Henk Pijlman neemt na zestien jaar afscheid als bestuursvoorzitter van de Hanzehogeschool. Het D66-Eerste Kamerlid, oud-onderwijswethouder van Groningen en grondlegger van de Vensterschool groeide op als zoon van een Friese veehouder. Hij presteerde aanvankelijk maar matig: ,,Ik ben zelfs van school gestuurd.’’

Een grote, blauwe container bij zijn keurig opgeruimde bureau in een kamer met een royaal panoramazicht over de campus van de Hanzehogeschool verraadt het naderende afscheid van Henk Pijlman (65). ,,Er moet nogal wat papier weg’’, verzucht hij. ,,Heel veel papier.’’

Pijlman schat dat er elk weekeinde thuis ongeveer 500 pagina’s aan stukken van de Hanzehogeschool ongeduldig op hem wachten om te worden doorgespit. ,,En daar moet ik dan nog iets van vinden ook. Dus of ik en mijn vrouw nu met vrienden willen eten of dat ik een klusje rondom het huis moet doen, altijd zit in mijn achterhoofd: ik moet ook die mappen nog door.’’

Het voorzitterschap van de hbo-reus (31.000 studenten, bijna 3.500 medewerkers) vreet tijd, net als zijn werk voor de Eerste Kamer. ,,Zo kan ik deze week niet naar de verjaardag van mijn kleindochter Norah. Ze wordt 2.’’ Hij glimlacht.

,,Norah is het kind van onze pleegdochter. Zij komt uit Rwanda en was 15 toen ze bij ons kwam wonen. Ze verloor haar hele familie tijdens de genocide. Toen ik nog wethouder was vroeg Humanitas mij of ik wilde figureren in een advertentie waarin ik mensen opriep kinderen te helpen. Dat wilde ik niet, want ik deed zelf niks. Ik werd dus zelf eerst begeleider. Zo kwam ik Zaïna tegen. Ze sprak geen woord Nederlands. Na twee lessen dacht ik: dit wordt niks. Mijn vrouw zei: ‘neem haar dan mee naar huis en geef haar daar les’. Dat heb ik gedaan. En ze is gebleven. Onze andere kinderen Annerixt en Date vonden haar vanaf het begin geweldig. Zaïna deed havo, mbo, hbo en rechten aan de universiteit. Ze werkt nu als jurist.’’

Aan een krijtwitte wand hangen de twintig drukwerken die samen het kunstwerk Chassidische Legenden van Hendrik Nicolaas Werkman vormen, de Groningse kunstenaar die in Bakkeveen tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers werd geëxecuteerd, enkele dagen voor de bevrijding. Werkman raakte geïnspireerd door het boek Die Legende des Baalschem (1932), een verzamelbundel over de Poolse chassidische leraar Israël ben Eliëzer.

Pijlman houdt zijn hoofd een beetje schuin wanneer hij het eerste blad bekijkt. Roestrode, bruine en blauwe gestalten wandelen langs een bos. ,,Dit werk’’ – hij wijst – ,,dit is voor mij de kern van het onderwijs. Deze kinderen lopen weer met opgeheven hoofd naar school. Ze hebben hun waardigheid hervonden. Uiteindelijk draait het hierom in het onderwijs: we geven onze kinderen bagage mee, zodat ze waardig door het leven kunnen.’’

Een vrijzinnige opvoeding, met op vrijdag verplicht piano-, schaak- en danslessen

Zijn ouders spanden zich tot het uiterste in hun kinderen voldoende ‘bagage’ mee te geven. Pijlman groeide op in Tjalleberd, een dorp onder de rook van Heerenveen. ,,Mijn vader fokte Fries stamboekvee. Die gingen de hele aardbol over. Ik was de derde van vier kinderen en kom uit een liberaal, doopsgezinde familie. Het ging er heel vrijzinnig aan toe. We mochten veel.’’ Hij grinnikt.

,,Maar we moesten ook wel veel. Mijn ouders wilden ons alle kansen geven. Het gevolg was dat ik de vrijdag een afschuwelijke dag vond. Op mijn 6de moest ik op pianoles. Tien jaar lang moest ik elke dag een half uur achter de piano. Echt, ik vond er geen barst aan. Ik zette de wekker op een half uur en ik stopte onmiddellijk zodra die afliep. Mijn vrijdag zag er als volgt uit: ’s morgens naar school – vond ik ook al niks – en tussen de middag speelde ik piano. Daarna weer naar school en om half vier naar schaakles. Want dat was o zo goed voor mijn ontwikkeling en exacte denken. Dan eten en vervolgens naar dansles. Was ook al zo goed voor mijn ontwikkeling. Je begrijpt, voor mij was het wel wat veel.’’

Een bestuursvoorzitter van een hogeschool die met tegenzin naar school ging? ,,Ik was nogal een dromerig kind. Ik werd na de basisschool getest en daar kwam uit dat ik maar naar de ulo moest. Dat zou voor mij niet te moeilijk zijn. Ik vond het een verschrikkelijke school.”

‘Dat m’n broer verongelukte was gewoon een ramp, echt een ramp’

„Wat ook meespeelde was de dood van mijn oudste broer. Hij was 18 toen hij verongelukte. Dat had een enorme impact op het gezin en ook op mij. Ik was 15 en een heel ander kind dan mijn broer. Hij was een echte sporter. Hij voetbalde bij Heerenveen in de hoogste jeugd, deed aan motorcross. Maar toch hadden we veel aan elkaar. We kanoden bijvoorbeeld veel. Dat had ik aan hem te danken. Mijn ouders wisten dat ik heel graag een kano wilde. Die kreeg ik, maar dan moest ik wel overgaan naar de volgende klas. Toen ging ik voorwaardelijk over. Dat was volgens mijn ouders niet voldoende, dus geen kano. Toen is mijn broer op ze afgestapt: ‘Henk is overgegaan dus moet die kano er ook komen’. En die kwam er, een tweedehands. We hebben hem samen geschuurd en gelakt.’’

Hij schudt zijn hoofd. ,,Zijn dood was gewoon een ramp, echt een ramp. Ik zal de reactie van de school nooit vergeten. Het ongeluk gebeurde op een vrijdagavond. Maandag ging ik gewoon weer naar school. Ik zie nog de directeur bovenaan de trap staan. Hij had zelf bij Heerenveen gevoetbald en kende mijn broer goed. Hij zag me komen – met zijn rechterhand maakt hij een gebaar als een gerant die iemand naar binnen gebaart – en liet me lopen. Ook onder de leraren was er niemand die er ook maar een moment aandacht aan schonk. Niemand! Behalve de conciërge. Hij was de enige die vroeg: ‘Hoe gaat het nou met je?’’’

Politieke discussies rond de zondagse sherry

Op de havo bloeit hij op. ,,Ik deed de havo/pedagogische academie. Dat bestond toen nog. Was in Heerenveen. Ik vond het daar geweldig. Politieke discussies, schooltoneel, godsdienstonderwijs. Echt, een fantastische school met veel aandacht voor iedereen.’’

Thuis bij de keukentafel kaatsen de standpunten ook over en weer. ,,We hadden een heel warm gezin met veel vrolijkheid en aandacht. En ik hield eindeloze discussies met mijn vader over politiek. Mijn moeder werd er af en toe gek van. Vooral op zondagochtend was het raak. Mijn ouders kwamen dan terug uit de kerk en vertelden wat er was besproken. En ja, dan kwam de sherryfles op tafel en ging het los. Zoiets vormt je ook.’’

Zijn ouders, die hem elke dag naar de piano stuurden, verplichtten hun kinderen niet tot de kerkgang. ,,Daar lieten ze ons vrij in. Maar de predikant kwam een keer langs en vroeg of ik bij een jeugdclub wilde. Mijn vader vroeg mij ’s avonds tijdens het eten wat hij wilde. Ik vertelde het hem. ‘Wat heb je gezegd?’ vroeg mijn vader. Dat ik niet wilde. ‘O, maar dat gaat mooi niet door. Je gaat er gewoon op. Je probeert het drie maanden en als je het dan niks vindt, mag je eraf. Maar je gaat geen ‘nee’ zeggen, alleen omdat het in jouw vriendengroep niet gebruikelijk is’.

Nou, ik ging er dus op. Ik vond het ontzettend leuk. Ook daar werd veel gediscussieerd en georganiseerd. Overigens ben ik nog steeds lid van de doopsgezinde kerk. Maar ik heb niks met orthodoxie. Ik heb meer met een humanist dan met iemand die vanuit de kerk vertelt hoe je moet leven. Kerk en macht is een heel ongezonde combinatie. Het mag niet zo zijn dat de kerk iets vindt. De kerk vindt helemaal niks. De Bijbel is ook een verhaal over de Eeuwige en niet een verhaal van de Eeuwige.’’

Van student naar docent, raadslid en wethouder

Pijlman meldt zich aan voor de lerarenopleiding geschiedenis en Nederlands aan de Ubbo Emmius in Groningen. Pijlman krijgt er onder meer les van leraar geschiedenis IJnte Botke (1942-2020). ,,Hij was niet zo’n leraar die alleen maar zijn lessen draaide. Hij interesseerde zich ook voor mensen. Ik stond eens voor het lijstje met tentamenuitslagen. Ik had een 6 of zo. Mooi, dacht ik, ook weer gehaald. Kwam hij op me af: ‘Je moet je doodschamen. Jij kunt veel beter. Je bent veel te gemakzuchtig’. Na 45 jaar weet ik dat nog. Het maakte indruk dat iemand je probeerde te doorgronden en dacht: kom op zeg. Ga er eens wat aan doen.’’

Na Ubbo Emmius volgt een studie geschiedenis en Fries aan de Rijksuniversiteit Groningen. Pijlman wordt daarna docent geschiedenis aan het Kamerlingh Onnes College in Groningen. In 1985 kiest hij voor de politiek en zetelt namens D66 in de gemeenteraad. In 1990 wordt hij wethouder voor onderwijs, sport, cultuur en bestuurlijke vernieuwing.

Onder zijn regie krijgt Groningen een overdekte schaatsbaan, ijshockeystadion en zwemcomplex: Kardinge. Daarnaast neemt Pijlman het initiatief voor de bouw van de Euroborg en is de grondlegger van het gemeentelijk referendum. In 1994 vindt het eerste plaats; de stadsbevolking beslist in meerderheid voor afsluiting van het Noorderplantsoen voor autoverkeer. Indertijd een omstreden besluit – vooral (winkel)bedrijven waren tegen – maar inmiddels wil vrijwel niemand terug naar de situatie van toen.

Geestelijk vader van de Vensterschool

Pijlman wordt in onderwijsland – los van de Hanzehogeschool – geroemd als geestelijk vader van de Vensterschool. Deze bestaat uit een bundeling van minstens één basisschool en andere voorzieningen, zoals kinderopvang, bibliotheken en sportverenigingen. ,,Die staan nu in het hele land.’’ Deze scholen heten ook wel Brede School, Forumschool of Community School. Het concept is ook overgenomen in Vlaanderen.

Het idee voor de Vensterschool ontstond tijdens een werkbezoek aan een school in De Hoogte, een stadswijk met een bovengemiddelde sociale problematiek. ,,Ik liep een ochtendje mee en ik zag dat een conciërge met een kind naar binnen liep. De bel was al gegaan, maar hij gaf de leerling eerst nog een boterham. De conciërge legde uit dat hij het kind wel vaker ophaalde. Ik weet niet meer wat er speelde. De ouders sliepen nog of er was niemand. Er hing speciaal voor de conciërge een touwtje door de brievenbus om de deur open te maken, maar dan op een andere manier dan die Jan Terlouw bedoelde. Ik vind het zo afschuwelijk dat er – nog steeds – kinderen zijn die zonder ontbijt de deur uitgaan, die zomerkleren in de winter dragen. Die niet in aanraking met cultuur of sport komen.”

„Ik heb toen een aantal mensen – een agent, een verpleegkundige, onderwijskundigen – meegenomen naar café Hammingh in Garnwerd en daar zijn we gaan praten. De vraag die we onszelf stelden was: ‘stel dat je de school van de toekomst mag bouwen, hoe ziet die er dan uit?’ Ons uitgangspunt was to raise a child you need a village . Ik noem mezelf een sociaalliberaal. Mensen maken hun eigen keuzen en zijn zelf verantwoordelijk. Maar ook een individu kan zich alleen maar ontwikkelen als er een gemeenschap omheen staat. Uit dit idee is de Vensterschool geboren.’’

De naam verwijst naar de Deense zusterpartij van D66: Det Radikale Venstre . ,,Tijdens een werkbezoek in Denemarken bekeek ik soortgelijke scholen, maar het is ook een knipoog naar het begrip venster . Alles wat in de buurt van de school gebeurt, komt uiteindelijk in de klas terecht en andersom ook. In mijn ideaal worden ouders sterk bij de school betrokken, maar kunnen ze er zelf ook cursussen volgen. Kinderen kunnen er – afhankelijk van de financiële situatie – gratis met sport en cultuur in aanraking komen zonder dat kinderen weten wie wat betaalt.’’

Kortom, een triomf. Die zich helaas niet uitbetaalde tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in 1998. D66 duikelde van 7 naar 4 zetels. Een traan liep tijdens de uitslag over zijn wang. ,,Het was gewoon klote.’’ Hij laat zijn schouders hangen en maakt een wegwerpgebaar. ,,In het hele land was het voor D66 dramatisch. Dat is het wonderlijke van politiek. Je kunt het lokaal waardeloos doen, maar toch succesvol zijn tijdens de verkiezingen en andersom. We zijn nu eenmaal grotendeels afhankelijk van wat er landelijk gebeurt.’’

Aan het roer van een sterk veranderende Hanzehogeschool

In 2000 werd hij lid van het bestuur van de Hanzehogeschool. Vier jaar later is hij voorzitter. ,,Het verschil tussen toen en nu is enorm. In 2000 was de Hanzehogeschool eigenlijk niets meer dan een heel grote school met ongeveer 16.000 studenten. Niks mis mee. Ze was nog steeds bezig met het verwerken van de fusie tussen de oude Hanze, die een sterke christelijke en nationale identiteit had en de Rijkshogeschool. Die was straatarm en superlinks. Het was een cultuurclash waarop menig collegelid is gesneuveld. De gebouwen waren oud en grotendeels uitgewoond. We hadden alleen maar opleidingen. Social degree? Kenden we niet. Bachelors? Kenden we niet. Campus? Was er niet. Masters? Kenden we niet. Onderzoek? Deden we niet. Lectoren? Waren er niet. Promovendi? Kenden we niet. Docent-onderzoekers? Kenden we niet.’’

Hij staat voor het raam, handen losjes langs het lichaam en knikt naar buiten. Groene sportvelden en talloze gebouwen vullen het venster. ,,Dit was er allemaal niet. We zijn geen grote school meer, we zijn nu een kennisinstelling met 31.000 studenten. En dat betekent dat je ook in jezelf bent meegegroeid. We bedienen steeds meer segmenten van de maatschappij. Zo heb ik straks een vergadering over een nieuw doctoraat dat promoveren op de beroepspraktijk mogelijk maakt. Het is daarom onvermijdelijk dat ook een hogeschool moet flexibiliseren om iedereen maatwerk aan te bieden.’’

Pijlman kondigde een jaar geleden aan dat hij zou stoppen. ,,Maar ja, toen kwam … corona! De medezeggenschapsraad vroeg of ik nog een tijdje wilde blijven. Het gevolg was dat ik me ook met het nieuw strategisch plan ben gaan bemoeien. Het kenmerk is dat niemand nog de Hanzehogeschool zonder kwalificatie verlaat. Iedereen krijgt een certificaat dat een erkenning en waardering is van wat je hebt gedaan. Dus ook als je er bijvoorbeeld na een of twee jaar om wat voor reden dan ook mee stopt. Je hebt dan wel geen diploma, maar je kunt je werkgever wel iets laten zien. Och, even een papiertje, dat klinkt heel eenvoudig. Maar nee: het moet echt gecertificeerd zijn. Een ander aspect van de nieuwe strategie is dat we meer moeten inzetten op volwassenen die gedwongen door de arbeidsmarkt terugkeren naar school voor een opleiding of een nieuwe loopbaan.’’

Hanzehogeschool anticipeert op de waterstofeconomie

De Hanzehogeschool is stevig verbonden met werkgelegenheid in het Noorden. ,,Waar men nu nog onvoldoende bij stilstaat, is dat door het stopzetten van de gaswinning straks 20.000 banen verloren gaan. De NAM ontslaat mensen, GasTerra verdwijnt en het heeft gevolgen voor toeleveranciers. Mede daarom is het noodzakelijk dat we nu een leerprogramma voor waterstof ontwikkelen. Die slag van Noord-Nederland als hét verdeelcentrum van de nieuwe waterstofeconomie voor Nederland en Noord-Europa moeten we nu maken. Daar komt geld voor, maar dan moeten er straks wel mensen zijn – van monteurs tot wetenschappers – die daarmee kunnen werken.’’

De komende tien jaar verdwijnt er nog meer onbebouwd groen op Zernike Campus, ,,De ontwikkelingen in de Eemshaven op het gebied van waterstofproductie moet je koppelen aan de kennisontwikkeling op de campus. Dat kan een enorme motor zijn voor Noord-Nederland.’’

Hij staart weer naar de twintig drukwerken aan de wand. ,,Onderwijs emancipeert. Dat vind ik ook zo mooi aan het hbo. Een jaar of vijf geleden zei ik bij de opening van het schooljaar tegen relaties: ‘realiseer je dat 60 procent wat hier als eerstejaars binnenkomt een eerstegeneratiestudent is. Op een universiteit is dat echt anders, ik weet niet hoe dat komt. Op het hbo kom je meer studenten tegen zoals ik: stapelaars, mensen die zijn opgeklommen. Daarom verzet ik me ook zo tegen het rendementdenken. Daar zit maar één ding achter: het moet zo goedkoop mogelijk. Maar wat is belangrijker: financieel of maatschappelijk rendement? Het kan niet zo zijn dat je mensen te snel afschrijft, dat je zegt: je redt je maar alleen omdat de een meer tijd nodig heeft dan de ander. De een komt uit een gezin waarin studeren en het krijgen van kansen gewoon is. Een ander helemaal niet. Dan hebben we als gemeenschap de taak die kansen aan te bieden.’’

loading

‘We zijn van ver gekomen, er is veel bereikt’

Hij kijkt tevreden terug op de afgelopen twintig jaar. ,,We zijn van ver gekomen. Er is veel bereikt. Maar ja, natuurlijk zijn er altijd dingen die je graag anders had gezien. Toen die crisis zich bij Inholland afspeelde, werd onze communicatie-opleiding ook genoemd.’’

De hogeschool raakte in 2010 in opspraak, omdat ze onrechtmatig diploma’s verstrekte aan studenten die scripties inleverden die een onvoldoende verdienden. Pijlman: ,,Dat was een ontzettend lastige tijd. Want er waren geen criteria waaraan een scriptie moest voldoen. Toen verzon men normen die met terugwerkende kracht werden getoetst. Vervolgens bleek dat er zeven scripties waren die niet aan die norm voldeden. Wonderwel zat er eentje bij die de nationale communicatieprijs had gewonnen. Ik moest me verdedigen tegenover een commissie van de Tweede Kamer die niet wist waar ze het over had. Dit had een enorme impact. De bureaucratie werd opgeschroefd en overal kwamen controles op. Je werd behandeld alsof je een criminele organisatie leidde.’’

Ook vindt hij het jammer dat het in al die jaren nooit is gelukt studenten op de campus te laten wonen. ,,In mijn tijd als onderwijswethouder stond dat al op de agenda. Het is overduidelijk dat de binnenstad moet worden ontlast. Het is niet onterecht dat de mensen klagen. Dat ligt overigens niet aan de studenten, het ligt aan een ander levensritme. Tegenstanders zijn onder meer bang dat bepaalde onderzoeksfaciliteiten niet meer mogelijk zijn wanneer er studenten op de campus wonen. Het staat nog steeds op de agenda. Nou ja, soms moet je ook dingen loslaten.’’

Hij verheugt zich op meer vrije tijd. ,, Als Norah volgend jaar 3 wordt ben ik erbij. Ik ga meer lezen, meer sporten.’’

En de piano? ,,Ha! Daar heb ik nooit, maar dan ook nooit meer op gespeeld. Geen noot!’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Onderwijs
Interview
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct