Monique en Sieds Rienks uit Leeuwarden zoeken afval met dochter Maaike. FOTO LC

Afvaljutters maken Griend schoon: 'Het is een prima graadmeter voor alles dat in de Waddenzee ronddrijft'

Monique en Sieds Rienks uit Leeuwarden zoeken afval met dochter Maaike. FOTO LC

Geen mens heeft er wat te zoeken. Toch barst het op Griend van de menselijke sporen, in de vorm van afval. Daarom vaart beheerder Natuurmonumenten een keer per jaar een groep betalende vrijwilligers naar het eiland, om de rommel van anderen op te ruimen. Dat gebeurde vrijdag.

Wie op Griend voet aan wal wil zetten, moet daar een goede reden voor hebben. Natuurmonumenten laat er alleen vogeltellers en wetenschappers toe. Die bivakkeren een paar maanden per jaar in het vogelwachterstorentje. Verder geldt het eilandje – 1500 meter lang en 600 breed - als onbewoond vogelparadijs. Grote sterns, lepelaars, kanoeten en strandlopertjes hebben de duinrand en het door een slenk gedrenkte hart van het eiland voor zichzelf.

Gerekend in menselijke activiteit is het vandaag de drukste dag van het jaar op het groene eilandje. Op anderhalve kilometer van de westkant worden 37 afvaljutters met een ladder van het Harlinger passagiersschip Regina Andrea op de Waddenbodem gezet. Het is bijna eb en er staat 70 centimeter water. Het laatste stuk moeten ze lopen. Griend heeft geen vaargeul of steiger.

loading

Voor drijvend zwerfaval is het eilandje wel heel goed te bereiken. Het ligt vlak naast de grote stroomgeul die ook dienst doet als vaarroute tussen Harlingen en Vlieland en Terschelling. De vloed brengt de troep tot op het strand.

Prima graadmeter

,,Griend is een prima graadmeter voor alles dat in de Waddenzee ronddrijft. Er wonen geen mensen en er vinden geen activiteiten plaats die afval opleveren. Dus je mag er van uitgaan dat alles dat er ligt van buiten komt’’, zegt onderzoeker Wouter Jan Strietman van Wageningen Economic Research.

Een Wagenings onderzoeksteam heeft de oogst die een jaar geleden door vrijwilligers (toen waren het er maar liefst honderd) was geraapt tijdens net zo’n zoekdag, heel precies geanalyseerd. Alle grote stukken en kleine brokjes zijn gesorteerd en bestudeerd, om te zien of de herkomst te achterhalen. ,,Je moet eerst weten waar het vandaan komt om te bepalen waar en hoe je de afvalkraan kraan kunt dichtdraaien’’, legt Strietman uit.

Lees ook | Driekwart van het afval in de Waddenzee komt uit eigen land

loading

De buit is in oktober uitgestald in een Harlinger loods van opdrachtgever Rijkswaterstaat. De onderzoekers gingen als detectives op zoek naar opschriften, etiketten en andere aanwijzingen. Bovendien werden diverse experts ingevlogen om materialen te beoordelen. Zo schouwde een oud-visser de gevonden stukken net, om herkomst, leeftijd en schade te bepalen.

Walrussen

Hoewel hij de leider was van dit onderzoek, is het vandaag voor Strietman de eerste keer dat hij voet zet op Griend. Tijdens de verzameldag van vorig jaar zat hij op IJsland, want het Wagenings Litter ID-onderzoek strekt zich uit tot het poolgebied. Strietman en zijn collega’s doen hun speurwerk ook in IJsland en op het vulkaaneiland Jan Mayen en Spitsbergen. Dit zijn stuk voor stuk voor stuk dunbevolkte gebieden, maar de afvalhopen op het strand zijn er vele malen indrukwekkender dan in Nederland. Op Spitsbergen liggen de walrussen hier en daar tussen de pet-flessen en de visnetdrijvers.

loading

Dat afval produceren de paar poolbewoners niet zelf. Het komt aangedreven via de stromingen in de Noordzee en de Atlantische Oceaan. De Golfstroom levert alles dat blijft drijven uiteindelijk af in het poolgebied. ,,Dat is het afvoerputje waar het uiteindelijk samenkomt’’, zegt Strietman.

Afvalcarroussel

In deze Noord-Atlantishe afvalcarroussel is de Waddenzee maar een klein radertje, maar de impact van afval dat in Nederland in het water raakt moet niet worden onderschat, zegt de onderzoeker. Een flesje (met dop) dat in de Waddenzee terechtkomt, kan binnen een half jaar voor de Deense kust drijven en heeft nog eens zes maanden later de zuidkust van Zweden en Noorwegen bereikt. Na anderhalf jaar kan het in het poolgebied zijn aangekomen.

loading

,,Alles grijpt in elkaar. Ons lokale afval is het buitenlandse afval van onze buren. Wat wij hier doen om de stroom te verminderen helpt anderen. En omgekeerd is dat net zo.’’ Dat is ook de gedachte achter de Wageningse Litter ID-aanpak, waarbij op locatie met plaatselijke experts en betrokkenen de afvalstroom wordt doorgespit om kennis te leveren om bij de bron actie te ondernemen.

Sterretjesrasters

Wadend over de bodem naar het eiland, pikken sommige afvalvorsers al de eerste brokken kunststof mee. Het zijn stukken van sterretjesrasters, die eerder kratjes vormden waarmee op twee plaatsen bij Griend een poging is gedaan kunstmatige riffen te maken, om de groei van mosselbanken en zeegrasvelden te bevorderen.

Deze BESE-elementen zijn vanaf 2017 geplaatst, maar bleken ook vrij snel in brokken uiteen te vallen. Het was tijdens de schoonmaakactie in 2019 één van de meest gevonden soorten afval. goede nieuws is dat ze zijn gemaakt van biologisch afbreekbaar aardappelplastic. De onderzoekers achter het project hebben deze zomer getracht de resten van de broze kratjes zoveel mogelijk op te ruimen. Als er nog stukjes zijn achtergebleven zullen die uiteindelijk vanzelf oplossen. Het is alleen nog even de vraag hoe lang dat proces duurt.

loading

De zoekploeg van dit jaar gaat, na bezichtiging van het sobere vogelwachtershoofdkwartier, in twee groepen over het strand het eiland rond. Veel vogels zijn er nu niet te zien, op wat onverstoorbare bonte strandlopertjes na. De meeste andere zoeken bij laag water de droogvallende delen van het Wad op.

Vispluis

Met de oogst van vorig jaar in het achterhoofd, lijkt het op het eerste gezicht mee te vallen met de troep op het strand. In het vloedmerk, de hoogwatergrens waar alles wat de zee achterlaat zich ophoopt, is tussen de plantenresten vooral klein grut te vinden. Hagelpatronen, flessendoppen en eindeloos veel kunststofvezels. Dit is vispluis, dat in dikke bossen langs de onderkant van sleepnetten is geknoopt. De pluisbundels moeten slijtage van het net voorkomen, maar rafelen en breken zelf ondertussen wel. De losse touwtjes zijn op alle stranden rond de Noordzee te vinden.

Een afvalzoeker gebruikt een pluk pluistouw om zijn sandaal te repareren. Hij zit met zijn knie op een aangespoeld kussen met een bladpatroon. Dat is onmiskenbaar afkomstig van de MSC Zoe, het containerschip dat op 2 januari 2019 boven de Waddeneilanden 342 containers verspeelde. Vorig jaar lagen er veel meer van deze kussens op Griend. De Zoe was toen goed voor 36 items. Dit jaar blijft het bij een kussen, een Kia-autodeurpaneel en een enkele speelgoedprul.

loading

Wat ook opvalt is dat er zo veel vogelkarkassen op het strand liggen. ,,Tja, die kom je op een gewoon badstrand niet zo vaak tegen. Daar worden ze meestal netjes opgeruimd’’, zegt Strietman. Een bottengestel van een flinke zeevogel zit verstrikt in een reep visnet, al is niet te zeggen dat dit deze vogel de kraag heeft gekost. Het kadaver kan ook later in de mazen zijn gedreven.

Kalkkokerworm

De Wagenings onderzoeker Martine van den Heuvel voegt nog een dimensie toe aan het afvalspeurwerk. Zoals de CSI-speurneuzen op tv van alles afleiden uit insecten en larven op een lijk, zo bestudeert zij de aangroei van planten en dieren op strandafval. Officieel heet het dat ze ,,de de interactie van items met het lokale ecosysteem’’ onderzoekt.

Van den Heuvel houdt een kleine jerrycan omhoog waarop een kalkkokerworm zijn naam eer heeft aangedaan door er een ringvormig kalkhuisje op te bouwen. Ernaast heeft een schelpdiertje zich aan het plastic gehecht. Foto’s en DNA-analyses kunnen meer leren over de herkomst van de dieren en hoe lang een stuk afval al in zee ligt. Het is ook een manier om exoten te identificeren, die bijvoorbeeld aan zo’n tankje de Nederlandse wateren komen binnendobberen en als indringer een bedreiging kunnen vormen .

Op de terugweg van de afvalzoektocht wordt duidelijk dat de meeste troep niet op het strand ligt, maar in de duintjes en het kwelderland rond de centrale slenk. Het is er even zoeken tussen het helmgras en de andere beplanting, maar dit is waar de grote brokken plastic naartoe zijn gewaaid: jerrycans, panelen, bleekmiddelflessen.

Feta-blokjes

Strietman wordt enthousiast als hij half onder het zand een kuipje vindt waarin feta-blokjes hebben gezeten. Alle opschriften zijn in het Grieks. ,,Nu zijn jullie even de detectives. Wat is hier gebeurd?’’, vraagt hij aan de zoekploeg als alle afval bijeen is gebracht op het strand. De groep gist: ,,Het komt vast van een zeeman.’’ ,,Misschien van een toerist?’’ Strietman gokt op het eerste: ,,Ik vermoed dat het van de Noordzee is gekomen, waar iemand zijn afval overboord heeft gegooid.’’

Toch zeggen opschriften ook weer niet alles. Een witte viskist heeft een tekst die verwijst naar een Franse visafslag. ,,Het zou kunnen dat die hier vanuit Frankrijk is komen aandrijven, maar hij kan ook van een visser uit de buurt komen. Vaak gebruiken vissers in Europa elkaars kisten.’’

loading

Aan het eind van de zoektocht is de afvalberg aangegroeid tot een massa van pakweg 300 kilo, ongeveer evenveel als vorig jaar. ,,Het is een beetje alsof je kijkt naar een vingerafdruk van onze maatschappij. Wat hier in een jaar tijd aanspoelt, geeft een beeld van wat wij doen en hoeveel afval dat veroorzaakt’’, zegt Strietman.

Hij voegt er nog een sombere relativering aan toe: ,,En dan is dit is nog maar het topje van de ijsberg. Dit zijn alleen nog maar de stukken afval die blijven drijven. Van alles dat in zee terecht komt zinkt 90 procent meteen naar de bodem.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct