Town of Hope, Maine

Wat er nog over is van de Amerikaanse droom? Een reis langs dorpen en steden die Hope heten

Town of Hope, Maine

Wat is er over van de Amerikaanse droom? Is er nog hoop? Correspondent Karlijn van Houwelingen reist in de aanloop naar de presidentsverkiezingen op 3 november langs dorpen en steden met de naam ‘Hope’. Vandaag deel 1: Hope, Maine.

Amerika smacht naar troostvoedsel. Barbecuevlees, kaasmacaroni – het vliegt de keuken van chef Andrew Bridge uit. Dat komt, denkt hij, omdat zo’n bord langzaam gerookte runderborst je in crisistijd het idee geeft dat alles normaal is.

De VS beleefde een rampzomer. En toch, terwijl coronarecords werden gebroken en horecabaas na horecabaas ermee stopte, opende Bridge (42) hier in het dorp Hope in de noordoostelijke kuststaat Maine stoïcijns de deuren van zijn eerste eigen restaurant. Bij Station 118, gevestigd in een oud benzinestation, stond op dag één een rij tot om de hoek. De verwachte omzetcijfers worden naar verluidt continu gebroken. Er zijn al plannen voor meer vestigingen, het liefst langs de hele oostkust van de VS.

De tekst gaat verder onder de foto.

loading

,,Ik denk niet zoals een normaal mens. Als de pandemie erger wordt, maak ik me wel zorgen als het zover is’’, zegt Bridge als hij de rookoven vol varkensvlees en kippendijen even met rust kan laten. Volhouden, en je vooral niet druk maken om dingen waar je geen controle over hebt – zo kun je in het gehavende Amerika van vandaag nog steeds vooruit komen, daar is hij van overtuigd.

,,Misschien heb ik het mis, al heb ik flink wat gereisd. Ik denk dat dit een van de beste landen in de wereld is. Er is een overvloed aan kansen, enorme diversiteit aan mensen, diversiteit aan ruimte – je vindt hier elk klimaat, van besneeuwde bergen tot regenwoud en woestijn. En het ligt eigenlijk allemaal voor het grijpen, als je bereid bent hard te werken, vastberaden bent, en niet luistert naar wat andere mensen zeggen.”

Flinke klappen

In een van de meest hopeloze weken in de moderne Amerikaanse geschiedenis pak ik mijn spullen. In Kenosha, Wisconsin, vallen twee doden als een gewapende tiener met sympathie voor Trump twee linkse betogers neerschiet. Een paar dagen later doodt een linkse demonstrant in Portland met zijn vuurwapen een rechtse tegenbetoger. Door sommige steden lopen gewapende milities, burgers vechten hun politieke meningsverschillen uit op straat. Het reisschema lijkt even heel futiel. Hoop? Het land valt uit elkaar.

Psychologenvereniging APA meldt dat de ‘collectieve mentale gezondheid’ van het Amerikaanse volk flinke klappen heeft gekregen. Maar liefst acht op de tien Amerikanen ervaart stress vanwege zorgen over de toekomst van het land. Het land waar het altijd groter, beter en meer kon, is pessimistisch geworden. Zelfs New York, baken van onverstoorbaarheid, is vergeven van verhuiswagens. Geschrokken inwoners trekken in de pandemie naar veiliger, minder dichtbevolkte oorden.

Ik sluit me met fotograaf Sergio Avellaneda tijdelijk bij die uittocht aan als we naar de schilderachtige kuststaat Maine rijden. We volgen de rotsachtige kustlijn naar het noorden, langs vuurtorentjes en vissersdorpjes die onzichtbaar blijven vanaf de hoofdsnelweg naar de Canadese grens. Zodra we de afslag richting Hope nemen verschijnen Trump-vlaggen en Trump-bordjes in de berm, soms in een visuele strijd met de Biden-bordjes van de buren. De Trumpisten winnen.

Sterke band

In de bossen rond Hope is op een enkele boom een bordje gespijkerd waarop iemand met onvaste hand ‘Black Lives Matter’ heeft geschilderd. Hope is een creatief, ondernemend dorp, zeggen de bewoners. Een van hen bouwt doedelzakpijpen, een ander restaureert antieke brandweerwagens. Een lokale dierenarts besloot een jaar of acht geleden een opvang in te richten voor twee gepensioneerde circusolifanten met artritis, Rosie en Opal. Het werd het einde van dokter Laurita (56). Hij struikelde in het olifantenhok en stikte toen een van de ruim 3000 kilo zware dames op zijn borst stapte. Hope Elephants bestaat niet meer. Er is wel een winkel die al sinds 1832 op dezelfde plek staat. Als je een vintage rode pickuptruck met ‘HOPE’ op de nummerplaat voorbij ziet rijden weet je: daar gaat de brandweercommandant.

,,De mensen hier hebben een sterke band, ongeacht aan welke kant van het politieke spectrum ze staan”, zegt Heidi Kelley (37), thuisblijfmoeder van twee, en tijdelijk thuis-onderwijzer nu de school van haar oudste mondkapjes verplicht en schooltijden heeft ingekort (,,het leek me nogal overweldigend, voor een 5-jarige’’). De inwoners houden hun nauwe band graag in stand, dus politiek is niet toegestaan in de dorpsgroep op Facebook.

Vredestichter

De overbuurman van Heidi Kelley kwam beleefd vragen wat ze ervan dacht, toen hij een Trump-bordje in de berm had gezet. Hij woont hier net en wilde niet dat het scheve gezichten zou geven. ,,Ik voel me soms een soort vredesstichter”, vertelt Heidi. ,,Mijn familie is heel conservatief, en ik heb veel vrienden aan de andere kant van het politieke spectrum.”

De tekst gaat verder onder de foto.

loading

De buurman hoefde zich overigens geen zorgen te maken. Ze stemde zelf in 2016 ook op Trump, en is van plan dat in november weer te doen. Niet dat ze nou zo’n fan is van de persoon Donald Trump, maar ze ziet in hem de man die bijbelse waarden leidend maakt, door bijvoorbeeld pogingen om abortus in te perken te steunen. Haar geloof is belangrijk. Het bestrijden van buitensporig politiegeweld tegen zwarte landgenoten ook, vindt ze. ,,Maar ik wil niet zomaar ergens in mee gaan om sociale status te verdienen. Als ik dingen op sociale media zou zetten, of een bord zou ophangen, vind ik dat het ook waar en duidelijk moet zijn in mijn leven.”

 Ik zou ongeveer dezelfde dingen gedaan willen zien, maar dan op een meer ordelijke manier, in plaats van zo’n klap met de hamer

Op de muur van de 200 jaar oude schuur naast haar huis heeft Heidi Kelley een paar jaar geleden wel met kerstlichtjes het woord ‘hope’ gevormd. Omdat ze in Hope woont, en omdat het hier over een paar weken om vier uur ’s middags al donker is. Dan kunnen voorbijgangers wel een beetje hoop en licht gebruiken. In het dunbevolkte noorden van de VS moet je het samen zien te rooien. ,,De mensen in Maine, wat hun politieke voorkeur ook is, zijn wat realistischer”, zegt chef Andrew Bridge. ,,Over een paar maanden wordt het hier koud en donker en heel stil. We zijn mentaal en emotioneel standvastig, dat maakt het mogelijk om het hier vol te houden.”

We ontmoeten hem om zes uur ’s ochtends, als hij luistert naar de Goelag Archipel, een audioboek over Sovjet-strafkampen, terwijl hij varkensschouders marineert. Later op de dag heeft hij geen tijd. Aan het eind van de middag gaat hij naar bed, om rond 2 uur ’s nachts op te staan zodat zijn klanten voor de lunch vers gerookt vlees van lokale boeren kunnen bestellen.

Oma’s badkamer

De inwoners van Maine zijn lokaal geteeld voedsel meer gaan waarderen, nu veel grenzen dicht zijn en de bevoorrading van grote supermarktketens lang te wensen over liet, merkt Ron Howard (66). Hij heeft de leiding op de bosbessenboerderij van de familie Brodis, die hier al zes generaties wilde bessen oogst. Wilde bosbessen zijn zoeter, gezonder en gevarieerder dan geteelde neefjes. Om de struiken te onderhouden gebruikt Howard technieken die de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika duizenden jaren geleden ontwikkelden.

Zijn schoonmoeder verhandelt elke zomer vers geoogste bessen vanuit haar huis. Maar nu een nieuw virus door het land waart leek dat geen goed idee, zoveel bezoekers over de vloer, en plukkers die in oma’s badkamer naar de wc gaan. Zo kwam het dat ook de familie Brodis juist in dit crisisjaar grote stappen heeft gezet. Vooraan op de heuvel waar de bessen groeien staat een gloednieuw winkel- en sorteerpand.

Directe verkoop aan de bewoners van Hope en omgeving moet de bessenboerderij overeind houden nu restaurants veel minder bessentoetjes verkopen. Handelaren betaalden al steeds minder voor wilde bosbessen. Ze importeren gecultiveerde bessen uit China of Mexico. ,,Veel wilde bosbessenboeren zijn ermee gestopt’’, vertelt Howard. ,,Ze kunnen maar krap een maand per jaar bessen oogsten, terwijl de bessenimport uit de rest van de wereld het hele jaar doorgaat.’’ Invoertarieven op buitenlandse bessen, dat zou kunnen helpen, in zijn ogen. Trump probeerde met zulke importbelastingen de afgelopen jaren verschillende Amerikaanse industrieën een steuntje in de rug te geven, tot schrik van veel voorvechters van vrijhandel. De president heeft hard gewerkt om Amerikaanse bedrijven te steunen, vindt Howard. ,,Maar we zijn hier in Maine juist de mogelijkheid om naar China te exporteren kwijtgeraakt, omdat er in de handelsoorlog gewoon minder schepen die kant op gaan. Dat raakt ons. Ik zou ongeveer dezelfde dingen gedaan willen zien, maar dan op een meer ordelijke manier, in plaats van zo’n klap met de hamer.” Daarom denkt hij toch voor Biden te stemmen. ,,Ik denk gewoon dat het riskant is, Trump als president. Hij zegt de verkeerde dingen op de verkeerde momenten.”

Ron Howard maakt zich zorgen over zijn kleinkinderen van 13, 10 en 8. Ze missen onderwijs en sociale contacten, omdat ze lang niet naar school zijn geweest vanwege het virus. Toen het net opkwam dacht hij nog dat alle maatregelen een tikje overdreven waren. Dat gevoel is verdwenen sinds hij hoorde over een bruiloft in het zuiden van Maine waar in augustus bijna de helft van de gasten besmet raakte. Het leidde tot zeker 175 infecties en 7 sterfgevallen.

,,Ik verwacht een heel zwaar 2021”, sombert Howard. Het virus verdwijnt niet zomaar, denkt hij. En meer economische problemen kan de familie Brodis niet gebruiken – als de bevolking van Hope en omgeving minder te besteden heeft worden met de hand geoogste wilde bosbessen al snel van de boodschappenlijstjes geschrapt.

Burgeroorlog

Andrew Bridge maakt zich niet vaak zorgen, maar alle politieke spanningen zitten hem ook dwars. ,,Ik wil gewoon dat mensen met elkaar kunnen opschieten. We zijn op het punt dat mensen neergeschoten worden om hun politieke standpunten, of in elkaar geslagen omdat ze op mannen of vrouwen vallen.”

Zijn zakenpartner, Troy Crane, laat het woord ‘burgeroorlog’ vallen, als de twee een moment pauze nemen op het terras van hun restaurant. ,,Iedereen staat met zijn vuisten omhoog”, ziet Bridge. ,,Het land staat op het punt over te koken, mensen zijn waakzaam, gewapend en klaar om te vechten.”

Het is dat hopeloos bedorven politieke klimaat dat maakt dat barbecuechef Bridge ook in het ogenschijnlijk zo saamhorige, bloeiende Hope vrijwel niemand meer vertelt op wie hij straks stemt. ,,Als ondernemer zou je wel gek zijn’’, zegt hij. De ene klant staat hier in de rij in een Trump-shirt, de volgende met Biden-logo op de borst. Hij wil alleen kwijt dat hij beide kampen ‘krankzinnig’ vindt, en niemand op het stembiljet ziet die echt het beste voor heeft met het Amerikaanse volk. ,,Maar zelfs als ik zeg dat ik van allebei een beetje goed vind, kan ik zo een steen door een ruit krijgen.”

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct