17-04-2020 Teun de Jong vult zijn kleine pootmachine met de tweede jaars vermeerdering van het pootgoed, Hij is bijna 40 jaar akkerbouwer en bestuurder over dit bizarre voorjaar FOTO JAN SPOELSTRA

'Boeren en besturen, het is een virus', zegt Teun de Jong, al veertig jaar boer en bestuurder

17-04-2020 Teun de Jong vult zijn kleine pootmachine met de tweede jaars vermeerdering van het pootgoed, Hij is bijna 40 jaar akkerbouwer en bestuurder over dit bizarre voorjaar FOTO JAN SPOELSTRA Foto: JanSpoelstra.nl

Teun de Jong (59) uit Sint Annaparochie is bijna veertig jaar boer en bestuurder. Zo’n hectisch voorjaar als dit jaar heeft hij niet eerder meegemaakt.

Het zaaien zit erop. De meeste uien- en suikerbietenplantjes priemen voorzichtigjes uit de Bildtse klei. De komende weken zijn Teun de Jong en zijn zonen Roelof en Geertjan nog druk met het poten van de pootaardappelen. Zelden hebben de werkzaamheden zoveel tijd in beslag genomen als dit voorjaar. De Jong: ,,In februari was het kletsnat. Er viel circa 200 millimeter, twee keer meer dan normaal. Vervolgens kregen we droogte. Wekenlang een straffe ‘poolwind’ uit het noordoosten. Die heeft van de toplaag waarin alles moet groeien en bloeien, beton gemaakt. Voor een geschikt zaaibed hebben we het land twee keer vaker moeten eggen en frezen.” De Jongs gedachten gaan tegenwoordig vaak uit naar het extreme voorjaar van 1983. ,,Toen was het juist heel nat. De laatste poters gingen pas op de langste dag, 21 juni, de grond in.”

Die cyclus van zaaien, het passen op de gewassen en het oogsten, het zit De Jong in de genen. Hij omschrijft het als een onverwoestbaar en onverslaanbaar virus. Hij is inmiddels de vierde generatie op de boerderij aan de Oudebildtdijk 487. Aan zijn moederskant gaat het boerenbloed terug tot 1475.

Grutte Pier

Naast het boerenvirus bezit De Jong ook het bestuurdersvirus. Zo is hij al geruime tijd voorzitter van kaatsvereniging KF St.-Anne-Drie spul, hoewel hij zelf nooit een fanatiek kaatser is geweest. De Jong was en is vooral gecharmeerd van rugby – in zijn studentenjaren rugbyde hij bij Grutte Pier in Leeuwarden – en van schaatsen. Bij de laatste drie Elfstedentochten was hij van de partij.

De landbouw vormt echter de basis van zijn bestuurlijke werk. Al op jonge leeftijd was De Jong afdelingsvoorzitter van de Friese Mij en later commissaris bij HZPC. Zijn overgrootvader aan moederskant, Dirk van der Meij uit Hegebeintum, stond mede aan de basis van dit aardappelhandelshuis. Na een studiereis naar Schotland was hij in 1919 betrokken bij de oprichting van De ZPC.

In boerenkring staat de Bildtse boer vooral bekend als boegbeeld van de Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV), een functie die hij al tien jaar vervult. ,,Minne Lettinga uit Dongjum, een goede bekende, was 25 jaar geleden betrokken bij de oprichting. Hij zei: ‘Do hearst der ek by.’ Ik zei: nou dan doen we dat.” Maar al rap daarna was De Jong lid uit overtuiging. ,,Het grote verschil met grote broer LTO Nederland is nog altijd onze kijk op marktbescherming en handelsverdragen”, legt De Jong uit. ,,Wij hameren meer op een gelijk speelveld en daarom zijn wij tegen het handelsverdrag Ceta tussen Europa en Canada en is LTO voor. In dat verdrag staat dat we elkaars standaarden moeten respecteren en dat betekent dat er meer goedkope gmo-soja of graan (genetisch aangepast) onze kant op mag komen. Daar kunnen we niet tegen concurreren.”

'Missen toch wat steun van LTO'

Ook de behoefte om een sterkere positie te creëren voor de boer in de keten, leeft bij de NAV meer, vindt De Jong. Hij wijst op het recente initiatief om voor de circa 5500 telers van fritesaardappelen een producentenorganisatie op te richten, die voor de aangesloten boeren afspraken maakt met de grote fritesproducenten. ,,Dan missen we toch wat steun van LTO, terwijl de coronacrisis duidelijk maakt dat er behoefte is aan meer marktregie. Eigenlijk zou je nu willen zeggen: laten we dit jaar wat minder fritesaardappelen telen, omdat we verwachten dat de vraag vanuit horeca en evenementenbranche ook na de zomer nog niet op het oude niveau zal zijn.”

De aanvraag voor de erkenning van de opgerichte producentenorganisatie is in februari ingediend bij het landbouwministerie. Minister Carola Schouten heeft nog geen besluit genomen.

Ondanks de tegenstellingen, wordt er ook prima samengewerkt, benadrukt De Jong. Zo zijn de belangenorganisaties deze week gezamenlijk een steunpakket overeengekomen met Schouten voor de gedupeerde telers van fritesaardappelen. Ze hebben nog 1 miljard kilo in hun schuren liggen waar geen vraag naar is. ,,We vroegen 100 miljoen euro, we hebben 50 miljoen euro gekregen. Het is een mooie handreiking van de minister en het is een groot bedrag, maar als je het uitsmeert over al die enorme voorraad, is de bijdrage 5 cent per kilo, terwijl de kostprijs 15 cent bedraagt. Men houdt een flinke scheur in de broek.”

Weinig hinder

Net als veel van zijn collega’s in Friesland is ook De Jong teler van pootaardappelen. Deze bedrijfstak ondervindt nog weinig hinder van de coronacrisis, hoewel de afgelopen weken de nodige orders zijn geannuleerd. Ook De Jong heeft nog ongeveer 100.000 kilo poters in zijn koelcel liggen waarvan de koper zich afgemeld heeft bij HZPC. Er is geen teler die in juni nog op een nabetaling rekent bovenop de begin maart afgegeven prognoseprijs.

De verwachtingen voor dit jaar en volgend jaar zijn onzeker, weet De Jong. ,,Alles hangt af van het herstel van de economie. Als de crisis aanhoudt, zal dat ongetwijfeld gevolgen hebben voor onze poterprijzen. En niet te vergeten die voor suikerbieten. Hoe lager de olieprijs, hoe lager ook de suikerprijs. Dat komt door suikergigant Brazilië. Als de olieprijs hoog is, maken ze van suiker de biobrandstof ethanol. Is de olieprijs laag, zoals nu, dan gaat het merendeel naar de voedingsmiddelenindustrie.”

menu