Hij is butler, vertrouwensman en mascotte van studentenvereniging Vindicat. Sytze Bakker (85) is pedellus maior ofwel de persoonlijke bediende van de senaat. ,,Tot mijn dood.’’

Sytze Bakker drinkt op zijn gemak en met zichtbaar genoegen zijn koffie aan de met een rood kleed bedekte tafel in de senaatskamer van de Groningse studentenvereniging Vindicat atque Polit. De sporen van ‘een drankje of twee’ van de vorige vergadering zijn weggewerkt.

Bakker draagt het uniform van de pedellus maior : een donker, stemmig pak dat een officier uit de 19de eeuw niet zou hebben misstaan. De koperen knopen met het wapen van Vindicat, zwaard en vijl (symbool voor het motto Handhaaft en Beschaaft ), zijn glimmend gepoetst. De vouw in de pantalon is vlijmscherp. En zo hoort het ook. ,,Je bent pedellus maior of niet.’’ Hij grijnst vrolijk.

Van metselaarszoon naar studentenbediende

Sytze Bakker wordt in Groningen als zoon van een metselaar geboren. Zijn vader overlijdt tijdens de Tweede Wereldoorlog als dwangarbeider in Duitsland. ,,Na de bevrijding stuurden ze me naar Denemarken om aan te sterken. Ik bleef daar drie maanden.’’ Hij glimlacht, bijna teder. ,,Mijn pleegmoeder was een schatje. Ze miste me en na een half jaar liet ze me weer voor drie maanden komen. Ik ben er zelfs naar school geweest. Ik had een pleegbroer en een pleegzus.’’ Hij haalt zijn schouders op. ,,Tja, die zie ik natuurlijk nooit meer.’’

Hij leert voor elektricien en gaat aan het werk in de fotozaak Haayer en Mees op de Grote Markt. Daarna is hij twee jaar piccolo bij de sociëteit van Vindicat die dan nog aan de Emmasingel zit. ,,Dat was begin jaren 50. Het beviel me niet heel geweldig. Al dat gegooi met eten.’’ Na zijn militaire dienst trouwt hij met zijn Henny. Ze krijgen een zoon en later een dochter. Bakker werkt dan als leerling-ober in hotel De Doelen.

,,Ik schoof langzaam op naar de bar totdat ik uiteindelijk barkeeper werd. Daarna ging ik naar de Flamingo Bar in de Kromme Elleboog. Dat is nu Café Soestdijk, je weet wel: waar prins Maurits en Marilène elkaar hebben ontmoet. Die zaten trouwens beiden ook bij Vindicat. Heb ze nog gekend, vertel ik straks wel wat meer over. Maar ja, mijn vrouw was er niet echt blij mee dat ik alle dagen in touw was, dus ging ik op zoek naar een andere baan. Een vaste klant van mij had een fabriek in Roden. Ging ik schroefjes draaien, dat werk.’’ Weer die grijns.

De eigenaar van de Flamingo Bar zoekt weer contact met hem. ,,Of ik de zaak niet wilde overnemen. Nou, dat wilde ik wel en met financiële steun van die klant lukte dat ook.’’ Daar blijft het niet bij, korte tijd later koopt hij ook café De Bullebak aan het Gedempte Zuiderdiep. ,,Was tegenover het gebouw van Nieuwsblad van het Noorden . We woonden in de kamers boven het café. Weet je wie daar nu wonen? Vindicaters!’’

Eten vliegt er nog steeds door de lucht

Maar de zaken lopen niet al te best. ,,Op een dag komen twee studenten biljarten. Vindicaters. Ik wist dat er een vacature voor sociëteitsbediende was en ik vroeg of ik nog kon reageren.’’ Hij klopt met zijn rechtervuist op het rode tafelkleed. ,,En zo ben ik hier gekomen.’’

Hij weet nog precies op welke dag hij begon. ,,Op 13 mei 1974, de verjaardag van mijn vrouw.’’ Twee jaar later volgt de benoeming tot Senatus Pedellus Minor , waarmee bedienden van de senaat worden aangeduid. In 1988 werd minor vervangen door maior .

Bakker: ,,Dus ja, wat deed ik zoal? Oberen, drank brengen en zo.’’ Maar het eten vliegt tijdens een van de vele diners nog steeds door de lucht. ,,Ja, hoe gaat dat? Dan is er bijvoorbeeld een diner. Alles ziet er prachtig uit, met hagelwitte tafelkleden en mooi bestek. Een lid roept iets naar een ander lid. Die verstaat hem niet. Dus gooit die ander bijvoorbeeld een aardappel om zijn aandacht te trekken. Wat doet die ander? Ja, die gooit terug.’’

Hij houdt zijn handen bijna verontschuldigend omhoog. ,,Zo gaat dat. Maar als ik binnenkom’’ – zijn wijsvinger gaat omhoog – ,,dan stopt het. Kijk: dat lukt me blijkbaar wel. Nou ja, niet altijd. Geen probleem, dan declareer ik na afloop een stomerijtje.’’

Rector Wessel Giezen loopt binnen met een vers kopje koffie. Bakker: ,,Kijk nou eens: een rector die werkt! Da’s ook zeldzaam.’’ Hij knipoogt. ,,Geintje natuurlijk. Ik geloof dat ik een stuk of 45 rectors heb versleten.’’

‘Die urrrrrr van ze hoor je op den duur niet meer’

Een volwassen man die het grootste deel van zijn loopbaan door twintigers wordt aangestuurd? ,,Och, daarmee heb ik nooit gezeten, hoor. Het houdt me ook jong. En die urrrrrr van ze hoor je op den duur niet meer. Af en toe doe ik ze weleens na als ze weer van dat Hooghaarlemmerdijks praten.’’

Woeste drinkgelagen met beer pong (pingbongballetjes in andermans biertje mikken), op dienbladen over met bier doordrenkte vloeren surfen, stijlvolle diners van zeven tot acht gangen die onbekommerd tot 5 uur ’s ochtends duren, doldrieste stunts: de pedellus maakt het van nabij mee.

,,Maar ik kan natuurlijk niet alles vertellen.’’ Hij houdt zijn wijsvinger voor zijn lippen. ,,Nee, nee, nee. Dat moet intern blijven. Maar man, man, er waren af en toe stunts bij. Ze reden eens een auto naar binnen. Zo, hup via de trap de zaal in. Werd gewoon naar boven gehesen. Was begin jaren 80 of zo. Maar ja, dat ding moest wel weer voor ’s morgens voor acht uur naar beneden want dan komen de schoonmakers. Dus twee voor acht werd die auto weer met een kabel naar beneden gebracht. En toen’’ – met zijn rechterhand bedekt hij zijn gezicht – ,,lieten ze per ongeluk die kabel los. Dat ding stuiterde over de stenen trap naar beneden. Duizenden guldens schade.’’ Hij grinnikt. ,,Was natuurlijk wel een prachtige stunt.’’

Een pedel leert de andere kant op te kijken en vooral ... te zwijgen

De pedel leert de andere kant op te kijken en vooral … te zwijgen. ,,Je kunt niet overal wat van zeggen, dan blijf je aan de gang en word je maar een vervelend kereltje. Maar één keer greep ik in. Dat was tijdens een ontgroening, waarbij ik vond dat een paar meisjes wel heel slecht werden behandeld. Nee, ik zeg niet wat er gebeurde.’’ Weer gaat de wijsvinger naar zijn lippen. ,,Ik ben een vertrouwensman, daarover kwebbel je niet. Dat hoort hier binnen.’’

Maar de vechtpartijen dan? De ontgroeningen? De pedel kijkt naar buiten. ,,Mooi weer, vind je niet?’’

De anekdotes waarin Bakker een rol speelt, zijn talloos. In een boekje dat ter ere van zijn pensioen werd gemaakt (hoewel Bakker nog altijd in functie is), wemelt het van de voorbeelden. Een senator blikt terug op Bakkers begintijd. ‘De proefperiode werd goed doorlopen, maar ja, twee maanden, dat zegt niet zoveel. Enige tijd later stond ik met een paar medestudenten aan de bar. Eén van hen bestelde vijf bier, waarop Bakker antwoordde: ‘Drinkt u dan zelf niet mee?’ Dit was voor mij de bevestiging van de keuze’.

De metselaarszoon is zelf officieel ook Vindicater. ,,Je moet lid worden, anders word je geen sociëteitsbediende.’’ En Bakker haalt, zo blijkt uit de anekdotes, ook weleens een stunt uit. Een oud-Vindicater schrijft: ‘Nooit zal ik de keer vergeten dat je na een bowlingavond vanwege een personeelsreis een auto zag staan die de portieren niet op slot had. Ik hoor je nog roepen: ‘wie moet ik naar huis rijden?’ Dit was niet tegen dovemans oren gezegd, zodat de auto binnen enkele minuten gevuld was met aangeschoten werksters en idem oude chef-kok waarop je de deuren dichtgooide en gewoon verder liep. Toen op dat moment de eigenaar zijn auto wilde instappen en deze woest was, hebben we inderdaad wel even moeten lachen’.

Hij mag dan officieel met pensioen zijn, Bakker is nog altijd vaak te vinden op de sociëteit aan de Grote Markt. ,,Ik drink hier nog elke maandagochtend een kopje koffie, even kijken hoe de boel erbij staat. Af en toe help ik bij diners, maar ik blijf niet meer tot vijf uur ’s ochtends. Dat wordt me te gortig.’’

Pedel tapte biertjes voor de prinsen en Jochem Myjer

De pedel reist ook nog weleens naar Duitsland om de drankvoorraad van de senaat aan te vullen. ,,Jenever en wodka is daar veel goedkoper. Mijn kleindochter rijdt me er dan naartoe. Met salmiak maak ik daar dan dropshots van, dat vinden ze lekker.’’ Hij knipoogt. ,,En eerlijk gezegd, ik ook. En een keer per jaar help ik bij een diner voor oud-Vindicaters in Den Haag. De Rode Olifant heet die club, allemaal oude kerels die graag deze oude kerel’’ – hij wijst met zijn duim naar zijn borst – ,,erbij willen hebben.’’

De pedel zag tijdens zijn loopbaan duizenden Vindicaters voorbijkomen, onder wie vele bekende, zoals Jochem Myjer, Chris Zegers en Frits Sissing. De wijsvinger wijst in de lucht. ,,En de prinsen natuurlijk. Prins Maurits en Bernhard junior. Maurits had altijd twee lijfwachten die ergens in een hoekje zaten. Ik fietste eens een stukje met hem door de stad. Die lijfwachten waren nergens te bekennen. Ik zei: ‘hoe kan dat nou? Anders zie ik ze altijd.’ Hij lachte en zei: ‘maar ze zien jou wel.’’’ Weer die glimlach. ,,De dochter van Maurits en Marilène is nu ook lid. Mooi toch? Er is weer een prinses!’’

De oudgediende is verknocht aan het corps en het corps aan hem. Vindicat vernoemde hem met een zaal in de sociëteit en er is zelfs een lied voor de pedel gecomponeerd. En elk jaar krijgt Bakker op zijn trouwdag en op de sterfdag van Henny een boeket thuisgestuurd.

‘Dropshotje, mijnheer Bakker?’

Hij neemt nog een slokje van zijn koffie. Bakker geniet van zijn vrije tijd, van zijn kleindochter en inmiddels ook van de achterkleinkinderen. Maar het zwaard en de vijl blijven trekken. Hij houdt contact. ,,Zolang het kan blijf ik hier komen. Dit is me veel waard.’’

Rector Wessel Giezen komt weer binnen met verse koffie. ,,Of heeft u liever een dropshotje, mijnheer Bakker?’’ vraagt hij met een knipoog. De pedel schudt zijn hoofd. De pedellus maior drinkt overdag niet. En zo hoort het.

Bakker staat op en steekt zijn hand op naar de rector. ,,Tot maandag.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct