Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer: 'Ik kwam niet op voor de kinderen die mijn vriendin pestte'

Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer: ,,Ik heb bij mezelf een soort faalangst gekweekt." Foto: Hollandse Hoogte/Malou van Breevoort

Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer heeft in het bijzonder te doen met kinderen die worden gepest. Zelf had ze er geen last van, maar ze heeft genoeg meegemaakt om goed met kinderen te kunnen ‘levelen’. ,,Ik durf direct te zijn, niet te omzichtig."

Het huis van Margrite Kalverboer (59), randje Groningen-centrum, is een belevenis. Al is het maar vanwege een open haard die honderden jaren oud is en tot voor kort op 1,70 meter hoogte zat, verstopt achter een laag stucwerk. Het is een van de verrassingen die horen bij een woning waarvan de oudste delen uit 1600 stammen.

Wat een bijzondere plek, zo midden in de stad. Wist u waaraan u begon?

,,Ik had geen idee. Toen ik het kocht, was alles gestuukt. De vorige eigenaar had hier een jaar of veertig gewoond en de ene na de andere laag op de muur aangebracht.”

Had u het huis al lang in het vizier?

,,Nee. We woonden 25 jaar lang in een fijne nieuwbouwbuurt. Met onze twee zonen Fedde en Wybe en de hond King. Maar mijn man Ate is in dat huis ziek geweest en overleden, en daarna voelde ik het verdriet, de beladenheid, steeds meer in mijn buik als ik naar binnen ging. Ik zou dit huis nooit op voorhand hebben gekozen, maar het kwam op mijn pad. Met de erfenis van mijn schoonmoeder hebben mijn zoons elk ook een deel kunnen kopen.”

Was dat het plan, dat uw zoons naast u kwamen wonen?

,,We hebben dit zo gedaan vanwege het overlijden van Ate. Als je hetzelfde verlies hebt gekend, kun je heel goed met elkaar samenleven zonder dat je het er de hele tijd over hoeft te hebben.”

U kunt goed met kinderen communiceren, begrijp ik.

,,Ja, dat ervaar ik wel zo. Ik heb veel gepraat met gevluchte kinderen en kinderen in jeugdgevangenissen. Ik kan goed met ze levelen. Ik durf direct te zijn, niet te omzichtig. Ik kom bij zo’n kind niet alleen iets halen, maar ook brengen. Als je alleen maar komt vragen, heeft dat iets voyeuristisch.”

Hoe werkt dat in de praktijk?

,,Ik luister vooral en eerst naar de visie van kinderen zelf. Letterlijk, door met ze te praten. Niet alleen over hun problemen, maar vooral over hun gewone leven. Kinderen geven altijd iets terug dat niet in andere onderzoeken naar boven komt. Zo sprak ik een paar weken geleden met jongens die in jeugddetentie zaten, geen lieverdjes.

Ze vertelden dat het afpakken van televisie, als ze voor straf op cel moesten zitten, alleen maar voor meer problemen zorgt. Van vier dagen naar een muur staren word je gek, angstig. Ik heb dat teruggegeven aan de directie, die het net als ik een eyeopener vond.

En we hebben net een onderzoek afgerond naar ‘passend onderwijs’, waarbij kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte meedoen in de klas. Uit die enquêtes en diepgaande gesprekken met die kinderen zelf bleek dat het onderwijs tekortschiet als de problemen te complex worden.”

Heeft u als kind te maken gehad met onrecht? Zit er een drive van vroeger in wat u nu doet?

,,Misschien wel. Als er één groep is waar ik mee te doen heb, dan zijn dat kinderen die worden gepest. Ik heb daar zelf nooit last van gehad, maar een vriendinnetje vroeger was een echte pestkop. Waar ik me als kind schuldig over voelde, was dat ik niet opkwam voor de kinderen die door haar het leven zuur werd gemaakt. Ik was bang dat zij zich tegen mij zou richten. Een soort lafheid. Dat vriendinnetje was natuurlijk méér dan alleen een pester, dus dat maakte het ook ingewikkeld.”

Welke invloed heeft de lockdown eerder dit jaar gehad op kwetsbare kinderen?

,,Die is anders dan ik had gedacht. Met een deel van de kinderen die met jeugdzorg te maken hadden, ging het beter dan vóór Covid. Dat kwam doordat de jeugdzorg vanwege de lockdown minder kon doen, en er minder behandelaars om zo’n kind en het gezin heen stonden.”

Is er te veel jeugdzorg?

,,Soms. Om een bizar voorbeeld te geven van overorganisatie: ik sprak een moeder van een zoon met psychiatrische problemen. Die moest na de basisschool een speciaal traject volgen; daarna zou hij naar het gymnasium kunnen. De moeder zat met twintig mensen aan tafel om te besluiten naar welke school het kind zou gaan, en niemand van hen had het kind ooit gezien!”

Wat zegt dat?

,,Dat jeugdzorg op een manier is georganiseerd die niet in het belang is van kinderen. Het geldt niet alleen voor hen. Ik sprak een meisje met anorexia dat zeven behandelaars had: een kinderarts, een internist, een beeldend therapeut, een creatief therapeut, een kinderpsychiater, een orthopedagoog en een systeemtherapeut. Zelf wilde ze er twéé. Dat is wat we in Nederland doen: als we er niet uit komen, schalen we op en bemoeien nog meer lagen zich ermee.”

Covid maakt ons dus ook wijzer. Zijn er meer verrassingen?

,,Juist kwetsbare kinderen zagen voordelen. Degenen die al langer moesten thuiszitten voelden zich prettiger, omdat ze niet meer de enigen waren. Kinderen die werden gepest, waren even van de pestkoppen af. Maar vooral: kinderen kregen meer aandacht van hun ouders. Dat vinden ze belangrijker dan wat dan ook.

Maar bij jongeren die thuis veel spanning ervaren, was er meer ruzie. En er zijn kinderen van de radar verdwenen. We vermoeden dat een deel van hen is vertrokken naar de plek waar hun ouders als arbeidsmigrant vandaan kwamen.”

loading

Hoe is het om een publiek figuur te worden: van hoogleraar tot Nationale Kinderombudsman?

,,Ik heb het gemerkt met de zwarte-pietendiscussie, in 2016. Ik was kort in functie en sprak met kinderen die zeiden vanwege Sinterklaas al vanaf oktober buikpijn te hebben. Die kinderen gingen – ik vond dat ontroerend – zelf op zoek naar een oplossing.

Vanuit die gedachte hebben wij als Kinderombudsman een standpunt geschreven: kijk lokaal, ga in gesprek met ouders en school. Dat heeft me een impact gehad; bedreigingen naar mij en mijn kinderen. Ik durfde de supermarkt niet meer in, heel heftig.

Wat dat ‘Kinderombudsman’ betreft: dat is het instituut, persoonlijk word ik ook wel ombudsvrouw genoemd. Kinderen hebben daar geen problemen mee, volwassenen soms wel.”

U bent sociaal wetenschapper, maar deed ook de kunstacademie, net als uw vader. Wat was zijn invloed?

,,Hij was een echte bohemien. Hij werkte zich op van onderwijzer tot hoogleraar psychologie en werd later kunstenaar. Op vrijdagavonden kwamen bij ons thuis regelmatig wetenschappers bij elkaar die ook kunst maakten.

Mijn zus, broer en ik zijn opgevoed met het beeld van die briljante vader die alles kon, en waarbij wij middelmatig afstaken. Toen hij was overleden, ruimden we zijn huis op en kwam ik intelligentietests tegen die hij bij ons had afgenomen.

Toen bleek dat ik een veel hoger IQ had dan ik dacht. Ik had tot dat moment altijd gedacht: ik ben misschien niet zo slim, maar weet goed gebruik te maken van m’n sterke kanten.”

Hoe ging u daarmee om?

,,Eigenlijk heel raar. Tijdens mijn middelbareschoolperiode leerde ik graag voor de vakken waarvan ik wist dat ik er goed in was, maar ik kocht expres mijn statistiekboek voor wiskunde niet. Ik dacht dat ik statistiek niet zou kunnen en als ik wél leerde en een onvoldoende haalde, dan was ik pas echt dom. Ik heb bij mezelf een soort faalangst gekweekt.”

Ergens moet dat goed zijn gekomen. Bent u veranderd? Ze zoekt even naar een voorbeeld.

,,Vijf jaar voordat ik als kinderombudsvrouw begon, was die baan ook beschikbaar. Ate was toen erg ziek, dus ik kon m’n interesse niet kenbaar maken. Toen de functie opnieuw langskwam, hoorde ik dat ik op het lijstje stond. Ik heb toen zelf laten weten dat ik ervoor in was, maar heb me bewust niet specifiek voorbereid op het gesprek. Zo dacht ik: als ik het niet word om wie ik ben, dan ben ik niet geschikt. Ik ga me niet anders voordoen dan ik ben. Dus ik heb wél meer zelfinzicht.”

U kon dus pas kinderombudsvrouw worden toen uw man was overleden. Wat bracht hij u?

,,We kregen wat toen hij 23 was, ik 20. We zijn 32 jaar bij elkaar geweest. Ate bracht mij ongelooflijk veel, maar was niet ongecompliceerd. Hij was beeldend kunstenaar, in veel opzichten begaafder dan ik. Hij paste minder goed in de samenleving, is een tijdje lang echt ontspoord. Ik kwam uit een warm nest, was socialer en sensitiever. Ate zei bij alles wat ik bereikte, zoals toen ik hoogleraar werd: dat had ik moeten doen.”

Dat vond u vast niet fijn?

,,Niet echt. Ik heb om die reden de kunst die ik vroeger maakte, altijd maar in een la laten liggen. Omdat ik al kostwinner was en Ates ego wilde ontzien. Toen onze zoon Wybe na het overlijden van zijn vader naar mijn tekeningen vroeg, heb ik die la weer opengetrokken. Ze bleken best goed.”

Heeft u het tekenen weer opgepakt?

,,Ik doe het weer veel meer, maar niet voor de ogen van anderen. Zelfportretjes. Omdat ik in mijn werk merk dat ik zoveel verschillende personen ben. Ik onderzoek: wie ben ik vandaag? Als een soort meditatie.”

Wat brengt de combinatie van kunst en wetenschap u?

,,Wat ik als kunstenaar leerde: je maakt iets en dan kun je daar euforisch over zijn, maar dan kijk je nog een keer en vind je het niks. En begin je opnieuw.”

Heeft u zo ook het kabinetsbesluit over het vluchtelingenkamp Moria verwerkt, waarin staat dat er vijftig kinderen en vijftig mensen in gezinsverband hierheen mogen komen, mits die in de toekomst worden gecompenseerd?

,,Een ontzettend treurig besluit. Er zijn kinderen daar die zo getraumatiseerd zijn, dat ze niet meer praten. Verschrikkelijk. Het is net alsof de kinderrechten bij de landsgrenzen stoppen en we kinderen van buitenlandse ouders niet meer als kinderen zien, maar als risicogroep.

Als hier een ouder een kind mishandelt, beschermen we dat kind. Als daar ouders misschien een foute keuze hebben gemaakt door te vluchten naar Lesbos, moeten wij dan toestaan dat die kinderen verwoest worden? Dat blijkbaar de meerderheid van de Nederlanders bij besluiten rond niet-Nederlandse kinderen de menselijkheid dreigt te verliezen, dat vind ik moeilijk.”

Kalverboer onderging in 1998 als jonge moeder een gecompliceerde operatie met een onzeker perspectief toen ze een tumor in haar alvleesklier had en verschillende tumoren in haar lever. Haar echtgenoot stierf in 2014 na meer dan tien jaar ziekte.

Hoeveel veerkracht heeft u? Ze kijkt naar haar handen.

,,Ik heb blijkbaar een karakter dat me in staat stelt te herstellen en mooie dingen te blijven zien. Dat heb ik in de laatste weken van zijn leven ook met Ate gehad. Dat we tegen elkaar zeiden: ‘Wat hebben we toch een mooi leven’. Ik denk weleens dat als we niks hadden meegemaakt, we al lang waren gescheiden.

Ook mijn tumor hoort erbij. Ze hebben de helft van mijn lever weggehaald en de staart van mijn alvleesklier. Later kwam ik erachter dat 75 procent van de mensen na zo’n operatie niet lang meer leeft. Ik denk dus: wat kan mij nog gebeuren?”

Zit die veerkracht in de familie?

,,Die komt van zowel mijn vader als mijn moeder. Het mooie aan mijn moeder vond ik dat ze een goed gevoel voor waarheid had. De sinaasappels die de Duitsers in de oorlog van haar afpakten, eiste ze weer op, voor haar broertjes met longontsteking. Ook bracht ze koffers met aardappels naar onderduikers.

Iemand die over angsten heen stapt, dat vind ik mooi. Na haar overlijden kreeg ik een sterke band met mijn vader. We deelden de interesse in wetenschap en kunst. Mijn vader heeft veel betekend voor mij, maar ook voor veel anderen. Hij was volstrekt open en oordeelloos. Op zijn 86ste had hij vrienden van in de 30.”

Heeft u de afgelopen jaren de kinderombudsvrouw kunnen zijn die u wilde?

,,Ik denk dat ik eraan heb bijgedragen dat kinderen serieus worden genomen. Een voorbeeld: ik kwam een meisje tegen dat zei: ‘Waarom heeft de behandelaar van mijn moeder nooit aan mij gevraagd of ik veilig was? Als dat was gebeurd, was de mishandeling niet zo lang doorgegaan’. Dan kijk ik naar de regelgeving, dan wordt zo’n regel aangepast en hoop ik dat de praktijk ook anders wordt.”

Voelt u ook dat u als kinderombudsvrouw nog meer betekenis kan geven, bijvoorbeeld in een nieuwe termijn van vijf jaar?

,,Ik heb wel het idee dat ik het redelijk goed doe, dat is wat ik terugkrijg. Ik ben aan het nadenken: kan ik nog een periode van betekenis zijn? Of kunnen anderen het beter? Het is nog niet het moment om daarvoor te kiezen, maar qua wat ik wil bereiken en wat er nog niet klaar is, wil ik wel door.”

Het is nog niet gedaan.

,,Nee, nee, nee. En anders weet ik altijd nieuwe projecten te bedenken. Dat is die kunstacademie-achtergrond. Door die creatieve geest hou ik het leuk.”