Wat is een artikel?

Onze LC+-artikelen bieden verdieping van het nieuws. Ook de extra's van de Courant vallen onder LC+, zoals bijzondere columns en commentaren. Met trots gemaakt voor de lezers die willen weten hoe het écht zit. In tekst, foto en video leggen wij uit wat het nieuws betekent voor jou en jouw omgeving.

Elke maand 3 LC+-artikelen lezen met je gratis account

Aan het begin van de maand wordt je tegoed weer aangevuld tot 3.

Ook onbeperkt LC+-artikelen lezen?

Dat kan! Met een (proef)abonnement kun je net als onze andere abonnees onbeperkt PLUS-artikelen lezen op onze site en in de app.

Je hebt jelimiet bereikt.  Verder lezen? Abonneren Je kunt nog [plusArticlesLeftCount]artikelen lezen deze maand

Natuurbranden de baas: brandweer en Staatsbosbeheer doen een schouw in het Drents-Friese Wold

Periodes van droogte worden langer en warmer. Het gevaar van een natuurbrand ligt nadrukkelijk op de loer. En als de vlam dan in de pan slaat, hoe toegankelijk is de natuur voor brandweer en andere hulpverleners?

De heide in delen van het nationaal park Drents-Friese Wold oogt niet alleen droog, maar is dat ook. Gortdroog, want hier en daar zo dood als een pier. „Als je hier een aansteker bij houdt, heb je binnen de kortste keren een natuurbrand”, zegt Jan Rozeboom, natuurbrandspecialist van de Veiligheidsregio Drenthe (VRD). „Vorig jaar werd ons telkens gevraagd wat de gevolgen van de droogte voor de natuur zouden zijn. Toen wisten we het nog niet. Nu wel. Kijk maar”, wijst Lysander van Oossanen, boswachter van Staatsbosbeheer, naar het heideveld in de buurt van Terwisscha. Grote delen kleuren grijs en dus dood. „Eigenlijk moeten heidevelden als deze worden opgeschoond”, oppert Henk Schuijn, de natuurbrandexpert van de Friese brandweer.

Klimaatverandering

In Nederland neemt het aantal zeer warme dagen toe en het aantal extreem koude dagen af. Sinds 1901 is de gemiddelde temperatuur in Nederland met 1,9 graden Celsius gestegen. Van 8,8 naar 10,7 graden Celsius, zo heeft het KNMI berekend.

Gevolg van deze ontwikkeling is volgens de KNMI-meteorologen dat in een warme wereld het weer extremer is. „Zware neerslag kan zorgen voor lokale overstromingen en schade aan gewassen.” Daar staan langere periodes van droogte tegenover. Daardoor komen de ecosystemen, zoals we die nu kennen, in gevaar.

Aan het koudefront gaan de scherpe randjes er wat vanaf. Dat betekent volgens het KNMI dat minder mensen komen te overlijden als gevolg van een koudegolf. Maar juist weer meer door de gevolgen van hittegolven.

Blijft de opwarming beperkt tot 2 graden Celsius, dan is de kans op een Elfstedentocht (op ijs) volgens het KNMI eens per 20 jaar. „Warmt Nederland verder op, dan neemt de kans op een Elfstedentocht af tot één per honderd jaar in 2050 en wordt de kans daarna alleen maar kleiner.”

Het Drents-Friese Wold ligt, zoals de naam al doet vermoeden, in de grensstreek tussen Drenthe en Friesland. Deze ochtend voeren specialisten van de Drentse en Friese brandweer samen met boswachters van Staatsbosbeheer een schouw uit. Gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbestrijding, heet dat. Samenwerking is cruciaal, want één ding is zeker: het vuur dooft niet automatisch bij de provinciegrens. „Als er brand is, zoals vorig jaar in Wateren, dan trekken we ook samen op”, zegt Schuijn.

Netwerk

Voor elk natuurgebied heeft de brandweer in samenspraak met de beheerders een netwerk in kaart gebracht van wegen en paden die van belang zijn bij de bestrijding van branden. Die informatie is digitaal beschikbaar en op geplastificeerde kaarten. Handig voor spoedoverleg rond de motorkap van een auto. Rozeboom: „Wij hebben een eigen navigatiesysteem. Bij een brand voeren we de locatie in en het systeem wijst ons de snelste weg naar de brand. Tegelijkertijd krijgen we andere, zeer belangrijke informatie, zoals de aanwezigheid van campings en huizen in dat gebied. En de plekken waar waterpunten aanwezig zijn.”

'Een natuurbrand heeft een eigen dynamiek. Creëert eigen windrichtingen.'

Wat opvalt is dat de ‘hoofdwegen’ altijd op een andere weg uitkomen. Doodlopende paden in de natuur zijn een gruwel voor de brandweer. Een voertuig met brandweermensen kan op die manier ingesloten raken door het vuur. Ze kunnen geen kant op en dus is een doodlopende weg letterlijk potentieel dodelijk. Rozeboom: „Wij willen altijd rondjes rijden. Zo voorkom je ook dat je elkaar in de weg rijdt op de over het algemeen toch al smalle paden.”

En: „Een natuurbrand heeft een eigen dynamiek. Creëert eigen windrichtingen. Het vuur verspreidt zich snel en kan heel plotseling van richting veranderen. Je moet je altijd uit de voeten kunnen maken. Daarom willen we ook niet meer dat brandweermensen met lange uitgerolde slangen aan het blussen zijn. De kans dat ze door het vuur worden ingesloten, is te groot.”

'Beter is dat de politie aan de rand van het gebied blijft om de toegang vrij te houden.'

Brandweer en Staatsbosbeheer doen een schouw in het Drents-Friese Wold. FOTO RENS HOOYENGA

Het is aan de terreinbeheerders ervoor te zorgen dat de wegen begaanbaar zijn en blijven. Omdat de brandweer met grote voertuigen werkt (hoe groter, hoe meer bluswater aan boord) wordt niet alleen naar de breedte van de paden gekeken, maar ook naar de hoogte. Laaghangende takken hangen vervelend de weg en kunnen voor veel oponthoud zorgen, terwijl spoed juist van het grootste belang is. En niet zelden staat ook het toegesnelde publiek hinderlijk in de weg. Met auto’s links en rechts van de toegangsweg is er soms voor de brandweer geen doorkomen aan. Rozeboom: „De politie heeft ook de neiging om als hulpverlener naar de brand toe te gaan. Beter is dat ze aan de rand van het gebied blijven om de toegang vrij te houden.”

Betonschaar

De schouw van deze dag wordt uitgevoerd in en rond het Aekingerzand, nabij Appelscha. Met twee 4x4-voertuigen van de brandweer trekt het gezelschap het veld in. Vlakbij het bezoekerscentrum doemt een eerste horde op: een slagboom, bedoeld om ongewenst verkeer tegen te houden. Daar zijn er veel van in bosgebieden. Sommige zijn voorzien van een slot, maar ingeval van een calamiteit is het lang niet altijd mogelijk dat de sleutelhouder op tijd ter plaatse is. „Wij hebben een sleutel, die overal op past”, lacht Rozeboom. „Een betonschaar. Als het moet, knippen we gewoon de ketting door. Daar zijn ook afspraken over gemaakt.”

Even verderop oogt het zandpad breed en vlak, dus prima begaanbaar. Rechts heide, links bos. Toch wordt er gestopt. Als het hier misgaat, zo stelt Schuijn, is de kans groot dat het vuur zich van de gortdroge heide verplaatst richting het bos. En het pad fungeert dan als buffer, een keerring waarop het vuur doodloopt. „Maar aan de boskant staan ook naaldbomen, precies aan de rand langs het pad. En ook tussen de heide staan enkele grove dennen. Dat zijn onze potentiële springers. De brand verspreidt zich over de grond door de heide, gaat via de bomen omhoog en kan dan makkelijk overspringen naar de andere kant van het pad.” Met zijn armen verbeeldt Schuijn de bijna golvende bewegingen van de vlammen.

Brandweer en Staatsbosbeheer doen een schouw in het Drents-Friese Wold. FOTO RENS HOOYENGA

Conclusie: de naaldbomen moeten weg. „Kan dat?”, klinkt het indringend. Boswachter Van Oossanen knikt bevestigend. „Die bomen snoeien heeft niet zoveel zin. Dan kunnen we ze beter helemaal weghalen.”

Uitvalbasis

De werkschuur van Staatsbosbeheer in het Aekingerzand is gelegen aan een ven. Met een groot verhard erf een ideale uitvalsbasis voor de brandweer. Maar dan moeten ze wel bij het water kunnen komen. En dat is lastig, want de oever is begroeid met jonge bomen en struiken. Die moeten weg om een soort inrit te maken. Nog beter, zo zegt Schuijn, is vanaf het erf een ondergrondse leiding aanleggen die uitmondt in het ven. Probleem: de bodem is modderig en de waterstand, met name in de droge periodes, laag. Misschien een idee om de werkschuur standaard uit te rusten met een bootje, zodat een dikke slang altijd naar het diepste punt kan worden gebracht, oppert brandweerman Lars van Tongeren.

'Als je het niet bespreekt met elkaar, weet je het ook niet.'

Instemming alom, maar er wordt nog geen definitieve beslissing genomen. „We moeten nu onderzoeken wat de beste mogelijkheid is en daar op korte termijn op terugkomen”, zegt Van Oossanen. „Dat is het mooie van deze dagen. Als je het niet bespreekt met elkaar, weet je het ook niet.” Maar hoe heet het ven? De mannen van Staatsbosbeheer halen de schouders op. Voor de vastlegging is een oplossing snel gevonden: Ven Zonder Naam. Oftewel Vee-Zet-En, vrij naar BZN.

Smalle kronkelpaadjes

In een deel van het Drents-Friese Wold willen de beheerders de ‘beleving’ van het gebied vergroten door bijvoorbeeld brede rechttoe-rechtaanpaden te vervangen voor smalle kronkelpaadjes. Dat heeft zeker gevolgen voor de brandbestrijding, weet Rozeboom. „Dan gaan wij dat gebied niet meer in. Als er dan brand is, moeten we zoeken naar een bereikbaar gedeelte waar we de brand kunnen opvangen. Dat is een keuze van de beheerders. Het gaat in het Drents-Friese Wold om een gebied van 1400 hectare. Als daar brand is en de wind staat richting Diever, dan zit het dorp dagenlang in de rook. Ik weet niet of de inwoners en de mensen die bestuurlijk verantwoordelijk zijn daar heel blij van worden.”

'Zij worden telkens wat roder en wij wat groener.'

Aan de andere kant zijn er natuurgebieden waar beheerders vele jaren hebben gewerkt aan het behoud of de terugkeer van bepaalde flora- en faunasoorten. Als zo’n deelgebied in vlammen opgaat, is al het werk voor niets geweest. En hoewel het vaak stiltegebieden zijn, worden er toch voorzieningen getroffen voor de brandweer. Rozeboom: „Daar werken wij zeker graag aan mee. De samenwerking met de natuurbeheerders is over het algemeen goed. Zij worden telkens wat roder en wij wat groener.”

1998

Toch moeten we accepteren dat de brandweer zo nu en dan gewoon niet in staat is een natuurbrand te blussen, zegt Ira Helsloot, hoogleraar ‘rampenbestrijding en crisisbeheersing’. „Omdat er veel dood hout in het bos ligt of omdat de brandweer de brand gewoonweg niet kan bereiken.”

Volgens Helsloot trok de brandweer in 1998 landelijk voor het eerst aan de bel. In die periode deed het moderne natuurbeheer zijn intrede. Dode en omgewaaide bomen, afgebroken takken en complete boomkronen werden niet langer opgeruimd, maar ‘teruggegeven’ aan de natuur. Een lusthof voor kevertjes en andere kriebelende wezentjes, broed- en schuilplaats voor vogels en zoogdieren.

'Het risico op een brand in de hedendaagse natuur is gewoon groter.'

Keerzijde van het verhaal is dat de kans op een natuurbrand niet alleen groter wordt, maar dat het vuur in een omgeving met veel dood (en dus droog) hout op de bodem veel sneller om zich heen kan grijpen. „De opmerkingen van de brandweer 21 jaar geleden waren terecht en dat zijn ze nog steeds. Het risico op een brand in de hedendaagse natuur is gewoon groter.”

Helsloot: „Dat is er zo nu en dan een stukje natuur in de fik vliegt, is niet zo erg. Is van alle tijden en hoort er eigenlijk wel bij. Het wordt een stuk ingewikkelder als er in of nabij deze belevingsgebieden campings zijn of mensen wonen. Bij een natuurbrand heb je wat meer tijd om te ontkomen dan bij een woningbrand, maar niettemin moeten campinggasten en bewoners heel nadrukkelijk en heel consequent worden geïnformeerd en geïnstrueerd. Wat moet je doen ingeval van een natuurbrand? En vooral ook: waar moet je heen? Een camping met één in- en uitgang kan echt niet. Wat als net die vluchtroute is geblokkeerd of wat als het vuur van die kant komt?”

Brandweer en Staatsbosbeheer doen een schouw in het Drents-Friese Wold. FOTO RENS HOOYENGA

Boeren

Evacuatieplannen zijn in de Drentse natuur nog een punt van aandacht. „Dat is de volgende stap”, weet Rozeboom. „We zijn als brandweer in gesprek met campinghouders. Wij kaarten het aan, geven adviezen, maar de campinghouder is primair verantwoordelijk voor de veiligheid van zijn gasten.”

En de tijd dat er bij een natuurbrand alleen naar de brandweer wordt gekeken, is volgens Helsloot voorbij. „Ook de samenleving moet zich voorbereiden op een grote natuurbrand. Het zou mij een lief ding waard zijn als bij het blussen structureel gebruik wordt gemaakt van boeren en loonwerkers. Met hun tractoren en met water gevulde giertanks kunnen ze overal komen. Qua kosten en effectiviteit is het heel wat efficiënter om boeren in te zetten dan allemaal ingewikkelde en dus dure brandweervoertuigen te bouwen.”

In vroeger jaren was het heel gebruikelijk dat boeren hielpen bij het blussen van natuurbranden. Ze werden ook betaald voor hun inzet. Het verhaal gaat dat zo nu en dan wel eens een vuurtje werd gemaakt om de inkomsten wat op te krikken. Tot zover de overlevering.

Wat niet is veranderd, is dat de mens, op een enkele blikseminslag na, de veroorzaker is van natuurbranden. Een achteloos weggegooide peuk of, zoals een jaar of wat geleden in het nationaal park Dwingelderveld, mensen die op een snikhete dag aan de rand van de heide gingen barbecuen. Iedere brandweerman of -vrouw weet dat verreweg de meeste natuurbranden worden veroorzaakt door ‘verknipte geesten’ die graag vlammen zien of hun ‘stempel’ willen drukken. En op die lieden hebben brandweermensen en natuurbeheerders geen grip, zeker niet op de grote, stille en gortdroge heide.

Water

Zonder water is de brandweer machteloos. Bij een grote brand is de hoeveelheid water in de blusvoertuigen niet genoeg. Her en der in het gebied zijn vaste tappunten. Daar zijn putten geslagen. Tot wel 80 meter diep om een krachtige waterdruk te garanderen. Maar er wordt ook gebruik gemaakt van het water in vennen, meertjes, sloten en eventueel kanalen. Bluswagens pendelen tussen brand en water

[firstName], je hebt net een artikel gelezen! Nu je hier toch bent, vragen we graag je aandacht voor het volgende:

Je hebt op dit moment een gratis account. En dat is natuurlijk prima. Je hebt daarmee toegang tot een belangrijk deel van het nieuws dat onze 100+ journalisten elke dag brengen, maar je mist nu wel veel. Zo kan je niet onbeperkt onze verdiepende LC+-artikelen lezen en heb je ook geen toegang tot onze digitale krant. Zonde natuurlijk! Daarom bieden we je graag een proefabonnement aan, zodat je kennis kan maken met alle interessante extra’s die je nu mist.

Onze LC+-artikelen bieden verdieping van het nieuws. Ook de extra's van de Leeuwarder Courant vallen onder LC+, zoals bijzondere columns en commentaren. Met trots gemaakt voor de lezers die willen weten hoe het écht zit. In tekst, foto en video leggen wij uit wat het nieuws betekent voor jou en jouw omgeving.

Bekijk proefabonnementen
Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement

Aanmelden LC-nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het belangrijkste nieuws