Het verhogen van de luchtvochtigheid in gebouwen kan, zeker in de winter, helpen in de strijd tegen het coronavirus. Dat stellen twee Delftse hoogleraren, die bijval vinden bij onder meer het Europese RIVM en verschillende wetenschappers wereldwijd.

Wie de afgelopen dagen een lange wandeling maakte, merkte het zelf. Droge huid, velletjes op de lippen. De Nederlandse winterlucht is droog, leggen universitair docent meteorologie Geert Keetels en hoogleraar atmosferische fysica Bas van de Wiel (beiden TU Delft) uit. „Bovendien stoken we binnen de verwarming op, waardoor de lucht in huis nog droger wordt”, vult Van de Wiel aan.

Gemene koudegolf

Dat is echter gevaarlijk, betogen wetenschappers wereldwijd. De natuurlijke afweer van ons ademhalingssysteem werkt minder goed als het koud is. Tegelijk overleven virusdeeltjes langer in droge lucht. Bovendien slaan aerosolen – de inmiddels beruchte microscopische waterdruppeltjes die het virus verspreiden – minder snel neer in droge lucht. „Van het griepvirus, SARS en MERS is bekend dat droge lucht een negatief effect heeft”, aldus Van de Wiel. En hoe kouder buiten, hoe droger de binnenlucht. Geerkens vult aan: „In 2018 hadden we een gemene koudegolf. Twee weken daarna was de piek van de griepepidemie.”

Gesloten ruimtes mijden

Afgelopen zomer trokken wetenschappers hierover al aan de bel bij Wereldgezondheidsorganisatie WHO. Die reageerde in november dat een luchtvochtigheid van 50 procent aan te bevelen is, al is het beter gesloten ruimtes te mijden. Diezelfde maand kwam het ECDC, het Europese RIVM, met een aanbeveling op het gebied van luchtvochtigheid. „Een gemiddelde luchtvochtigheid van 40 tot 60 procent zou kunnen helpen om zowel de verspreiding als de overlevingstijd van SARS-CoV-2 in gesloten ruimtes te beperken”, luidt het helder. In Nederland bleef het echter stil, al benadrukt het RIVM dat de Europese evenknie ’niet expliciet’ adviseert richting bepaalde luchtvochtigheid.

Dat willen de Delftse heren veranderen. Alleen: hoe krik je de luchtvochtigheid op? Zoals grootmoeder vroeger, met een bakje water aan de verwarming? „Dat helpt iets, net als de was ophangen en meer planten in huis zetten. Maar het beste is gewoon een luchtbevochtiger kopen voor vier tientjes”, aldus Van de Wiel.

Landelijk standpunt

En op het werk? Immers, zo waarschuwt het ECDC, zelfs hagelnieuwe systemen voor verwarming, ventilatie en airconditioning, krijgen de luchtvochtigheid niet boven de 40 procent. Met name in de winter niet. Ook daar moet wat aan worden gedaan, vinden de Delftse heren. „We hebben het RIVM hierover aangeschreven. Wij vinden dat hierover een landelijk standpunt moet worden ingenomen”, zegt Keetels.

Ook het RIVM adviseert in scholen en op werkplekken een luchtvochtigheid tussen de 30 en 70 procent aan te houden. Die adviezen verschillen per land, merkt het instituut op. Het kent de publicatie van het ECDC en weet van verschillende ’gecontroleerde studies naar de overleving van het coronavirus bij verschillende temperaturen en relatieve luchtvochtigheid’.

Acuut gezondheidsrisico

„Een goede balans in luchtvochtigheid kan mogelijk helpen bij het voorkomen van respiratoire infectieziektes zoals Covid-19”, stelt het instituut. Maar het vervolgt ook: „Er zijn echter onvoldoende aanwijzingen dat er voor Covid-19 sprake is van een acuut gezondheidsrisico als de relatieve luchtvochtigheid tijdelijk iets lager is.” Er spelen bovendien meer factoren, benadrukt het RIVM, zoals de hoeveelheid aanwezigen, de temperatuur en de naleving van de coronaregels.

Van de Wiel en Keetels zijn de eersten om te erkennen dat hun advies geen ’silver bullet’ is. „Maar dit kan wel degelijk besmettingen voorkomen, bijvoorbeeld op de werkvloer of als je thuis bezoek hebt”, aldus Van de Wiel. Keetels vult aan: „Mensen hebben bovendien zelf de keuze om de luchtvochtigheid in huis aan te passen. Op basis van de informatie die we nu hebben, zou ik dat doen.”

Wat is relatieve luchtvochtigheid?

De relatieve luchtvochtigheid geeft in feite aan hoeveel waterdamp er in de lucht zit, ten opzichte van de totale hoeveelheid waterdamp die de lucht kan bevatten. Lucht van 25 graden kan bijvoorbeeld veel meer waterdamp bevatten dan lucht van 5 graden. Daarom zie je boven schoorsteentjes in de winter wel een condenspluim, maar in de zomer niet. En om diezelfde reden is het vaak mistig in de winter.

Die winterlucht kan immers maar weinig waterdamp bevatten en zit snel aan zijn verzadigingspunt. Een luchtvochtigheid van 100 procent betekent dat de lucht verzadigd is. Als je die winterlucht naar binnen laat, en binnenhuis verwarmt, kan de lucht meer waterdamp bevatten. Dan wordt de lucht dus ’droog’ als je niet meer waterdamp toevoegt.

De luchtvochtigheid meet je met een hygrometer. Alles onder de 50 procent wordt al droog aangeduid.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
Coronavirus
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct