Probeer eens dezelfde wijn uit verschillende typen glazen te proeven, u zult verbaasd staan hoeveel verschil er ontstaat in geur en smaak.

Coupes, flûtes en ballonnen: waarom heeft elke wijn zijn eigen glas?

Probeer eens dezelfde wijn uit verschillende typen glazen te proeven, u zult verbaasd staan hoeveel verschil er ontstaat in geur en smaak. FOTO PIXABAY

Coupes, flûtes, roemers, tulpjes, kelken, ballonnen: wijn wordt geschonken in de meest uiteenlopende glazen. Waarom?

W ijn drink je niet uit Duralexglazen. Hoe onbreekbaar en handig die kantige glazen ook zijn, in de wereld van de ‘echte wijndrinkers’ is dat een doodzonde. Gelukkig bepalen mensen zelf wel welke wijn ze uit welk glas drinken, dus hé, ga vooral uw gang. Toch komen de meeste wijnen het beste tot uiting in een bepaald type glas. En dat is een hele industrie geworden, met glazen van tientallen euro’s voor één bepaald type wijn en een vocabulaire die aanpalend is uitgebreid.

Laat ons bij het begin beginnen. Wijn drinken we nog niet uitzonderlijk lang uit het glas zoals wij dat kennen. In de oudheid werd er weliswaar ook al wel uit glas gedronken, maar dat was het simpele kommetjeswerk. Als er al wijn werd gedronken, gebeurde dat meestal in aardewerken bekers of kelken van edelmetaal die natuurlijk voorbehouden waren aan de koningen, edellieden en de geestelijkheid.

De eerste echte wijnglazen, tenminste in onze streken, waren de zogeheten berkemeyers, drinkglazen die bestaan uit een brede, cilindervormige holle stam en een trechtervormige kelk. Ook de roemer, een glas met een bollende kelk en een dikke, holle stam , vaak voorzien van ‘noppen’ in de vorm van druiven, stond op menige rijke tafel in de 17de eeuw. Beide glazen hadden een lichtgroenige kleur, doordat de glasovens op hout werden gestookt.

Een dunne steel

De beroemde glasblazers van Venetië waren al eerder aan de slag gegaan met het meer elegante kleurloze wijnglas, min of meer in de vorm zoals we die nu kennen: een kelk, een dunne steel en een basis. Het gebruik van een steel of stam komt vermoedelijk voort uit het gebruik van metalen kelken met een steel in de katholieke kerk: tijdens de heilige communie kon de priester zo de beker met miswijn hoger vasthouden om hem aan de kerkgangers te laten zien.

Dat was overigens niet de enige praktische kant van de steel. Die voorkwam dat je een glas met de handen moest omvatten, waardoor de temperatuur van de wijn te hoog zou worden. Vooral bij witte wijn is het van belang dat die niet al te warm wordt. En laat nou net onze eerste roemers vooral gevuld zijn met witte wijn. Tot het begin van de 17de eeuw dronken we in ons land voornamelijk Rijnwijnen, en die waren zonder uitzondering wit.

Pas vanaf aan het eind van de 17de eeuw werden er steeds meer rode wijnen geïmporteerd, vooral uit Frankrijk. In onze Gouden Eeuw zag je ook steeds ruimer gedekte tafels. Met de komst van meerdere wijnsoorten groeide ook het aantal glazen, want het strekte tot eer als je je gasten op die manier de finesses van het wijndrinken kon tonen. De glazen werden hoger, de stelen langer, de kelk ronder en het materiaal dunner.

De vorm van een glas heeft grote invloed op de smaak en geur van de wijn

Er ontstond langzamerhand zoiets als een etiquette in de wereld van het wijnglas, voorschriften die nog steeds door velen worden gevolgd. Zo heb je aparte glazen voor champagne, sherry (taps toelopend), port (klein en rond) en zoete wijnen (vanonder trechtervormig). Glazen met een kleurtje zijn verdacht, daarin kun je de wijn niet goed zien, dus ze moeten kleurloos en transparant zijn. Uiteraard met een steel – zie boven – alle grappig bedoelde voetloze wijnballonnen ten spijt. Voor rode wijn gebruik je grotere glazen dan voor witte.

loading  

Champagnecoupe is uit

Eerst maar eens het champagneglas. Lang was dat de vermaarde coupe, het platte glas op een steel waarvan je zo’n mooie champagnetoren van gestapelde glazen kan maken. Dat glas kan echt niet meer: het grote oppervlak zorgt ervoor dat de mousserende wijn razendsnel uitgebubbeld is. Daarna kwam de flûte in opkomst, het hoge smalle glas waarin je de parels van het koolzuurgas zo mooi omhoog ziet borrelen.

Tegenwoordig is er een bredere variatie aan champagneglazen, waarbij de elegante tulpvorm steeds meer aan populariteit wint. Vooral bij complexe champagne is dat glas geschikt, omdat het de aroma’s goed behoudt. De flûte of een Duits sektglas blijft geschikt voor een cava of een goede prosecco, waarbij de parels belangrijk zijn. Bij wijnproeverijen zie je steeds vaker dat champagnes worden geschonken in een glas voor witte wijn. Want daar kun je je neus zo lekker insteken.

Waarbij we meteen komen bij de reden waarom wijnglazen hun huidige vorm hebben – en de vele variaties daarin. U hebt allemaal weleens het beeld gezien van mensen die, nadat ze de wijn in het glas omstandig hebben laten walsen, hun neus steken in dat glas ter grootte van een vissenkom waarin een klein poeltje rode wijn ligt.

Dat lijkt allemaal behoorlijk overdreven – en dat is het voor de meeste huis-tuin-en-keukenwijnen ook – maar het is een gegeven dat de vorm van een glas grote invloed heeft op smaak en geur van de wijn.

Het glas bepaalt hoeveel wijn er in je mond komt, of het via de tong naar de huig gaat of via de zijkanten van de tong. Met een breed glas vergroot je bovendien het oppervlak van de wijn, waardoor er meer contact komt met zuurstof in de lucht waarbij meer vluchtige aroma’s loskomen. Door je neus in het glas te steken krijg je die aroma’s naar binnen, en als je dan een slok neemt wordt de smaak versterkt – en niet verpest door aroma’s van buiten het glas, zoals de kookluchtjes uit de keuken of de lichaamsgeur of eau de toilette van een van de buren.

loading

Klein of groot

Probeer eens dezelfde wijn uit verschillende typen glazen te proeven, u zult verbaasd staan hoeveel verschil er ontstaat in geur en smaak. Zo’n vergelijkend onderzoek heeft ertoe geleid dat in de wijnglazenindustrie een soort matrix is gemaakt. Eenvoudige witte wijn wordt in kleinere glazen geschonken dan complexe wijnen zoals houtgerijpte chardonnay. Bij dit soort glazen gaat het er allemaal om waar de vorm van het glas de wijn op je tong doet belanden, hoeveel zuurstof hij krijgt en hoe hij je neus bereikt.

Voor rode wijnen kun je een keur aan glazen kiezen, erg afhankelijk van deze wijnen die een grotere variatie in complexiteit hebben dan witte wijnen. Uitgangspunt is het wat bollere en lagere bourgogneglas voor cépages (wijnen van één druivensoort) en het hogere, smallere bordeauxglas, waarin wijnen worden geschonken met veel tannines en een hoger alcoholgehalte. Denk bij die laatste uiteraard aan bordeaux, en blends uit de Nieuwe Wereld of stevige wijnen uit Rioja en Ribera del Duero.

Voor al die wijnen hebben glasproducenten als Riedel, Spiegelau en Zalto de fraaiste glazen ontworpen, maar hun stuksprijs ligt vaak op enkele tientallen euro’s. Die durf je bijna niet af te wassen. Voor Royal Leerdam heeft vinologe Barbara Verbeek een serie van vijf glazen ontworpen, die een stuk voordeliger zijn en toch ‘professioneel’ ogen.

De eenvoudigste oplossing koos Jancis Robinson voor haar uitdijende glazenkast. De Engelse wijngoeroe ontwierp één glas voor al haar wijnen. Kost een paar centen, maar scheelt keuzestress. En ruimte in de glazenkast.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct