Het Woudagemaal in Lemmer zal in 2100 vijftig dagen per jaar moeten draaien om het huidige boezempeil vast te houden.

Zes opties voor een veranderend klimaat: 'We moeten ons bewust zijn van wat er op ons afkomt'

Het Woudagemaal in Lemmer zal in 2100 vijftig dagen per jaar moeten draaien om het huidige boezempeil vast te houden. Foto Niels de vries

Laten we de Friese meren langzaam dichtgroeien of zetten we juist de halve provincie onder water? Wetterskip Fryslân en provincie bereiden zich voor op een veranderend klimaat.

Een zeespiegel die 80 centimeter hoger ligt, kurkdroge zomers en kletsnatte winters. Als het meest verregaande klimaatscenario van het KNMI bewaarheid wordt, heeft Wetterskip Fryslân in het jaar 2100 houden en keren om de waterhuishouding op het Friese vasteland in de hand te houden. Dat is de les uit een stresstest die waterschap en provincie onlangs hebben uitgevoerd voor de Friese boezem, het stelsel van vaarten, meren en kanalen waarmee de aan- en afvoer van het water in de provincie wordt gestuurd.

Allerlei problemen

Zonder ingrepen is in 2100 de kans dat boeren in de zomer hun gewassen nog kunnen beregenen een stuk kleiner. Het water dat er nog is, zal van slechtere kwaliteit zijn door blauwalg, botulisme en oplopende verzilting. In de winter is wateroverlast niet te keren. Bergingsgebieden staan minstens een maand onder water, beken treden buiten hun oevers en de gemalen draaien tegen de klippen op. Dat is alleen leuk voor de fans van het honderdjarige Woudagemaal. De antieke stoommachines zullen zeker vijftig dagen per jaar moeten draaien.

In de verkenning zijn bewust de uitersten opgezocht, zegt Anette Oosterhof, die namens waterschap en provincie is ingehuurd als procesbegeleider. ,,De uitkomsten gaan best ver. En we zijn hier natuurlijk ook aan begonnen omdat we wel zoiets verwachtten, maar vooral in de negatieve effecten op de zoetwaterkwaliteit zaten wel een paar verrassingen.’’

Dat het nog tachtig jaar duurt is geen reden om nu achterover te leunen, menen Wetterskip en provincie. Zij willen volgend jaar gesprekken aanknopen met alle partijen die belang hebben bij het boezemwater, zoals landbouw, natuur, recreatie en andere overheden. In 2022 zullen er knopen worden doorgehakt over de te volgen koers.

Om de discussie op gang te brengen zijn alvast zes ‘ontwikkelingsrichtingen’ geschetst. Die pakken best drastisch uit, met boezempeilen die uiteenlopen van precies 2 meter onder NAP tot 33 centimeter boven NAP.

Vijf kustgemalen

In een variant is uitgewerkt hoeveel moeite het kost om vast te houden aan het huidige streefpeil van -0,52 m NAP dat al sinds 1970 is vastgepind. Omdat het niet meer mogelijk is vrij te spuien op een Waddenzee met een veel hogere zeespiegel, zijn al gauw vijf nieuwe kustgemalen nodig. Daar is geen prijskaartje aan gehangen. Om een indruk te geven: het in 2018 opgeleverde zeegemaal De Heining bij Hallum kostte ruim 15 miljoen euro.

In de variant met het diepste peil – werktitel ‘Verdeel en beheers’ – wordt de boezem in twee delen geknipt, waarbij in het zuidwestelijke kwart van Friesland op -2,00 meter NAP wordt gezet, terwijl voor andere poldergebieden -0,75 meter de norm is. Dat zou een ,,eenvoudiger en natuurlijker watersysteem’’ opleveren wanneer veel zuidwestelijke polders worden opgeheven. Naast gemaalcapaciteit zijn ook sluizen nodig. Vaarwegen moeten uitgediept en de fundering van historische panden loopt gevaar.

Dat het ook zonder nieuwe gemalen kan is uiteengezet in een optie waarin een groot deel van het Lege Midden is ingericht als waterberging, waar in natte tijden water wordt bewaard om de droge zomer door te komen. Dat beperkt de agrarische kansen. Het is niet meer nodig IJsselmeerwater in te laten, maar afvoeren naar het IJsselmeer kan in geval van nood nog wel. Het peil fluctueert natuurlijker tussen -0.52 en -0,82 NAP.

Meegroeien

In twee andere varianten is geschetst hoe het boezempeil (met en zonder veel technische ingrepen) kan meegroeien met de zeespiegelstijging tot +0.33 NAP. Spuien op de Waddenzee blijft dan mogelijk. In de optie ‘Grote boezem, laag peil’ worden veel polders gekoppeld aan een boezem met een peil dat schommelt tussen -1,20 NAP in de winter en -1,50 meter NAP in de zomer. Dat blijft niet zonder bijwerkingen: ,,Door de peilverlaging worden de meren voor een groot gedeelte zeer ondiep, waardoor de kans groot is dat ze begroeid raken met waterplanten. Ecologisch gezien is dit interessant, maar voor vaarrecreatie is dit minder aantrekkelijk.’’

Het zijn slechts verkenningen, benadrukt procesbegeleider Oosterhof: ,,We moeten ons bewust zijn van wat er op ons afkomt. Dit zijn de eerste stappen om daarover met zijn allen na te denken.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct