Kleine jongens, grote messen

Friese orthopedagoog Jelle Drost: opgefokte jongens hebben de juiste begeleiding nodig

Kleine jongens, grote messen

Steeds kleinere jongens dragen steeds grotere messen, en steken ermee zonder te beseffen wat ze doen. Een harde aanpak of een messenverbod biedt weinig soelaas, zegt de Friese orthopedagoog Jelle Drost. Kwetsbare, opgefokte jongens hebben de juiste begeleiding nodig.

Ze staan erbij alsof het winkelplein in Vinkhuizen, guur, donker en leeg, een prima plek is om een winteravond te spenderen. Vier jongens in een kringetje tussen de Aldi en de Albert Heijn. 13, 14 jaar zijn ze. Op hun jassen prijkt North Face, op hun trainingsbroeken het logo van voetbalclub Paris Saint-Germain. Ze dragen elk twee broeken.

,,Kijk’’, wijst er eentje verklarend op zijn dubbele broekband. ,,Zo verstop je een mes. Hiertussen. Heel makkelijk.’’

Iedereen heeft ‘wat op zak’, verzekeren de jongens. Ja, zijzelf niet hoor. Nee, serieus niet. Maar iedereen die ze kennen wel. Zoals die Groningse jongens die gemaskerd en met vervormde stem hun armlange machetes (kapmessen) lieten zien aan televisiemaker Danny Ghosen in het NTR-programma Danny op Straat.

,,Die ken ik allemaal’’, zegt de grootste van de vier. Er klinkt zowel vertrouwelijkheid in zijn toon als iets van bravoure.

Wat vinden ze daar nou van, dat iedereen met messen loopt? ,,Da’s normaal.’’

Waarom dan? ,,Voor protectie.’’

Bescherming tegen wie? ,,De anderen’’ Een tengere knul met ernstige ogen zegt: ,,Snap je, je kunt niet het risico lopen dat jij de enige bent met niks op zak.’’

Zo zit de wereld in elkaar

Iedereen heeft een mes omdat iedereen een mes heeft. Zo zit de wereld voor veel Groningse jongeren in elkaar. Ze wonen niet alleen hier in Vinkhuizen, maar ook in de naburige wijken Paddepoel en Selwerd, in Beijum en Lewenborg, zelfs in Haren en Helpman. Vooral Vinkhuizen (‘43’, naar de laatste cijfers van de postcode van de wijk) en Paddepoel (‘42’) clashen regelmatig.

Aartsvijanden die zich met grof wapengeweld tegen elkaar menen te moeten beschermen. In Groningen, en overal in Nederland - van Achtkarspelen tot Assen tot in Amsterdam.

Op een schoolplein aan de Vaargeul in de Groningse wijk Lewenborg werd in de nacht van 3 op 4 september de 19-jarige Chris doodgestoken. Twee jongens van 17 jaar en een meisje van 18 jaar zitten sindsdien vast.

Diezelfde dag hield politierechter Monte van Capelle een donderpreek in de rechtbank in Assen. Daar stond een 19-jarige Groninger terecht omdat hij bij een ruzie een jongen in zijn arm stak. Van Capelle: ,,Het loopt de spuigaten uit. Mensen hebben een mes voorhanden alsof het een telefoontje is en gebruiken dit ook. Want dát krijg je ervan. Mensen die zich ook maar even in het nauw gedreven voelen, gebruiken het mes.’’

Op 29 december overmeesterde de eigenaar van snackbar De Boslaan in Emmen twee overvallers van 12 en 13 jaar oud. De jongens hadden twee grote slagersmessen bij zich. De jongens worden kleiner, hun messen groter. Hoe zijn ze te stoppen?

Messentrekkers met licht verstandelijke beperking

Orthopedagoog Jelle Drost van de RUG werkt ruim dertig jaar in jeugdgevangenissen. Hij heeft er jongens leren kennen - ‘mijn jongens’, noemt hij ze steevast - met vreselijke dingen op hun kerfstok. Jongens die beroven, mishandelen, misbruiken en steken.

Iedereen kent het stereotype over dat soort jongens: dat ze uit arme families komen waar het niet direct overliep van de liefde, aandacht en opvoedkundige vaardigheden. Het is op zich niet onwaar, zegt Drost, maar het is ook niet het hele verhaal. ,,Dit zijn symptomen. Daar staart de maatschappij zich veel teveel blind op. Het echte probleem is vaak een licht verstandelijke beperking.’’

Drost heeft ook naar dat televisieprogramma gekeken, Danny op straat. Met kromme tenen. Hij zag hoe presentator Ghosen vijf jongens overhaalde hun wapens te laten zien. Hij zag de tieners met machetes pronken, grif toegeven dat ze wel eens gestoken hadden en pochen dat ze prima zouden kunnen leven met moord op hun geweten. Bivakmutsen en maskers moesten hen onherkenbaar maken, maar het duurde geen week of ze zaten allemaal vast.

,,Dit waren dus typisch mijn jongens’’, zegt Drost, vol overtuiging én verontwaardiging. ,,Je ziet het meteen. Ze kicken op aandacht en daar is misbruik van gemaakt. Hier is over hun rug sensationele tv gemaakt. Denk je dat ze overzien wat de gevolgen zijn? Dat ze opgepakt zouden worden, dat die beelden over tien jaar nóg op internet staan?’‘

Licht verstandelijke beperking

Van een licht verstandelijke beperking (LVB) zie je aan de buitenkant niets. Naar schatting zijn er zo’n 2,5 miljoen Nederlanders met een LVB, wat wil zeggen dat hun IQ ergens tussen de 50 en de 85 ligt. ,,Ze hebben moeite met plannenmaken voor de lange termijn, kunnen niet met geld omgaan. Ze overzien niet wat ze aan het doen zijn’’, typeert Drost.

Voor de goede orde: Drost wil niet beweren dat álle jonge messentrekkers met een licht verstandelijke beperking kampen. Maar uit onderzoek weet hij dat het een factor van betekenis is. Een derde van alle jonge veelplegers zit ermee; een hoofd dat extra moeite heeft met de complexiteit van school en maatschappij, maar tegelijk hebben ze een stoere façade die niets van die worsteling prijsgeeft.

Daardoor heeft de buitenwereld weinig geduld voor hen. ,,Ze wekken de indruk dat ze alles heel goed snappen, hoewel ze dat eigenlijk niet doen’’, zegt Drost. ,,Van die 2,5 miljoen LVB’ers zitten er maar zo’n 400.000 in de zorg. Als deze groep meerdere ingrijpende dingen achter elkaar meemaakt, zoals een scheiding of overlijden in de familie, loopt de kans op gedragsproblemen gierend omhoog; dan moet je er meteen hulpverlening opzetten. Dat dat niet gebeurt, irriteert me mateloos.’’

Wat in zekere mate voor alle pubers geldt, omdat hun brein nog niet helemaal is volgroeid, daarvan hebben jongeren met een LVB veel meer en blijvend last. Ze overzien de gevolgen van hun handelen niet. En ze zijn kwetsbaar voor criminaliteit en verslavingsproblematiek, omdat ze extra impulsief zijn en gemakkelijk te beïnvloeden. Bijvoorbeeld door drillrapvideo’s waarin gemaskerde jongens dreigend met messen zwaaien.

Wapengebruik kan nooit door de beugel

Daniëlle Laanstra, bij de Politie Noord-Nederland bezig met jeugd en gezinszaken, ziet hoe graag pubers zich identificeren met stoere types op internetkanalen als YouTube. ,,Ze realiseren zich daarbij niet dat die wereld niet de waarheid laat zien.’’ Met rap is op zichzelf niets mis, benadrukt Laanstra. ,,Het is muziek, een expressievorm. Maar bepaalde onderdelen van die video’s moeten wel worden begrensd. Wapengebruik, dat kan nooit door de beugel.’‘

Laat het in drillrapvideo’s nou juist om die wapens draaien. De muziek klinkt donker en monotoon, de teksten gaan over het leven op straat. De artiesten bedreigen hun vijanden en laten daarbij letterlijk zien wat ze in huis hebben. In de VS, waar het genre ontstond, zijn dat vaak vuurwapens; in het Verenigd Koninkrijk en Nederland messen. Ook in Groningen zijn meerdere drillrapcollectieven actief.

Bij de geweldsincidenten van de afgelopen maanden spelen sociale media, zoals Snapchat en Instagram, een belangrijke rol. ,,Als je daar iets post, bereik je een groot publiek. Je bericht wordt geliked en krijgt opmerkingen’’, legt Laanstra uit. Met andere woorden: je bent gezien, met je grootspraak en je dreigementen. ,,De volgers verwachten daarna ook dat je het waarmaakt. Die druk is heel groot.’’

Middelbare school

Aan ouders gaat deze hele online wereld doorgaans voorbij, weet Laanstra. Zodra hun kind naar de middelbare school gaat en een eigen mobiele telefoon krijgt, verliezen ze het overzicht. ,,Ze zijn niet meer op de hoogte van vriendschappen, weten niet waar hun kind uithangt.’‘ Bij huiszoekingen door de politie schrikken sommige ouders zich rot als het matras van zoonlief wordt opgetild en er allerlei wapens onder blijken te liggen.

Voor de duidelijkheid: we hebben het nu niet alleen over de spreekwoordelijke families Flodder. Ook in gezinnen met hoogopgeleide tweeverdieners kan de sociale controle over en het contact mét de puberkinderen volkomen ontbreken.

Jelle Drost typeert dat, met onverholen afkeer, als de ‘koelkastopvoeding’: kind komt uit school in een verlaten huis en vindt alleen briefje op de koelkast en een opwarmmaaltijd in de vriezer. ,,In zulke gezinnen zie je materiële verwenning, maar verder worden de kinderen volkomen aan hun lot overgelaten’’, zegt Drost. ,,Zo krijg je prinsjes en prinsesjes die geen grenzen kennen.’’

De jeugdagent en de orthopedagoog zijn er allebei van overtuigd: om jongeren uit hun duistere, dreigende wereld van vijanden en protectie weer terug te trekken in de échte wereld, zijn goede, betrokken ouders keihard nodig. ,,Of een docent, of desnoods een sportheld’’, suggereert Laanstra. ,,Iemand met een voorbeeldfunctie, die met ze praat en zegt: joh, doe jij even normaal.’’

Voor jongeren met een licht verstandelijke beperking geldt in het bijzonder dat ze anders benaderd moeten worden, betoogt Drost. ,,Stop als maatschappij ze te overvragen, want dat is echt een vorm van kindermishandeling’’, zegt hij. ,,Focus in plaats daarvan eens op waar ze wél goed in zijn: hun enthousiasme, directheid, vriendelijkheid. Geef ze iets positiefs te doen waar ze een kick uithalen.’’

Koen Schuiling had als kind ook een mes

Burgemeester Koen Schuiling van Groningen moet dezer dagen wel eens denken aan de tijd dat híj een jongen met een mes was. Hij groeide op in de Oosterparkwijk en net als al zijn buurjongens bezat hij een klein, inklapbaar zakmesje. ,,Vonden we hartstikke stoer’’, herinnert hij zich. ,,We speelden er buiten landjepik mee.’’

Nu is Schuiling burgemeester van een stad waar de ene tiener de andere doodsteekt. Zomaar, omdat ze een fittie hebben, omdat groepen in verschillende wijken niet voor elkaar onder willen doen, of omdat iets verkeerds is gepost op Snapchat. ,,Jongetjes van 12, 13, soms maar 10 jaar’’, zegt Schuiling. ,,Zo koel als maar kan, alsof ze nergens een stemmetje hebben dat zegt ‘dit klopt niet’.’’

Veel van zijn collega’s uit andere steden riepen afgelopen jaar om een messenverbod voor minderjarigen. Schuiling zelf is daar niet op tegen, maar hij verwacht er ook geen wonderen van. ,,Je kunt preventief fouilleren en scholen uitrusten met metaaldetectiepoortjes. Maar een messenverbod is uiteindelijk een vorm van symptoombestrijding.’’

Gevoel van onveiligheid

Het Groningse stadsbestuur pakt liever de wortel van de problemen aan. ,,Die jongens hebben een enorm gevoel van onveiligheid’’, zegt wethouder Isabelle Diks (GroenLinks). ,,Ook thuis, want het zegt wel iets als zo’n jongen ‘s avonds laat liever op straat scharrelt dan in z’n bed ligt.’’

Groningen telt een handvol problematische jeugdgroepen, met enkele tientallen leden - de precieze aantallen fluctueren. Sommigen bewegen op straat, anderen zijn meer online actief. De ene groep is belust op wapens, de ander heeft meer met drugs. De gemeente heeft ze in beeld en doet haar uiterste best ze uit elkaar te laten vallen, zegt Diks.

,,Er zit een structuur in die groepen. Iemand speelt de baas. Daar omheen zit een schil kameraden. En dan heb je de meelopers’’, typeert de wethouder. ,,Ons beleid is erop gericht in eerste instantie die meelopers los te weken. Kijken of ze toch naar school willen, of richting een baan.’’ Tegelijkertijd worden de groepsleiders aangepakt, om hun invloed op de andere jongeren te verkleinen. Zo valt, dat is althans de bedoeling, zo’n groep uit elkaar.

Er is op die manier al met een paar Groningse bendes afgerekend, zeggen Schuiling en Diks. Maar celstraffen zijn relatief kort. Een leider duikt op enig moment op een andere plek in de stad weer op.

Zijn ze nog te redden?

Is er eigenlijk wel een beginnen aan? Moet je niet concluderen dat de zware gevallen simpelweg niet te redden zijn? Diks veert op, zegt gedecideerd: ,,Nee! Ik zit in politiek vanuit idealisme. Ik ga ervan uit dat er voor iedereen kansen zijn. Een tweede, een derde, een veertiende keer. Er moeten altijd kansen zijn. Ik kan niet leven met het beeld dat je sommige mensen laat gaan.’’

De wethouder heeft niet alleen jeugdhulp, maar ook armoede- en schuldenbeleid in haar portefeuille. ,,Die dingen hebben alles met elkaar te maken. Armoede en schulden kunnen tot enorme stress leiden in het gezin, tot huiselijk geweld ook.’’

Problemen die niet alleen voorkomen in armlastige gezinnen maar in alle lagen. ,,We zien ook gezinnen in problemen omdat een bedrijf niet goed gaat. We zijn nu ook bang voor een golf aan faillissementen omdat er door corona zo’n plotse terugval in inkomsten is voor velen. We kennen gevallen waar de dure auto nog voor de deur staat en mensen toch hier aankloppen voor inkomensondersteuning.’’

Belangrijk onderdeel van het nieuwe armoedebeleid is dat de gemeente schulden grotendeels overneemt of ze kwijtscheldt. Diks verwacht er veel van. ,,Schulden verdwijnen natuurlijk niet ineens als in een sprookje. Maar we kunnen wel de last die op schouders drukt verminderen.’’

Hulp is nu te versnipperd, erkent de wethouder. WIJ-teams, kinderbescherming, politie, openbaar ministerie en reclassering werken vaak langs elkaar heen. ,,Vaak worden alleen de eigen to-dolijstjes afgewerkt, zonder daarbij de vraag te stellen: hebben we nu een kind geholpen?’’

Soms wel veertien hulpverleners op één gezin

Een ‘ketenregisseur’ moet korte metten maken met die versnippering, en erop toezien dat verschillende gemeentelijke afdelingen zo met elkaar samenwerken dat ieder gezin de zorg krijgt die het nodig heeft - niet minder en niet meer. ,,We jagen soms wel veertien hulpverleners op één gezin af, allemaal vanuit hun bevoegdheid’’, zegt Diks. ,,Ik bal dat liever samen in drie mensen die samen meer macht en kracht hebben.’’

Daarnaast moet het ‘informele netwerk’ sterker worden. ,,Hoe organiseer je meer ontmoetingen in de buurt, dat mensen elkaar meer spreken en ook aanspreken’’, verduidelijkt Diks ,,Het leven wordt leuker als je je met elkaar bemoeit in een straat, dat moeten mensen gaan ervaren.’’

Amsterdamse taferelen

De jeugdaanpak-Groningse-stijl vergt nogal wat. Het duurt gemiddeld 18 maanden voordat een jongerengroep uit elkaar valt, en aan intensieve begeleiding hangt een aardig prijskaartje. Schuiling en Diks hebben het er graag voor over; alles om Amsterdamse taferelen – een groot crimineel circuit waar de overheid nauwelijks meer grip op heeft – te voorkomen.

Nu kan dat nog, denkt burgemeester Schuiling; in vergelijking met andere grote steden is de situatie in Groningen te overzien. ,,Laatst sprak ik Femke Halsema (burgemeester van Amsterdam, red.). Daar keren kinderen zich helemaal af van de overheid. Dat willen we voorblijven.’’

Maar ook hier is wantrouwen in de overheid een complicerende factor. Schuiling: ,,Wij horen het ook. Als de overheid aanbelt, zijn mensen op hun hoede. Uitkijken, als we ons omdraaien is de bank weg, want nog niet afbetaald. En de televisie ook.’’ Diks: ,,Of je kind…’’

De burgemeester en wethouder denken dat een ouderwets, laagdrempelig soort jeugdwerk kan helpen. De stad krijgt twee extra jeugdboa’s, waardoor het totaal op zes komt. En er komen extra jongerenwerkers. . ,,Ik geloof enorm in wat vroeger ‘straathoekwerk’ heette’’, zegt Diks. ,,Mensen die heel goed begrijpen wat er in die hartjes en koppies gebeurt, en de straattaal spreken.’’

,,Ik wil niet zeggen dat vroeger alles beter was, maar dat platte, heel gewone jeugdwerk wordt gemist’’, vindt ook Schuiling. ,,Mensen die je niet afrekent op hun uurtjes, maar die er gewoon staan. Ze weten precies wie de kinderen zijn, en de kinderen voelen zich veilig bij hen. Een club als de Roege Boys (zie kader) is daar een prachtig voorbeeld van.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct