economische ontwikkeling van de regio. Met als gevolg dat ook nieuwe generaties die hoogopgeleid zijn hun heil elders (moeten) zoeken in de kenniseconomie die Nederland is.

De provincie Fryslân bulkt van het geld door de verkoop van haar aandelen in energiebedrijf Nuon. „We hadden middelen om te investeren. Om de braindrain tegen te gaan”, zegt De Vries, nu burgemeester van Súdwest-Fryslân. Het is een uitgelezen kans om ‘de fout van tweehonderd jaar geleden’ - toen het academisch onderwijs verdween uit Franeker -toch in elk geval deels te herstellen.

Als wethouder van onderwijs schuift Koster aan bij de bijeenkomsten in de Koperen Tuin. „Voorname mannen die sigaren rookten en port dronken’’, herinnert ze zich. „En Jannewietske en ik’’, lacht ze. „Ik heb wel eens gedacht: zou hier ooit iets uitkomen?’’

De polder

Maar op 18 november 2011 wordt de stichting University Campus Fryslân (UCF) opgericht. De UCF moet vooral een netwerkorganisatie zijn: een kennishub tussen de universiteiten van Wageningen, Twente en Groningen. Bij de start wordt zelfs expliciet aangegeven dat de campus vooral niet moet uitmonden in een ‘eigen universiteitje’. Onrealistisch, ongewenste concurrentie van de Friese hogescholen, niet doen - dat is de teneur.

Maar het sentiment kantelt. Koster, die begin 2017 wordt benoemd als lid van het college van bestuur van de Zwolse mbo-instelling Deltion: „De Rijksuniversiteit Groningen voorzag dat het aantal studenten zou afnemen door bevolkingskrimp. Friesland bood kansen, als de RUG erin zou slagen om die Friese vwo’ers toch naar de universiteit te halen.’’

Indachtig het gezegde ‘Komt de berg niet naar Mohammed, dan komt Mohammed wel naar de berg’ begint de RUG na te denken over een in Friesland gevestigde faculteit. Lang niet zo ambitieus als het uit dezelfde periode stammende plan om in de Chinese stad Yantai een dependance te openen, maar voor Friesland wel een steen in de vijver. De gemeente Leeuwarden is voorstander: „Als een echte faculteit nu wel een mogelijkheid is, moeten we daarop inzetten.’’

Niet alle spelers in het Friese kenniselftal staan te juichen bij deze nieuwe strategie. De Noordelijke Hogeschool Leeuwarden en Hogeschool Stenden (inmiddels gefuseerd), Van Hall Larenstein: voor hen is een new kid on the block ook een concurrent die studenten kan afsnoepen. En kennisinstellingen als Wetsus en de Dairy Campus timmeren zelf al aan de weg en hebben goede contacten met de universiteiten van Twente en Wageningen. Moeten zij straks de Groningers voor laten gaan?

De nieuwe gedeputeerde van onderwijs Sander de Rouwe (CDA), die na de provinciale verkiezingen van 2015 de onderwijsportefeuille overneemt van Jannewietske de Vries, overziet het slagveld. „Toen ik begon was er nog niet zoveel. De UCF bestond en er waren veel plannen. Ik wilde onderbuik en bovenkamer in balans brengen.’’

Hij heeft daarbij ook een financieel belang: de plannenmakers veronderstellen dat Friesland wel een miljoentje of 25 over zal hebben voor een ‘eigen’ universiteit. Maar De Rouwe wil niet zomaar een graai in de Nuon-pot doen. De UCF had per saldo ook al zo’n 16 miljoen provinciaal geld gekost.

Hij ziet de kopschuwe reacties in het onderwijsveld, hij proeft het onderlinge wantrouwen. En besluit het provinciale enthousiasme een beetje te temperen. Als jullie het zelf niet willen, dan hoeft het voor mij ook niet jongens - dat is de houding die hij uitstraalt.

Lachend, op het Provinsjehûs in Leeuwarden, concludeert hij dat de strategie werkt. „Er ontstond een sfeer van: oeh, De Rouwe zou het ook wel eens níet kunnen doen.’’ Uiteindelijk volgt de sessie op het Statenjacht. De provincie zegt 17,83 miljoen toe. De gemeente draagt 583.000 euro bij, en steekt nog eens 3 miljoen in de verbetering van het academisch klimaat in de Friese hoofdstad.

Lees ook: Hoe het Friese Statenjacht ‘Friso’ fungeert als smeerolie bij moeizame onderhandelingen

Op 24 juni 2016 wordt het Hoger-Onderwijsakkoord Fryslân getekend door alle betrokken. Van de Fryske Akademy en Wetsus tot Waddenacademie en Dairy Campus, de hogescholen en de universiteiten van Wageningen, Twente en Groningen. Alle partijen leggen vast wie wat doet.

De spil waar alles om draait

Op de feestelijke foto, gemaakt op het bordes van het beursgebouw in Leeuwarden dat direct werd aangewezen als vestigingsplaats voor de campus, staat Jouke de Vries centraal. Sibrand Poppema, toen nog de baas van de RUG, schuift hem naar voren als decaan. Alle betrokkenen zijn het erover eens: dat was een hele goede zet van Poppema.

Willem Smink, destijds lid van het college van bestuur van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden en nu interim-directeur bij de Fryske Akademy: „Ik denk dat het nadrukkelijk een idee is van Jouke om iets achter te laten wat van belang is voor de regio. En die regio omvat heel Noord-Nederland, maar zeker ook Friesland.’’

Lees ook: profiel van Jouke de Vries

En passant zegt hij ‘met verbijstering’ te hebben gekeken naar de opstelling van de Fryske Akademy. Het instituut richt zich op wetenschappelijk onderzoek naar de Friese taal, meertaligheid en regionale geschiedenis. „Er is hier een enorme weerstand geweest tegen de komst van de campus.’’

Merkwaardig, zegt Smink. „Ze hadden moeten zeggen: verbindt ons onderzoeksapparaat met jullie studenten. Wetenschappers van de Akademy hadden les kunnen geven op de campus. Maar de houding was: Campus Fryslân de universiteit van Friesland? Hoezo? Dat zijn wij al!’’ Wellicht was het met een andere opstelling anders gelopen met de reorganisatie, die Smink nu moet doorvoeren om de bedrijfsvoering op orde te krijgen.

Het is een voetnoot in de ontstaansgeschiedenis van de campus. Maar het tekent wel de ingewikkelde verhoudingen in de Friese polder. En Poppema was weliswaar degene die het idee voor een faculteit in Leeuwarden omarmde, hij leek toch warmer te lopen voor veel grotere plannen in China. „Jouke sprak een andere taal. Toen hij kwam ging het echt lopen. Hij is de garantie voor de eerste honderd jaar van de campus’’, zegt De Rouwe.

Een blik in de werkkamer van De Vries in het bestuursgebouw van de Groninger universiteit maakt meteen duidelijk: dit is een man die trots is op zijn Friese achtergrond. Er ligt een polsstok met Fries lint, aan de muur hangt de foto van de eerste academische processie door Leeuwarden.

loading

Op zijn bureau liggen ook twee boeken met de titel Universiteit van het Noorden. Twee dikke pillen, 1744 bladzijden in totaal, waarin de geschiedenis van de ruim vierhonderd jaar oude Groninger academie wordt beschreven. Onder dezelfde noemer wil De Vries juist de toekomst in: zijn Universiteit van het Noorden moet een netwerk zijn van de Rijksuniversiteit Groningen, het bedrijfsleven en de andere kennisinstellingen in Friesland, Groningen en Drenthe. Met een nadrukkelijke rol voor Campus Fryslân.

Hij weet wat ervoor nodig is om een campus op te zetten in een andere stad dan waar de universiteit zetelt. In Den Haag maakt hij van de nieuwe nevenvestiging van de Universiteit Leiden, na een moeizame start, uiteindelijk een succes. Campus Den Haag telt nu meer dan vijfduizend studenten.

Scorebord met studenten

Die aantallen zijn er in Leeuwarden niet, en dat is ook niet de ambitie. Op termijn duizend studenten, dat is het aantal dat al jaren wordt genoemd. Op 31 oktober 2019, als met een feestelijke bijeenkomst de verbouwde Beurs officieel wordt geopend als universiteitsgebouw, weten De Vries en Piet Bouma, directeur bedrijfsvoering van Campus Fryslân, dat de teller op 197 studenten staat. Dat is veel minder dan de 525 die er volgens de oorspronkelijke business-case inmiddels hadden moeten zijn.

loading

Desondanks toont De Vries zich in zijn feestelijke toespraak onverminderd enthousiast en ambitieus. „De gedachte is dat kennisinstituten alleen kunnen gedijen in grote steden, in dichtbevolkte gebieden’’, spreekt hij. „Ik zeg: no way! Deze campus kan een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van een ‘Silicon Valley of the North’. In een netwerk met hogescholen en bedrijven, waarbij het Noorden zich uitstrekt van Friesland, Groningen en Drenthe tot Twente en Hamburg.’’

Maar als de campus de tegenvallende instroom van studenten in december in een voortgangsrapportage aan de provincie meldt, fronsen diverse Statenleden hun wenkbrauwen. De Fryske Nasjonale Partij stelt vragen. Want, zo vindt de partij: de Staten zijn met hoge studentenaantallen over de drempel getrokken om miljoenen mee te betalen aan de campus.

Gedeputeerde De Rouwe doet berichtgeving over de aantallen studenten ietwat schamper af als ‘scorebordjournalistiek’. De fixatie ligt te veel op de aantallen, vindt hij. Terwijl er gekeken moet worden naar kwaliteit. „Er staat een prachtig gebouw. We hebben een aantal topopleidingen. De kwaliteit van het onderwijs is erg hoog.’’

Op het telraam met studenten is wel het financiële huishoudboekje gebaseerd. Gerrit de Jong (CDA), voormalig lid van de Algemene Rekenkamer, schrijft in het rapport dat hij in 2015 op verzoek van De Rouwe maakt over de haalbaarheid van de Friese campus: „De inhoudelijke en financiële haalbaarheid staan of vallen met vooral de veronderstellingen ten aanzien van instroom van studenten bij het University College en de masteropleidingen, evenals met de vraag of alle voorziene masteropleidingen a tempo kunnen worden gerealiseerd.’’

loading

Als gevolg van de trage aanwas van studenten, en dus ontbrekende rijksinkomsten, snijdt de campus in de kosten. De universiteit neemt minder personeel aan. De rode cijfers worden gedekt door de daarvoor bestemde subsidie van de provincie, zegt Bouma. Eigen geld hoeft de RUG nog niet bij te leggen. Pas als de subsidie eind 2023 stopt, verschuift het risico naar de universiteit.

De provincie kan en wil structureel academisch onderwijs niet bekostigen. Ze financiert alleen de opstartkosten. Voormalig rector magnificus in Leiden Douwe Breimer: „Zoiets als een campus moet je lang de kans geven. En eerst geef je ruimhartig de fles. Pas veel later evalueer je.”

Wonen en kinderen

Eigenlijk is geld niet zozeer het probleem voor de Friese campus, denkt Cees Buisman van Wetsus. De komst van studenten is een uitdaging, maar eigenlijk vindt hij één aspect nog belangrijker: inbedding van de faculteit in de Friese samenleving. „Wetenschappers moeten hier wonen, ze moeten kinderen krijgen die hier opgroeien. Dat duurt wel een jaar of dertig. Maar als dat lukt heb je een community op heel hoog niveau, die ook blijft als de universiteit toch weer zou verdwijnen.’’

Hij gunt de elfde faculteit van de RUG alle succes, eerlijk waar. „Ik weet wel dat Wetsus wordt gezien als het jaloerse jongetje dat het niet kan hebben dat Campus Fryslân er kwam. Maar dat is framing .’’ Buisman beveelt een andere blik aan: „Je kunt ook naar ons kijken als het wetenschappelijk instituut dat heeft laten zien hoe je in Friesland iets succesvol van de grond krijgt. Een voorbeeld!’’

Opleidingen die werkelijk iets toevoegen aan het aanbod, daar moet de campus zich op richten. Met uitzondering van het domein water, want dat is het exclusieve specialisme van Wetsus. Met de keuze voor opleidingen gericht op duurzaamheid, wil Friesland zich onderscheiden.

Trage masters, werving is moeilijk

Maar het is een weerbarstig proces: een nieuwe opleiding ontwikkelen en vervolgens door de commissies loodsen die groen licht moeten geven. Bij diverse masteropleidingen verloopt de aanvraag stroperig. Gemiddeld wordt slechts een kwart van de aanvragen in één keer akkoord bevonden. Maar bij Campus Fryslân zijn alle aangemelde studies direct ‘geslaagd’, vertelt Bouma trots. „Dat is best bijzonder.”

De vertraging heeft wel gevolgen: de werving van nieuwe studenten kan pas plaatsvinden nadat nieuwe opleidingen zijn goedgekeurd. Bovendien heeft de campus bij de start van de werving nog geen eigen pand.

Het verklaart de achterblijvende cijfers, zeggen Bouma en De Vries eensgezind in Groningen. Een tegenvaller willen ze het eigenlijk niet eens noemen. „Als ik geen groei zou zien, zou ik verontrust zijn’’, zegt Bouma. „Maar ik zie wel groei.’’

En founding father De Vries? Hij heft de handen ten hemel. Kijk naar de kwaliteit, zegt hij. Binnen no-time is de bachelor Global Responsibility and Leadership, die exclusief in Leeuwarden wordt gegeven, door de Keuzegids Universiteiten 2020 aangemerkt als topopleiding. „In zo’n korte tijd? Nog nooit vertoond!’’ Je kunt het hem bijna horen denken: als dat volgend studiejaar geen hordes studenten oplevert, eet ik mijn Friese klomp op.

De universiteit doet haar best om voorlopige aanmeldingen om te zetten in definitieve. Studenten in spe worden actief telefonisch benaderd. Want ze melden zich vaak aan voor meerdere opleidingen. Pas op 1 oktober, als het academisch jaar een maand onderweg is, kan worden vastgesteld hoeveel er daadwerkelijk ingeschreven staan.

De verplichte 7 op wiskunde geldt niet meer als voorwaarde om te beginnen met de bacheloropleiding. Met name buitenlandse studenten lukt het niet om aan deze eis te voldoen. Het is ook niet nodig, vindt De Vries: de opleiding trekt sowieso gemotiveerde mensen, die kwaliteit genoeg hebben om de studie te volbrengen.

Onbekendheid speelt een rol. Maar het imago van de Friese hoofdstad kan ook beter. Leeuwarden als studentenstad is een idee dat nog moet groeien, luidt de positieve uitleg. Dat het studentenleven in Leeuwarden niet aantrekkelijk genoeg is, is de negatieve.

Daar komt bij dat het collegegeld voor het University College van Campus Fryslân hoger ligt en dat studenten verplicht zijn een jaar op de campus te wonen. Een jaar studeren in Leeuwarden kost zo’n 3500 euro, terwijl het reguliere collegegeld op iets meer dan 2000 euro ligt. Een aantal studenten haakt om financiële redenen af, blijkt uit een provinciaal overzicht uit 2019.

Verandering

De contouren van het Plan van Aanpak, waar Gedeputeerde Staten dringend om hebben gevraagd, zijn inmiddels zichtbaar. De provincie vermoedt dat de RUG te hoog heeft ingezet met studentenaantallen, schrijft ze in antwoorden op Statenvragen. De voorlopige conclusie is dat er een bredere basis nodig is.

Campus Fryslân gaat een tweede bacheloropleiding ontwikkelen, met als thema Data and Soceity. Samen met de huidige Global Responsibility and Leadership moet die dan wel de benodigde zeshonderd studenten trekken. Ook gaat de faculteit kortlopende opleidingen aanbieden: advanced certificate courses. Het is een vorm van onderwijs dat niet leidt tot een universitair diploma. Aan deze nieuwe vorm is volgens de universiteit veel behoefte. Groot voordeel: ze hoeven niet het taaie toelatingsproces te doorlopen, maar kunnen zo beginnen.

Een mogelijkheid is ook nog te kijken of het toch niet mogelijk is om met minder dan duizend studenten een succesvolle campus neer te zetten. Of om, al dan niet tijdelijk, studies te verplaatsen van het overvolle Groningen naar Leeuwarden. „Misschien besluiten we wel om dingen over te hevelen’’, zegt De Vries. Meertaligheid zou logisch aansluiten, oppert Willem Smink.

En, vindt geldschieter De Rouwe: de universiteit moet flink blijven investeren in marketing. Maar dan is hij vol vertrouwen.

Hij wijst naar Wetsus. Vorige maand won startup Hydraloop , dat huishoudelijk water recyclet, op een Amerikaanse techbeurs prijzen en werd het door Time Magazine uitgeroepen tot een van de 25 beste nieuwe producten.

„Dat is een bedrijfje dat hier is ontstaan omdat Wetsus er is. Dat geduld en die focus moeten we met Campus Fryslân ook kunnen opbrengen.’’ Met een knipoog: „En ook dan zal het nog wel minstens vijftien jaar duren voor we hier de Nobelprijs winnen, hoor.’’

Universiteit van het Noorden

Erica Schaper, voorzitter van het college van bestuur van NHL Stenden, is overtuigd van het belang van de universitaire vestiging. „De campus ontbeert studenten, wij hebben de massa. Als wij ervoor kunnen zorgen dat studenten na hun hbo-master goed doorstromen naar Campus Fryslân voor een universitaire master, dan versterken we de aantrekkelijkheid en het onderwijsniveau in het Noorden. En dat is goed voor de economische kracht van deze regio.’’

Met De Vries omarmt zij het concept van de Universiteit van het Noorden. Aan zijn bureau begint de RUG-baas enthousiast cirkels en verbindende lijnen te tekenen in zijn notitieblok. „Hier, de universiteit in Groningen. Met een verbinding naar Leeuwarden, de campus. Vandaar naar Drachten, waar het Innovatiecluster rondom Philips schreeuwt om hoogwaardige kennis.’’ Een pijl naar Emmen, waar chemiebedrijven gevestigd zijn en waar ook NHL Stenden toegepast onderzoek doet. Door naar Delfzijl en de Eemshaven, voor groene chemie en maritieme ontwikkelingen.

Lees ook: Universiteit van het Noorden wil 120 miljoen voor innovatie

Het zijn grootse plannen, bedoeld om de structurele economische achterstand van Noord-Nederland op de rest van het land eindelijk in te lopen. Dat is zijn ambitie: mag dat asjeblieft ook wat overheidsgeld kosten? Voor de kennisinfrastructuur is dit belangrijker dan de aanleg van een aquaduct - en die zijn er inmiddels overal in Friesland.

En dan nog, als er na de subsidieperiode tekorten zijn op de campus in Leeuwarden? De Vries, met weidse armgebaren: „Toen de universiteit een satellietcampus in China wilde, kregen we veel kritiek. Ik heb Yantai gesloten en werk nu aan een prachtig project in het Noorden..... Na 2023 dragen wij het risico voor Campus Fryslân. Wij zijn er voor de lange termijn. Iets meer trots in Friesland zou goed zijn.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Onderwijs
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct