Zomercolumn: Bonte Nico

Tijdens de zeven weken dat de zomerbijlage uitkomt krijgen lezers ruimte voor een zelfgeschreven column, met dit jaar als thema ‘Vakantieliefde’.

Samen reden we het bos in. Het was spannend en mooi tegelijk.

Waar kwam dat toch vandaan die late paardenliefde? Ik was al veertig en wenste de onbevangenheid van een achtjarige. Toen ik acht jaar was zag de wereld er heel anders uit, paardrijden deden we niet. Maar vakantie vieren wel! Gaasterland, vanaf mijn tweede met het gezin naar de kampeerboerderij. En ieder jaar als uitje naar het concours hippique (hippekwie zeiden wij) in Rijs.

Daar liep hij, Bonte Nico. We kwamen voor Nico, het bonte paard. Immers, bonte paarden zag je nooit –tenminste niet in ons dorp- maar ééns per jaar zagen we Bonte Nico. Een magisch moment, hij was en liep verreweg het mooist.

Moeder had broodjes mee, we hadden een mooi plekje vooraan. Vader en moeder op een meegebrachte klapstoel, wij, de kinderen, op de grond. Het buurjongetje van de camping was ook mee. Was best een leuk ventje en we hadden veel lol met elkaar. Soms probeerde hij dichter bij me te zitten, het voelde apart.

Waren dat kriebels in mijn buik???

Het werd onrustig om ons heen. Het volgende nummer werd aangekondigd. Hij kwam eraan!! Ik ging staan maar moeder trok me meteen weer naar beneden, ‘oars sjoch ik neat’ . Maar iedereen wilde het zien, de binnenkomst van Bonte Nico. Het geluid zwelde aan, je hoorde de briesende paarden, het geratel van de wagens, geroep, muziek. De zon scheen feller, de wind ging liggen, de bomen werden groener en het gras warmer. Daar draafde hij de arena in. Kijk nou toch, hij zweefde, hij glom en ik zweer het je: hij knipoogde naar me.

Ik was verliefd, die kriebels in mijn buik waren voor Nico. Nico zorgde ervoor dat ik in een soort droomwereld kwam. Want ík zat op zijn rug, ik voelde zijn zachte manen, het was mijn paard. Later thuis werd over paarden niet meer gesproken. Maar mijn droom bleef bestaan.

Een jaar later voltrok zich hetzelfde scenario: vakantie in Rijs met als uitje naar het concours Hippekwie. Maar deze keer zou anders worden, ik had mijn plannetje klaar. We zaten weer op onze stek, moeder deelde zachte broodjes uit en we dronken limonade uit een oude Grolsch bierfles, want die had zo’n handige sluiting.

,,Ik moat pisje”, zei ik met een rood hoofd en liep naar de mobiele wc-hokjes. Maar ging niet terug, nee, nu zou ik hem aanraken, in zijn stal. Ik glipte langs mensen, trailers, zitjes, paarden en zocht naar Nico. Met knikkende knieën aaide ik mijn droompaard Toen wist ik: ooit wordt Nico van mij.

Tientallen jaren later. Ik woon met man en kinderen best wel leuk in een buitengebied. In ons weiland lopen paarden, waaronder een bont veulen. Ik ben weer acht en de cirkel is rond. Of Nico ooit een groot kampioen is geweest? Ik zou het niet weten, maar in mijn droom en mijn werkelijkheid is de kampioen van Rijs teruggekomen in mijn bonte merrie.

Jet Hofstra, Hoornsterzwaag

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement