Sybrand Buma. FOTO ANP

CDA is Sybrand Buma dankbaar, maar snakt naar nieuw geluid

Sybrand Buma. FOTO ANP

De gedroomde CDA-leider was Sybrand Buma nooit. Desondanks slaagde hij erin zijn tot op het bot verscheurde partij te helen en terug te brengen in de regering. Zijn sombere toon werd lang voor lief genomen, maar inmiddels snakt het CDA naar een optimistischer geluid.

Dat Sybrand van Haersma Buma ooit nog eens burgemeester zou worden, zat er dik in. Met de aanvaarding van de ambtsketting in Leeuwarden treedt hij straks in de voetsporen van zijn opa Sybrand Marinus en vader Bernhard, die eveneens in Friesland eerste burger waren. Toch zal de terugkeer naar zijn geboortegrond in vele opzichten wennen zijn, na een Haagse carrière die bijna dertig jaar omspant.

Lees ook: Sybrand van Haersma Buma voorgedragen als nieuwe burgemeester van Leeuwarden

Niet langer bevindt Buma zich straks op of rond het Binnenhof, waar hij sinds 1990 de macht van dichtbij aan het werk zag. Dat de voormalige stafjurist bij de Raad van State het ooit nog eens tot CDA-leider zou schoppen, lag niet onmiddellijk voor de hand: Buma is als man van de inhoud aanvankelijk vooral actief in dienstbare functies, tot hij na de verkiezingen in 2010 – waarbij hij slechts 850 voorkeursstemmen krijgt – fractieleider wordt onder vicepremier Maxime Verhagen.

Lees ook: Buma stapt als derde uit de cockpit van de coalitie. Wat betekent dit voor het derde kabinet-Rutte?

Lees ook: Rutte: vertrek Buma voelt als aderlating

Bijna ongemerkt is Buma op die positie terechtgekomen, nadat beoogd fractieleider Ab Klink het gedoogkabinet met de PVV toch niet ziet zitten en afhaakt. Buma vindt juist wel dat het CDA de partij van Geert Wilders een kans moet geven. Amper twee jaar later, nadat Rutte I is gevallen, Verhagen is vertrokken en het CDA bijna uiteen is gespat, stelt Buma zijn standpunt bij: hij heeft ‘de buik vol’ van Wilders. Na een gewonnen lijsttrekkersstrijd, waarbij hij Mona Keijzer verslaat, laat hij optekenen dat het CDA onder zijn leiding ‘nooit meer’ met de PVV in zee zal gaan.

Zoeken naar eenheid en een nieuw verbindend verhaal

Baten mag het niet. In 2012 haalt het CDA dertien zetels, het slechtste resultaat in de geschiedenis ooit. Persoonlijk wordt Buma dat verlies nooit echt kwalijk genomen. Het CDA is vooral opgelucht dat de partij nog bestaat, en onder leiding van Buma zoeken de christendemocraten naar eenheid en een nieuw verbindend verhaal.

 

Daarbij komt de ervaring van Buma goed van pas: die had als fractiemedewerker tijdens de Paarse jaren gezien hoe oppositievoeren, hulpeloos, zonder enige smoel, niet moest. Het kabinet van VVD en PvdA klopt meermaals tevergeefs voor steun aan bij Buma, die al gauw het verwijt krijgt met ‘verantwoordelijkheidsvakantie’ te zijn gegaan. Buma blijft echter consequent zijn eigen koers varen: goede voorstellen steunt hij, slechte niet. Het CDA is volgens hem niet op aarde om kabinetten in de benen te houden.

Onder Buma hervindt het CDA langzaam het zelfvertrouwen. Als politiek leider reanimeert hij de Balkenende-agenda van normen en waarden. Buma gaat zelfs een stap verder: in zijn politieke geloofsbelijdenis ‘Tegen het cynisme’, dat uitkomt in november 2016, pleit hij ronduit voor een ‘nieuwe moraal’. Een terugkeer van cultuur en historisch besef is nodig, meent Buma, die pleit voor een maatschappelijke dienstplicht en wil dat op scholen het Wilhelmus wordt gezongen.

Buma is er voor de boze burger

In het bijzonder maakt hij zich sterk voor de ‘boze burger’, die volgens hem door andere partijen ten onrechte wordt weggezet als iemand die niet door heeft hoe goed hij het eigenlijk heeft. Buma stelt dat het echter gaat om gewone Nederlanders die volgens hem terecht zorgen hebben over de gevolgen van immigratie, financiële onzekerheid en verruwing van de samenleving. Doorgeslagen individualisering en gelijkheid, verkondigd door liberalen en sociaaldemocraten, liggen daaraan ten grondslag, meent hij.

Buma’s analyse wordt in het CDA weliswaar herkend, maar tegelijkertijd vinden sommige leden de manier waarop de politiek leider zijn visie uitdraagt te somber en te weinig perspectief biedend. In de aanloop naar de verkiezingen blijft het in de partij rustig, ook al omdat Buma blijkens de stijgende peilingen een gevoelige snaar weet te raken. Maar als het resultaat met 19 zetels toch tegenvalt, en het CDA desondanks in het kabinet stapt, ligt het veld open voor uitgesproken twijfel over de koers.

Hoewel premier Rutte na presentatie van het regeerakkoord nog rept van het ‘groenste kabinet ooit’ is het de CDA-fractieleider die in de zomer vraagtekens zet bij een aantal klimaatafspraken. Hij waarschuwt voor een volksopstand als te ambitieuze doelen worden nagestreefd. Later suggereert hij zelfs dat de ‘gele hesjes’ mee zouden moeten praten.

Dat Buma tegelijkertijd lang blijft vasthouden aan de afschaffing van de dividendbelasting en eveneens lange tijd een verruiming van het kinderpardon blokkeert, zet kwaad bloed bij de linkerflank van de partij. Steeds openlijker laten zij hun onvrede blijken. Het Wetenschappelijk Instituut geeft Buma indirect een gevoelige tik op de vingers: ,,Het CDA kan niet slechts een vertolker zijn van gevoelens van onbehagen en onzekerheid”, stelt directeur Pieter-Jan Dijkman in het najaar van 2018.

Kortom, Buma mag gaan

Toch staat Buma’s positie nooit echt ter discussie. Behalve dat men hem erkentelijk is, rekenen weinig leden erop dat Buma nog een keer een gooi zal doen naar het lijsttrekkerschap. Bovendien heeft hij voor zijn opvolging gezorgd, door CDA-kroonprinsen Wopke Hoekstra en Hugo de Jonge een plek in het kabinet te geven. Kortom, Buma mag gaan. De partij is er klaar voor.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct