Medewerker Gosling de Vries laat een stier dekken op de nieuwe elektrische kunstkoe.

Brongergea is trots op eerste kunstkoe

Medewerker Gosling de Vries laat een stier dekken op de nieuwe elektrische kunstkoe.

In Oranjewoud wordt zaterdagmiddag een bijzonder kunstwerk onthuld over een bijzondere Friese ki-organisatie met de allereerste kunstkoe in Nederland.

De meeste veehouders in Nederland en Vlaanderen zijn aangesloten bij CRV, de coöperatieve veeverbeteringsorganisatie met ki-stations, stierstallen en stamboek-registratie. Het is bijna niet voor te stellen dat circa zestig jaar geleden alleen Friesland al 17 ki-verenigingen telde.

Bij dat fokkerijverleden wordt zaterdagmiddag ongetwijfeld weer stilgestaan als in Brongergea, een buurtschap bij Oranjewoud, een kunstwerk wordt onthuld ter ere van ki-vereniging Knijpe e.o.

Initiatiefnemer is Brongergea op de kaart, een stichting met vier bestuursleden die de naam en faam van Brongergea levend wil houden. Een belangrijk onderdeel van de historie van het buurtschap vormt het ki-Station Knijpe e.o dat van 1954 tot 1979 in bedrijf was. Hier werden stieren gehouden voor de winning van sperma, dat vervolgens kunstmatig geïnsemineerd werd in de veestapel van de circa 500 boerenleden van de vereniging.

Eigenzinnig

Ki-vereniging Knijpe e.o was bijzonder, zo blijkt uit de beschrijving die Alt Liemburg optekende voor het boek over de historie van Brongergea. Zo werkte ki Knijpe in die begin jaren vijftig als eerste in Nederland met een kunstkoe. Medewerkers hadden met de plaatselijke smid een stevig ijzeren geraamte gemaakt met een koeienhuid. In die in hoogte verstelbare kunstkoe zat de spermavanger die de penis van de stier handig in een rubberen kunstschede kon leiden. Andere ki-stations werkten destijds voor de spermawinning nog met ossen, gecastreerde stieren. Een complexe gevaarlijke klus die ook nog wel eens tot peniskwetsuren leidde.

Wat opvalt in de beschrijving van Liemburg – die opgroeide bij het ki-station waar zijn vader stierenverzorger was – is het eigenzinnige karakter van ki Knijpe. Terwijl andere ki’s al rap samenwerkten in blokken en fuseerden, hechtte De Knijpe aan haar zelfstandigheid. En waarom ook niet, want bij de kostenvergelijkingsonderzoeken tussen de zeventien Friese ki’s scoorde ki Knijpe gunstig. Dat had blijkbaar te maken met het feit dat ze destijds in het zuidoosten van de provincie een goede kijk hadden op goede stieren. En als een stier een goede vererving had, hoefde je ook minder stieren te houden.

Het meeste succes boekte De Knijpe met de in 1970 aangekochte stier Adema 11 van de Gelder. De nakomelingen van deze Noord-Hollandse stier waren zeer productief. ,,Zijn vaarsdochters gaven gemiddeld meer dan 20 liter melk per dag en dat was in die dagen verbazingwekkend”, schrijft Liemburg.

Mijlpaal

Adema 11 van de Gelder voerde dan ook al rap ranglijsten aan. Als eerste Friese fokstier overschreed hij de mijlpaal van 10.000 inseminaties. In 1975 waren dat er al 17.000. Ook landelijk was dat een topprestatie. ,,De stier van De Knijpe heeft aan de productieverhoging van het Friese vee een stevig steentje bijgedragen’’, concludeert Liemburg.

Tekenend voor het het feit dat het toenmalige FRS, het Fries Rundvee Stamboek, destijds meer oog had voor het uiterlijk van de koe dan voor de productie, is het feit dat van Adema 11 van de Gelder geen stierkalveren ingeschreven mochten worden in het stamboek. Waarom niet? Vanwege de ontdekking van een zwart vlekje bij moederkoe Laan 11. Pas eind 1975 herzag het FRS deze zwarte vlekjesregeling.

'Een gevaarlijke klus die ook wel eens tot peniskwetsuren leidde'

Wat uit het verslag en het beeldmateriaal verder opvalt, is dat de Fries-Hollandse koeien en stieren destijds zo veel kleiner waren dan de door Holstein-Frisians gedomineerde veestapel van nu. Ook het open karakter van de sector valt op. Er werden volop veekeuringen gehouden en de ki-stations ontvingen bijna dagelijks gasten. Zo mochten de boerenleden van De Knipe en hun huisgenoten zonder vooraankondiging op dinsdag en op woensdag het ki-station in Brongergea bezoeken.

Instappen

De trein van de schaalvergroting in de veehouderij denderde echter voort en op een gegeven moment onderkenden de leden dat ze moesten instappen. In 1979 sloot ki Knijpe zich als laatste aan bij het Fries Rundvee Syndicaat, een grote fusie tussen Stamboek, ki- en melkcontroleverenigingen. Dat maakte gebruik van een centraal stierenstation in Gytsjerk en een opfokstation in Terwispel.

Het opfokstation is recent overgegaan in de nieuwe embryostal van CRV bij Wirdum. De boerenleden kunnen daar niet meer onaangekondigd een bezoekje brengen zoals destijds in Brongergea. De hygiëneprotocollen zijn in de loop der jaren fors aangescherpt. Alleen als gasten zich vooraf intern douchen en bedrijfskleding dragen, zijn ze welken in de stallen.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct