De dochters van Pieter Kuhn: Jeannette, Wil en Marga. FOTO PETER BEEMSTERBOER

Nieuwe horizon voor Kapitein Rob en De Vrijheid

De dochters van Pieter Kuhn: Jeannette, Wil en Marga. FOTO PETER BEEMSTERBOER

Op 11 december 1945 zeilt via verzetskrant 

Het Parool

B ijna 75 jaar geleden tekent Pieter Kuhn (1910-1966) Kapitein Rob met vaste hand en onuitgumbaar het Nederlandse strippantheon in. En daarmee zichzelf. Want, zoals zijn dochters Marga, Wil en Jeannette weten: Pieter Kuhn = Kapitein Rob. En belangrijker: een liefhebbende vader. Pieter Kuhn overleed op 20 januari 1966.

Nederland is nog maar net bevrijd. Het puin van kapotgeschoten huizen ligt metershoog in de straten. Een magere jongeman met koolzwart, opspringend haar stommelt de redactie van Het Parool in Amsterdam binnen. Hij brengt geen nieuws, hij brengt een idee. Pieter Kuhn, de zoon van een Amsterdamse sigarenmaker, wil avonturen tekenen van een zeeman. De naam van het schip is het woord dat vijf lange, donkere en gruwelijke bezettingsjaren alleen maar binnenshuis werd gefluisterd: Vrijheid.

Het Parool gaat akkoord. Kuhn tekent en bedenkt de verhalen, journalist Evert Werkman neemt – nadat Wijnanda Aberson het eerste deel schreef – het schrijfwerk voor zijn rekening. De belevenissen van de drie-eenheid Rob, Skip en De Vrijheid verankeren zich in rap tempo in het collectieve geheugen van de naoorlogse Nederlanders.

Drie jaar later schrijft Parooljournalist Simon Carmiggelt in zijn rubriek Kronkel : ‘Ledig fust ware mijn leven, indien deze wijdverspreide courant niet de avonturen van kapitein Rob bevatte. Want wat de dag mij ook aan deceptie of nederlaag heeft toegebracht – de avond ligt als een feest te wachten. (…) en ik sla Rob open met de verlichte zucht van een gewoontedrinker die de eerste dosis eindelijk voelt binnenstromen .’

loading  

Elke reis begint op zolder

Ku hn voert de lezers mee naar de meest exotische plekken op aarde maar ook ver daarbuiten: van broeierige jungles waar nog dinosauriërs rondzwerven en de bittere kou van het poolgebied tot de achterkant van de maan die hol blijkt te zijn. De eenvoudige zeeman reist niet alleen over zee, maar ook door tijd en ruimte.

De reizen van Kapitein Rob beginnen op een niet afgetimmerde zolder in een huis aan de Van Beuningenstraat 23 in Hilversum. „Daar had hij zijn atelier en liet hij zijn fantasie de vrije loop”, herinnert jongste dochter Jeannette Kuhn (70) zich. „Als we thuiskwamen van school, brachten we hem altijd een kop thee of koffie. Daar zat hij achter zijn tekentafel, omringd door zijn kasten vol boeken en naslagwerken, te tekenen en schrijven. Hij werkte vooral ’s nachts. Voor de rust en stilte. Hij sliep uit tot een uur of tien, dan kwam hij naar beneden.”

Oudste dochter Marga (82): „In die kamer hing een heel fijne sfeer. Ik weet nog dat ik af en toe bij hem mocht zitten en op een rode Corona schrijfmachine wat zat te tikken.”

'Kapitein Rob reist niet alleen over zee, maar ook door de tijd en in de ruimte'

Na de lunch wandelt Kuhn elke dag met de hond. Jeannette: „We hadden altijd cockerspaniëls die allemaal dezelfde naam kregen. Zo had je Daisy I, Daisy II en Daisy III. Ja, net als De Vrijheid eigenlijk. Die verging nogal eens in een storm.”

Dit naamgevingsprincipe geldt gelukkig niet voor Kuhns kinderen. Pieter Kuhn en zijn vrouw Rie krijgen drie dochters. Kapitein Rob reist tijdens zijn avonturen nogal eens in het gezelschap van twee dappere vrouwen: Marga en Willy. „Maar Willy is niet naar mij genoemd”, zegt middelste dochter Wil (72) met zekerheid. „Ik was nog niet geboren.” Ze lacht. „Sterker nog: het lijkt erop dat ik naar dit personage ben genoemd!’

De figuur van Marga is daadwerkelijk op Kuhns oudste dochter gebaseerd. „Ik ben die brunette”, zegt Marga met zekerheid. „Ja, ik was er natuurlijk al.”

loading  

Geboortekaartje

Wil laat haar geboortekaartje zien dat haar vader tekende: het familiezeilschip De Meermin , ooievaars en een man in een roeiboot. Maar wat doet die man? Het lijkt wel alsof hij met de roeispaan die vogels …

„Klopt”, zegt Wil. „Die man is mijn vader. Hij mept met de roeispaan naar de ooievaars! Daarmee wilde hij zeggen: ‘Ik heb nu twee kinderen en zo is het wel genoeg’. Jeannette steekt haar hand op. „Maar er kwam dus nog een derde: ik dus.”

De dochters herinneren zich hun vader als een lieve, zachtaardige man. „Mijn eerste herinnering is dat ik met mijn ouders in een Canadese kano over de Loosdrechtse Plassen vaar”, vertelt Marga.

Wil: „We groeiden op in vrijheid. Zolang we maar niet aan zijn hoofd zeurden, konden we eigenlijk doen wat we wilden.” Jeannette knikt. „In zijn hoofd was hij altijd met Rob bezig. Ik vroeg hem weleens of ik mee mocht wanneer hij met de hond ging lopen. Hij zei altijd ja, maar ik hoorde aan zijn stem dat het eigenlijk niet de bedoeling was. Ik denk dat hij tijdens die wandeling inspiratie opdeed. Er kwam niet veel uit. Ik liep wel met hem mee, maar in zijn hoofd was hij bezig manieren te verzinnen om professor Lupardi te verslaan of zo.”

A lle details moesten kloppen

De druk op hun vader is groot. „Elke twee weken moest hij bij Het Parool zijn tekeningen inleveren”, zegt Wil. „Bovendien legde hij de lat erg hoog voor zichzelf. Alle details van de schepen die hij tekende moesten kloppen. Kapitein Rob werd ook door mensen in de beroepsvaart gelezen. Als iets niet klopte, kreeg hij dat wel via een brief te horen. Daarom was hij ook vaak bij onze buurman, een kapitein op de grote vaart.”

Hun moeder speelt een niet te onderschatten rol in het werk van haar man. „Zij zorgde ervoor dat hij kon werken: regelde de administratieve en organisatorische zaken. Ze knipte bijvoorbeeld alle afleveringen uit de krant en bewaarde die in een schoenendoos. Als mijn vader dan tijdens het schrijven even niet meer wist hoe bijvoorbeeld een bepaald personage heette, haalde mijn moeder de schoenendoos tevoorschijn.”

Zo is het ook zijn vrouw die de doorslag geeft wanneer hij de kans krijgt een tjalk te kopen: De Caprice . Wil: „‘Doe nu maar’, zei ze.” Haar zus Jeannette glimlacht. „Ze had gelijk. Het was misschien een hoop geld, maar het was ook een gouden greep.”

De tjalk is van Kuhns vriend Detmer Detmers. „Hij had destijds De Caprice gekocht vanwege de dreigende oorlog met de Sovjet-Unie”, vertelt Marga. „Hij had het schip zo ingericht dat hij er elk moment mee kon vluchten. Ja, nu glimlachen we daar misschien een beetje om, maar het waren toen echt andere tijden. De oorlogsdreiging was heel reëel.”

De oude vriend van hun vader blijkt een ‘belangrijke leverancier’ voor een aantal personages dat een grote rol speelt in de verhalen van Kapitein Rob. Marga: „Het personage professor Lupardi is op hem gebaseerd. Detmer was een lange man, net als de professor. Overigens: onze oom Job, een man van een nicht van mijn vader, stond model voor Yoto, de trouwe assistent van Lupardi.”

Op het dek van De Caprice dartelen ook twee witte honden. „Detmer had twee samojeden”, vertelt Jeannette. „Zo is Skip ontstaan.”

De vakanties van het gezin Kuhn bestaan uit zon, wind en het water van de Loosdrechtse Plassen. „En o wee als je dan tegen onze vader zei dat je je verveelde”, herinnert Wil zich. „Je kreeg een stuk glas in de handen gedrukt en dan mocht je de zwaarden van de tjalk schoonkrabben.”

loading  

'Kuhn stierf op de trappen van Het Parool. Hij kwam zijn tekeningen afleveren'

E en rotwerkje

Ie dereen aan boord wordt aan het werk gezet. Ook de vriendjes die ze meebrengen. Jeannette lacht. „Die werden pas ‘goedgekeurd’ als ze zonder te morren gingen lapzwansen.”

Lapzwansen? Wat is … ? „Dat is ongelooflijk rotwerk!” Wils echtgenoot Ok mengt zich in het gesprek. Hij blijkt een ervaringsdeskundige: „Dat is echt een vies werkje. Lapzwansen is het preventief behandelen van staalkabels die de zeilen en zijzwaarden van een tjalk bedienen. Met een pannenspons smeerde je een mengsel van lijnolie en aluminium verf over die draden.” Hij gromt. „Het is echt rotwerk.”

„Hij moest er dus ook aan geloven”, merkt Wil droogjes op. „Hij deed het blijkbaar goed. We zijn nu vijftig jaar getrouwd.”

Ook op De Caprice werkt vader Kuhn gewoon door. Jeannette: „Hij gebruikte de motorkap als tekentafel. Ja, hij was altijd bezig. In de ogen van veel mensen leidde mijn vader een beetje een burgerlijk bestaan met huisje-boompje-beestje. Dat hoorde toch niet bij iemand die zulke avonturen bedacht. Maar in zijn hoofd was hij vrij, kon hij alles meemaken wat hij maar wilde. Dat was zijn vrijheid.”

loading

„Die vrijheid kregen wij dus ook”, benadrukt Wil. „We mochten tot op zekere hoogte gewoon onze gang gaan. Dat gebeurde niet in alle gezinnen, zeker niet in die tijd.”

Hun vader beleeft zelf ook een gelukkige jeugd. „Maar voor zover wij weten was er niemand met een boot of zo”, vertelt Wil.

„Ook zaten er geen schrijvers of andere creatieve types bij. Zijn vader rolde sigaren van tabaksbladeren in een fabriek. Hij overleed al jong. Mijn oma was een lieve, grote vrouw. Een echte Amsterdamse. Als we bij haar op bezoek gingen, had je voordat je binnen stond al een snoepje in je mond. We noemden haar oma Happie.”

R eclametekenaar

Pi eter Kuhn toont geen enkele belangstelling voor de tabakswereld, op zijn pijp na dan. Na de Kunstnijverheidsschool volgt een avondcursus bij de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten. Hij werkt dan bij een drukkerij waar hij een opleiding als lithograaf krijgt.

In 1932 wordt hij reclametekenaar en ontwerpt onder andere affiches voor films met Marlene Dietrich en Mae West.

loading

In de oorlog werkt hij ook voor de Duitsgezinde uitgeverij Westland en illustreert boeken met titels als Stuka’s vallen aan! Wil: „Hij deed dit onder meer als dekmantel voor het verzet. Hij stond ook ingeschreven bij de Kultuurkamer. Tegelijk werkte hij ook voor illegale uitgevers, zoals Geert Breughel.”

Kuhn vervalst persoonsbewijzen en verbergt onderduikers op – hoe kan het ook anders – zijn boot. „Het waren mensen uit Rotterdam”, vertelt Marga. „Ze zaten in een trein op weg naar Duitsland waar ze dwangarbeid moesten verrichten. Mijn moeder kwam er langs en slaagde er op een of andere manier in ze uit die trein te halen. Geen idee hoe ze dat voor elkaar kreeg. Ze kende die mensen ook niet. Het waren vreemden die ze thuis verborg alsof het de normaalste zaak van de wereld was.’’

Kuhn moet op den duur ook zelf onderduiken. Maar zijn broer Jan, een vlieger, kiest de kant van de Duitsers en vliegt transportvliegtuigen voor de Luftwaffe. „Papa zei altijd: ‘Mijn broer is tijdens de oorlog de verkeerde kant opgevlogen’.”, herinnert Wil zich. „Toch bleven ze ook na de oorlog gewoon met elkaar omgaan.” Ze denkt even na. „Maar wij gingen altijd bij mijn oom en tante op bezoek. Ze kwamen nooit bij ons thuis. Het oorlogsverleden was niet vergeten. Nooit.”

O nderzeebasis op Terschelling

H et is dan ook niet vreemd dat Kapitein Rob, vooral in het begin, Duitsers met apocalyptische denkbeelden op zijn pad vindt. Zoals in aflevering 6: Kapitein Rob en het geheim van de Bosplaat waarbij Rob na de oorlog op Terschelling een geheime onderzeebasis van de Duitsers ontdekt. Overigens bevindt zich sinds 1994 verscholen in de duinen van de Boschplaat een plaquette van kapitein Rob en Skip. Jeannette: „Er stak ook een pijp uit, maar die werd steeds afgebroken en meegenomen. Dat werd op den duur te kostbaar.”

Niet alleen de oorlog speelt een rol, ook zijn liefde voor geschiedenis, techniek, scheepvaart – alles stopt Kuhn in zijn verhalen. Hij tekent, zwoegt en broedt ruim tien jaar lang; het ijzeren ritme eist mettertijd zijn tol. Hij besluit tot een sabbatical avant la lettre.

Lang duurt dat niet en niet enkel om financiële redenen. Net zoals de Britten het niet pikten dat Arthur Conan Doyle ‘hun’ held Sherlock Holmes vroegtijdig naar het hiernamaals stuurde, zo dringen ook de liefhebbers van Kapitein Rob aan op de terugkeer van hun held. Met succes.

V ertrouwde plek

In september 1956 staat de zeeheld weer op zijn vertrouwde plek in Het Parool . Maar toch is er iets veranderd. Het lijkt alsof het oude niveau is verdwenen. Wil: „De grootste vergissing die papa heeft gemaakt is van Rob een getrouwde man met een gezin maken. Dat verwacht je toch niet van een avonturier?”

„De verhalen werden ook langer”, vult Jeannette aan. „Alsof hij meer tijd nodig had om een plot uit te werken.” Marga: „Mijn vader dacht er blijkbaar ook zo over, want langzaam maar zeker verdween dat gezin uit beeld.’’

Begin 1958 volgt een tweede onderbreking. Kuhn krijgt een hartinfarct. Jeannette: „Hij maakte ook zulke lange dagen, waarbij hij weinig in beweging kwam. Vanaf die tijd at hij daarom ook veel vis, vooral makreel. En elke dag een wandeling met de hond.”

Op 20 januari 1966 volgt een tweede infarct. Dat wordt hem fataal. Het laatste avontuur van kapitein Rob Rendez vous in Jamaica wordt nooit voltooid.

Evert Werkman schreef: ‘De dood heeft hem plotseling getroffen, midden in zijn werk. Kapitein Rob – hij stond altijd zelf model voor de hoofdfiguur van zijn verhalen – is na een rusteloze reis voorgoed de thuishaven binnengevaren .’

Wil: „Hij stierf op de trappen van Het Parool . Hij kwam zijn tekeningen afleveren.”

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct