Honderden nestkastjes werden afgelopen jaar in het zuiden van de provincie in bomen gehangen. Dat gebeurt in de strijd tegen de oprukkende processierups. Of het helpt? ,,Ze zitten echt overal.”

Als een hekgolf rolt de processierupsenplaag over de provincie . ,,Het is echt extreem dit jaar. De boel explodeert hier”, zegt groenbeheerder Gerard Bremmer van Opsterland. In steeds meer van de 33.000 eiken die de gemeente telt, duikt de jeukrups op.

Nog maar tien jaar geleden, na waarschuwingen uit de rest van het land dat de rups eraan zat te komen, keken ze in Beetsterzwaag voor het eerst of er ook nestjes waren. Bremmer: ,,Toen vonden we niks. Twee jaar later telden we 15 nesten.” In 2018 werden 150 gemeentelijke waarnemingen van de processierups gedaan. Dat groeide naar 1500 plekken vorig jaar. ,,En nu zitten we al op 5000.”

De groei is zo heftig dat de aannemer die de verwijderklus tot dan toe voor Opsterland deed het werk niet meer aankon. De gemeente laat de rupsen dit jaar daarom opruimen door eigen ambtenaren. Die zijn er speciaal in geschoold en zuigen nu zelf in speciale beschermingskleding de krioelende volken uit de kruinen. Twee teams van twee man zijn er vijf dagen in de week volledig mee bezet. Bremmer: ,,En we zijn nog wel weken bezig.”

Zuigteams en vogelnestkastjes

In Ooststellingwerf trekken dagelijks zelfs drie zuigteams ten strijde. Heerenveen is er razenddruk mee en in De Fryske Marren lijkt aan elke eikenstam een waarschuwingslint te hangen. Alle gemeenten hebben zo weer hun eigen methodes om de plaag in te dammen.

Opsterland probeert naast het wegzuigen van de nesten de rupsen aan te pakken door vogelnestkastjes in de bomen te hangen. Dat zou een hoop werk kunnen schelen misschien. Bremmer: ,,Alles wat de natuur zelf doet kost niks.” Zo’n 200 stuks zijn in samenwerking met natuurverenigingen en plaatselijk belangen in bomen getimmerd.

Het is een methode waar ze in Weststellingwerf al een tijdje mee bezig zijn. Wel een dikke 1000 stuks schat Bert van Lubek het aantal kastjes in dat zijn gemeente dit jaar heeft opgehangen. Met wat er al hing, komt de teller ver over de 2000 vogelhokjes. De Stellingwervers binden met de rupsen de strijd aan door hun natuurlijke vijanden te lokken. Met succes? Van Lubek durft het niet te zeggen, want harde cijfers bij de hausse aan hokjes ontbreken nog. Maar hoopvolle berichten krijgt hij al wel. In park De Nieuwe Aanleg in Wolvega heeft de vogelwacht met hulp van een basisschool 36 nestkasten opgehangen. ,,Daarvan zijn er 32 bezet”, weet Van Lubek. Niet gek. Of die mezenfamilies ook een flink gat zullen slaan in de krioelende rupsenbulten, dat durft de gemeentelijke groenman niet te zeggen. ,,Dat effect zie je gelijk niet. Maar beter dan niks.”

Truc is om veel verschillende soorten vogelhokjes op te hangen. ,,En niet om de boom een kast, wat je ook ziet”, zegt Van Lubek. ,,Dat is zinloos. Koolmezen hebben een territorium van dik 50 meter. Die dulden mekaar echt niet.”

Microscopisch kleine beestjes eten de rupsen op

De strijd tegen de plaagrups in de 18.500 eiken die de gemeente rijk is, is er een van de lange adem, zegt Van Lubek. Weststellingwerf hoort bij de pioniers in gemeenteland en is al vanaf 2012 druk met het zoeken van effectieve manieren. Met alleen hokjes ophangen ben je er niet. De gemeente zorgt ook voor bloemrijke bermen die aantrekkelijk zijn voor sluipwespen en zweefvliegen. Hoe die insecten de processierups aanpakken, spreekt Van Lubek zeer aan. ,,Sluipwespen leggen eitjes ín de rups. Einde verhaal.”

Ook de aaltjesmethode maakt de ambtenaar enthousiast. In april heeft de gemeente met kanonnen de bomen langs drukke fietspaden ermee bespoten. Aaltjes, ook wel nematoden genoemd, zijn wormvormige, microscopisch kleine beestjes. ,,Ze zoeken de kleine rupsen op en vreten ze letterlijk op”, vertelt Van Lubek over de werkwijze van aaltjes. ,,Binnen twee uur is de rups dood.”

Hij ziet geweldige resultaten op de bomen waar het kanon is ingezet. ,,Dik 90 procent minder rupsennesten. Wonder boven wonder goed gelukt.” Het klinkt als het ei van Columbus. Blaas eiken vol aaltjes en het probleem is opgelost. Van Lubek: ,,Dat kun je niet overal doen. Het aaltje vreet ook andere rupsen aan die je niet kwijt wilt.” Vandaar dat de gemeente het alleen doet op drukke fiets- en wandelplekken.

‘Die beesten zijn ook niet gek. Die schieten hun haren zo in je gezicht en dan zit je onder de blaren’

De groenambtenaar ziet ook werkwijzen waar hij alleen maar van kan gruwen. ,,Dan spuiten ze met rare middeltjes of hangen van die enge lijmbanden. De plaag is zo groot dat dat soort commerciële oplossingen worden aangedragen.” Particulieren slaan aan het experimenteren en denken de rups zelf te kunnen aanpakken. ,,Onbeschermd spuiten ze spul, maar die beesten zijn ook niet gek. Die schieten hun haren zo in je gezicht en dan zit je onder de blaren.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct