Het gaat bar slecht met de scholekster. Het broedresultaat blijft ver achter bij wat nodig is om de stand op peil te houden. Onderzoekers proberen grip te krijgen op de oorzaken.

De situatie in de Zwagermieden is tekenend. De 31 nesten in dit 390 hectare grote weidevogelreservaat van Staatsbosbeheer leverden precies één kuiken op dat kans zag groot te worden. Een gemiddelde van 0,034 jong per jaar. Om de stand op peil te houden, is een gemiddelde van 0,35 jong nodig.

Manon van Wesel en Kathelijne Maes, studenten van Van Hall Larenstein in Leeuwarden, presenteerden dit resultaat van hun onderzoek zaterdag in Wageningen op de vrijwilligersdag van onderzoeksproject CHIRP. Dit vijf jaar durende onderzoek, waar 1,5 miljoen euro voor beschikbaar is, ging vorig jaar van start. Doel is de oorzaken van de achteruitgang van de scholekster te achterhalen, zodat uiteindelijk betere bescherming nodig is.

Het wordt de scholekster op alle fronten moeilijk gemaakt. De vogel brengt de winter door langs de kust, vooral in de Waddenzee. Daar spelen problemen als voedseltekort door onder andere kokkelvisserij en de aanwezigheid van de Japanse oester die de mosselen moeilijk bereikbaar maakt. Verstoring door recreatie en vliegverkeer van Defensie is een andere factor. Klimaatverandering speelt ook een rol. Doordat kwelders vaker onder water komen te staan, gaan daar steeds vaker legsels verloren.

Als een deel van de scholeksters in het voorjaar de broedgebieden in het binnenland opzoekt, ligt daar het volgende probleem: het ongeschikt raken van het boerenland voor het grootbrengen van kuikens. Daarbij speelt ook predatie een grote rol, constateren de onderzoekers.

Het onderzoek in de Zwagermieden is illustratief voor wat er in het binnenland gebeurt. Wat Van Wesel en Maes daar aantroffen, is extra schrijnend omdat dit onderzoeksgebied speciaal voor weidevogels is ingericht. Het is een open gebied met nat grasland waar de voedselsituatie gunstig zou moeten zijn voor weidevogels. Gezien die op het oog goede omstandigheden plaatste Staatsbosbeheer in het voorjaar om een deel van het reservaat een raster dat vossen moest keren. Dat lukte en er werden meer grutto’s groot. Voor de reproductie van de scholekster hielp het niet, al stelden de onderzoekers vast dat de vier paartjes binnen het raster wel kans zagen hun eieren uit te broeden. Met de kuikenoverleving ging het alsnog mis. Predatie was de grootste boosdoener.

Het past in het beeld dat CHIRP-onderzoeker Magali Frauendorf schetste. Van de nesten op het boerenland komt 74 procent nog wel uit, maar van de kuikens die dat oplevert is na vijftien dagen 85 procent dood.

Het onderzoek wordt de komende jaren geïntensiveerd. Op de Vliehors op Vlieland krijgen meer scholeksters een zender om ze bij alles te kunnen volgen. Vrijwilligers helpen mee met het aflezen van pootringen. Sinds 2008 zijn al bij 6000 scholeksters kleurringen aangebracht. Dat zorgde al voor 96.000 aflezingen. Deze methode levert ook een schat aan gegevens op, volgens onderzoeker Andrew Allen.

In het komende jaar komt de focus te liggen op het volgen van de vogels die kuikens hebben. De onderzoekers vragen daarbij hulp van vrijwilligersorganisaties als Vogelbescherming, de Landschappen en de Friese vogelwachters van de BFVW. Als na vijf jaar alle onderzoeksgegevens verwerkt zijn, moet duidelijk worden waar het misgaat en wat de opeenstapeling van de verschillende problemen betekent voor de scholeksterstand.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct