Zomercolumn: Vakantieliefde

Tijdens de zeven weken dat de zomerbijlage uitkomt krijgen lezers ruimte voor een zelfgeschreven column, met dit jaar als thema ‘Vakantieliefde’.

En het werd zomer, de zomer van ‘76 toen de knaloranje Renault4 voor onze deur stopte, door ons en vele anderen tot “koektrommel” gedoopt. Ik was zeventien en mijn vriendin negentien. Zij had net haar rijbewijs en met alle goede raad van onze ouders togen wij richting Frankrijk, waar we trouwens nooit zijn aangekomen.

Drie lange weken die begon en eindigde met de zon hoog aan een strakblauwe lucht. Onze eerste stop zou Zuidwolde zijn, waar wij vanwege ons werk voor mensen met een beperking een week in een vakantiepark hadden doorgebracht, en hadden afgesproken de daar naastgelegen camping te bezoeken.

Aangekomen het tweepersoonstentje opgezet, luchtbedden opgepompt, slaapzakken uitgerold, het feest kon beginnen. Die avond gingen we uit naar dancing De Kul in Denekamp. Na een avond vol van muziek en dans rolden we in de vroege uurtjes onze tent en slaapzak in.

Tenminste dat was ons plan, ware het niet dat er twee personen van het mannelijk geslacht interesse in ons toonden. Mijn vriendin had haar kleding verruild voor haar nachtgewaad, maar ik was nog geheel gekleed. Terwijl ik aanstalten maakte om mij ook in mijn nachtelijke kleding te hijsen, ging de tentrits langzaam omhoog en één van de heren zijn hoofd naar binnen stak.

,,Goedenavond dames, wij gaan toch zeker nog niet slapen’’, was zijn openingszin. En misschien zoals bij veel jonge dames, waren wij wel gecharmeerd van deze heren. Ook protest aanvoeren had geen enkele zin, want deze heren lieten zich niet tegenhouden. Er ging er eentje naast mij liggen en de andere naast mijn vriendin.

Natuurlijk waren beide heren niet meer alcoholvrij en mijn ‘logé’ lag dan ook binnen enkele minuten in diepe slaap. Maar de ‘gast’ van mijn vriendin werd met de minuut wakkerder. En of ik daar nu naast lag te giechelen maakt hem totaal niets uit. Deze zelfde heer probeerde nu de rits van de slaapzak naar beneden te trekken. Ik hoorde hoe mijn vriendin haar uiterste best deed om dit te voorkomen.

Ik lag dan ook te stikken van het lachen, maar moest dit gesmoord doen om de indruk te wekken dat ik ook in slaap was gevallen. Op een gegeven ogenblik hoorde ik hem zeggen dat hij haar nogal preuts vond. Waarop mijn vriendin zei: ,,Ja maar ik ga niet met Jan en Alleman naar bed”, waarop hij op zijn Drents antwoordde: ,,Joa moar ikke benne Jan en Alleman ok nie”.

Nou toen kon ik mijn gesmoorde lach niet meer inhouden en heb het uitgegierd. Mijn ‘logé’ sliep dwars door alles heen en de ‘gast’ van mijn vriendin verliet met de staart tussen de benen onze tent. Ik heb die nacht mijn kleren maar aangehouden omdat mijn logeerpartijtje nog niet ten einde was.

Toen ik wakker werd was ook mijn “logé” vertrokken. Beide heren hebben we niet meer terug gezien, maar zelfs nu na zoveel jaren krijg ik nog de slappe lach als ik aan die nacht terug denk. Uiteindelijk werd Valkenburg drie lange weken onze eindbestemming.

Froukje Veenstra-Tabak, Sumar

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement