Boeren draaien zelf op voor deel van schade door ganzen

Als de schade die ganzen aanrichten op gangbaar agrarisch land niet snel afneemt, draaien boeren over een jaar zelf op voor de helft van de kosten.

Gedeputeerde Johannes Kramer legt dinsdag gedeputeerde staten een nieuwe ganzenaanpak voor. Hij zet in op een afname van de schade van 5 tot 10 procent, zodat de provincie toe kan met een budget van 10 miljoen euro per jaar.

Buiten de foerageergebieden moeten boeren vanaf 1 november zelf al 20 procent van de schade betalen.

Lukt het hen niet binnen een jaar de schade aan het gewas voldoende naar beneden te krijgen, dan wordt hun eigen bijdrage opgeschroefd tot de helft.

Dit blijkt uit nog vertrouwelijke documenten waar deze krant over beschikt. Wekenlang is met betrokken maatschappelijke organisaties over een nieuwe ganzenaanpak onderhandeld. Boeren en jagers gaan schoorvoetend akkoord. Van de natuurorganisaties onderschrijven It Fryske Gea en Natuurmonumenten het plan niet. Staatsbosbeheer stemt er wel mee in.

De foerageergebieden, waar boeren voor een vast bedrag ganzen opvangen, blijven in stand. In de omgeving van het Lauwersmeer komt er zo’n gebied bij, speciaal voor brandganzen. De vergoeding blijft hier 100 procent.

De winterrust wordt geschrapt. De laatste jaren mocht in januari en februari niet op ganzen worden gejaagd. Het streven van natuurorganisaties die periode al in november te laten ingaan, blijkt onhaalbaar.

De nieuwe maatregelen volgen op de evaluatie van de ganzenaanpak die in 2014 van kracht werd. Doel was toen al de schade naar beneden te krijgen.

De schade moet daarom met 5 tot 10 procent omlaag

Dat is niet gelukt, reden om nu zwaarder geschut in te zetten. Dat is al afgesproken in het coalitieakkoord van de partijen in gedeputeerde staten. Het college stelt vanaf volgend jaar minder geld beschikbaar voor de ganzenschade. Het wordt dan 10 miljoen euro per jaar.

De schade moet daarom met 5 tot 10 procent omlaag. Vanaf het volgende winterseizoen betalen de boeren buiten de foerageergebieden zelf 20 procent. Krijgen ze het, met hulp van de jagers, niet voor elkaar de schade te beperken, dan gaat hun vergoeding het jaar daarna terug naar 50 procent. Er wordt een bonus-malussysteem ingevoerd: hoe minder schade er is, hoe hoger het percentage dat vergoed wordt.

Jagers wordt een belangrijke rol toegedicht in het plan. Zij krijgen meer mogelijkheden voor afschot van de ganzen. Zo mogen ze een lokfluit en een lokgans gebruiken. Het idee blijft dat het om ondersteunende jacht gaat. Het doel is uiteindelijk om de vogels naar de foerageergebieden te drijven.

Er gelden wel beperkingen: de jagers willen graag een half uur voor zonsopgang aan het werk. Dat is niet toegestaan. Ook moeten ze op 150 meter afstand blijven van de slaapplaatsen van de ganzen, vaak gebieden die vallen onder de Europese richtlijn Natura 2000.

Opinie: Niemand blij met nieuw ganzenplan

Tekst: Halbe Hettema

Het draait om het geld in de nieuwe Friese ganzenaanpak. Geen van de betrokken partijen zal er blij mee zijn.

Honderdduizenden ganzen uit arctische streken strijken iedere winter neer in de Friese weilanden. Een magnifiek schouwspel, vooral als de vogels massaal in beweging komen om van hun slaapplaatsen de voedselgebieden op te zoeken, en ’s avonds weer terug. We mogen er trots op zijn.

Maar er is een nadeel: ganzen leven van het gras van onze boeren. Ze veroorzaken voor miljoenen euro’s aan gewasschade. Dat zouden we voor lief kunnen nemen door de gedupeerde boeren ruimhartig te compenseren. Dat doen we ook, maar binnen de grenzen die de provincie stelt.

Nu vinden gedeputeerde staten dat de grenzen zijn bereikt. Het schadebedrag moet omlaag. Vrij vertaald: er zijn te veel ganzen, dus moet de bejaging intensiever. Gedeputeerde Johannes Kramer voerde de afgelopen weken intensief overleg met de betrokken organisaties. Dat het moeizaam verliep, blijkt uit het feit dat niet met alle partijen overeenstemming is bereikt. It Fryske Gea en Natuurmonumenten onderschrijven het plan niet.

Zij zijn er niet blij mee. Het kan niet anders dan dat het akkoord ook bij de organisaties die het wel onderschrijven, moeilijk te slikken is.

Eerst maar eens de boeren. Zij zijn ongevraagd de gastheren van de ganzen en hebben de schade aan hun gewas te accepteren. Die werd tot dusverre grotendeels vergoed en er was daarom mee te leven. Maar als hun land buiten de foerageergebieden ligt, krijgen ze straks niet alleen minder geld, maar ze krijgen het ook op hun bordje de schade af te laten nemen. Ze moeten het direct al met 20 procent minder vergoeding doen. En lukt het niet de schade genoeg te laten afnemen, dan krijgen ze nog maar 50 procent vergoed.

Het betekent dat de boer zijn jager onder druk moet zetten om meer ganzen af te schieten. Die wordt er vast ook niet blij van. Zelf ziet hij dit werk als beheer, opgelegd door de overheid, maar het zal zijn imago bij een groot deel van de samenleving schaden. Als iemand die voor zijn plezier honderden ganzen doodt.

Daar komt bij dat de jager niet alle middelen krijgt die hij wel zou willen. Zo mag hij pas aan het werk als de zon opkomt en moet hij minstens 150 meter afstand houden van natuurgebieden. Dat schijnt de ganzenjacht er niet gemakkelijker op te maken. Als het goed gaat, zit hij straks met een grote jachtbuit die hij moet zien te slijten aan mensen die gans op het bord willen. Dat is een moeilijke markt.

Natuurorganisaties vormen de derde partij. Natuurmonumenten en It Fryske Gea zijn teleurgesteld. Hun missie is de natuur te beschermen, zeker de winterganzen waar ons land internationale verantwoordelijkheid voor draagt.

Voor het eerdere akkoord, van drie jaar geleden, staken ze hun nek uit. Ze werkten mee aan het beperken van de aantallen ganzen die hier in de zomer verblijven. Samen met andere betrokkenen stroopten ze de moerassen af om eieren van de grauwe gans te prikken. Ze stemden in met het bejagen van grauwe ganzen die in het vroege voorjaar in hun gebieden paartjes vormden.

De climax was het besluit van It Fryske Gea om in de Alde Feanen mee te werken aan het vangen en vergassen van een paar duizend ruiende zomerganzen. Een maatregel die gevoelig ligt bij de achterban.

Maar er zat een gedachte achter: als It Fryske Gea mee wilde werken aan bestrijding van zomerganzen, dan zou de winterrust voor winterganzen verlengd kunnen worden van twee naar vier maanden. Die hoop is nu de grond ingeboord, want voorwaarde was dat de schade ’s winters zou afnemen. Dat is niet gelukt, dus verlenging van de winterrust is onbespreekbaar. Maar dat die rust nu ook in januari en februari vervalt, zal voor de natuurorganisaties onverteerbaar zijn.

Zo wordt er dus straks een ganzenbeheer gevoerd waar alle partijen op onderdelen moeite mee hebben. Opgelegd door de provincie, voornamelijk op financiële gronden.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct