Het mooiste plekje van de Greidhoeke? Wat te denken van het pad door de weilanden van de Leonspolder, tevens Jabikspaad?

Meizoentjes. Ik kende het woord niet, maar mijn moeder noemde het kort geleden, wijzend naar madeliefjes in de berm. Dat was bijzonder, omdat ze niet vaak meer spontaan iets zegt; net als herinneringen lijken veel woorden haar te hebben verlaten.

,,Gaan we wandelen?”, vraagt ze standaard als ik haar bezoek in het verzorgingstehuis. Zelf wandelen zit er niet meer in, ze kan niet meer uit de rolstoel, maar ze wil altijd naar buiten. Meestal maken we een tocht van een uurtje. Ze geniet van de luchten, is helemaal in het hier en nu. Als ik haar vraag waarom ze wolken zo mooi vindt, weet ik op voorhand wat ze zegt: ,,Ze zijn altijd weer anders.”

Op het fietspad langs de Bolswarder Trekvaart zijn meizoentjes, prachtige luchten en een hele lading kerktorens te zien. Tja, dan moet ik aan m’n moeder denken. Tot een paar jaar terug vroeg ze als verjaardagscadeau autoritjes door het noorden van Friesland en Groningen. Een feilloos oog voor kerktorens, ze zag ze meteen.

Hoeveel zie ik er hier, een stuk of vijf? Ik draai om mijn as, kom tot negen, doe het nog een keer, en kom zelfs tot twaalf. Wat mij betreft had Hendrik Willem Mesdag hier zijn panorama mogen maken. Vraag me niet naar de namen van de dorpen. (Als ik thuiskom, lees ik in een boekje over de Greidhoeke dat ik nog meer had kunnen tellen. Vanuit de Leonspolder zou je tot maar liefst zeventien spitsen moeten kunnen komen.)

loading

Koekoekvirus

Tja, mijn moeder. ,,Heb je de koekoek al gehoord?”, vroeg ze me het eerste voorjaar dat ik het huis uit was om te studeren. Sindsdien stuur ik elk jaar een kaartje, met datum, tijdstip en locatie. Meestal was het de laatste week van april, maar sinds ik niet meer in de buurt woon van het Fochteloërveen is het telkens mei.

Dit jaar heb ik ‘m nog steeds gemist, vast het koude weer. Die koekoek werkt kennelijk aanstekelijk. Broers, zussen, neefjes en nichtjes sturen inmiddels kaartjes. Zelfs het personeel in het verzorgingstehuis is al met het koekoekvirus besmet. Toen ik er vorige week kwam meldde een van hen doodleuk: ,,Ik heb hem al gehoord, jij nog niet hè?”

Terug naar het hier en nu. Weidevogels, daar moet ik het over hebben, een van de redenen deze omgeving te bezoeken. Een jaar of twee, drie geleden liet Jelle de Boer, oud-beheerder van Natuurmonumenten, me Skrok zien. Sindsdien heb ik de Greidhoeke lief.

De Leonspolder zou een vergelijkbaar natuurgebied zijn, vandaar dat ik er graag wil kijken. Vanaf het fietspad heb je er al zicht op, maar blijft het gebied op afstand door het water. Vinden de vogels vast fijn, de grutto’s laten flink van zich horen, met tureluurs in het achtergrondkoor.

Iets extra's

Zopas ben ik trouwens al een stuk door de weilanden gelopen, tussen het ieniemieniemutterige Fûns en Hilaard. Heeft altijd iets extra’s, iets intiems, als je over het land van een boer mag, weg van het asfalt, weg van het verkeer, zo min mogelijk geluidsvervuiling.

Waarom weet ik niet, maar stille plekken worden me steeds liever, daarvan kunnen er wat mij betreft niet genoeg zijn. Stilte heeft iets extra’s, stemt soms ook droevig, omdat je dan pas beseft hoeveel kabaal overal is.

Een wandeling hoeft niet per se mooi te zijn, als de tocht je maar brengt op plekken die je even in vervoering brengen. Dus neem ik de weg van Hillaard naar Hoptille voor lief, vormt alleen maar de verbinding tussen de tocht door het weiland en het fietspad langs de vaart. Het mooiste moet nog komen, weet me te overdonderen.

Van de Bolswarder Trekvaart is het een paar honderd meter naar Leons, een eenzaam kerkje prijkt op een afgegraven terp. Voor me uit lopen drie vrouwen met rugzakken, zonder twijfel lopen ze het Jabikspaad, de proloog van de route naar Santiago.

Even voorbij de kerk duikt de route de weilanden in. In de lucht erboven voeren grutto’s weer de boventoon. Hoeveel gaat er langs je heen als je ergens wandelt, zaken waar je geen weet van hebt, vraag ik me af als ik deze weilanden zie. Je voelt het, dit is een heel oud cultuurlandschap.

De percelen zijn onregelmatig, restanten van de getijden, maar het zijn vooral de greppels en de bredere leien die opvallen. Alles om het gebied te ontwateren, desondanks is het drassig, vandaar al die vogels. Is dit het oude Greidhoekeland?

loading

Puberende paarden

De ‘pelgrims’ voor me moeten door een weiland met jonge Friese paarden. Het leidt tot enige consternatie. Echt volgen doe ik het niet, ik word simpelweg te veel in beslag genomen door deze omgeving.

Dan moet ik zelf door het weiland. De jonge puberende paarden staan precies in de hoek van het perceel waar het pad naartoe leidt. Ze zijn onrustig en hoewel ik het niet graag toegeef boezemen de dieren me best wel angst in. En ontzag. Een paar paarden rennen op me af, besluiten een paar meter voor me om te draaien en er nog harder vandoor te gaan, de klei spat door de lucht. Wat een power, dit is hun land.

Omdat ze het leuk vinden, herhalen ze de voorstelling een paar keer. Een stel pinken aan de andere kant van de sloot kijkt sullig met me mee, lijken niet onder de indruk. Ik vermoed dat niet iedereen het aandurft door dit weiland te lopen, maar dat terzijde.

Overdonderd, ik schreef het al, verlaat ik het weiland. Zoveel kwam op een plek samen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
Mijn Streek
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct