Leven tijdens een pandemie: 'Dit is een sociaal experiment'

. Illustratie: Ted Struwer

Een epidemie houdt de mensheid een spiegel voor, schrijft de Amerikaanse medisch historicus Frank Snowden. Dat gold voor de pest, tuberculose, de Spaanse Griep en nu ook voor corona. Maar wat zien we dan? Theatermaker Aukje Schaafsma: „Dit is een groot sociaal experiment”

Zeven miljoen en zeshonderdduizend mensen zaten maandagavond aan de buis gekluisterd. „Samen komen we deze moeilijke periode te boven”, beloofde premier Mark Rutte het volk. „Let een beetje op elkaar. Ik reken op u.”

De vrijdag ervoor waren de schappen met wc-papier leeg. Niet alleen in Nederland trouwens, overal ter wereld probeerden mensen controle te houden door te hamsteren. Ja, we doen dit samen, maar in de supermarkt of de drogist even niet. „Vanavond eten we tampons met tandenborstels, die waren er nog”, twitterde Mana Haas uit Rotterdam afgelopen woensdag.

„Toch zie je ook saamhorigheid, dat vind ik ontroerend”, zegt toneelschrijver Wessel de Vries. „En ik kreeg tranen in mijn ogen van de speech van Rutte. Het was even geen campagnetaal maar een duidelijk en eerlijk verhaal.”

Epidemieën zeggen iets over zwakke plekken

Epidemieën hebben een enorme invloed op ons sociale, politieke en artistieke leven, zegt de Amerikaanse medisch historicus Frank Snowden in het Amerikaanse blad The New Yorker . In zijn nieuwe boek Epidemics and Society: From the Black Death to the Present beschrijft hij hoe virussen en bacteriële infecties naties en continenten veroverden.

Ze veranderden samenlevingen en sociale verhoudingen, hadden effect op onze relatie met de omgeving en de natuur, en beïnvloedden het werk van kunstenaars en intellectuelen.

Bovendien hadden ze allemaal een eigen persoonlijkheid, schrijft Snowden. „Epidemieën zijn geen toevallige, grillige gebeurtenissen die ons zonder waarschuwing vooraf komen kwellen. Nee, ze zeggen iets over zwakke plekken. En als je ze bestudeert, leer je van alles over de sociale structuren, de politieke prioriteiten en de levensstandaard van de samenlevingen waarin ze toeslaan.”

Wie ben ik eigenlijk zonder mijn werk?

Kun je nu al voorzichtig concluderen dat het Covid-19 virus ons leert dat niet alles ten dienste van de mensheid staat?

„Ja, je ziet veel boze mensen”, zegt Wessel de Vries. Vakanties gaan niet door, het Europees Kampioenschap voetbal is uitgesteld, en een gezin met twee kleine kinderen dat afgelopen zaterdag nog in het vliegtuig naar Afrika stapte keerde twee dagen later alweer voor goud geld via Abhu Dabi en Parijs terug naar huis.

Zelfs kleine dingen zijn anders. Als je nu een televisieserie bekijkt waarin mensen elkaars handen schudden en in cafeetjes zitten denk je onwillekeurig: ‘O ja, dat kon toen nog’.”

„Ineens zitten we met z’n allen in een sociaal experiment”, denkt theatermaker Aukje Schaafsma. „Iedereen is op zichzelf teruggeworpen en als je baan ineens wegvalt ga je toch denken: wie ben ik eigenlijk zonder mijn werk?”

Ook frappant: op de snelwegen stonden maandag ineens 100 kilometer-borden. Ze hadden niks te maken met de corona-uitbraak maar leken toch ook te zeggen: we doen met zijn allen een stapje terug, zegt Schaafsma. „Het lijkt bijna alsof de natuur in de vorm van een piepklein virus aan het terugvechten is. Daar winnen we natuurlijk nooit van. Sterker nog; we zijn zelf natuur.”

Vorige week maaide ze het gras. Dit weekend zag ze het letterlijk weer aangroeien. „Daar had ik vroeger nooit tijd voor.”

Bijna alles is anders. De lessen aan de Toneelacademie Maastricht, waar ze haar onderwijsbevoegdheid voor scholen wil halen, volgt ze nu online. Een Belgische klasgenoot, die al een week langer met strikte coronamaatregelen leeft, vertelde dat het „niet te geloven is wat afzondering psychisch met je doet”. „Hij heeft geen relatie, zit al een week alleen binnen, en wordt steeds somberder. Hij zei ook; de schoolopdrachten zijn ineens helemaal niet meer relevant.”

De Vries: „Ik had volgende week eigenlijk een première en een deadline voor een nieuw stuk, maar het komt allemaal tot stilstand. Echt ongekend.”

Sommigen onderschatten de crisis nog steeds

Alles wat eerst belangrijk leek, vervaagt inderdaad, zegt een twintiger uit Leeuwarden die een bijbaantje heeft bij het callcenter van het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) waar de Nederlandse bevolking met coronavragen terecht kan.

Sommige vragenstellers onderschatten de crisis nog steeds, merkt hij. „Dan zeggen ze: ‘Ja, ik weet dat je thuis moet blijven als je verkouden bent, maar ik heb alleen maar een beetje pijn in mijn keel. Dan mag ik toch wel naar buiten?’” Als hij vervolgens vertelt dat ze zich echt aan de regels moeten houden, merkt hij dat ze eigenlijk niet willen luisteren.

Mensen willen ondanks alles de controle over hun eigen leven houden, denkt hij. En sommigen, die wel de ernst van de crisis voelen, barsten in tranen uit. „Laatst nog belde een vrouw met een kleintje van 5. Alles wees erop dat haar kind besmet was. Dat realiseerde ze zich tijdens ons gesprek en toen schoot ze vol.”

Hij wil graag lief zijn maar de tijd is beperkt. ,,Soms staan er wel tachtig mensen in de wacht. Dus dan zeg ik: ‘U kunt hierna altijd de speciale luisterlijn bellen’.”

Ondertussen probeert hij zijn eigen emoties zoveel mogelijk buitenboord te laten. „Al is het allemaal wel heel bizar. Ik plande mijn schoolwerk altijd in termijnen van een half jaar, maar nu kijk ik niet verder dan drie weken vooruit. En toch is alles nu ook fascinerend. Over twintig jaar kijken we hierop terug en denken we: what the fuck.”

Aukje Schaafsma: „De zus van mijn vriend werkt in de fruithandel. Een Pakistaan met wie ze zaken doet moest bijna lachen om onze paniek. Hij zei: ‘Jullie hebben dit misschien nog nooit meegemaakt maar ziekte en dood zijn onderdeel van ons leven. In Pakistan is alles altijd relatief’.”

Epidemieën houden ons een spiegel voor

Leren we van ons nieuwe virus dat niet alles maakbaar is? Dat we kleiner zijn dan we dachten? Epidemieën en pandemieën zoals nu de corona-uitbraak houden ons een spiegel voor, zegt schrijver Frank Snowden in . „Ze laten ons zien wie we werkelijk zijn. Ze confronteren ons met de manier waarop we naar onze sterfelijkheid, de dood en onze levens kijken.”

En als je erop voorbereid wilt zijn, denkt hij, moet je je realiseren dat we er met z’n allen middenin zitten. „Dat alles wat een mens waar dan ook ter wereld raakt, effect heeft op alle anderen elders. En dat we, los van ras en etniciteit en sociale status onvermijdelijk onderdeel zijn van een en dezelfde soort.”

Ondertussen schreef de Vlaamse theatermaker Julie Cafmeyer woensdag in de krant De Morgen een column over de coronaquarantaine van de Belgen. Een vriend van haar bekende dat hij ineens beseft dat hij al jaren opgejaagd leeft en nu gelooft dat hij van de crisis kan leren. „Ik droom al enkele nachten over de schone lucht in China”, zei hij. „Ik droom over paradijsvogels, kolibries en toekans die euforisch in een blauwe lucht vliegen. Ik droom over mensen die weer ademen. Ik moet de hele tijd denken aan die zin van Camus: ‘Middenin de winter begreep ik eindelijk dat in mij een onoverwinnelijke zomer huisde’.”

Leren wat echt belangrijk is

Het lijkt wel zondag. Dat dacht Henk de Vos, gepensioneerd hoogleraar sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, de laatste dagen als hij op straat liep. De zon scheen. Hij was omgeven door wandelende, fietsende, hardlopende mensen. Dat had iets gezelligs.

Maar de werkelijkheid is niet zo gezellig. De coronacrisis blijkt bij vele retailklanten lage sentimenten los te weken. Rijst? Op. Brood? Op. Paracetamol? Op. Ergens in dit land moeten de kasten en de kelders uitpuilen van het wc-papier. Maar op de vraag waaróm mensen in vredesnaam gaan hamsteren, terwijl er genoeg is voor iedereen, weet zelfs de socioloog het antwoord niet.

,,Bij zoiets ingrijpends als een pandemie raakt een relatief klein deel van de bevolking in paniek en gaat inslaan, anderen zien de lege schappen en gaan dat ook doen. En zo krijg je een proces dat zichzelf versterkt. Ik denk dat het op den duur wel weer over zal gaan. Maar als er veel mensen ziek worden en de bevoorrading gaat haperen, krijg je een ander probleem.’’

Soms lijkt het alsof we van de ene week op de andere in een sciencefictionfilm zijn gestapt. De wereld is in de war. We moeten aan sociale onthouding doen. Hoest daar iemand? Kom niet te dichtbij! Henk de Vos is opa van vijf kleinkinderen die hij met enige regelmaat ziet, maar nu niet. Stel dat dit een half jaar duurt, dacht hij onlangs. Dan zie ik ze een half jaar niet!

Eenzaamheid is een ziekmakend fenomeen

Eenzaamheid is zijn onderzoeksgebied. Veel ouderen, verstoken van bezoek omdat ze tot de kwetsbare groep behoren, dreigen nu te vereenzamen. Eenzaamheid, weet hij is een letterlijk ziekmakend fenomeen. ,,Maar we hebben een maatschappij laten ontstaan waarin eenzaamheid een normaal verschijnsel is geworden.’’

De vraag werpt zich op wat sociale distantie met de samenleving doet. Leidt die afstandelijkheid tot wantrouwen?

,,Ik zou dit eerder kenschetsen als voorzichtigheid. We hadden in de middeleeuwen ook epidemieën, de wetenschap was toen nog niet ontwikkeld, waardoor mensen heel rare gedachtes kregen over ziektes, die een straf van God zouden zijn. Dat is wantrouwen.’’

Bruce Aylward, leider van de WHO-missie in China, stelt dat de wereld toe moet naar een andere mindset. Maar of we door deze crisis uiteindelijk allemaal echt anders gaan denken – Henk de Vos is daar niet zo van overtuigd. Anders was het wel eerder gebeurd.

,,Zo’n grote gebeurtenis als dit leert ons twee lessen. De eerste is dat we allemaal van elkaar afhankelijk zijn. En de tweede is dat we een sterke overheid nodig hebben. Dat laatste zijn we in de loop van de afgelopen veertig jaar uit het oog verloren. Het is een les die we na 2008 hadden moeten leren. Dat een kleine overheid, deregulatie, privatisering en marktdenken ons in een financiële crisis stortten. Die crisis had echter het merkwaardige gevolg dat de VVD, de partij die juist die waarden propageert, de grootste partij werd in Nederland. Terwijl de les had moeten zijn: we hebben een sterke overheid nodig. Deze coronacrisis kan ertoe leiden dat dat besef er alsnog komt.’’

Het mes snijdt aan twee kanten, zegt hij. De crisis brengt ook goeds. Solidariteit, creativiteit. En misschien, hoopt hij, inzicht in wat echt belangrijk is. ,,Als we nog langer in sociale onthouding leven, misschien leren we dan hoe belangrijk het is om met mensen om te gaan, ze te zien en ze te omhelzen en een borrel met ze te drinken.’’

home
net-binnen
menu