Thuiswerken wordt een blijvertje.

We zijn thuis net zo productief als op kantoor: waarom zouden we dan nog naar het werk rijden?

Thuiswerken wordt een blijvertje. FOTO PIXABAY

Thuiswerken wordt een blijvertje. Met verrassende gevolgen. Zo kun je gaan wonen waar je wilt. Een kans voor krimpgemeenten in de regio. Journalist Simon Kuper schetst een zonnige toekomst. Hij zelf verruilde ruim twee decennia geleden het kantoor al voor een werkplek thuis.

In januari 1995 trok ik een nieuw pak aan, en nam ik de Londense underground naar het kantoor van mijn werkgever, de zakenkrant The Financial Times. Mijn eerste baan was tevens mijn eerste kennismaking met het kantoorleven. Al gauw stond ik versteld van de inefficiëntie: de hele dag leidden collega’s elkaar af met roddels, flirts, gezeur over de baas, zinloos vergaderen, en klachten over het verkeer.

Ze dachten: ik moet hier toch acht uur per dag zitten, want de werkgever wil me in het oog houden, dan ga ik in elk geval lol trappen. Ik vond het gebouw een onmenselijke omgeving: iedereen droeg formele kleren, de ramen gingen niet open, het eindeloze zitten schaadde de gezondheid, en in de winter was mijn contact met daglicht beperkt tot de twee minuten waarin ik ’s ochtends naar de metro liep.

In 1998 zei ik het kantoorleven vaarwel. Ik bleef voor The Financial Times werken, maar vanuit mijn eigen flat. Toen ik na een tijdje doorkreeg dat ik mijn werk overal kon uitvoeren, en niet aan het peperdure Londen was gebonden, kocht ik een goedkope flat in Parijs. Ik bleef mijn stukjes opsturen. Volgens mij heeft de krant jarenlang niet eens gemerkt dat ik was geëmigreerd.

Na 22 jaar thuiswerken word ik nu eindelijk door de rest van de wereld ingehaald. Het kantoorleven zal ook na de pandemie slechts in beperkte mate terugkeren, en het krijgt een nieuwe vorm. Dat verandert alles: de werkdag, het privéleven, familierelaties, de economie, maar ook de geografie van onze steden en woonwijken.

De laatste zes maanden is gaandeweg duidelijker geworden hoe de nieuwe wereld eruit zal zien. Er komt een permanente verschuiving naar thuiswerken, voorspelde 86 procent van algemeen directeuren van Britse bedrijven in een recente peiling van de consultancybedrijf PwC.

Sommige werknemers zullen weliswaar hele weken op kantoor blijven draaien, maar anderen slechts twee of drie dagen per week, en velen helemaal niet meer. Facebook zegt bijvoorbeeld dat binnen vijf of tien jaar de helft van zijn werknemers waarschijnlijk thuis zal werken.

De meeste kantoorwerkers waren klaar voor de verandering. Daten, vriendschap, winkelen en spelletjes spelen (‘gamen’) waren al grotendeels virtueel geworden, en veel kantoorwerk bestaat sinds de jaren 90 uit virtuele taken. De tech-ervaring was er dus al.

Dat bleek dit voorjaar tijdens de ongeplande en bliksemsnelle overgang naar het thuiswerken. De transitie was vooral stressvol voor ouders, omdat de scholen gesloten waren. Maar toch: ‘Veel mensen zijn verrast door hoe snel en effectief technologieën voor videoconferenties en andere vormen van digitale collaboratie werden opgepakt,’ schrijven management-consultants van McKinsey in een rapport over thuiswerken. ‘Voor velen waren de resultaten aanmerkelijk beter dan verwacht.’

Thuis net zo productief

Wat blijkt: de meeste werknemers zijn thuis minstens even productief als voorheen op kantoor. Zonder al het geklets op kantoor blijft er thuis meer tijd over voor zinvolle activiteit. In 2014 bracht de meerderheid van managers minstens 20 uur per week in vergaderingen door, volgens een studie van Bain & Company. Vergaderingen op Zoom zijn korter en efficiënter.

En de meeste werknemers zijn blij met thuiswerken. In Nederland wil bijna een kwart fulltime vanuit huis werken, en nog eens 38 procent één of meer dagen per week, volgens een peiling van softwarevergelijker Capterra. Volgens internationaal onderzoek van McKinsey zegt 80 procent van de ondervraagden te genieten van het thuiswerken.

In je eigen woning ben je immers autonoom, je kunt werken op tijden die je zelf goed uitkomen (om 5 uur ’s ochtends als dat je ding is, of als de kinderen naar bed zijn), en vooral: je bent af van het forenzen.

In 2006 vroegen de psycholoog Daniel Kahneman en de econoom Alan Krueger negenhonderd Texaanse vrouwen alledaagse activiteiten te rangschikken van leuk tot niet leuk. Seks eindigde op de eerste plaats, forenzen was nummer laatst. ’s Ochtends reizen bleek ‘bijzonder onaangenaam’, schrijven de auteurs.

Veel voormalige pendelaars lijken de uren die ze vroeger in het verkeer doorbrachten nu aan werk te wijden: het ziet ernaar uit de gemiddelde werkweek met het thuiswerken een paar uur langer is geworden. En als de kinderen straks gewoon op school zitten, zal ouderschap zonder forenzen een stuk makkelijker worden.

Wel is er onder thuiswerkers een scheiding der geesten tussen introverten en extraverten. Voor de introverten is het feest: hele dagen alleen, en geen vergaderingen meer waar luidruchtige extraverten de dienst uitmaken. Extraverten daarentegen houden 100 procent thuiswerken niet lang vol.

Een kantoor is een inefficiënte werkplek, maar wel een efficiënte plek om vrienden en romantische partners te ontmoeten. Die sociale functie zal op andere manieren moeten worden opgevangen. Als thuiswerken de norm wordt, zullen meer cafés, restaurants en verzamelkantoren van stadscentra naar woonwijken verhuizen.

Veel mensen die niet thuiswerken – denk aan cassières, schoonmakers en horecapersoneel – zullen de thuiswerkers achterna moeten. De ober die vroeger op de Zuidas werkte, zal straks misschien een baan in Amstelveen vinden.

Meer voorzieningen in de wijk

De woonwijken zullen ook meer yogastudio’s, sportterreinen en danszalen krijgen, als respons op de grotere behoefte aan gezelschap en de extra tijd voor ontspanning tussen de bedrijven door.

De grootste maatschappelijke verschuivingen als gevolg van thuiswerken moeten echter nog komen. Weinig mensen hebben de tijd gehad om zichzelf de vraag te stellen: wat kan ik in mijn leven veranderen nu ik zelden of niet meer naar kantoor hoef?

Vooralsnog woont bijna elke werknemer nog op dezelfde plek als voor de pandemie. Maar voor veel nieuwe thuiswerkers is dit de kans om alles overhoop te gooien. Plotseling is er heel veel mogelijk. Als de baas straks zegt dat thuiswerken permanent wordt, dan kan dat het moment zijn om naar een reusachtige en betaalbare boerderij in Friesland te verhuizen, of zelfs naar een ander land.

Ik vroeg urbanist Richard Florida, hoogleraar in Toronto, waar thuiswerkers naartoe zullen trekken. ‘Naar leuke plekken’, zei hij. Dat kan een schilderachtig dorp zijn, maar ook een Amsterdamse gracht.

Achtergebleven regio’s kunnen dankzij het thuiswerken een inhaalslag te maken. Oost-Groningen is bijvoorbeeld een mooie en goedkope woonomgeving. De gemiddelde verkoopprijs van een woning in het prachtige Oude Pekela was vorig jaar €161.300, de laagste in Nederland na Delfzijl.

Voor veel nieuwe thuiswerkers die rust en ruimte voor hun gezin zoeken, kan dat een oplossing zijn. Een eventuele volksverhuizing van thuiswerkers zal echter geleidelijk plaatsvinden. De meeste mensen die al een hypotheek en een leven hebben gekozen, zullen niet plotsklaps verhuizen. Maar de volgende generatie huizenbezitters begint met een schone lei.

Prijsverschil

Het kan zijn dat een werkgever je minder betaalt als je in een goedkope plaats woont – dat is Facebook bijvoorbeeld van plan – maar het prijsverschil tussen Amsterdam en Oude Pekela is zo groot dat je zelfs dan in Oost-Groningen waarschijnlijk meer geld overhoudt.

Ook in het tijdperk van thuiswerken zullen grote steden echter blijven floreren. In de VS staan alleen in San Francisco nu veel meer woningen te koop dan voor de pandemie, merkt Florida op. Dat is dan ook de duurste stad van Amerika, en een plaats waar veel mensen een thuiswerkvriendelijke tech-baan hebben.

Maar andere megapolen als New York, Parijs en Londen zijn ondanks de ontluikende recessie nog ongeveer even prijzig als voor de pandemie. In Amsterdam worden nu iets minder woningen verkocht, maar is de gemiddelde koopsom 4,3 procent hoger in vergelijking met het hele jaar 2019.

De grote stad zal wel van functie veranderen: van werkplaats naar speelplaats. De stedelijke winkelruimte was al aan het krimpen, omdat consumenten steeds meer online shoppen. Nu zal ook de kantoorruimte afnemen. Florida voorspelt ‘een slachting in de kantoorsector’.

Een topbankier in Australië mailde mij in april: ‘Binnen een dag of tien hebben we bijna 35.000 werknemers overgezet naar thuiswerken, in een systeem dat oorspronkelijk was ontworpen voor ongeveer 6000 thuiswerkers. De kosten waren aanzienlijk. Nu die zijn betaald, gaan we nadenken over de ruimte die we niet meer hoeven te leasen.’

Zeker in een recessie zullen werkgevers – bedrijven, maar ook de overheid – hun best doen huurgeld te besparen. De trend kan zijn dat kantoorgebouwen leegvallen, en uiteindelijk tot woningen worden verbouwd, zoals in de late 20ste eeuw met industriële gebouwen is gebeurd.

Oplossing voor woningnood

Dit wordt mogelijkerwijs de oplossing voor de woningnood in grote steden. Als de wolkenkrabbers van de Zuidas straks flatgebouwen worden, kunnen jonge mensen eindelijk weer in Amsterdam terecht. Ook kantoorruimtes zullen een ander aanzien krijgen.

Het nieuwe Amsterdamse kantoor van de verzekeraar Achmea dat volgende maand opent, zal bijvoorbeeld meer gemeenschappelijke ruimtes en minder bureaus bevatten, zegt HR-directeur Elly Ploumen: ,,Het accent komt te liggen op ontmoeten en creatieve processen.’’

Het is namelijk zinloos om naar kantoor te gaan om daar achter een computer mails te beantwoorden of rapporten te schrijven. Dat kan je beter thuis doen. Je gaat in de toekomst incidenteel naar kantoor om ideeën en informatie uit te wisselen.

Een groot bedrijf zal straks een kleiner en gezelliger kantoor hebben, waar bijvoorbeeld de afdeling marketing op maandag samenkomt, de afdeling verkoop op dinsdag, enzovoort, en waar mensen af en toe afspreken met collega’s van andere afdelingen.

In die bijeenkomsten plannen ze nieuwe projecten, of vertellen ze hoe het project gaat, en wat ze nodig hebben voor de volgende werkfase; maar de uitvoering doen ze thuis.

Alleen jonge mensen zullen behoefte houden aan een dagelijks kantoorleven. Die moeten namelijk de bedrijfscultuur inhaleren, dagelijks bijsturing krijgen van mentoren, en andere collega’s leren kennen. Bovendien hebben ze in hun kleine flats vaak amper werkruimte.

Verdwijnen in eigen huis

Het kan de norm worden om de eerste paar jaar van een dienstverband op kantoor door te brengen, en daarna geleidelijk aan in eigen huis te verdwijnen. De incidentele bezoeken aan het moederkantoor worden dan een soort uitje: je praat weer bij met collega’s, zonder dat je dagelijks aan ze gebonden bent.

De trend naar thuiswerken lijkt duidelijk, maar we weten nog niet hoe hard het zal gaan. Voor de pandemie werkte zo’n 5 procent van Amerikaanse werknemers fulltime thuis. Volgens Richard Florida gold dat in juni voor zo’n 40 procent. Zijn schatting: ‘

,,Misschien de helft daarvan, zo’n 20 procent – wat een grote toename is – zal op afstand blijven werken.’’

Als we de transitie goed uitvoeren, dan zullen de nieuwe thuiswerkers meer vrije tijd én meer werktijd hebben, efficiënter werken, minder pendelen, groener leven, leuker wonen, en als we genoeg nieuwe ontmoetingsplaatsen buiten het werk creëren, meer sociale contacten hebben dan voorheen. Bizar dat hier een pandemie voor nodig was.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct