FOTO SHUTTERSTOCK

Drank uit de appelboomgaard: alles wat je niet wist over cider

FOTO SHUTTERSTOCK

Gegist druivensap levert wijn, de drank van de goden. Gegist appelsap levert cider, de drank van de gewone mens. Althans in veel van onze buurlanden. Bij ons wil dat nog steeds niet zo lukken. Hadden wij maar een Jan Appelzaad.

Stap binnen bij de sagardotegia Petritegi in Astigarraga in Spaans Baskenland. Schuif aan bij een van de lange tafels, bestel wat te eten en als de mensen txotx roepen schuif je aan bij het vat waaruit een straal vergist appelsap spuit. Houd je glas zo ver mogelijk van de straal om de drank op te vangen, zodat de zuurstof de drank doet bubbelen. Heb je een spectaculaire sidra in je glas, sagardoa in het Baskisch.

Change of scenery . Myrtle Farm in Somerset, Verenigd Koninkrijk. Bomen met takken zwaar van het fruit werpen lange schaduwen in de avondzon. Knisperfrisse, bitterzoete appels, geurende eiken vaten en het lawaai van de wagens die de oogst lossen. De Thatcher Family maakt hier de Redstreak, in 2017 uitgeroepen tot de beste sparkling cider ter wereld. In ruime mate te proeven in hun eigen Railway Inn in nabijgelegen Sandford. Nu even dicht dankzij spelbreker corona.

Ook kunnen we langsgaan bij de vele cideradresjes in Bretagne en Normandië of aankloppen bij een van de ciderhouses in New England, Noord-Amerika (lees de hilarische roman De Regels van het Ciderhuis van John Irving) waar ze een hard cider (met alcohol) of een sweet cider (zonder alcohol) schenken. Noord-Italianen persen uit hun appels een frisse cider, in de Rijnland-Palts en Hessen gist een scherpe Apfelwein in de vaten.

Nederland blijft achter

Hoe zit het in Nederland? Wij hebben toch ook mooie appelstreken en strakke appelboomgaarden. Maar cider? Dat wordt nauwelijks geproduceerd. In het Noorden is Hâld Moed Cidery in Hemelum in 2015 begonnen met het planten van een boomgaard met echte ciderappelrassen. De eerste oogst kwam onlangs uit de persen, gebotteld als Aprillis.

In Groningen zijn er kleine ciderproducenten als Doggerland en Ciderman Cider en voorzichtigjes worden hier en daar wat ciderfestivals georganiseerd. Terwijl we met Heineken de grootste ciderproducent ter wereld hebben. Hoewel: dat komt vooral door overnames van buitenlandse producenten en door de productie van industriële ciders.

Het is hier naatje met het ambachtelijk gegiste appelsap. Wij bijten liever in de hele vrucht of persen het tot gewoon appelsap. Jonagold, pink lady, braeburn, kanzi zijn slechts een paar van de appelsoorten die we bij de supermarkt en groenteboer aantreffen. Het wordt steeds moeilijker golden delicious of cox’s orange pippin te vinden, laat staan vrijwel vergeten appelsoorten als james grieve of stark’s earliest. Ook nog veel oudere appelsoorten, die soms hard en bitter zijn, zijn praktisch verdwenen. Hedendaagse telers hanteren een aanbod dat zoet, fris en houdbaar is: de handappel.

Waar de druif slecht groeit

De oorspronkelijke appels waren een stuk bitterder dan de huidige soorten. Alleen door ze tot sap te maken en eventueel te vergisten was daarmee nog iets te doen. Dat wisten vermoedelijk de Romeinen al, en zeker de Angelen en Saksen die de wilde appel in de zevende eeuw in hun nieuwe vaderland Engeland tot een alcoholisch sapje vergistten.

Ook de Franken en hun koning – de latere keizer van het Heilige Roomse Rijk Karel de Grote (748-814) – waren wel gecharmeerd van cider. In zijn capitulare de villis vel curtis imperii (‘verordening aangaande keizerlijke landgoederen en hoven’) werd niet alleen beschreven hoe en met welke planten die ‘tuinen’ moesten worden ingericht, ook moesten bijvoorbeeld op elk domein specialisten voor het maken van appel- en perencider aanwezig zijn.

Vooral in de streken waar de druif slecht groeide en wijn maken dus zeer moeilijk was, bood de ‘appelwijn’ een alternatief. Weliswaar stond die, net als het bier uit onze koudere streken, in lager aanzien dan ‘druivenwijn’, maar het kon toch maar mooi een feestverhogend alcoholisch drankje zijn. In zijn centrale hof in Aken sloeg Karel menig houten vaatje aan.

Wie de eerste cider heeft gemaakt blijft net zo duister als dat ambachtelijke cider troebel is. Wel is zeker dat in Engeland, nog altijd grootverbruiker van cider, de productie al vroeg op gang kwam. En voor de Baskische zeevaarders, die aan het einde van het eerste millennium de wereldzeeën afschuimden op zoek naar (wal)vis, was de cider zelfs een verplichte drank. Elk schip dat de Baskische havens verliet, moest tenminste 3 liter cider per zeeman per zeedag aan boord hebben; gewoon water was onvoldoende houdbaar op hun barre zeetochten. Niet moeilijk te bedenken hoe groot die scheepsvaten moeten zijn geweest.

Legendarische Johnny Appleseed

De verspreiding van de appeldrank naar de Nieuwe Wereld is natuurlijk te danken aan de Engelsen. Engelse emigranten namen zaadjes van appels mee naar wat later de Verenigde Staten werden en plantten appelbomen, vooral om cider te maken. Ook de Nederlandse kolonisten rondom Nieuw-Amsterdam (New York) spuugden niet in cider. Een verfrissend alcoholisch drankje, eenvoudig te maken, goed houdbaar en te drinken op ieder moment van de dag – wat dan ook gebeurde.

De geschiedenis van de Amerikaanse en Canadese cider wordt samengebald in de legendarische figuur Johnny Appleseed, die in de achttiende eeuw de appelboom en de cider naar het middenwesten van het continent verspreidde. Appleseed, wiens echte achternaam Chapman luidde, is opgeklommen tot volksheld over wie zelfs een Disneyfilm is gemaakt.

Je komt Johnny Appleseed tegenwoordig weer overal tegen; de Verenigde Staten maken momenteel een flinke opleving mee van de beroemde ciderhouses. Net als in Engeland, Noord-Spanje en Frankrijk. Nu Nederland nog.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct