Zomercolumn: De zomer van 1974

Tijdens de zeven weken dat de zomerbijlage uitkomt krijgen lezers ruimte voor een zelfgeschreven column, met dit jaar als thema ‘Vakantieliefde’.

Hij oefende Engelse gesprekjes met me en legde de stelling van Pythagoras uit; met een stokje tekende hij driehoekjes in het zand van het strandje bij het Schildmeer. Daar lagen we dagen achter elkaar op een handdoek te zonnen, als het te warm werd, zwommen we naar het eilandje in het meer.

We deelden tweestokkige waterijsjes en rookten stiekem sigaretjes. Hij werd zo bruin, dat er een blauwe gloed over zijn huid kwam te liggen.

Het was de zomer van 1974. Iedere dag fietste ik naar het meer met een pakje boterhammen met pindakaas en een paar dubbeltjes voor wat lekkers. Er was een kraampje waar ze pennywafels en ijs verkochten.

Op een dag stond ik daar in de rij en deed een stap achteruit waarbij ik op iemands tenen ging staan. Toen ik me omdraaide, zag ik de bruinste ogen en de witste tanden die ik ooit zou zien. Jos. Zijn Molukse achternaam vond ik zo lastig om uit te spreken, dat ik hem nooit heb kunnen onthouden.

Jaren later kwam ik hem tegen in een winkelstraat in het stadje waar ik al lang niet meer woonde, maar waar hij kennelijk was blijven hangen. Een vrouw en twee kinderen vergezelden hem. Een blik van herkenning, een korte groet. Ik weet zeker, dat ook hem zich de enige kus die we uitwisselden, te binnen schoot.

Tineke Carolus, Gasselternijveen

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement