Zomercolumn: Bruiloft

Tijdens de zeven weken dat de zomerbijlage uitkomt krijgen lezers ruimte voor een zelfgeschreven column, met dit jaar als thema ‘Vakantieliefde’.

Wat betreft het naderende digitale tijdperk zaten we in de zomer van 1965 nog in de pré-historie daarvan. Campings vol 16- en 17-jarigen zoals wij, zonder mobieltjes, app’s, sms’jes enz., waren vol puberhormonen en levensverwachting van ons zelf verdiende vakantiegeld (dweilen en afwassen in het al lang niet meer bestaande Stadsziekenhuis van Leeuwarden) afgereisd naar Terschelling.

Zelfs The Beatles en the Rolling Stones waren nog niet beroemd. Blij, vrij en even los van school ontmoetten wij daar met z’n vieren als vriendinnen een vriendengroep van acht leuke jongens uit Den Bosch. We trokken elke dag en ’s avonds met elkaar op. Al snel hoorden mijn vriendinnen bij één van hen en ik, ik hoorde bij Koentje.

Koen werd door zijn vrienden liefdevol en met veel respect Koentje genoemd, want hij was een dwerg, een lilliputter, zoals dat heette. Als het regende en iedereen in de tent over- en doorelkaar heen krioelde, en één van mijn vriendinnen gillend van plezier riep: ,,Ik word geknepen”, dan zat ik naast Koentje de boel ernstig te beschouwen. Ik voelde me ongemakkelijk bij dat enthousiasme en Koentje en ik hadden hele gesprekken.

Koentje reikte tot het uiteinde van mijn, toen, lange haren en vroeg mijn adres bij het afscheid. Bij mijn ouders woonde ik nog en zij ontvingen zijn brief die mij werd overhandigd. Een uitnodiging voor een weekend en een feest in Den Bosch. Hij haalde me van de trein en ik schrok me wezenloos van zijn verliefde blik. Begon gauw ergens anders over toen hij te kennen gaf over iets te willen praten.

Hij woonde bij z’n broer en schoonzus, ook dwergen. Alles in huis was op maat gemaakt en binnen handbereik. ’s Avonds sliep ik in een poppenbed, maar eerst gingen we naar het feest waar alleen maar dwergen waren. Een afgehuurde zaal vol. Het was alsof ze onderling een soort codetaal spraken. Ik voelde me een reuzin en op het toppunt van eenzaamheid.

Maar Koentje straalde en stelde me aan iedereen voor als zijn vriendin. Ook aan Herma, die mij diep- en diepverdrietig aankeek. De droefheid kwam vanuit het binnenste van haar ziel.

Het hele weekend ontweek ik ‘het gesprek’. Ik kon Koentje geen pijn doen en wist me geen raad. Toen de deuren van de trein voor de terugreis zich al openden, zei Koentje zacht: ,,Ik had eigenlijk nog met je willen praten”. ,,Beter van niet”, zei ik ongelukkig en we zwaaiden ten afscheid.

Een jaar later ontving ik weer een brief. Erin zat een uitnodiging voor zijn bruiloft. Naast de uitnodiging een foto van een schattig dwergenpaar. Als aanstaande bruid straalden de oogjes van Herma door een intens geluk van binnenuit.

Fettsje Boorsma, Leeuwarden

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement