Augustinus Aerssens in de Maria ten Hemelopnemingkerk in Assen, waar hij op zijn 15e is gedoopt. COPYRIGHT MARCEL JURIAN DE JONG

Voor de rest van je leven het klooster in. De 25-jarige Pascal uit Assen gaat nu door het leven als broeder Augustinus

Augustinus Aerssens in de Maria ten Hemelopnemingkerk in Assen, waar hij op zijn 15e is gedoopt. COPYRIGHT MARCEL JURIAN DE JONG Foto: Marcel Jurian de Jong

Voor de rest van je leven het klooster in? Niet veel jonge mensen kiezen ervoor. Pascal Aerssens (25) uit Assen deed het wél en gaat nu door het leven als broeder Augustinus. Hij is de jongste kloosterling van Nederland. En niet gelovig opgevoed.

Het is een zomerse dag in 2008. Pascal Aerssens uit Assen is met zijn ouders en broertje op vakantie in Zuid-Frankrijk. Ze gaan een dagje cultuursnuiven in het middeleeuwse Béziers. Op het programma staat ook een bezoek aan de imposante kathedraal, boven op de rots. Wat de 12-jarige Pascal nog niet weet, is dat dit bezoek de rest van zijn leven zal bepalen.

Hij stapt binnen en direct al treft hem de sfeer, de lichtinval, het beeld van biddende mensen en brandende kaarsen, gecombineerd met de geur van wierook. Maar er is nog iets anders. Hij wordt het gewaar als hij midden in de kerk staat. Hij voelt geluk. Liefde. Rust. Een aanwezigheid.

Het was God, weet hij nu. God, die een leegte opvulde waarvan hij zich niet bewust was dat hij die meedroeg.

Zijn ouders en zijn broertje vertelt hij niets over dat gevoel. Wat had hij moeten zeggen? Over het geloof werd niet gepraat. Het speelde geen rol in hun gezin. Pasen betekende vooral eieren zoeken. Van kerst kende hij het verhaal iets beter, omdat ze dan vaak de kerstwandeling over het Balloërveld deden. Hij wist dat met kerst Jezus was geboren en dat die goed was voor de mensen. En dat de school dan dicht was. Pascal zat op een openbare basisschool, De Marskramer, en ging nooit naar de kerk. Behalve op vakantie, en dan alleen om het gebouw te bekijken.

loading  

Huwelijksbijbel

Terug in Nederland maakte hij voor school een werkstuk over het geloof. En toen hij een jaar later als brugklasser een dagje moest meelopen met iemand met een bepaald beroep, koos hij voor een dagje bij de pastoor. ,,Dat was niet echt wat klasgenoten deden en dus best bijzonder. Ik vond rond die tijd ook een huwelijksbijbel in de kast van mijn ouders. Ik ben daar stukken uit gaan lezen en het viel opeens op zijn plek. Dat wat ik had ervaren in die Franse kathedraal. Wat ik gevoeld had, kreeg een naam’’, vertelt hij in de ontvangstruimte van het Rotterdamse klooster dat nu zijn thuis is.

Broeder Augustinus heet hij tegenwoordig en hij blijft voor de rest van zijn leven in het klooster wonen. In september legde hij op 24-jarige leeftijd de zogeheten eeuwige gelofte af, waarmee hij zich voor altijd heeft verbonden aan ‘zijn’ kloosterorde, de dominicanen. Het betekent leven volgens drie principes: gehoorzaamheid, armoede én het celibaat. Hij zal nooit trouwen of vader worden. Nooit de liefde bedrijven ook. In plaats daarvan zal hij zich volledig wijden aan God, waar hij in het klooster alle tijd en vrijheid voor heeft.

,,Na die ervaring in Frankrijk begon ik me steeds meer te interesseren voor het geloof. Ik ging vaker naar mijn oudoom en -tante in Hoogersmilde, die praktiserend gereformeerd zijn. Mijn oudoom was koster van de kerk. Ik vond het fijn om hem mee te helpen en om in familiekring te bidden aan tafel. Mijn oudtante deed aan liturgisch bloemschikken. Zij maakte bloemstukken die qua symboliek pasten bij het verhaal dat tijdens de dienst werd verteld. Fascinerend vond ik dat! Ik ben in die periode ook nog in Parijs geweest en in de Notre-Dame. Ook daar ging het helemaal leven voor mij.’’

Het rooms-katholieke trok hem meer dan het protestantse. Hiermee was het immers begonnen, daar in Frankrijk. In de katholieke kerk voelde hij zich thuis. Na die ene dag meelopen met de pastoor was hij steeds vaker te vinden in de katholieke kerk in Assen. De Maria ten Hemelopnemingkerk aan de Dr. Nassaulaan.

Zijn ouders snapten het niet echt toen hij als 15-jarige puber zei dat hij zich wilde laten dopen. En dat terwijl zijn vader toch ook rooms-katholiek is gedoopt, zag Pascal later op een babyfoto in het album bij oma. ,,En mijn moeder komt uit een gereformeerd gezin en heeft belijdenis gedaan. Maar het geloof speelt geen rol meer in het leven van mijn ouders. Ze zijn nog wel in de kerk getrouwd, vandaar ook die huwelijksbijbel die ik vond. Ze zeggen trouwens wel dat ze niet meer geloven, maar ze hebben wel de normen en waarden overgenomen die bij het geloof horen. Omzien naar anderen. Beseffen dat je niet alleen op de wereld bent. Zo ben ik tenminste wel opgevoed.’’

Doop

De doop vond plaats in de Asser kerk, in het bijzijn van zijn familie. Ook zijn klasgenoten en vrienden van de voetbalclub waren erbij. Pascal zat op het tweetalige gymnasium (Engels en Nederlands) in Haren, voordat hij overstapte naar het tweetalige gymnasium van het Vincent van Gogh in Assen. En hij voetbalde bij Achilles 1894, vrij intensief. Naast de gewone voetbaltraining deed hij de keeperstraining. Op zaterdagen speelde hij wedstrijden en ‘s avonds ging hij soms met vrienden een biertje drinken. De volgende ochtend zat hij weer in de kerkbank.

Aan leven in een klooster dacht hij toen nog niet. Dat hij theologie ging studeren, was niet eens een uitgemaakte zaak. Aanvankelijk had hij zich ingeschreven voor de studie internationale betrekkingen op de Rijksuniversiteit Groningen. Hij kwam tot inkeer toen hij met een groepje katholieke jongeren meedeed aan de Stille Omgang in Amsterdam, een nachtelijke processie. ,,En toen dacht ik: internationale betrekkingen? Wat een onzin! Ik hoop hier al heel lang voor weg, maar dít is het. En nu ga ik ervoor.’’

Waar hij voor ging? Het priesterschap. Omdat er geen priesteropleiding in Groningen was, verhuisde Pascal naar Brabant. Hij trok als priesterstudent in in het seminarie Bovendonk en ging katholieke theologie studeren in Tilburg. Hij voelde zich gelukkig. En toch ook weer niet. ,,Ik vond het heerlijk dat ik uit huis was, dat ik mijn vleugels kon uitslaan en vorm kon geven aan mijn geloofsleven, met alles wat daarbij hoort. De disciplines die ik op de universiteit kreeg, zoals filosofie en bijbelwetenschappen, hielpen mij na te denken over mijn eigen geloof en gaven mij de mogelijkheid er met anderen over te praten. We baden samen op het seminarie. Ik had het gevoel: hier hoor ik thuis.’’

Het dubbele eraan was dat hij het steeds minder zag zitten om pastoor te worden. En dat was het enige beeld dat hij tot dan toe van het priesterschap had. ,,Ik dacht: straks word ik pastoor en dan woon ik alleen, naast de kerk. Het samenleven in een gemeenschap is toch anders. Samen bidden, samen je geloof beleven, samen je daarin blijven verdiepen. Ik dacht: straks ga ik als pastoor die parochie in en dan is dat voorbij.’’

Het klooster. Zou dat iets voor hem zijn? Hij begon het zich steeds vaker af te vragen en besloot een jaar te gaan ‘proefwonen’ in het klooster van Zwolle. Een Dominicanenklooster, officieel van de Orde der Predikers. In de volksmond heten de kloosterlingen dominicanen omdat de orde is opgericht door de Spaanse Dominicus Guzmán. ,,Het spreekt mij aan dat dominicanen zich niet opsluiten achter hun kloostermuren, maar juist naar buiten treden. Ze doen mee aan de maatschappij en zoeken contact met mensen, onder meer op scholen en in kerken, synagogen en moskeeën. Eigenlijk op alle plekken waar je in dialoog kunt treden.’’

Augustinus hult zich net als zijn medebroeders in een wit gewaad, ook als hij op pad gaat. ,,Het schept een eenheid als alle kloosterlingen hetzelfde dragen en het past bij ons principe van armoede en eenvoud. Bovendien is dit deel (hij tilt de voorste flap op, de zogeheten scapulier, red.) gezegend. Het herinnert je, onbewust, steeds aan je geloof. Een beetje als een trouwring waarvan je niet merkt dat je hem draagt, maar hij is er wel. We dragen het habijt ook vanwege de boodschap die het uitdraagt. Als ik hem draag, dan zeg ik eigenlijk tegen andere mensen dat ik beschikbaar ben. Dat ze welkom zijn als ze iets kwijt willen.’’

Af en toe laat Augustinus zijn habijt in de kast hangen. Naar de supermarkt gaat hij bijvoorbeeld in gewone kleding, omdat hij zijn boodschappen privé vindt. Die normale kleding draagt hij meestal ook als hij naar zijn ouders in Assen gaat. ,,Het is niet zo praktisch met een habijt aan. Je hebt ineens een draaicirkel, haha. En ik wil bij mijn ouders ook gewoon een zoon kunnen zijn. Ik wil niet dat de habijt afstand schept, al raken mijn ouders er wel steeds meer aan gewend.’’ Met vrienden Assen in? Ook dan laat hij zijn opvallende outfit soms thuis. ,,Zelf ben ik wel gewend aan de starende blikken, maar mijn vrienden zijn dat niet. En ik wil dat zij zich ook ontspannen op zo’n moment.’’

Soms krijgt hij opmerkingen naar zijn hoofd geslingerd, door kroeggangers die iets te diep in het glaasje hebben gekeken. Goh, is het carnaval of zo? Dat werk. Echt vervelend is het in Nederland nooit geworden. In het buitenland wel. In Zwitserland maakte een man van Noord-Afrikaanse afkomst een snijbeweging langs zijn hals, een soort doodsbedreiging. En in Engeland werd hij op straat uitgemaakt voor pedofiel. ,,Dat is zo’n beetje het ergste wat je tegen iemand kunt zeggen. Hoe ik heb gereageerd? Niet. Volgens mij ben je niet goed in je hoofd als je zoiets zegt, dus dat is niet zo moeilijk om te negeren.’’

Waarmee hij het misbruik binnen de katholieke kerk absoluut niet wil ontkennen. ,,Dat misbruik is verschrikkelijk. Juist in de periode dat ik me bij de kerk aansloot, was het vaak in het nieuws. Het hielp niet bij het imago van de kerk en het beeld dat mijn ouders bij de kerk hadden. Het zorgde voor een ongemakkelijke sfeer.’’

Intreden

Het bracht de oud-Assenaar niet op andere gedachten. Na het proefjaar in het Zwolse klooster trad hij officieel in, zoals dat heet. Er volgde een noviciaat oftewel een leertijd in Cambridge, waarna hij zijn tijdelijke gelofte aflegde. Daarna woonde hij nog in het klooster in het Zwitserse Fribourg, voordat hij naar Nederland terugkwam. Hij kreeg een plek aangewezen in het klooster van Rotterdam. ,,Zo gaat dat. Je kiest niet zelf, maar aanvaardt je plek in gehoorzaamheid.’’ Het Rotterdamse klooster, midden in het centrum, was in die tijd een vormingshuis. Er wonen meer generatiegenoten van Augustinus dan in Zwolle, waar hij tussen broeders leefde die qua leeftijd zijn opa hadden kunnen zijn.

Het Rotterdamse klooster is in de jaren vijftig opgetrokken nadat het vorige klooster in de oorlog was platgebombardeerd. Er woont een handvol broeders: naast Augustinus op dit moment nog een dertiger, drie veertigers en een vijftiger. Deze ‘jongere garde’ meldde zich nadat er een hele poos geen broeders meer waren ingetreden. ,,Eigenlijk waren er alleen nog heel oude broeders en werd ervan uitgegaan dat de gemeenschap niet lang meer zou bestaan. De kerk was daarom al afgestoten. Met als raar resultaat dat wij een klooster hebben naast een kerk die niet van ons is.’’

loading  

Adventstijd

Naast de ontvangstruimte van het klooster is een kapel. Er staat een grote adventskrans, die Augustinus heeft gemaakt, vanwege de adventstijd die op kerstavond eindigt. Een periode van bezinning, als voorbereiding op kerst. In de kapel bidden de monniken drie keer per dag met Gregoriaans gezang. Normaal gesproken mag hier publiek bij zijn, maar nu in coronatijd niet. Het eerste gebed is om 7 uur ‘s ochtends. Daarna gaan de kloosterlingen naar hun studie of werk, doorgaans op universiteiten en in parochies. Augustinus studeert behalve theologie ook Hebreeuws en werkt in de Franstalige parochie in Den Haag. Hij heeft het extra druk door corona. Omdat er maar dertig personen aanwezig mogen zijn, worden er meer diensten gehouden dan anders. ,,Er zitten normaal gesproken wel driehonderd bezoekers.’’ Jongeren voorbereiden op hun communie of vormsel kost ook meer tijd. ,,Normaal zitten zij samen; nu niet.’’

‘s Avonds eten de broeders samen. Ze koken om de beurt. Daarna gaat ieder naar zijn eigen kamer, ook wel ‘cel’ genoemd. Die benaming heeft overigens niets te maken met gevangenschap, maar met het Latijnse woord cella , dat kleine ruimte betekent. ,,We zijn wel één huishouden, maar dat betekent niet dat we ‘s avonds bij elkaar op de bank zitten. De avonden brengen we meestal alleen door. Dat kan best eenzaam zijn. Ik ga vaak lezen of een film kijken. Soms vraag ik een andere broeder of hij mee wil kijken.’’

Het geld dat de broeders verdienen, gaat naar een gemeenschappelijke rekening. Dominicanen mogen geen eigen bezittingen hebben. ,,Alles wat hier is, is gezamenlijk. Natuurlijk draag ik in de praktijk wel altijd de schoenen die ik nu aan heb, omdat ik deze maat heb. Maar op papier zijn ze niet van mij. Geld wordt sowieso niet gezien als bezit. Dat hebben wij in beheer van God, om weer door te geven.’’ In gezamenlijkheid wordt besloten wat voor aankopen er moeten worden gedaan en wat iemand moet hebben voor zijn studie of werk. ,,De ene heeft een snellere computer nodig dan een ander, bijvoorbeeld. Bij ons is het dus geen kwestie van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. Wel krijgen we allemaal een klein beetje zakgeld om bijvoorbeeld een keer iets te kunnen drinken met vrienden.’’

De regels hebben allemaal te maken met de toewijding aan God. ,,Als je geld hebt en er komt op televisie reclame voorbij, dan ga je denken: zal ik dit kopen? Ik hou me daar niet mee bezig. Míjn gedachten houden zich bezig met omzien naar de gemeenschap, omzien naar mensen buiten de gemeenschap en het gebed.’’

De focus op het contact met God.

Rotterdam

In Rotterdam wil Augustinus niet blijven. Te veel beton, te weinig natuur. Hij bezocht tijdens zijn studie al kloosters in Irak, Amerika, Italië, Polen, Frankrijk en Jeruzalem. ,,Het idee is dat ik verder ga studeren in Rome en Jeruzalem.’’ Hij houdt van reizen, iets wat hij van kleins af aan deed met zijn ouders. En altijd neemt hij een paar noordelijke attributen mee in zijn koffer. Zoals Maria. Althans: een zwart beeld van Maria als hertogin van Drenthe. Uit Emmer-Compascuum.

,,In Emmer-Compascuum is een bedevaartkapelletje. De pastoor heeft dit beeld laten maken, naar het voorbeeld van Maria die ook in het wapen van Drenthe en Assen zit. En die komt weer van de zegelafbeelding van de toenmalige abdij in Assen, waar nu het Drents Museum zit.’’

Wat hij ook steevast meeneemt, is een gedicht van de Friese karmeliet Titus Brandsma. Hij schreef het in de gevangenis, nadat hij in de Tweede Wereldoorlog was opgepakt wegens verzet tegen de Jodenhaat en het nationaalsocialisme.

O laat mij hier maar stil alleen

Het kil en koud zijn om mij heen

En laat geen menschen bij mij toe

‘t Alleen zijn word ik hier niet moe

Want Gij, O Jezus, zijt bij mij

Ik was U nimmer zoo nabij

Blijf bij mij, bij mij, Jezus zoet,

Uw bijzijn maakt mij alles goed.

(fragment)

Het put er troost uit, in moeilijke momenten. Want die zíjn er, vooral tijdens die avonden alleen.

Toch is Augustinus ervan overtuigd dat dit zijn pad is, ook nu hij zijn vrienden ziet trouwen en kinderen ziet krijgen. ,,Ik snap dat het mooi is om verliefd te worden en een gezin te stichten. Ik ben zelf ook verliefd geweest, meerdere keren zelfs. Ik doe daar alleen niets mee. Ik weet ook niet wat het is om zo’n relatie te hebben. Zover heeft het zich bij mij nooit ontwikkeld, omdat ik al heel jong hiermee bezig was. Natuurlijk denk ik aan wat ik mis. Maar ik kan mij richten op God en de medemens zoals ik dat anders niet zou kunnen. Is dat extreem? Ik weet het niet. Als je trouwt, doe je dat ook voor de rest van je leven. En kinderen krijgen ook. Eerlijk gezegd vind ik dat nogal een verantwoordelijkheid. Ouders moeten veel offers brengen, wat ze uit liefde doen. Eigenlijk doe ik hetzelfde. Maar dan anders.’’

Spijt denkt hij niet te krijgen. ,,Ik kan niet zeggen wat er in de toekomst gebeurt. Maar ik heb dit leven met volle overtuiging gekozen. Er zijn genoeg momenten geweest waarop ik anders had kunnen beslissen. Ik denk dat ik ook gelukkig zou zijn met een gezin. Maar hier ben ik gelukkiger.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct