Acteur Dick kruipt in de huid van patiënten van de FPK: ,,O ja? Ben je bang voor mij?''

Balanceren tussen zorg en veiligheid in de Forensisch Psychiatrische Kliniek in Assen

Acteur Dick kruipt in de huid van patiënten van de FPK: ,,O ja? Ben je bang voor mij?'' Foto: Jaspar Moulijn

Een fout kan fataal zijn. De forensische psychiatrie, waar onder meer tbs’ers worden behandeld, ligt na elk incident onder een vergrootglas. Hoe ga je om met psychisch diep beschadigde patiënten die tegelijkertijd levensgevaarlijk kunnen zijn? Balanceren in de Forensisch Psychiatrische Kliniek in Assen.

‘Hij kocht een keukenmes bij de Hema. Haalde het alvast uit de verpakking en verstopte het in zijn zak. Daarna ging hij terug naar zijn begeleider. Om even een kop koffie te drinken.’

Dit is een verhaal over een tbs’er op begeleid verlof in Uden. Het wordt verteld op een woensdagmorgen in een cursusruimte in Assen, voor een groep veelal jonge sociotherapeuten die een training volgen voor het begeleiden van verlof bij de Forensisch Psychiatrische Kliniek van GGZ Drenthe.

SUST, heet de training. Samen Uit, Samen Thuis.

‘Na de koffie stond de tbs’er op. Hij zei dat hij nog even batterijen wilde kopen. In de winkel pakte hij een 61-jarige vrouw vast en stak haar in haar nek met het mes.’

De sociotherapeuten, merendeel vrouwen, sommigen nog maar een paar weken werkzaam bij de kliniek, zijn wakker. Ze voelen de verantwoordelijkheid die op hun schouders rust. Je zal die begeleider maar zijn. Je zal het maar niet zien aankomen.

De 61-jarige vrouw in Uden overleefde de messteek. Ze had geluk. Ze liep een flinke steekwond op maar haar slagader werd niet geraakt.

Zorg of veiligheid

Soms loopt het slechter af. De jonge Anne Faber werd in 2017 verkracht en vermoord door een patiënt – geen tbs’er – uit de forensische psychiatrie die op onbegeleid verlof was. Bij de behandeling van haar moordenaar Michael P. in een kliniek in Den Dolder was veel misgegaan, zo bleek achteraf.

De Onderzoeksraad voor de Veiligheid en de Inspectie Justitie en Veiligheid waren vernietigend in hun rapporten, die dit jaar verschenen. Niet alleen over de vele fouten in de zaak Michael P., ook op de forensische psychiatrie in het algemeen hadden zij forse kritiek.

De balans in de forensische psychiatrie, het wankele evenwicht tussen zorg en veiligheid, is volgens de onderzoekers te zeer doorgeslagen naar de zorg. Er is te weinig oog voor de veiligheid van de samenleving.

Terug naar die cursusruimte in Assen. Daar zitten de jonge medewerkers van de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) van GGZ Drenthe. Een gesloten kliniek waar patiënten zijn opgenomen die als gevolg van een psychiatrische stoornis een een delict hebben gepleegd. De medewerkers zijn sociotherapeuten, de mensen die op de leefgroepen werken en dus het dichtst bij de patiënten staan.

Gerard, de jurist van de FPK die net met droge ogen negen incidenten heeft opgesomd – waaronder dat in Uden –waarbij het ernstig mis ging met patiënten uit de forensische zorg, spreekt zijn respect uit voor hun baan. ,,Er rust een enorme verantwoordelijkheid op jullie schouders. Jullie sociotherapeuten zijn de belangrijkste ogen: hoe zit iemand erbij?’’

Hoe doe je dat eigenlijk; balanceren tussen zorg en veiligheid? Hoe win je het vertrouwen van een patiënt terwijl je voortdurend achterdochtig moet zijn? Hoe hou je je aan regels en protocollen terwijl je ook moet luisteren naar je onderbuikgevoel. En hoe draag je die enorme verantwoordelijkheid?

Opsluiten of behandelen

,,O ja?!’’, schreeuwt Dick. Hij duwt zijn neus nog net niet ín het gezicht van de verbouwereerde sociotherapeut. ,,Vind je het vervelend als ik zo dichtbij kom?’’

De acteur van de SUST-training balt zijn vuisten en zet nog een stap naar voren, de therapeut vergeet dat hij in een rollenspel zit en deinst achteruit.

,,Ben je bang voor mij?’’

Dick is lang, heeft een imponerend indringende blik en gedraagt zich explosief. De acteur is gepensioneerd geestelijk verzorger en heeft lang in de FPK gewerkt. Hij kent het gedrag van patiënten en speelt ze overtuigend na.

Soms is hij angstig en psychotisch, soms manipulatief en charmant, soms agressief en dominant. Hij bespeelt en manipuleert de therapeuten, eist de aandacht als een klein kind. Hij reageert op elke verkeerde blik, blijk van wantrouwen, gebrek aan erkenning, uiting van onzekerheid.

En, wat iedereen in zijn achterhoofd heeft, Dick kan zomaar ineens gevaarlijk worden.

loading

,,Wat is het signalement van Dick?’’, vraagt SUST-trainer Henk nadat hij de stoel van een van de jonge sociotherapeuten heeft omgedraaid zodat ze niet meer kan spieken. Ze stamelt: ,,Ehm. Bruine schoenen, blauwe broek, grijs haar. Leeftijd ongeveer…’’

,,Altijd eerst het signalement opnemen als je met iemand naar buiten gaat’’, zegt Henk streng. ,,Registreer alles: en niet alleen of iemand een rugzakje op heeft.’’ Hij glimlacht. ,,Dan weet je zeker dat hij niet meer terugkomt.’’

Henk is een man van begin 60, heeft een gedrongen postuur, kortgeschoren haar en een baardje. Hij draagt een strak T-shirt met kleurenprint, een gouden ketting, een spijkerbroek en hardloopschoenen met oranje en zwarte opdruk.

Henk begon in 1979 in het gevangeniswezen. In de loop der jaren zag hij hoe de beroepscrimineel steeds vaker plaats maakte voor gedetineerden met psychiatrische problemen, verslaving, persoonlijkheidsstoornissen. Hij zag ze slechter de gevangenis uitkomen dan ze erin gingen.

,,Is opsluiten wel het juiste middel?’’’, vroeg Henk zich af. Toen de forensisch psychiatrische kliniek in Assen in 1993 werd opgericht was hij een van de eerste medewerkers.

Gevaarlijk of beschadigd

,,Raak me niet aan!’’ Dick reageert als door een wesp gestoken. Hij schreeuwt tegen de sociotherapeut die hem met uitgestoken arm probeert tegen te houden. ,,Blijf van me af!’’ Hij slaat de arm weg. Hoog torent hij boven de therapeut uit.

Trainer Henk observeert de scène kalm. ,,Wees voorzichtig met aanrakingen’’, zegt hij. ,,Ze hebben vaak een trauma uit het verleden. Daar kunnen ze echt op flippen.’’

Voor de buitenwereld is een tbs’er al snel een monster. Deze patiënten zijn vaak uitgekotst door de maatschappij. Binnen de gesloten muren van de kliniek, verscholen tussen de bomen achterin het ggz-terrein aan de Dennenweg in Assen, komt – soms voor het eerst – ook een andere kant boven. Daar vertellen patiënten levensverhalen, vaak vol verwoestende trauma’s.

Henk zal nooit vergeten hoe een patiënt plotseling stopte te vertellen en in zijn ogen wreef. ,,Wat is dit?’’, zei hij. ,,Mijn ogen zijn nat.’’ Hij wist niet dat hij huilde. Dat had hij nog nooit gedaan.

loading

De donkerste kant van de mens

Wie werkt op de FPK ziet de donkerste kant van de mens. Je hoort niet alleen alle details van de soms gruwelijke misdaden die patiënten hebben gepleegd, ook van de verschrikkingen waarin zij zelf vaak zijn opgegroeid.

,,In het begin kon ik niet van slapen van die verhalen’’, zegt FPK-psycholoog Melany. Teammanager Menno: ,,Soms vraag je je weleens af: wat had ík gedaan als ik zo’n opvoeding had gehad?’’ Sociotherapeut Trea: ,,Sommigen hebben zo’n rottig leven gehad dat je denkt: hoe hou je het vol?’’

Het komt voor dat een patiënt zich in de FPK voor het eerst van zijn leven ergens thuis voelt. Op een afdeling die is omringd door hekken van zwart ijzer, waar overal camera’s hangen, waar je slaapt in een klein kamertje en samenleeft in een groep, waar je elk uur wel ergens dient te verschijnen (ontbijt, koffie, therapie, eten, groepsgesprek) en waar je de hele dag wordt geobserveerd.

Dat is wrang.

Als je de andere kant van deze levens kent, is het soms moeilijk te begrijpen hoe hard de maatschappij kan zijn. Natuurlijk, weet Henk, hebben deze mensen verschrikkelijke fouten begaan. Maar iedereen verdient een tweede kans. En een mens kan veranderen. Hoe lang dat soms ook duurt: Henk begon met hoge verwachtingen van patiënten die hij heeft moeten bijstellen.

Als het lukt, als iemand de voordeur van de FPK uitloopt, een nieuw leven opbouwt en geen misdaden meer pleegt, is dat fantastisch. Daar zit de grote voldoening van het werk.

Toch is dat niet het hoofddoel. Dat is het beschermen van de samenleving. Hoezeer je ook kunt begrijpen en invoelen hoe iemand is geworden wie hij is, in de FPK mag je nooit vergeten hoe gevaarlijk hij kan zijn.

Achterdocht of vertrouwen

,,En jij gelooft hem op zijn blauwe ogen?’’

Henk kijkt cursist Naomi met een opgetrokken wenkbrauw aan. Ze liet net patiënt Dick op verlof gaan terwijl hij de regels overtrad. Hij werd op weg naar buiten gebeld en ondanks Naomi’s verbod nam hij toch de telefoon op.

Zijn zieke broer, smoesde hij. Hij is vandaag geopereerd.

Oké, zei zij vergevingsgezind. Volgende keer wel even van tevoren vertellen als zoiets speelt.

Henk schudt zijn hoofd. ,,Waar is je forensische scherpte?’’, vraagt hij. ,,Waar is je onderbuikgevoel, je gezonde achterdocht?’’

Dikke kans dat het een telefoontje van een dealer was.

Forensische scherpte is de basis van het werk in de FPK. Continu observeren en analyseren van gedrag. Weten waar iemand toe in staat is, wat de signalen zijn als het misgaat. De dossiers kennen, de veiligheidsprotocollen, weten wanneer je mag en moet ingrijpen (wat dat verschilt per patiënt).

loading

Alert zijn op alles dat een risico kan vormen: een scheerapparaat, een aansteker, deodorant, een pincet. Alles dubbelchecken: het plastic potje van de urinecontrole aan de onderkant beetpakken zodat je voelt of het wel warm is.

Volgens de Pompestichting voor forensische psychiatrie ben je forensisch scherp met je hoofd (kennis), je hart (intuïtie) en je handen (vaardigheden). Oftewel, met je hele wezen.

Dat leer je niet op de opleiding, dat leer je niet in een SUST-training, daar gaan jaren van ervaring overheen – daarom maakt het grote personeelsverloop van de laatste jaren de forensische psychiatrie ook extra kwetsbaar.

Die scherpte is ook iets dat in je karakter moet zitten. ,,Daar vragen we ook naar bij sollicitatiegesprekken’’, zegt Henk. Wie een harmonieuze jeugd heeft gehad, nooit tegenslagen hoefde te overwinnen en naïef en vol vertrouwen is, kan het moeilijk krijgen op de FPK. Wie geen achterdocht heeft, wordt door patiënten snel ingepakt. ,,Ze zijn er heel goed in om je om de tuin te leiden’’, zegt psycholoog Melany. ,,Zo gehaaid.’’

Ondertussen is er nog iets essentieel voor werken in de forensische zorg, iets dat in tegenspraak lijkt met die achterdocht: vertrouwen. Als je wilt dat een patiënt eerlijk, kwetsbaar en gemotiveerd is – de basis voor een behandeling – zal hij je moeten vertrouwen. Kan dat als in je achterhoofd steeds vragen spelen als ‘klopt dit wel’, ‘wat is het risico’ en ‘is dit delictgerelateerd gedrag’?

,,Er is altijd een spanning tussen vertrouwen en wantrouwen’’, zegt Henk.

Blind vertrouwen bestaat niet in de FPK. Het is vertrouwen dat is gebaseerd op eerlijk zijn, duidelijke afspraken maken en nakomen, een veilige omgeving creëren, verantwoordelijkheid geven en nemen. Doen wat je zegt en zeggen wat je doet.

En luisteren.

Afstand of nabijheid

,,Ik, eh, ik moet je wat vertellen.’’ Dick schuift zijn stoel iets dichter naar zijn verlofbegeleider Julie toe. Hij glimlacht verlegen naar haar.

,,Ik vind jou een hele mooie vrouw.’’

Julie verstijft. ,,O ja?’’

Dick straalt. ,,Ja. Ik zit op de afdeling vaak naar je te kijken en ik voel dat je ook naar mij kijkt…’’

Julie kapt hem af. ,,Ik vind het heel lastig dat je dat zegt.’’

Dick, beteutert: ,,O?’’

De FPK is een soort minimaatschappij waar patiënten de hele dag oefenen om normaal gedrag aan te leren. Dat begint bij de basis: structuur in de dag, afspraken nakomen, verantwoordelijkheid nemen. Simpele samenlevingsregels die veel patiënten nooit hebben geleerd.

De sociotherapeuten, die de hele dag op de groep werken, horen altijd een professionele afstand te bewaren tot de patiënt. Je kunt vriendschappelijk met iemand een spelletje spelen – je bent geen vrienden. Je kunt iemands diepste geheimen aanhoren – je gaat geen relatie aan.

Julie schuift haar stoel achteruit en begint aan een zakelijke uitleg. Dat Dick’s opmerking ongepast is, dat zij therapeut is en hij patiënt dus dat hij ook wel begrijpt dat het niet kan en dat ze overigens zijn gevoelens sowieso niet deelt.

Dick raakt boos en gefrustreerd. ,,Ik mag toch wel zeggen dat ik jou een mooie vrouw vindt? Dat is toch leuk om te horen?’’

Julie weet zich geen raad. De SUST-trainers schieten te hulp. Henk: ,,Hij was nog niet uitgesproken of je had hem al de mond gesnoerd. Je was uit het contact. Laat hem vertellen, erken hem in zijn gevoel.’’

Aba: ,,Vertrouwen is heel belangrijk. Als je krampachtig gaat doen ben je hem kwijt.’’

Zonder contact bereik je niets. Dat begint non-verbaal, met aankijken. ,,Zonder oogcontact is het risico op onttrekking veel groter’’, zegt Henk. ,,En hou het contact gelijkwaardig. Daar zijn ze heel gevoelig voor. Wees niet bang om je kwetsbaar op te stellen. Juist met echte emoties kun je ze bereiken.’’

Ook daarin is het balanceren. Soms moet je je emoties gebruiken, soms moet je ze uitschakelen. Voor Henk was de zwaarste tijd op de FPK toen hij zelf jonge kinderen had en tegelijkertijd op de zedenafdeling werkte. Luister dan maar eens onbewogen maar de details van de delicten die patiënten hebben gepleegd.

Je kunt nog zo professioneel zijn, je bent ook gewoon een mens.

loading

Mens of protocol

,,Hee Dick! Hoe is het?’’ Een oude kameraad – blikje bier in de hand – slaat Dick op de schouders.

Dick speelt een FPK-patiënt op verlof die samen met sociotherapeut Melvin boodschappen doet. Hij vliegt zijn vriend in de armen en de twee willen samen een drankje doen op het terras.

Aan Melvin de taak om Dick mee terug naar de FPK te krijgen. Dat valt niet mee.

Melvin wijst hem op de verlofafspraken, hoe hij in problemen komt als hij zich er niet aan houdt. Dick zeurt en sleurt. ,,10 minuten! Wat is nou 10 minuten? Ik heb hem drie jaar niet gezien!’’

,,Nee’’, zegt Melvin net iets te onzeker tegen Dick. ,,We hebben een duidelijke afspraak gemaakt.’’ Hij volgt het protocol. ,,We doen boodschappen en dan gaan we terug.’’

Dick ontploft. ,,Dan ga ik weg.’’

Na ernstige incidenten met tbs’ers reageert de politiek meestal met strengere regels, nieuwe procedures, strikte protocollen. Nadat Wilhelm S., tbs’er op verlof, in 2005 een oudere man doodsloeg met een asbak en een hamer, ging het tbs-stelsel op de schop. Onderdeel van een reeks van maatregelen was de invoering van een training voor verlofbegeleiders: Samen uit, samen thuis (SUST).

De FPK vroeg Henk als trainer. Die had er wel oren naar. Hij wist uit eigen ervaring met ‘onttrekking’, het moment dat een patiënt er tijdens verlof vandoor gaat, dat begeleiders er alleen voor staan. Natuurlijk zijn er procedures – ‘politie bellen, het ministerie inlichten, bla, bla, bla’ – maar op het moment dat iemand de benen dreigt te nemen moet je het zelf redden.

Hoeveel regels, procedures en protocollen ook worden vastgelegd in de forensische zorg, het blijft ook mensenwerk. En daarin gaat het over contact maken, vertrouwen winnen, een band opbouwen, leiderschap tonen, non-verbale communicatie, meebewegen, intuïtie volgen, stevig in je schoenen staan. Zaken die niet op papier staan.

Melvin is Dick kwijt. Verloren kijkt hij de SUST-trainers aan.

,,Hoe heet deze training?’’, vragen de trainers hem.

,,Samen uit, samen thuis.’’

,,Precies, dat is de afspraak die boven elke andere afspraak gaat. Waarom geef je hem die 10 minuten niet? Bel de kliniek, overleg. Hij moet mee terug. Daarvoor moet je alles inzetten wat je hebt. Dit is mensenwerk. Jij bent je eigen instrument.’’

Melvins ogen gaan open. Mag je, als alles wordt vastgelegd in plannen en protocollen, toch afwijken van de afspraken?

Het is ingewikkeld, mens zijn in een streng gereguleerde omgeving. Vaste afspraken en procedures geven houvast, veiligheid en gedeelde verantwoordelijkheid. Maar soms zitten ze ook in de weg. Je kunt als behandelaar vinden dat iemand voor de veiligheid of de rust beter opgesloten kan worden in zijn kamer: of je dat ook daadwerkelijk mag doen wordt bepaald door welke ‘forensische titel’ iemand heeft.

Dat knelt soms. Zeker de laatste jaren.

In contrast met de druk vanuit maatschappij en politiek om incidenten te voorkomen staat de druk op de forensische zorg om behandelingen kort te houden. Niemand mag meer in de fout gaan, maar ondertussen zijn – uit financiële overwegingen – opgelegde behandelingen korter geworden en moeten trajecten sneller.

FPK-psycholoog Melany: ,,Soms weet je dat het beter is om iemand langer te behandelen maar ben je verplicht hem te laten gaan. Dat frustreert.’’

loading

Risico of veiligheid

,,Weet je wel dat ik heel kwaad op jou ben?’’ Acteur Dick en sociotherapeut Edith trainen dat ze op verlof zijn. Ze lopen het ‘bekende rondje Anreep’ bij de kliniek. Dick met zijn lange passen, Edith met stevige tred ernaast.

,,Ik heb gehoord dat jij op de afdeling de hele tijd over mij zit te lullen!’’, zegt Dick dreigend. ,,Waarom doe je dat?’’

Plotseling haalt hij haalt een zakmes uit zijn zak en zorgt dat Edith hem ziet. Haar ogen schieten heen en weer tussen Dick en het mes.

Agressie hoort bij het werk op de FPK. Daar moet je tegen kunnen. Sociotherapeuten en behandelaars zijn erop getraind. Ze zitten altijd dicht bij de deur zodat ze kunnen vluchten als het escaleert. Ze zorgen voor rugdekking van een collega als ze moeilijkheden voorzien. Ze houden altijd overzicht.

Sociotherapeut Wolter: ,,Ik denk dat het hier veiliger werken is dan in de reguliere psychiatrie. Toen ik een keer in een bedreigende situatie terecht kwam, was het alsof de hele kliniek stopte. Dat voelde zo veilig. Er zijn overal procedures en protocollen voor en we zijn allemaal goed getraind.’’

Maar als je op verlof bent met een patiënt, ben je alleen. Belangrijkste regel dan: je eigen veiligheid gaat voor alles.

Edith staat voor een dilemma. Ze wil dat Dick het mes afgeeft, tegelijkertijd weet ze dat ze zijn klacht moet aanhoren. Iemand die zich niet gehoord voelt raakt gefrustreerd. Wie weet wat hij dan doet?

,,Als je eerst dat mes weg doet’’, zegt ze rustig tegen Dick. ,,Dan wil ik daarna naar je luisteren.’’

Bij elke patiënt komt een punt in de behandeling dat oefenen in de minimaatschappij FPK niet meer volstaat. Om te kunnen toetsen hoe ver iemand is zal hij naar buiten moeten. Wat doen onverwachte prikkels met iemand, hoe gaat hij om met oude verleidingen, kan hij de spanning aan?

Een patiënt heeft oefenruimte en bewegingsvrijheid nodig om stappen te maken in de behandeling. De kliniek neemt daarbij bewuste en afgewogen risico’s. Er wordt een inschatting gemaakt: als het niet goed gaat, zijn de gevolgen dan acceptabel? Dat doen medewerkers niet individueel, dat wordt in teams besloten. Er zijn – bij tbs’ers - interne en externe commissies die vervolgens het besluit beoordelen en het laatste woord is nog aan de minister.

In veruit de meeste gevallen gaat het goed. In Nederland gaan alle tbs’ers samen ongeveer 50.000 keer per jaar op verlof. Het gaat maar een enkele keer mis. Probleem is dat het dan ook verschrikkelijk en onherstelbaar mis kan gaan.

Nooit naar buiten laten gaan dus, is een veelgehoorde reactie uit de maatschappij. Maar als je iemand niet laat oefenen, stagneert de behandeling. En dan speelt er een ander risico: dat iemand na het uitdienen van de straf onbehandeld weer op straat komt.

Edith houdt voet bij stuk. ,,Eerst dat mes weg, dan gaan we praten.’’

Het contact met Dick raakt ze steeds verder kwijt.

,,Jij zegt allemaal slechte dingen over mij!’’

Dick dreigt met het mes. ,,Ik wil dat je ophoudt met lullen!’’

Edith doet een stap achteruit. Voor ze het weet heeft Dick het mes tegen haar keel gezet.

loading

Wat heb ik gemist?

De moord op Anne Faber heeft ook binnen de FPK in Assen een schok teweeg gebracht. Ondanks alle regels en protocollen, ondanks de forensische scherpte, ondanks de hoge kwaliteitseisen aan de forensische zorg, ging het gruwelijk mis. Dat komt binnen.

De conclusie van onderzoekers en politiek dat de balans teveel is doorgeslagen naar de zorg en dat er te weinig oog is voor de veiligheid is een beeld dat medewerkers in de FPK niet herkennen. Ja, die balans is soms lastig te vinden, die zoek je elke dag, maar oog voor de veiligheid is er altijd.

,, Ik hoop dat zoiets ons niet overkomt ‘‘, zegt Trea. ,, Maar we hebben geen honderd procent garantie.’’

De verantwoordelijkheid als het zo verschrikkelijk mis gaat, lijkt bijna niet te dragen. Wat scheelt, is dat het altijd een gedeelde verantwoordelijkheid is. Het zijn teams en commissies die besluiten over vrijheden van patiënten, gedrag wordt besproken met collega’s. Je bent nooit in je eentje aansprakelijk.

Henk ervaart het niet als een last. Een groot verantwoordelijkheidsgevoel heeft hij toch wel – ‘net als iedereen in de zorg’ – dat is waarom hij dit werk doet. Hij heeft vertrouwen in dit systeem. Het is de beste manier om de maatschappij te beschermen en deze beschadigde mensen te helpen – al zal het nooit waterdicht kunnen zijn.

Een mens blijft soms onvoorspelbaar, hoe ervaren en forensisch scherp je ook bent. ,,Het eerste dat je denkt als iemand er tijdens verlof vandoor gaat is: als-ie maar geen delict pleegt’’, zegt Henk.

,,Daarna vraag je je af: wat heb ik gemist?’’

***

Dit artikel is geschreven op basis van twee dagen meelopen met de SUST-training op de FPK en gesprekken met medewerkers van wie we vanwege privacyredenen alleen de voornaam noemen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct