De terrormier, de monsterwesp, de jeukrups en de reuzenteek. Kunnen we de plaag- en jeukbeestjes nog vermijden? Waarschijnlijk is het nog maar een voorbode van wat ons nog te wachten staat.

Durft u er nog op uit? Of kijkt u wel uit om onder eikenbomen door te fietsen, waar de brandharen van de eikenprocessierups dwarrelen? En om door hoog gras te lopen, waar teken op de loer liggen om aan te vallen? U kunt zich natuurlijk wapenen door de korte broek thuis te laten en kleding te dragen die armen en benen bedekken. En u zou voor de zekerheid een rolletje schilderstape kunnen meenemen om rupshaartjes direct van uw huid te verwijderen.

O ja, niet vergeten: bij thuiskomst checken of u een tekenbeet hebt opgelopen. Vooral de lies, knieholte, oksel en bilnaad zijn favoriet bij dit beestje, dat de ziekte van Lyme kan overbrengen.

,,Deze ‘gewone’ teek is eigenlijk een stuk gevaarlijker dan de reuzenteek die sinds kort in Nederland wordt gezien’’, zegt Peter Koomen, conservator van het Natuurmuseum Fryslân in Leeuwarden en voorzitter van de landelijke Vereniging voor Entomologie – zeg maar de vereniging van insectenliefhebbers. ,,De gewone teek is klein en kan onopgemerkt blijven. Bovendien brengt de reuzenteek nog geen ziekte van Lyme over, al kan hij dat op den duur wel gaan doen.’’

loading

Opwarming van de aarde

Dat er allerlei plaagdieren bijkomen die vroeger niet in Nederland voorkwamen, komt mede door de opwarming van de aarde. Als dat proces doorgaat, kunnen we onze borst nog nat maken. Koomen voorspelt de opmars van schorpioenen, duizendpoten van meer dan 10 centimeter en termieten, die zich door houten schuurtjes en boekenkasten heen vreten.

,,Ze komen allemaal deze kant op. Niet op korte termijn, maar over een jaar of vijftig toch wel. In breder verband is deze verandering al gaande sinds de ijstijd, tienduizend jaar geleden. Nederland werd toen redelijk steriel afgeleverd. Vanuit het Middellandse Zee-gebied trokken eerst beestjes naar het Noorden die goed tegen kou konden. Daar komen steeds weer andere bij nu het warmer wordt. Neem de tijgerspin. Die kwam in de jaren tachtig naar Nederland, eerst in Zuid-Limburg. Sinds 2005 zit hij ook in Friesland en een paar jaar later bereikte hij de Waddeneilanden. In dertig jaar tijd heeft hij zich van Zuid- naar Noord-Nederland verplaatst.’’

Overigens hebben beestjes als de Aziatische hoornaar en ook het mediterrane draaigatje, oftewel de terrormier, niet uit eigen beweging koers gezet naar Nederland. ,,Ze zijn hier gekomen door toedoen van de mens, vaak door transporten’’, zegt ecoloog Chris Smit van GELIFES, het Groningen Institute of Life Sciences van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). ,,Zo gaat dat met veel meer dieren; laatst zat er nog een Chileense vogelspin in een bakje druiven bij Albert Heijn. Het is vervolgens de vraag of zo’n dier hier kan overleven en zich voortplanten. En dan helpt het warmere weer wel.’’

loading

Nare muggen

De terrormier is het in ieder geval gelukt. Het insect leeft in grote kolonies en kan lelijk bijten. Een remedie is er nog niet tegen.

In feite is ook de overlast van de eikenprocessierups volgens Smit aan de mens te wijten. ,,Die rups is hier al een poos, maar veroorzaakt in het bos weinig last. Zitten ze echter in één eik op een verder leeg grasveld, dan is er meer hinder. Dat komt doordat er niet genoeg natuurlijke vijanden zijn, zoals koolmezen. En dat ligt weer aan de manier waarop de bebouwde kom is ingericht.’’

Qua muggen zijn er de afgelopen tijd ook wat nare exemplaren bij gekomen. Zo vliegt in Nederland tegenwoordig de molestusmug – bijnaam supermug – rond. Het insect lijkt op een normale huissteekmug, maar blijft de hele winter door steken. En hij kan volgens Koomen ook nog eens virussen als het westnijlvirus overbrengen. ,,In Nederland is de kans nog steeds heel klein dat je dat krijgt, maar je kunt er donder op zeggen dat het er in de toekomst aan zit te komen. Of mensen nu bang moeten worden? Och, mensen zijn moeilijk uit te roeien, hoor. Maar vervelend kan het wel zijn.’’

Meer mensen

Volgens K oomen neemt het aantal vervelende ervaringen in de natuur sowieso toe, doordat er simpelweg meer mensen in Nederland zijn gekomen en juist minder natuur. ,,Meer mens per stukje natuur dus. De kans dat er dan iets fout gaat, is groter. Bovendien: vroeger haalde je het niet in je hoofd om halfnaakt de natuur in te gaan, zoals mensen nu wel doen. Dan vráág je om een tekenbeet. En als je je fiets tegen een boom zet vóór een ingang van een nest hoornaars, kun je worden aangevallen. Normaal gesproken doen hoornaars helemaal niets. Ze zien er alleen dreigend uit met hun lichaamslengte van zo’n 2 centimeter.’’

Al met al doen we het allemaal zelf, menen de deskundigen. Zowel de klimaatverandering als het mee-transporteren van uitheemse diersoorten. En het is niet allemaal kommer en kwel: volgens Koomen zou het zomaar kunnen dat de teek over een paar decennia juist níet meer in Nederland voorkomt, omdat het hem tegen die tijd hier te heet onder de voeten is geworden. ,,De tijd zal het uitwijzen.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct