Zeventig stappen, dan zijn we vanaf ons vissershuisje op de zeedijk. Nu de rust na de verhuizing is teruggekeerd, zetten we die passen dagelijks. Het landschap achter de dijk is telkens anders.

Na de drukte in het weekend, voelt het alsof we op maandag het Wad weer voor onszelf hebben. We lopen langs de bekende houten paaltjes in de richting van de pier. Het is eb, maar de vloedlijn van een paar uur eerder is nog goed te zien.

De hond houdt stil bij een dode gans en terwijl ik hem daar probeer weg te houden, zie ik wat glinsteren. Het lijkt op kristalachtig schuim. Ik vraag me af of dat restanten uit de containers zouden kunnen zijn. Voor ons houden twee voetgangers stil. Ze kijken naar drie witte vogels die over de kwelders vliegen. Wij volgen hun blik. ,, Sjoch dat binne lepelaars!’’, roep ik enthousiast, mijn gebrekkige vogelkennis laat me dit keer niet in de steek. Mijn vriend verbetert me: ,, Leppelbekken yn it Frysk hear.’’

Er klinkt onrust op een pad dichterbij de zeedijk. We draaien ons om en zien dat er iets mis is. Twee ambulancebroeders lopen met een brancard naar een groepje mensen. Van een voorbijganger horen we dat een wadloopster waarschijnlijk met haar been is blijven steken in het slijk, met een nare breuk ten gevolge. We hoeven niet te helpen, want ook de brandweer is al onderweg.

Aan een stille natuurramp wandelen we zo voorbij

Via een omweg lopen we terug naar huis. Onderweg wordt het steeds drukker. Van alle kanten komen nieuwsgierige dorpsbewoners de dijk opklimmen. Er klinkt een brandweersirene en er volgt een futuristisch beeld van hulpverleners met grote pakken, helmen en mondkapjes die het stuk werelderfgoed betreden. Ze dragen het slachtoffer vanaf het wad tot over de dijk in de ambulance.

De toeschouwers op de dijk zijn verdwenen. Het wordt weer stil in het dorp. Straks komt de zee op en worden de sporen van het ongeluk uitgewist. De foto’s van de reddingsactie staan al snel op het internet. Automatisch word ik doorgelinkt naar een ander bericht.

Er komt een strafrechtelijk onderzoek naar het schip Baltic Tern, vanwege de overboord geslagen containers. Terwijl ik het artikel lees, besef ik hoe vreemd het eigenlijk is: voor een menselijk ongeval schieten we massaal te hulp en jagen we met sirenes het wad op, maar aan een stille natuurramp wandelen we zo voorbij.

Want de aanwijzingen die buitendijks liggen, zijn al zo gewoon geworden dat ze mij niet meer alarmeren. Bijvoorbeeld het plastic in de vloedlijn, dit keer misschien niet uit een container, maar daarom niet minder gevaarlijk. Of de dode vogels waarvan ik de naam niet weet, omdat die natuurkennis zo ver van me af staat. Het zijn de rookpluimen van een grote brand die wereldwijd woedt.

Het gaat over dezelfde ramp die Greta Thunberg in haar documentaire I Am Greta aankaart. Ze is er duidelijk in, de enige manier om de ramp te kunnen inperken ligt bij het collectieve verantwoordelijkheidsgevoel. Het idee dat iedereen tegelijk de zeedijk opklimt en aanschouwt wat er misgaat. En dan weer die zeventig stappen terugzetten, want zo moet de richting van verandering zijn.

agbreteler@gmail.com

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Column
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct