De Tweede Kamer telt straks 17 partijen. Dat is een naoorlogs record en vrij uniek in de wereld. De vraag is of het nog werkbaar is.

Volt, JA21, BoerBurgerBeweging, BIJ1. Er zullen genoeg mensen zijn die nog nooit van één van deze partijen hebben gehoord. Zelfs niet na de Tweede Kamerverkiezingen van afgelopen woensdag. Om ze te vinden moesten kiezers het stemformulier helemaal uitvouwen. ,,Het was een reuzegedoe om dat voor elkaar te krijgen en het biljet in de stembus te doen’’, zegt Carla van Baalen, hoogleraar parlementaire geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Ze hebben het stuk voor stuk gehaald deze vier popup-partijen. Vanuit het niets haalden ze de kiesdrempel van ongeveer 70.000 stemmen. Volt heeft drie zetels gehaald, JA21 drie, BoerenBurgerBeweging is met één zetel in de kamer vertegenwoordigd en BIJ1 van Sylvana Simons heeft - het was lang kantje boord - ook een plekje veroverd.

loading

Nieuwe partijen horen bij Nederland als debutanten in de top 40. ,,Dat is de charme van ons kiesstelsel’’, vindt de Groninger VVD-bestuurder Johan Remkes, naamgever van de staatscommissie die heeft onderzocht of ons parlementair stelsel nog goed werkt en toekomstbestendig is. ,,Het is één van de zegeningen van ons bestel dat nieuwe geluiden ons snel bereiken.’’

Bij deze verkiezingen waren er meer nieuwe geluiden dan ooit tevoren. Liefst 37 partijen dongen mee, negen meer dan bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2017. Twintig ervan haalden niet de kiesdrempel. Wat is er aan de hand? Is onze democratie ineens op drift geraakt?

Hyperfragmentatie

De laatste dagen valt regelmatig de term ‘hyperfragmentatie’. Voor Van Baalen is dat woord nieuw. ,,Wij spraken tot dusver altijd over fragmentatie, versnippering of versplintering, maar hyperfragmentatie vind ik nu wel op zijn plaats.’’

Caspar van den Berg, hoogleraar bestuurskunde aan de RUG/Campus Fryslân in Leeuwarden, is het daar niet mee eens. De Tweede Kamer telt vier partijen méér dan bij de start van het kabinet Rutte III. Hij leidt daaruit af dat er slechts sprake is van ‘een kleine toename’ van de fragmentatie. ,,Voor een coalitie zijn net als de vorige keer vier partijen nodig. Er is wat dat betreft niks veranderd. Ook dat is een indicator van fragmentatie.’’

Hoe dan ook, er zijn weinig landen in de westerse wereld waar zoveel verschillende partijen in het parlement zitten. Soms alleen Israël, gokt RUG-hoogleraar Gerrit Voerman die expert is op het gebied van politieke partijen. België telt ook veel partijen, maar dat wordt mede veroorzaakt door de taalkloof in het land. In de meeste andere landen maken hooguit een handvol partijen de dienst uit. In het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staat zijn dat er slechts een paar.

Ook voor Nederlandse begrippen is het aantal van 17 hoog. We moeten teruggaan tot 1918 toen er evenveel partijen in het parlement zaten. Dat was ook nog eens wegens bijzondere omstandigheden, legt Voerman uit. We gingen destijds over van een districtenstelsel naar ons huidige systeem van evenredige vertegenwoordiging. Dat gebeurde onder de liberaal Cort van der Linden, een van Rutte’s voorgangers. Voerman: ,,Hij vond dat alle schakeringen van de samenleving zo goed mogelijk in het parlement moesten worden vertegenwoordigd.’’

Het verschil met nu was dat de politiek sterk was verzuild. Godsdienst en klasse bepaalden het stemgedrag van mensen. Het bestel was zeker na de oorlog zeer stabiel. Er kwamen nauwelijks nieuwkomers, totdat D66 in 1967 onder Hans van Mierlo in één keer met 7 zetels de kamer bestormde. ,,Een partij die niet tot een van de zuilen behoorde en die ook nog kiezers van die zuilen wist los te weken. Dat was een schok voor de gevestigde orde.’’

Vanaf die periode brokkelde de loyaliteit van kiezers voor de traditionele partijen geleidelijk af. Dat bood volop ruimte voor het ontstaan van nieuwe partijen. Het meest spectaculair was de opkomst van Pim Fortuyn. In 2002 kwam hij vanuit het niets met 26 zetels in de Tweede Kamer. ,,Dat was een enorme dreun.’’

Volatiliteit

Het laat volgens Voerman zien dat de beweeglijkheid van de kiezer is toegenomen. Dat wordt ook wel ‘volatiliteit’ genoemd, uitgedrukt in de Pedersen-index: het percentage dat aangeeft hoeveel procent van de kiezers van partij verandert. We zien dat de volatiliteit vanaf 1967 gestaag toeneemt. Dat gebeurt vooral sinds de jaren 90. Hij noemt als voorbeeld de Tweede Kamerverkiezingen van 1994, waarin het CDA 20 en de PvdA 12 zetels verloren. ,,Dat hakte er stevig in.’’

loading

Ons stelsel biedt nieuwkomers volop kansen. Wie het benodigd aantal handtekeningen verzamelt en aan enkele andere eisen voldoet, kan zijn partij laten registreren en meedoen aan de verkiezingen. Juist doordat veel mensen van partij veranderen ontstaat er volgens Voerman ‘electorale ruimte’. ,,Het moedigt politieke ondernemers aan een partij op te richten en het zelf ook eens te proberen. In de jaren 50 namen er amper nieuwe partijen deel aan de verkiezingen. Het had ermee te maken dat de kans op succes veel minder groot was dan nu.’’

Volatiliteit is volgens Voerman een uiting van de toegenomen individualisering. Hij vertelt dat zijn inmiddels overleden vader op zijn 85ste overstapte van het CDA, dat hij zijn hele leven trouw was geweest, naar de ChristenUnie. ,,Ik was verbaasd dat hij op zijn leeftijd nog van partij switchte. Maar dat is symbolisch voor de verandering die zich heeft voltrokken. Mensen zijn minder verbonden aan tradities of collectiviteiten als vakbonden, kerken, kranten en omroepen. Ze maken steeds meer individuele keuzes.’’

Het zorgt er ook voor dat het belang van verkiezingscampagnes groter wordt. ,,Nu er niet meer veel vaste kiezers zijn, moeten partijen bij elke verkiezing nieuwe stemmers lokken.’’

De fragmentatie voltrekt zich zowel op rechter- als linkerzijde van het politieke spectrum. Het rechtse blok bestaat zo ongeveer uit VVD, PVV, FdV, JA21 en BBB. Het linkse blok uit SP, BIJ1, PvdD, GroenLinks, PvdA en D66. Partijleider Laurens Dassen van nieuwkomer Volt is een kind van deze tijd. Hij liet meerdere keren vallen dat hij het onderscheid tussen links en rechts iets vindt uit de vorige eeuw.

Kijkend naar de uitslag moet Caspar van den Berg kwijt dat links uiteenvalt tussen ‘kosmopolitisch’ links (D66, GroenLinks en deel van de PvdA) en ‘arbeideristisch’ links (SP, PVV en deel PvdA). ,,Deze blokken staan steeds meer met de rug naar elkaar toe. Samen zou links een vuist kunnen maken, maar nu is het onvermijdelijk dat er een centrumrechts kabinet komt, waaraan kosmopolitisch links een wezenlijke bijdrage levert. Met dank aan D66 kan centrumrechts regeren.’’

Traditie

Zo ver is het nog niet, want eerst moet er een coalitie worden gevormd. Dat is met zoveel partijen geen sinecure. Van Baalen maakt zich er geen zorgen over. Ze kijkt er vanuit een ‘meerjarenperspectief’ naar. Lang geleden promoveerde ze op Klagen over kabinetsformaties . ,,Dat is van alle tijden, maar er komt altijd weer een kabinet, zo leert de ervaring. Het vorige kabinet bestond ook uit vier partijen. In de jaren zeventig hebben we ook al twee achtereenvolgende keren een coalitie gehad van vijf partijen. We staan in een traditie.’’

Bovendien komt het gros van de partijen niet in aanmerking. Rutte is niet de enige die Wilders en Baudet afwijst. Veel kleine partijen worden evenmin om de hand gevraagd. Van Baalen: ,,De kleintjes vallen bijna altijd buiten de boot.’’

Is het ook wenselijk om zo veel partijen buiten te sluiten? Voerman vindt het geen probleem. Als Wilders aankondigt dat hij de koran wil verbieden en moskeeën wil sluiten, zet hij zichzelf willens en wetens buitenspel.

Een ander gevolg van grotere volatiliteit is dat de meerderheid in de Tweede Kamer kan afwijken van die in de Eerste Kamer. ,,Dat heeft het kabinet Rutte II voor heel wat hoofdbrekens gesteld. Dat kan allemaal met akkoorden en uitruil, maar het wordt wel gecompliceerder.’’

Wat kun je eraan doen? Er wordt soms geroepen om de invoering van een kiesdrempel, naar voorbeeld van Duitsland waar partijen minimaal 5 procent van de stemmen moeten halen om in het parlement terecht te komen. Remkes vindt dat onwenselijk. ,,Het invoeren van een kiesdrempel is misschien wel gunstig voor de coalitievorming, maar dan beperk je wel de toegang tot het bestel. Uit het onderzoek van de staatscommissie kwam naar voren dat het de bestuurbaarheid van het land niet verbetert.’’

loading

Van Baalen ziet een kiesdrempel evenmin zitten. ,,Als we die invoeren naar voorbeeld van Duitsland, dan zou een partij 7,5 zetels moeten halen om in de Tweede Kamer te komen. De SGP, die sinds 1918 onafgebroken in de kamer zit met 2 à 3 zetels, valt er dan buiten. In Nederland stuit dat op verzet. Dan zou ook de Partij voor de Dieren, die klein is begonnen en langzaam gegroeid, er niet in zitten. Kennelijk is er wel behoefte aan zo’n partij. Dat kun je ook zien als iets moois. Het past bij onze cultuur.’’

Om het probleem van de moeilijke coalitievorming te tackelen kun je ook een districtenstelsel invoeren, naar voorbeeld van het Verenigd Koninkrijk. Daar kleven volgens Voerman ook grote nadelen aan. In de onderscheiden districten draait alles om de winnaar van de verkiezingen – the winner takes all . De verliezer blijft met lege handen achter. ,,De partijen in zulke stelsels zijn een soort koepels waar uiteenlopende politieke schakeringen in zijn ondergebracht. Vaak zijn er veel interne spanningen in die partijen. In Nederland bestaat het parlement uit tamelijk homogene partijen die juist onderling verschillend zijn.’’

Achterban

Voor het invoeren van een kiesdrempel of een districtenstelsel moet ook de grondwet worden gewijzigd. Dat is minder eenvoudig dan het lijkt. Een reëel alternatief noemt Voerman het werken met minderheidskabinetten. ,,Je kunt als kabinet op sommige beleidsterreinen met meerdere partijen afspraken maken. Zo kunnen ook de oppositiepartijen nog iets uit de ruif pikken voor hun achterban. Er is door de diverse kabinetten Rutte al aardig wat mee geoefend.’’

Ook Remkes is niet principieel tegen een minderheidskabinet. ,,Scandinavië leert ons dat je met minderheidskabinetten goed kunt werken. Maar meerderheidskabinetten hebben mijn voorkeur.’’

Als het aan hem ligt hoeft er aan ons kiesstelsel niet veel te worden gesleuteld. ,,De nadelen van de invoering van een kiesdrempel of het districtenstelsel zijn veel groter dan die van ons bestel. Eventueel kun je het benodigd aantal handtekeningen voor nieuwe partijen wat verhogen. Als je wat aan het bestel wilt veranderen, moet je kijken naar dat soort zaken. ’’

Van Baalen: ,,Onze democratie werkt heel mooi met al die nieuwe partijen.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Verkiezingen
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct